Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Het feestje van Ryanair in Barcelona

Na jaren van praten, onderhandelen en ruzieën is Ryanair vandaag eindelijk op het vliegveld van Barcelona neergestreken. Opvallend, omdat de Ierse maatschappij meestal goedkopere vliegvelden op een wat grotere afstand van zo’n populaire stad aanvliegt, zoals hier tot nu toe het geval was met Girona en Reus en in Nederland met Eindhoven. Nu dus in El Prat, in dezelfde low-budget Terminal 2 als Transavia en Easyjet, en met 23 nieuwe vliegroute’s, waarvan 11 met andere Spaanse steden (stevige concurrentie dus voor Spanair, AirEuropa en Vueling) en 12 met de rest van Europa. Níet van en naar Nederland, trouwens. Het dichtste bij zal voor de meesten het vliegveld van Weeze bij Düsseldorf zijn, net over de grens, en anders Brussel-Charleroi.

Ryanair-baas O’Leary presenteerde zich in Barcelona op de dag dat bekend werd dat hij tot nu toe dit jaar verreweg de meeste passagiers van en naar Spanje heeft vervoerd, 12,3 miljoen. Voor het eerst in de geschiedenis is Iberia niet meer de grootste. De vroegere monopolist had al heel wat verloren sinds zij zich drie jaar terug bijna volledig uit Barcelona terugtrok en moet nu zien hoe een prijsvechter een historische overwinning heeft geboekt. Om het allemaal te vieren verkoopt Ryanair 500.000 tickets voor 6 euro om van en naar Barcelona te vliegen, maar al dat soort aanbiedingen, hoe toevallig ook, kunnen wij meestal niet vinden op de dagen dat we willen vliegen…

In ieder geval krijgt de T-2, al een jaar troosteloos stil en verlaten, er iets meer sfeer bij. Als je al die Britten sfeervol wilt noemen.

De Martin Bril van Barcelona

Het (voor)laatste ego-document, voorlopig, want anders lopen al mijn lezers weg. Eentje met ook nog eens een wel erg opschepperige kop. Maar een beetje bluffen kan geen kwaad. En een beetje ambitie ook niet. Wat voor een ambitie? Niet hogerop komen, dat doen anderen wel (zowel mijn nieuwe hoofdredacteur bij El Periódico als de net benoemde van het AD is pas 40 jaar, beide een stuk jonger dus), maar een andere ambitie: zo goed mogelijk proberen te schrijven. En zo veel mogelijk lezers proberen te trekken, misschien ook onder de Nederlandse kolonie in Barcelona, hoewel onze consuls en ondernemers liever de traditionele La Vanguardia lezen. Maar je weet nooit.

Maandag begint mijn nieuwe taak bij de krant. Eigen idee: voor Martin Bril spelen. Chroniqueur (staat wel zo sjiek, met ch en q) van Barcelona worden. Cronista, noemen we dat hier. Vier keer per week de stad vangen in een lange column, een kroniek. Het dagelijkse leven, de mensen op straat, de verhalen die er toe doen. De stad is groot, zo groot, en herbergt zo onwaarschijnlijk veel verhalen. Soms hoef je ze niet eens te horen, kun je ze gewoon zién. Observeren en dat in detail beschrijven. Dat wat Bril zo goed kon. Ga hem natuurlijk niet evenaren, maar omdat dat van mij in het Spaans is is het gelukkig toch niet te vergelijken. En al kun je in het Spaans geen mooie woorden als ‘rokjesdag’ verzinnen, het vocubalaire is groot genoeg voor een mooi stuk – zal er wel wat nieuwe woorden moeten gaan bijleren. Maar ik ga ook nog een stukje vérder dan wijlen Bril: datzelfde verhaal ook in mijn eigen foto vangen. Neem die hierboven, gisteren gemaakt, tijdens een verkenningstocht op de fiets. Ontdek je altijd wat nieuws, zoals deze arbeidershuisjes in de Carrer del Clot, eind 19e eeuw, met de hypermoderne Torre Agbar op de achtergrond. En ben deze drie mensen op de foto gevolgd, naar de bar op de hoek. Stiekem naar hun vreemde verhaal geluisterd. Kan een mooie column worden, dus.

