Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Bloemen van Hesp

Toen ik de naam voor het eerst zag en opschreef, dacht ik: wat een gekke naam voor een bloemist, maar ik stond er verder niet bij stil. Tot ik er deze week even terugkwam. De kruising van de straten Padilla en Mallorca in Barcelona is al maanden een enorme bouwput. Eronder wordt de tunnel gegraven die de hogesnelheidstrein van Sants naar Sagrera, de twee grote stations, moet brengen. De tunnelboor, trouwens, is op 50 meter van de fundamenten van de Sagrada Familia gearriveerd, het meest verwachte en gevreesde moment. Hij is de Paus, die op 7 november komt om van de tempel van Gaudí officieel een basiliek te maken, een maand voor.

In de bouwput van Padilla-Mallorca heeft de 100 meter lange boor, met een diameter van 12 meter, een paar weken uitgerust. De buren zijn er gek van geworden. Amalia, die de bloemen verkoopt, kijkt al acht maanden tegen de dranghekken aan, hoort 24 uur per dag de herrie van een immens bouwproject. In een eerste kroniek schreef ik over haar, had ik het over ‘de bloemen van Hesp’. Vond ze wel mooi, ze gaat de naam Floristeria Hesp veranderen in Flores de Hesp. Maar dat Hesp, vroeg ik haar, waar komt dat vandaan? Nou, zei ze, “FC Barcelona had ooit een Nederlandse keeper die Hesp heette, en dat leek me zo’n aardige jongen dat ik mijn winkel naar hem heb genoemd.” Bloemen van Hesp. Wat een onverwacht eerbetoon voor iemand uit Abcoude die, inderdaad, altijd voor iedereen open stond en ook nog eens drie jaar lang het doel van Barça uitstekend verdedigde. Naar Bogarde, Cocu, Overmars en De Boertjes hebben ze hier nog geen winkel of bar vernoemd.

De grenzen van de vertaalmachine

Het was gisteren San Jerónimo. Verder nooit bij stilgestaan, maar daardoor is 30 september de internationale Dag van de Vertaler. San Jerónimo, Hiëronymus van Stridon in het Nederlands, was degene die de Bijbel van het Hebreeuws en Grieks in het Latijn vertaalde, meer dus een martelaar dan een vertaler. Om ‘hun’ dag te vieren kwamen wat vertalers gisteravond bijeen op de immer prachtige Plaça del Rei, de kleine oase van rust aan de achterkant van de kathedraal, waar de straten doodlopen en het dus niet zo druk is als aan de voorkant. Het is ook een geliefde plek voor intieme concerten.

‘Vertalen is menselijk’ was het thema van de dag. Hóe menselijk, dat bewezen de vertalers – wat natuurlijk een hondenbaan is; ik zou het niet kunnen, ben veel langer bezig met iets vanuit het Nederlands in het Spaans te vertalen dan het direct in het Spaans op te schrijven – met een ludiek gebruik van de vertaalmachine van google. Een instrument dat waanzinnig veel wordt gebruikt en je een idee kan geven waar een totaal onbegrijpelijke buitenlandse tekst over gaat, maar mooi en netjes vertaald is het natuurlijk niet.

Dus namen de vertalers een Spaans fragment uit Don Quichote en een Catalaans uit het Quadern Gris van Josep Pla en gooiden het via google door verschillende talen alvorens weer bij het oorspronkelijke Spaans en Catalaans terug te komen. Nou ja, oorspronkelijk – de tekst was natuurlijk al behoorlijk verkracht nadat het via het Georgisch, Engels, Chinees, Baskisch en Italiaans in het Nederlands terecht was gekomen. Dit was dat Nederlands: “Don Quichote is niet een eenvoudige front-end hier, dit is de reden waarom de lach was waarschijnlijk klagen, zei dat hij niet wil of niet, de Doelpunten tegen de Ridders sinds eerder gezien. Sancho vroeg hem herinnerd, dit keer om te eten. Hij reageerde niet op de leraar, hij wilde eten. staat zijn om hun toestemming om zijn zadeltas en het Beest, ter ondersteuning van haar stelling te halen om te joggen op te lossen, en het eten in uw regio Sancho”.

