Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

De Sagrada Familia is niet ingestort

Natuurlijk, je weet het nooit met zo’n tunnel. Jaren geleden hoorde ik voor een leek vrij overtuigende verhalen van ingenieurs over de tunnels die in Europese steden onder hun leiding werden gebouwd. Eentje van de TU uit Delft had het over de Noord-Zuidlijn in Amsterdam, met prachtige plaatjes op een powerpoint over hoeveel voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen er waren genomen. Een jaar later begonnen de monumentale huizen aan de Vijzelstraat in te zakken. Tja. Een ander, een Duitser, had het over de metrotunnel onder Köln, dwars onder de binnenstad door. Alles was onder controle, de Dom kwam niet in gevaar. Tot ineens het gehele Rijksarchief instortte en een deel van de onschatbare collectie verloren ging.

En die mannen kwamen hier om de mensen gerust te stellen: er worden zóveel tunnels gebouwd in de wereld, en er gebeurt (bijna) nooit wat. Toch heeft de leiding van de Sagrada Familia tot het einde gevochten om de tunnelboor van de hogesnelheidstrein naar Frankrijk, de AVE, ver van de kathedraal te houden in plaats van onder de straat Mallorca door, die precies loopt voor wat de hoofdingang van de kerk moeten worden, de Porta de la Glòria. De kathedraal kon instorten, zo klonk het alarmerend; iets wat sommige Barcelonezen trouwens zouden toejuichen. Uiteindelijk matigde de kerkleiding de toon: er zou wat Gaudiaans mozaïek in de torens kunnen scheuren.

Maar de route werd natuurlijk niet meer verlegd. Wel werden er allerlei extra maatregelen getroffen, zoals op de uitmuntende bijgaande grafiek van de Sagrada Familia te zien is: een ondergrondse wand van 40 meter diep, honderden meetstations die elke beweging op straat en in gevels zouden constateren, etcetera. Uiteindelijk is het asfalt van de straat Mallorca 1 milimeter verzakt; binnen de verwachtingen.

Afgelopen weekeinde liet de tunnelboor de Sagrada Familia achter zich, op weg naar de Pedrera, een ander monument van Gaudí. De Paus kan rustig komen. Hij wijdt op 7 november de kathedraal officieel in, bijna 130 jaar na het begin van de bouw.

Orde in de chaos der standbeelden

Het is altijd al druk op de Rambla, het altijd kloppende toeristische hart van de stad, maar soms is er helemaal geen doorkomen aan. Dan blijven groepen toeristen ineens rijen dik staan, maken ze foto’s, lachen en schreeuwen ze en belemmeren ze de doorgang voor de rest van de 78 miljoen mensen die jaarlijks over de Rambla flaneren.

Levende standbeelden van allerlei pluimage blijken een massale aantrekkingskracht op toeristen uit te oefenen, al zitten sommigen er bedroevend stil bij. De concurrentie is er hard, de leuksten verdienen het meeste geld. Ooit begon het met een soort mimespelers die urenlang doodstil konden zitten om de passanten in verwarring te brengen. Echt of niet echt?

Inmiddels is het circus van menselijke standbeelden in Barcelona uitgegroeid tot een soort pretpark waarin alles geoorloofd is. Er kwamen imitatoren van voetballers als Ronaldinho en Messi, schietende cowboys, lachende fruitschalen, huilende baby’s en  aangstaanjagende filmmonsters. Gisteren stonden er vijf van hen op een rij, op een strookje van nog geen vijftien meter, van een droeve Charles Chaplin tot een gouden engel.

“We moeten grenzen stellen aan het aantal standbeelden. Bovendien zullen ze aan enkele minimale artistieke criteria moeten voldoen,” maakte onlangs wethoudster Assumpta Escarp van Barcelona bekend. De gemeente komt in actie op verzoek van groeperingen als de Vrienden van de Rambla, verontruste winkeliers en omwonenden die al jaren protesteren tegen de verloedering van de ruim een kilometer lange promenade.