In de portretten over Martin Bril kwam ik vaak dezelfde naam tegen, de man die hij als zijn voorbeeld beschouwde. O. B. White, chroniqueur van New York. Direct zijn boekje besteld, natuurlijk. Geschreven in de zomer van 1949, een essay van nog geen 50 pagina’s, met een onwaarschijnlijke voorspelling trouwens. O. B. White ziet de eerste vliegtuigen boven Manhatten: “The city, for the first time in its long history, is destructible. A single flight of planes no bigger than a wedge of geese can quickly end this island fantasy, burn the towers, crumble the bridges, turn the underground passages into lethal chambers, cremate the millions. The intimation of mortality is part of New York now; in the sounds of jets overhead, in the black headlines of the latest editions.” Nogmaals, dit schreef hij in 1949…

Bril had gelijk, de man schreef prachtig. Ik probeerde het laatst een beetje, in El Periódico, over de heetste dag ooit in de stad, maar bleef er nog mijlenver van verwijderd. “Como si tuviese el desierto del Sáhara al otro lado de Collserola, un extraño aire abrasador agarró ayer a Barcelona por el cuello, le secó los ojos y le cortó la respiración. Se posó sobre la ciudad un calor diferente, nada mediterráneo. Calor del desierto, de la meseta, del sur.” (En er nou geen vertaalmachine van google of zo op loslaten, want dat verpest alles weer.)

Afijn, dat allemaal gaan we dus proberen, voorlopig elke zondag, maandag, woensdag en vrijdag. Schrijver Joan Barril neemt de andere drie dagen voor zijn rekening, maar we zullen ook wel eens van dag wisselen. Moeten we dus ook nog een beetje tegen elkaar op-schrijven dus, zoals Campert en Mulder lange tijd op de voorpagina van de Volkskrant. Komt de kwaliteit alleen maar ten goede, hopen we. En moet vooral de lezers bekoren, want daar doen we het voor. Altijd.

De moordende klim op de Rat Penat

Kijk goed naar de foto, de diepte op de achtergrond. In die diepte liggen de zee en de jachthaven Port Ginesta, tussen Castelldefels en Sitges. De wielrenner heeft in nog geen drie kilometer dat hoogteverschil moeten overwinnen. Volgende week is de Rat Penat het toneel van een etappe van de Vuelta. Míjn etappe, mag ik trots zeggen. Hieronder het verhaaltje dat ik voor het blad Wielerrevue schreef.

Half december 2009. Verrassend telefoontje van Javier Guillén, de jonge directeur van de Vuelta. Over een week is de officiële presentatie van de ronde van 2010 en hij heeft nog een etappe nodig. Daags voor de tocht naar Andorra zou de karavaan in de buurt van Barcelona moeten neerstrijken. Een etappe nodig? Ja, er is een stadje, een finishplaats weggevallen in de route van de Middellandse-Zeekust naar de Pyreneeën. De crisis heeft hard toegeslagen in Spanje, gemeentes zitten met schulden, er is geen geld meer om de start of finish van de Vuelta te herbergen. “En ze hebben me gezegd dat jij een mooie etappe weet,” zegt Guillén me.

We kennen elkaar niet persoonlijk maar een collega op mijn krant, El Periódico in Barcelona, heeft hem op mijn spoor gezet. Ik loop al twee jaar met een ‘droometappe’ voor Tour of Vuelta in mijn hoofd, in de buurt van mijn woonplaats, Sitges, gelegen aan de kust bij het heuvelachtige natuurpark van Garraf. Een mooi kustweggetje richting Barcelona is mijn bijna dagelijkse trainingsroute op weg naar mijn werk. Aan het einde rij ik dan rechtdoor richting de grote stad en hoef ik gelukkig niet linksaf te slaan, het natuurpark in, met mijn 90 kilo op een Orbea Onyx. Dat weggetje doe ik slechts met de auto, op weg naar een prachtig boeddhistisch klooster op de top.