Tja. Wel prachtig die Doelpunten tegen de Ridders die niet eerder zijn gezien. Is het voetbal toch eerder uitgevonden dan we dachten.

Staking: wat ligt er plat, en wat niet?

Geen goeie dag om met het vliegtuig naar Barcelona te komen.  29-S is de dag van de langverwachte algemene staking, de eerste die premier Zapatero in zes jaar voor zijn crisiskauwende kiezen krijgt. Áls het vliegtuig al heeft kunnen vliegen en op El Prat is geland, dan moet je nog in de stad zien te komen, en dat wordt een lange wandeling als je niet iemand hebt die je ophaalt. (Het zijn trouwens vooral  de Spaanse maatschappijen die last van de staking hebben; de eerste Transavia-vlucht is om 8.17 gewoon geland, maar dat is wel één van de slechts 20% van de vluchten die normaal zullen worden uitgevoerd; KLM vliegt vandaag niet op Barcelona…) Vanaf 9.45 rijden er in en rond Barcelona geen bussen en treinen meer (dat zal tot 17 uur en vanaf 20 uur zo blijven/zijn) en de piketten zorgen er bij de terminals voor dat geen taxichauffeur, óók niet degenen die wél zijn gaan werken, passagiers oppikt. In het verleden zorgde dat nog wel eens voor incidenten.

Spanje is vanochtend met de staking tegen de hervormingen van de arbeidsmarkt en -wetten opgestaan zonder te weten hoeveel mensen die oproep van de vakbonden precies zouden volgen. Nergens in Europa zijn de vakbonden (de socialistische UGT en de oud-communistische CCOO) zo machtig als in Spanje en is het, bijvoorbeeld, zó moeilijk om mensen te ontslaan, maar in deze tijden van crisis wil niet iedereen meer naar de bonden luisteren. Mensen kunnen zelfs het salaris van deze ene dag niet missen. “Ik ben het eens met de staking, maar doe zelf niet mee,” was deze dagen het meest gehoorde argument. Niettemin kúnnen zij vandaag gewoon niet werken, zeker niet bij de grote bedrijven uit de industrie, bouw en het transport, omdat de piketten de toegangen tot de bedrijven en bedrijfsterreinen hebben geblokkeerd.

De meeste winkels lijken wel te openen vandaag, al zijn er soms geen verse producten omdat de toegangen tot de grote distributiemarkten, zoals Mercabarna, zijn versperd. Sommige radiostations zenden alleen muziek uit en de voetbalwedstrijd van Valencia wordt vanavond op TV zonder commentaar uitgezonden. Zo zullen in de loop van de dag nog talloze anecdotes opduiken.

Barcelona in het Spaans en Catalaans

Voor degenen die er geen genoeg van kunnen krijgen, én het Spaans machtig zijn (of willen leren, waarom niet?), én het nog altijd weigeren El Periódico voor 1,20 euro te kopen, óf naar de website www.elperiodico.com te gaan: vandaag het internet op gegaan met een nieuw blog, Hoy, en Barcelona. In het Spaans, binnenkort ook in het Catalaans: Avui, a Barcelona. Geen extra werk: het zijn de kronieken over deze machtige stad die ik sinds begin deze maand drie keer per week voor de krant schrijf en ook deels voor Het Barcelona-gevoel gebruik. Een dag later, of twee, op deze nieuwe blogs te lezen.

Betoverend licht

Beter laat dan nooit, nog een klein beetje Mercè-feesten. De magie van het licht, bijvoorbeeld. Het bleek één van de grootste, onverwachte successen van het stadsfeest: je zet een paar lasers bij de ingang van het Ciutadella-park, stopt er wat indringende muziek met flinke bas-tonen onder en iedereen wordt er door ‘gepakt’, opgesloten in wissellende kolommen en spiralen van gekleurd licht, en dat onder een aangename hemel die op de vier feestdagen geen enkel druppeltje op de fiesta liet neerdalen.

Vooral de jongsten en wij, de wat ouderen, die nog niet of niet meer in hypermoderne disco’s komen, laten ons verleiden door die twee minuten van betovering. Hoe eenvoudig een feestje te bouwen is.