Volgens hen is het toerisme dat er komt steeds ‘goedkoper’ en slechte en lelijke standbeelden dragen niet bij aan het esthetische herstel, dat dit voorjaar is begonnen door het verwijderen van veel van de dierenkiosken waar beestjes de hele dag lang in kleine kooien te koop werden aangeboden.

De gemeente heeft nu besloten het aantal standbeelden tot 15 te beperken, de helft van het aantal dat zich nu meestal op de boulevard posteert. Bovendien mogen ze er niet te lang staan en worden er twee shifts ingevoerd, van tien uur ‘s morgens tot vier uur ‘s middags en een tweede tot tien uur ‘s avonds. Maatregelen waar de beelden het, natuurlijk, niet mee eens zijn.

We vinden het prima dat er een beetje orde wordt geschept, want de laatste jaren doet iedereen zich maar als standbeeld voor, zonder veel aan zijn of haar creatie te werken,” zeggen de Italianen Elena en Teodoro, die al tien jaar op de Rambla staan. Het echtpaar zit, van top tot teen geverfd, op oude opoefietsen en werkt zo’n tien uur per dag.

“Zes uur is veel te kort, dan verdien je niet genoeg,” zegt Teodoro. “En als je de avonddienst hebt, ben je slecht uit, want als het geen zomer is is er vanaf zeven uur niets meer te verdienen.” Ze moeten nu officieel bij de gemeente om een vergunning vragen, en daarbij ook een curriculum inleveren. “Ze willen dat je ervaring in het theater hebt, bijvoorbeeld. En onze tien jaar ervaring hier dan?”

Over berovingen gesproken

Het is wel om een beetje moe van te worden. Zelf ben ik in Barcelona nog nooit gerold of bestolen, althans waar ik zelf bij was. Eén keer een opengebroken kofferbak, waarin toen net een oude Pentax-camera lag; alsof ze het wisten. Verder ben ik alleen ooit gerold in Zandvoort, in de drukte van een Formule 1-race die daar in de prehistorie nog werd verreden. Maar in Barcelona doe je niet anders dan anderen waarschuwen, ook al omdat zoveel mensen nog zo nonchalant hun spullen ergens neerleggen en denken dat ze die uren later gewoon weer op dezelfde plaats zullen terugvinden.

Maar hoe snel en onopgemerkt de dieven kunnen zijn, of hoe onoplettend we zelf soms zijn, ontdekte ik gisteren weer eens. Ik was op het strand van de Barceloneta bezig met een kroniek over Jordi, de zoon van een fotograaf die een zaakje, Locals, is begonnen voor surfers. Daar kunnen ze hun spullen veilig achterlaten voordat ze de golven in gaan. Hij heeft ook een mooie website voor surfers die willen weten of er in Barcelona, Sitges of El Masnou wel golven zijn. “Ik heb zo vaak een surfer op straat in zijn pak voorbij zien lopen, omdat alles gejat was terwijl hij op zee was…” zei Jordi me. En terwijl ik naar hem keek, in de golven, zat op twee meter achter me één van de bekende rovertjes van de Barceloneta de tassen van twee andere surfers leeg te halen. Die zagen dat gelukkig en Mickey en Carlos vlogen snel het water uit om de dief bij zijn lurven te grijpen en een flinke duw te verkopen. “Ik ben het zó zat,” zei de één. En dat zijn we allemaal. Niks is veilig meer, je wordt er soms paranoïde van. Gewoon nooit meer wat bij je hebben, dat is het veiligst. Had ik meestal de portemonnee achter de broekriem bij mijn ballen zitten, nu ga ik de stad in met wat los geld en verder helemaal niets…