Daar, dichtbij het stadje Castelldefels, ligt de Rat Penat, Catalaans voor vleermuis. Binnen drie kilometer stijgt de weg van zeeniveau naar 350 meter. Terwijl aan de enke kant de zee en de stranden steeds dieper komen te liggen, lijkt aan de andere kant het asfalt loodrecht omhoog te gaan. Op één stuk is het stijgingspercentage 23%, andere delen houden het bij 18%. Mountainbikers met het allerlichtste verzet slingeren er van links naar rechts over de weg, want rechtdoor omhoog blijkt onmogelijk voor hen.

“Kan er een heel peloton overheen?” vraagt Guillén. Ik denk van wel. De weg is smal, het natuurpark is beschermd gebied, maar er moet wat te regelen zijn. Een echte afdaling is er niet, aan de achterkant golft de weg weer naar beneden. Geen gevaar dus. Bovendien zal het peloton er al flink vernsipperd zijn. Een finish op de boulevard van Sitges, bijna voor mijn huis, lijkt me prachtig, maar de burgemeester zegt geen geld te hebben. Dus wordt Vilanova i la Geltrú, even verderop, de finishplaats, 30 kilometer na de beklimming van de Rat Penat. Misschien iets te ver weg voor de beste klimmers om voorop te blijven, maar het spektakel is gegarandeerd.

Bijna ‘blind’ presenteert Javier Guillén enkele dagen later het Vuelta-parkoers in Sevilla. Hij heeft de Rat Penat opgenomen zonder dat de rit officieel is verkend door zijn technici; die doen dat pas enkele uren vóór die presentatie. Zij geven het fiat. Oud-Rabo-renner Flecha is blij verrast. ,,Dat móet mijn etappe zijn, daar train ik altijd. Spectaculair!”

In de voetsporen van Indiana Jones en Clint Eastwood

Er zijn verschillende woestijnen in Spanje die de mooite waard zijn als je op zoek bent naar een verrassend landschap dat we in het groene Nederland absoluut niet kennen. De prachtige Bàrdenas Reales in Navarra (bij Pamplona) of Los Monegros langs de snelweg van Lleida naar Zaragoza. Maar mijn favoriete gortdroge streek blijft toch Cabo de Gata in Spanje’s zuidoosthoek, waar ik al eerder over heb geschreven maar die in zo’n bescheiden ‘vakantieserie’ als deze niet mag ontbreken. Een favoriete woestijn omdat je er de zee binnen handbereik hebt, zoals hier op het betoverende, vulkanische strand van Mónsul (ónder San José een zandweg op en je vindt het vanzelf, net als het iets minder mooie, maar heerlijke strand van Los Genoveses), waar ooit Harrison Ford en Sean Connery een beroemde scène van Indiana Jones opnamen:

Cabo de Gata is zó fotogeniek dat er al talloze andere speelfilms zijn opgenomen, vooral enkele van de beroemdste spaghettiwesterns van Sergio Leone met Clint Eastwood (A fistful of dollars, The good, the bad and the ugly, met die historische slotscène in de woestijn van Tabernas), maar ook klassiekers als Lawrence of Arabia, Cleopatra, Patton en James Bond’s Never say never again. Toch is de streek vooral zónder filmsterren en drukte het leukst. In augustus gaat een flink deel van Madrid er op vakantie, maar omdat het er bijna altijd mooi weer is (er valt de minste neerslag van heel Spanje), kun je er de rest van het jaar ook terecht.