Maar aan elk feestje komt een einde, voor de één wat later dan voor de ander. Dit, op de foto, is de metro van Barcelona zondagmorgen om tien over vijf. Afgeladen met bezoekrs die van de verschillende concerten en feesten in de stad kwamen, op weg naar huis. De metro was 91 uur onafgebroken geopend en vervoerde in die tijd een record van 3,5 miljoen passagiers – record van zo’n lang weekeinde, want op werkdagen stappen er dagelijks al meer dan een miljoen mensen in. Vind dat zo’n metro eigenlijk altijd 24 uur lang open zou moeten zijn; zou heel wat dronkelappen van de weg houden. Nu is hij doordeweeks van 24 tot 5 uur gesloten en op zaterdag van 1 tot 5 uur. Met zo’n ‘feestmetro’ loop je trouwens wel enig risico op dit soort beelden: een stevige roze-kleurige massa kots op de vloer, waar andere jongeren trouwens gewoon met hun sandaaltjes in gaan zitten… De stank was onhoudbaar, maar om die tijd in de nacht schijnt dat niemand te deren.

Dacht trouwens  dat in andere grote steden van Europa die metro wel onafgebroken reed, maar zelfs in Londen en Parijs gaan ’s nachts de ‘tube’s’ op slot en kun je je nog alleen met nachtbussen en taxi’s door de stad verplaatsen als je zelf niet in de auto, op de motor of op de fiets wilt stappen.

Het is feest in Barcelona

De stad is vrolijk deze dagen, heeft geen zin om te werken. Vrijdag was een vrije dag in Barcelona, stadsheilige Mercè was jarig, en drie, vier dagen lang is het feest. Mooi weer ook gisteren en vandaag, dat maakt het altijd leuker. Je moet het eigenlijk zelf meemaken, dus voor buitenlui eens een Barcelona-reis rond de 24ste september boeken. Muziek, theater, wijnproeverijen, herrie, traditie… alles is te vinden. Veel voor kinderen ook. Op dit moment, zaterdagavond, is de hete Correfoc bezig, een helletocht vol vuurspuwende duivels. Morgen het grote afsluitende vuurwerk, en de belachelijk druk bezochte Festa del Cel, met stoere straaljagers in de lucht; zelfs eentje in het oranje, van de Nederlandse luchtmacht. Hoop niet dat-ie wraak voor de WK-finale gaat nemen.

Stierenvechten mag niet, stieren pesten wel

Als je het voor de eerste keer meemaakt heeft het iets betoverends. Mijn ‘doop’ was ergens in 1982, in een minuscuul Andalusisch dorpje dat La Campana heet. Iets verderop, bij Lora del Rio (de rivier is de Guadalquivir), grazen de beruchte stieren van Miura, één van de beroemdste fokkers van Spanje; stieren die altijd voor de meeste bloedige dag bij de stierenrennen in Pamplona zorgen. Maar die liepen daar niet, in de geïmproviseerde arena van La Campana. Daar deden ze het met vaquillas, jonge koeien met flinke horens. Als jong jochie van het dorp moet je even zo’n koe uitdagen wil je er bij horen.

Ook in Catalonië hebben ze dit soort stierenfeesten nog, de correbous. In verschillende vormen. Dat uitdagen in een kleine arena, maar ook minder estethische uitvoeringen als de stier maximaal 20 minuten (meer mag niet, van de wet) met brandende fakkels op zijn horens te laten rondlopen of hem te water laten. Twee maanden geleden verbood Catalonië officieel het stierenvechten, maar vandaag ‘blindeerde’ datzelfde parlement de ‘eigen’ correbous, zodat zij niet na een dierenebeschermers-campagne verboden kunnen wordenHypocriet, volgens velen; een beslissing die bevestigt dat het verbod op stierenvechten niet uit liefde voor de dieren was, maar een politiek, nationalistisch gebaar tegen Spanje en zijn tradities.