Eén op de drie Japanners wordt gerold

Dat Barcelona het grootste zakkenrollersparadijs op aarde is tonen elk jaar verschillende enquêtes weer aan, maar de cijfers die het persbureau Europa Press vandaag geeft zijn spectaculair. Sommigen lijken zelfs onwaarschijnlijk, maar als je regelmatig in de metro reist weet je dat ze best eens waar kunnen zijn. Het persbureau heeft statistieken van de buitenlandse consulaten in Barcelona gekregen, waar het personeel knettergek wordt van elle noodpaspoorten en andere papieren die het elke dag aan beroofde landgenoten moet afgeven. Veel Nederlanders (meer dan 10% van de toeristen die hier komen) zijn slachtoffer geworden, maar het lijkt dat de Japanners de kroon spannen: 30% van de toeristen uit Japan die Barcelona bezoekt wordt beroofd in de stad…  De Amerikanen doen het ook niet slecht; ze zijn lang niet de grootste groep toeristen die hier komen – de meesten zijn er slechts een dag voordat zij op het cruiseschip stappen – maar hun consulaat heeft in de eerste acht maanden van het jaar al 786 nieuwe paspoorten moeten uitdelen, zo’n honderd per maand. Duitsland zit al op meer dan 1.200. En van de Nieuwzeelanders die in Spanje worden beroofd, overkomt 80% dat in Barcelona. En de werkelijke aantallen, zeggen de consulaten, zullen nog wel hoger liggen.

Dat van die Japanners heeft natuurlijk een reden: zij lopen altijd over straat alsof ze denken dat niemand in de wereld slecht is. In hun oneindige naïviteit leuren ze met mooie camera’s en laten ze hun tasjes halfopen op de rug bungelen terwijl ze aan voorbijgangers de weg vragen. Wij, de inwoners van Barcelona, kunnen de zakkenrollers inmiddels eenvoudig herkennen. Niet per se vanwege hun afkomst, maar door de manier waarop zij kijken, hóe zij zogenaamd onopvallend naar de bezittingen van die nietsvermoedende toeristen gluren, en hoe zij bepaalde groepjes vormen die voortdurend met elkaar in contact staan. Japanners zien dat misschien niet, en je wordt er als toerist wel een beetje moe van als je tijdens je vrolijke uitstapje naar een mooie stad voortdurend alert moet zijn. Toeristen zijn gewoon niet alert, nooit. En de Barcelonezen zijn het zat die toeristen voor de zakkenrollers te waarschuwen, want dan riskeren ze bovendien ook nog eens een fysieke confrontatie met de dieven.

Die dubieuze faam van Barcelona verspreidt zich nu ook via Facebook: sinds maart bestaat er een groep, I know someone who got robbed in Barcelona, die inmiddels meer dan 1.800 ‘vrienden’ heeft en waarin mensen vertellen hoe ze beroofd zijn en tips geven hoe je dat kunt aangeven zonder voor een tafeltje met niet-Engels sprekende politieagenten in de rij te hoeven staan: je kunt op dit formulier op de website van de Mossos d’Esquadra alles invullen en dat papier dan op een politiebureau afgeven.

In het water gevallen…

Lang weekeinde in Spanje, één van de zovelen. Deze heet de Puente del Pilar; Pilar is de beschermheilige van Zaragoza, maar de 12e oktober is een feestdag in heel Spanje. Sterker nog, het is de nationale feestdag, al merk je van dat ‘nationale’ in dit eeuwig verdeelde land niet veel. Die 12e oktober is niet gekozen om die heilige dame Pilar, maar omdat rond die dag Columbus Amerika zou hebben ontdekt. De dag wordt ook wel die van de Hispanidad genoemd.

Afijn, veel mensen benutten zo’n lang weekeinde om erop uit te trekken. Degenen die naar Amsterdam, Londen of Parijs zijn getrokken hebben het geloof ik beter gehad dan zij die nog een nazomer aan de Catalaanse costa wilden meepikken.

Stevige buien hebben voor meer dan 150 milimeter regen op veel plaatsen gezorgd en vandaag kwam daar een stevige maritieme storm bij, met golven van meer dan acht meter in de buurt van Roses. Een grauw Barcelona is deze dagen slechts een paradijs voor surfers. Morgen – dinsdag – wordt het de hel op de Balearen, waar volgens de voorspellingen een ‘bijna tropische storm’ de kust en het land zal teisteren.