De stranden zijn er bijna allemaal bijzonder – er zijn nog enkele maagdelijke baaitjes te vinden, daar waar je wat auto’s plompverloren langs de weg ziet staan loopt meestal een pad naar de zee – en in de dorpjes keer je terug in de tijd, neem je een drankje in een sfeer die je aan de jaren zeventig doet denken, zoals in Las Negras of Agua Amarga, waar ik nooit de verse vis uit zee zal vergeten die ik op mijn bord kreeg terwijl mijn voeten voor het klapstoeltje in het zand staken. Weet niet of die terrasjes aan het strand nog bestaan, trouwens.

Eén van de meest verrassende ervaringen was het bezoek aan het onooglijke dorpje Fernán Pérez, waar we toevallig het park Entorno Natural La Reserva ontdekten. Een soort mini-dierentuin, maar zonder hokken noch tralies, met nauwelijks bezoekers en één opvallende bewoner: de poema Kimba. Toen, halverwege de jaren negentig, konden de kinderen nog met het beestje ravotten, in 2002 bleek Kimba enorm gegroeid. Het Catalaanse echtpaar Josep Magaña en Montse Suárez was de stad Barcelona ooit zat en nestelde zich hier, in Cabo de Gata. Aan publiciteit doen ze nauwelijks, La Reserva heeft geen internetpagina, maar ze overleven er nog altijd. Volgens een recent besluit van de gemeente mag Josep er zelfs een hotel bouwen. Het is het enige dat in al die jaren in Cabo de Gata is veranderd: het is toeristischer geworden, maar verder nog altijd een vergeten uithoek ergens halverwege de Costa Blanca en Costa del Sol.

De heetste dag ooit in Barcelona

Iedereen zucht, steunt, blaast en heeft het erover: het is heet, het lijkt heter dan ooit, dit hebben ze nog nooit meegemaakt. En ze hebben gelijk, de inwoners van Barcelona. Vanmiddag is het warmterecord in de straten van de stad gebroken. De officiële thermometer van Meteocat (de Catalaanse KNMI, zeg maar) in de wijk Raval bereikte even voor half vijf vanmiddag de 39,3 graden. In de stad zelf was het nooit heter geweest dan 38,5º, in augustus van 2003, toen een lange hittegolf voor talloze doden in half Europa zorgde.

De ‘schuld’ van die hitte van vandaag is een stevige bries die afkomstig is uit Noord-Afrika en in zijn vlucht over oost-Spanje steeds verder verhit is. Aan de Costa Blanca kwamen ze boven de 40º vandaag, wat aan zee niet normaal is, omdat het water de luchttemperatuur meestal iets lager houdt dan in het binnenland.

Het absolute record in Barcelona is trouwens een 39,8º van juli 1982, maar dat werd gemeten in het Observatorio Fabra, dat op de Tibidabo ligt en meestal andere waarden registreert dan beneden in de stad zelf gelden. Dus de 39,3 van vandaag is het warmste ooit in het centrum van Barcelona, waar de conciërge van het hotel Majestic ondanks die temperatuur tóch bleef lachen in zijn belachelijk warme en lange jas met stropdas…

Duizelingwekkende entree naar de Picos de Europa

Een goed moment, in deze dagen van zinderende hitte (in Barcelona) of overtollige regenval (Nederland), om naar de Picos de Europa te trekken, één van de wildste gebieden van Spanje. Wild, omdat veel plekken ontoegankelijk zijn, maar ook omdat het massatoerisme er nooit naar toe is getrokken. Het kan er druk zijn in augustus, want ik herinner me het overvolle dorpje Potes, in de streek Cantabrië de ingang voor het oostelijke en centrale deel van de Picos, maar dat is nog niets te vergelijken met veel dorpen aan zee. Bovendien, je zoekt er in de buurt een casa rural, in een nog nauwelijks bewoond dorpje (we zagen er één eenzame, vriendelijke  geitenhoeder), en de rust is volledig. Of je wacht tot september, en ineens is bijna iedereen terug naar huis.