Want waarom het ene verbieden en het andere als nationale traditie verdedigen? Toch vind ik ook er een groot verschil: hier wordt geen stier vreselijk mishandeld, stevig in zijn rug gestoken en daarna doodgestoken. Écht leuk is het allemaal niet, want je kunt die dieren ook met rust laten, maar als je een dag met een stierenfokker doorbrengt, krijg je ook begrip voor hun kant van het verhaal. De jonge Paco, uit Amposta, heeft er zo’n honderd. Zijn familie, Margalef, begon er al in 1891 mee, met het fokken. Hij houdt van zijn stieren en koeien en allerlei dorpen, tot ver bij Valencia, huren zijn beesten in. Sommige koeien doen het fantastisch, krijgen prijzen, en worden daarna ook in andere dorpen gevraagd. Want, anders dan de vechtstieren, kunnen zij wel op herhaling, jarenlang. Paco wil ze niet te veel vermoeien, heeft 65 koeien en stieren die in actie kunnen komen. Rijk wordt hij er niet van, dus heeft hij een kleine arena gebouwd waar hij in de toekomst toeristen uit bijvoorbeeld Salou, op een half uurtje rijden, kan vermaken. Bijna al die correbous vinden plaats in wat we hier als de Terres de l’Ebre kennen, de dorpen rond de Ebro, die in juli en augustus hun dorpsfeesten houden. En een feest zonder koeien en stieren, ofwel bous, dat is hier geen feest.

Hoe een Japanner ‘churros’ eet

Heb ze zelf al lang niet gegeten, maar alle herinneringen aan warme ochtenden in Zuid-Spanje met churros en een kom dikke chocolademelk/saus kwamen ineens weer boven, zojuist op de druilerige Via Laietana. Een zaakje van niks, ergens tussen de kathedraal en het Palau de la Música in, dus een redelijke toeristische route. Zag twee toeristen nieuwsgierig giechelend de churros tot zich nemen. Ik noem ze Japanners in de kop, maar daar kan ik niet helemaal voor in staan, want ik heb ze niet gevraagd waar ze vandaan komen. Ongetwijfeld stond in hun zeer complete reisgids dat ze bij een bezoek aan Spanje de ‘traditionele lekkernij’ van churros eens moesten proeven.

Veel van de traditionele zaakjes waar mannen en vrouwen churros en, bijvoorbeeld, zelfgemaakte chips bereiden bestaan niet meer, zijn door modernere eetgelegenheden verdrongen. Maar een churros-kraam is nog wel altijd een vaste bezoeker van kermissen en andere feestelijkheden.

De churros werden in Nederland ooit een beetje beroemd toen Ajax een Europa-Cupwedstrijd tegen Atlético Madrid speelde. De histrionische voorzitter Jesus Gil y Gil, inmiddels overleden, stond versteld van het grote aantal zwarte spelers bij de rivaal. “Dat leek Congo wel, met alle respect. Keek je naar één kant, zag je drie zwarten warmlopen, keek je naar de andere kant, nog eens vijf, en in het veld weer vier…”  Toen kwam zijn historische zin over de churros: “Er kwamen zwarten van alle kanten, alsof ze uit een máquina de churros kwamen.” Groot nieuws, natuurlijk, dat soort discriminerende opmerkingen, maar hoe vertaal je als correspondent voor de Nederlandse media in godsnaam een máquina de churros? De persbureau’s kwamen met een ‘oliebollenmachine’, en die naam is altijd zo gebleven. Maar churros zijn natuurlijk geen oliebollen.

Voor degenen die ze nog nooit hebben geproefd: het zijn lange slierten deeg die vanuit zo’n machine direct de hete olie (meestal zonnebloemolie) in worden gedraaid, binnen enkele seconden gebakken op een bordje worden gelegd en een flink lading suiker over zich heen gegoten krijgen. Lekker vet, je kunt blíjven eten als je er eenmaal aan begonnen bent, maar de gevolgen, zo’n volle, gistende maag, zal je uren later nog steeds merken.