Druk kan het ook zijn in Fuente Dé, dichtbij Potes, waar de spectaculaire ‘toegangspoort’ naar de Picos is. Het meest ijzinwekkende kabelbaantje dat ik ooit heb gezien voert je hier in vier minuten van 700 meter naar 1.450 meter hoogte. De kabel loopt steil omhoog, en de cabine lijkt ongelooflijk nietig tegen een gigantische bergwand van meer dan 700 meter. Omgekeerd moet je niet te veel hoogtevrees hebben als je vanuit die kabelbaan naar beneden wilt kijken.

Prachtige wandeltochten door de bergen daar, tussen de 1.500 en 2.000 meter hoogte en zonder een hoge moeilijkheidsgraad als je er een goede route uitkiest. Voor de echte klimmers is er ook veel te beleven, met talloze toppen van boven de 2.500 meter. Trok zelf eens, totaal onvoorbereid, naar de Peña Vieja, maar aangekomen op een enorme hanenkam met de diepte aan weerszijden en de wind van voren maakte ik wijselijk rechtsomkeer.

Maar je hoeft in Picos de Europa, die tientallen kilometers lang langs de Cantabrische kust (of de Golf van Vizcaye) niet per se de bergen in om het adembenemende landschap te aanschouwen. En je kunt er zo een paar weken rondbrengen, aan de verschillende kanten de bergen in waar de Vuelta a España elk jaar de zwaarste etappe’s heeft liggen; naar het natuurpark rond de Lagos de Enol of Covadonga, bijvoorbeeld. Kleine dorpjes waar de tijd heeft stilgestaan, de doden op grote hoogten rusten, de kleine restaurantjes je de typische forel (trucha) omwikkeld door serrano-ham serveren en de monniken nog in stille kloosters huizen. En ben je de bergen zat, dan ben je binnen een uurtje aan één van de mooie stranden (San Vicente de la Barquera heeft de meeste faam) of in één van de steden, Oviedo, Gijon en Santander, de laatste twee ook met hun eigen witte en brede stranden.

Hittegolf eind augustus

Dit is de komende week de verwachting voor een dorpje in het binnenland van Catalonië, bij Lleida in de buurt. Je zou er nu niet willen wonen, vooral omdat er geen zee in de buurt is, én omdat het deze dagen de warmste steek is, samen trouwens met het achterland van de Costa Brava. Terwijl Nederland de natste augustus sinds tijden krijgt, wordt het hier de warmste augustus sinds 30 jaar, zo hebben de meteorologen al voorspeld. De zon hakt erin, maar we gaan niet klagen, al kom ik net verbrand terug van opname’s voor De Wereld Draait Door (DWDD), waarover volgende week misschien meer. Twee uur in het Olympisch stadion van Montjuïc in de zon gestaan; foutje. En niet gedacht dat ik aan het einde van de zomer nog zo zou verbranden. (Hoop dat ik er op TV een beetje bruin op sta, en niet vuurrood.)

Traditioneel, wordt altijd gezegd, is juli in en rond Barcelona altijd heter dan augustus. Maar omdat de zomer dan meestal al lang duurt heb je in augustus altijd het idee dat het nóg warmer is, ook al omdat de stad leger is, iedereen de schaduw in is gevlucht, of de airco van thuis, de winkel of het kantoor heeft opgezocht. Een schaduw waar het vandaag trouwens aangenaam lunchen was, gewoon een menuutje bij ene Casa Miranda (geen hoerentent, gewoon een stokoud restaurantje in de Eixample), met voorafjes (gazpacho, arroz a la cubana – witte rijst met tomatensaus en een gebakken ei), vlees (churrasco en biefstukje), nagerechte (appel uit de oven, crema catalana), twee biertjes de man, plus elk een koffie, 35,90 euro…

En dat zullen we voorlopig nog minimaal een week kunnen blijven doen. Het wordt zelfs heter, ook hier aan de kust, met een bries uit Afrika.

Negen maanden gegijzeld in de woestijn

Ben benieuwd naar hun verhaal, dat ze, als alles goed gaat, vanavond of morgen kunnen vertellen. Een flinke groep ‘gewone mensen’ (ondernemers, ambtenaren, kantoormedewerkers, brandweermannen etc.) trok vorig jaar in een grote karavaan van 20 vrachtwagens en auto’s vanuit Barcelona naar Marokko, Mauritianië en Senegal om daar allerlei soorten materiële hulp af te leveren, zoals ze al jarenlang deden. Terwijl velen van deze Caravana Solidaria via een satellietverbinding op de radio naar het verslag van een voetbalwedstrijd van FC Barcelona zaten te luisteren, klonken er op 29 november vorig jaar ineens schoten. De drie personen in de laatste auto bleken ontvoerd te zijn, op de ‘grote’ weg die Mauritanië van noord naar zuid doorkruist.

Vandaag kwam er, na negen maanden, een einde aan die gijzeling, uitgevoerd door de ‘afdeling Maghreb’ van al-Qaeda. De vrijlating van een gevangene en zeven miljoen euro was de prijs die de overheden ervoor moesten betalen. De ontvoerde vrouw, rechtbankmedewerkster Alicia Gámez, werd al in maart vrijgelaten, maar wilde nauwelijks iets vertellen om haar collega’s Roque Pascual (een ondernemer én filantroop) en Albert Vilalta (oud-gemeenteambtenaar, nu directeur van een tolweg) niet in gevaar te brengen.

De twee zijn vanmorgen in Burkina Faso aangekomen, een tussenstop op weg naar Spanje, waar hun vrouwen en kinderen (twee pubers de eerste, drie kleintjes de tweede) op hen wachten. Wat is daar thuis gebeurd, die negen maanden, in Santa Coloma de Gramenet en Barcelona? Elke dag de angst dat hun geliefden nooit meer terug zouden komen? (De media beloofden de familie’s met rust te laten en hebben dat altijd gedaan, trouwens.) En daar in de woestijn van Mali, in het noorden boven Gao, in de streek waar de radicale moslims zich sterk hebben gemaakt? Hoe hebben ze daar 267 dagen geleefd, overleefd? En wat ga je doen als je eenmaal terugbent, in Barcelona, de gewone wereld waar eigenlijk nooit iets gebeurt? Nogmaals, ben benieuwd naar hun verhaal…

Toeristen durven weer naar het Baskenland

Mijn eerste bezoek aan het Baskenland was ergens in 1990, voor een interview met de toen redelijk onbekende wielrenner Miguel Indurain; een belofte, zeiden ze. Zal nooit de reis erheen, in een oude Peugeot 505 van de krant, vergeten. Op weg naar Azpeitia moest ik door Tolosa, waar een soort gracht links langs de weg loopt. Een auto haalde een andere net in toen die laatste zijn richtingaanwijzer aan deed: hij ging links de brug over en zag degene die hem inhaalde niet. Botsing en de inhaler vloog door de reling, tien meter lager het droge kanaal in, op zijn kop. Ik stopte, keek, en zag twee bebloede gezichten uit de auto komen… Verder viel het wel mee.

Afijn, lange introductie om een bezoek aan het Baskenland te promoten, in de onregelmatige serie over vakantieplekken in Spanje. Zeer klein landje, trouwens, maar waar je je best een week of langer kunt ophouden: bergen, strand, mooie steden, musea (het Guggenheim, natuurlijk, maar ook de beeldentuin van Chillida in Hernani, heel dichtbij San Sebastian) en héél lekker eten, Euskadi heeft het allemaal. Ken zelf de steden (San Sebastian, Bilbao en Vitoria het best), maar ook de stranden zijn er idyllisch, en als je er ook nog, zoals in Zarautz,  het restaurant van Karlos Arguiñano hebt liggen, kun je twee geneugten combineren. Bovendien zit het agrotoerisme in het Baskenland enorm in de lift, vanwege het prachtige binnenland.