Waarom een wijkje Plus Ultra heet

Het mooie van het leven van stadschroniqueur is dat je bijna elke dag weer nieuwe dingen leert. Kwam vandaag terecht in een wijkje dat Plus Ultra heet. Nou ja, wijkje, drie straten met alledrie opvallende namen van drie vliegeniers, Aviadores geheten. Eentje ervan is Aviador Franco, en dat was de broer van de dictator; maar hij was een republikein en kwam al om het leven nog voordat zijn broer de Burgeroorlog had gewonnen. De drie waren de eersten die met een Spaans vliegtuig de Atlantische Oceaan overstaken, naar Argentinië. Dat was in 1925, twee jaar eerder dan dat Lindbergh het in zijn eentje deed en vier jaar nadat enkele Portugezen hen voor waren geweest. Hun vliegtuig heette Plus Ultra, een latijns begrip dat ‘steeds verder’ betekent en altijd een wapenspreuk van Spanje is geweest. Más allá, noemen ze dat hier.

De bescheiden huisjes in Plus Ultra werden rond diezelfde tijd gebouwd, dus had toen iemand het idee die helden met drie straatjes te eren; voor de boordwerktuigkundige was er trouwens geen straat meer over.

Dit weekeinde was het ‘dorpsfeest’ van Plus Ultra, met als hoogtepunt het druiven trappen door de kinderen uit de wijk. Want ooit stonden hier, op de flanken van de Montjuïc, huise wijnranken waar lokale wijn van werd gemaakt. Nu ligt Plus Ultra ingeklemd tussen hoge flats in een voor velen vergeten deel van Barcelona, aan de rand van de Zona Franca, waar je ook andere historische wijkjes als Can Clos en El Polvorí kunt vinden en huisjes kunt aantreffen die je in de stad niet meer verwacht.

De monddode Guardia Civil

Vandaag gingen 20.000 agenten van de Guardia Civil in Madrid de straat op om te protesteren tegen hun belabberde werkomstandigheden, hun lage salarissen en het strenge regime waaraan zij worden onderworpen. Geen geliefd korps, die mannen met hun vreemde tricornio, dat driepuntige hoofddeksel dat, hoe lachwekkend het ook lijkt, vroeger enorme angst en respect inboezemde. Haat ook, natuurlijk. Maar uiteindelijk zijn het ook mensen, en als zodanig hebben zij één van de minst prettige baantjes die er in Spanje bestaan; niet voor niets zijn meestal vader én zoon (en nu ook dochter) Guardia Civil, krijg je dat via de familie mee, ook al omdat veel van hen in speciale kazernes wonen met hun gezin.

Maar ze mogen niks. Vooral niet praten. Anders dan andere politiekorpsen mogen de agenten van de paramilitaire Guardia Civil geen vakbond hebben. Elk openbaar protest wordt gestraft met cel of tijdelijke ontzegging van het loon. Daarom is het ook uniek dat die 20.000 vandaag de straat op gingen. De rechter had hen toestemming gegeven, dus durfden er veel nu wel, al zullen sommigen flink op hun flikker krijgen wanneer hun meerderen hen op foto’s in de krant zien.

Ik heb het twee keer meegemaakt, die achterlijke structuur van de Benemérita, die trouwens voortreffelijke, zeer gespecialiseerde agenten heeft die ook humanitaire missie’s in het buitenland uitvoeren. Heel lang geleden maakte ik een verhaal over een toenmalige dodenweg bij Sitges. Een verkeersagent liet me in de kazerne in Vilanova i la Geltrú de statistieken van de talloze ongelukken zien, plus de brief die de Guardia Civil naar de overheid had gestuurd om te vragen de weg eens te verbeteren. Een maand later belde hij me op: hij was drie maanden geschorst, zonder salaris ook, omdat hij mij die documenten had laten zien.

Jaren later: het lukte me op het vliegveld van Barcelona de belabberde controles te omzeilen en zonder instapkaart in een vliegtuig naar Lissabon terecht te komen. Groot schandaal toen dat in de krant kwam. Een agent van de Guardia Civil belde me op, hij wilde me ontmoeten op een geheime plaats, het kantoortje van de illegale vakbond die ze hadden. Dacht dat ze boos op me waren, dat ze flinke straf hadden gekregen om het falen van die controle. Maar ze waren dolblij, nu konden ze eindelijk uitleggen wat een kolerezooi het op het vliegveld was, met een autoritaire chef, patrouillewagens die het niet deden en talloze ziekmeldingen. Nieuw verhaal dus. Maar ik zou nooit mogen zeggen, vroegen ze me, waar ik hen had ontmoet en wie zij waren.