Kortom, het Baskenland is altijd een bezoek waard geweest (zeker als je ook nog een racefiets bij je hebt), maar veel mensen durfden toch nooit te komen. Bang voor de ETA, bang voor bomaanslagen, bang voor het geweld op straat, de kale borroka, van de jeugdbeweging. Onzin, natuurlijk, want de ETA zocht zelf de toeristen wel op als ze die aan het schrikken wilde maken, zoals met de traditionele bommencampagne’s aan de costa’s van de Middellandse Zee. Voor zover ik mij kan herinneren is in Euskadi zelf nog nooit een toerist gewond geraakt of, erger, door een bom of kogel vermoord.

Niettemin, nu de steeds verder onthoofde ETA al meer dan een jaar geen dodelijke aanslag heeft kunnen plegen, zit het toerisme naar het Baskenland weer in de lift. Hetzelfde gebeurde in 2006, tijdens de maandenlange wapenstilstand van de terroristen. Sterker nog, het Baskenland is al zijn toeristenrecords aan het breken: in juli kwamen er 257.133 bezoekers, het hoogste aantal sinds in 1992 werd begonnen met het ‘tellen’ van de toeristen. Het klinkt niet écht veel, maar dát maakt het juist zo leuk: het Baskenland is nog lang niet door de toeristen verpest.

Todos al suelo!

Niemand in Spanje sliep, die eindeloze nacht. Deze dagen worden er voor de zoveelste keer herinneringen opgehaald aan de 23 februari van 1981 – voor eeuwig de 23-F in Spanje -, omdat een filmploeg na lang smeken toestemming heeft gekregen twee dagen lang in het gebouw van het Congres te draaien. Het moet de eerste heuse speelfilm over die 23-F worden, de poging tot een staatsgreep geleid door luitenant-kolonel Antonio Tejero van de Guardia Civil, de beroemdste snor uit de moderne Spaanse geschiedenis. “Todos al suelo!” schreeuwde hij. Allemaal op de grond!

De film moet natuurlijk precies op 23 februari volgend jaar, 30 jaar na die golpe de estado, in première gaan. Het is trouwens voor het eerst dat er in het Spaanse parlement gedraaid mag worden.

De camera’s waren die beruchte dag óók aanwezig, maar dat waren vaste, onbemande televisiecamera’s die alle zittingen automatisch opnamen. Gelukkig, want daardoor kon de wereld al heel snel de prachtige beelden zien. Prachtig, omdat die staatsgreep uiteindelijk mislukte en deze mooie minuten in het congres later meer op een poppenkast leken. Mooi om de reactie van de parlementariërs ook te zien. Als de agenten beginnen te schieten, schuilen alleen premier Adolfo Suárez en vicepremier Manuel Gutiérrez Mellado niet. De laatste was zélf militair, zijn hele leven geweest, maar bewees die dag dat het democratische proces, ruim vijf jaar eerder na de dood van Franco ingezet, onomkeerbaar was. De bijna 60-jarige Mellado stond zelfs van zijn bank op om de militairen tot de orde te roepen; zij op hun beurt probeerden tevergeefs hem op de grond te krijgen.

Historisch ook, aan het einde van bovenstaande video, de toespraak van de koning, die in vol ornaat zei de democratie te steunen. Het was het begin van het einde van de coup, die door een ‘witte olifant’ op de achtergrond werd geleid. Er is veel gespeculeerd over diens identiteit, zijn veel boeken over geschreven, maar de meest geprezen is Anatomía de un instante van Javier Cercas, waarvan (nog) geen Nederlandse vertaling voorhanden is.