Ik heb altijd al gevonden dat deze lange weekeinden de beste dagen zijn om gewoon te blijven werken.

Toen Barcelona nog een stadscamping had

Dagelijks zitten er toeristen in treinen en bussen van en naar Barcelona die ergens aan de kust op een camping staan. Maar ze zitten wel steeds verder weg van de stad, sinds bijna alle campings in de buurt van Barcelona zijn gesloten. De minst bekende, maar wel het dichtste bij het centrum, was camping Barcino. Ik kan me nog goed de reuzeletters herinneren die op de witte muur aan de straat stonden geverfd. Het was een vreemde plaats voor een camping, aan de N-340, de oude zuidelijke uitvalsweg van de stad (toen er nog geen snelwegen waren), op de grens van de voorsteden l’Hospitalet en Esplugues de Llobregat bij wat nu de Carretera de Collblanc heet. Buurten waarin normaal nooit buitenlandse toeristen zouden komen. Barcino moet tot het einde van de jaren zeventig hebben bestaan. Vandaag, ter gelegenheid van de opening van de grote caravan- en kampeerbeurs die tot en met volgend weekeinde in Barcelona wordt gehouden, ging ik op zoek naar de laatste sporen van die stadscamping. Manolo, een buurtbewoner die ik in de kroeg aansprak, had thuis nog een foto van (een deel van) die witte muur liggen. En op internet zag ik de oude ansichtkaart, uit 1964, die een Parijzenaar via eBay voor één euro te koop aanbiedt.

Maar Barcino is niet de enige camping die in de buurt van de stad is verdwenen. De weg naar Castelldefels was een paradijs voor de kamperende Barcelona-gangers met maar liefst zeven campings, die ook nog allemaal aan het strand lagen. Veel Nederlanders zullen zich de zomers nog herinneren op campings met namen als La Tortuga Ligera (de lichte schildpad), La Ballena Alegre (de vrolijke walvis) en El Toro Bravo (de dappere stier), beesten die natuurlijk groot op de borden aan de Autovía werden afgebeeld. De andere campings, die eveneens zijn verdwenen (bijna allemaal door de uitbreiding van het vliegveld), heetten Cala Gogo, Albatros en Filipinas, en aan de overkant lag een preparkje dat zich El Cocodrilo Llorón (de huilende krokodil) noemde. Nu is er nog slechts één openbare camping over, Tres Estrellas in Gavà (de andere, Estrella de Mar, is van en voor leden), en ligt aan de noordkant van Barcelona op 15 kilometer El Masnou, een piepkleine camping in dezelfde plaats. Beide zijn in de zomer snel en vaak vol…

Honkvaste Spaanse jongeren

Zojuist m’n zoon (17) in Londen afgeleverd voor, hoop ik, een jaartje Engels leren. En over twee weken vertrekt m’n dochter (20) voor enkele maanden naar Nepal. Vermoedelijk zullen ze wel weer thuis terugkeren, maar het is in ieder geval een eerste indicatie dat ze ook een beetje Nederlandse genen in hun Spaanse bloed hebben en het is de eerste stap om te voorkomen wat het grootste deel van de Spaanse jeugd overkomt. Vandaag werden er weer eens wat cijfers bekend: 86% van de Spaanse jongeren tussen 18 en 24 jaar woont nog thuis. Veel van hen studeren nog, een andere grote groep is werkloos, en hier is het niet, zoals in Nederland, een gewoonte om op kamers te gaan wonen. Die zijn er weinig, en zijn heel duur, net als de rest van de woningen. En thuis is ook wel gemakkelijk, vooral voor de was en het eten. (Opvallende cijfers uit Nederland, trouwens: van de 18-24-jarigen woont nog 72% van de jongens thuis maar slechts 55% van de meisjes.)

In de groep tussen 25 en 34 jaar woont in Spanje nog altijd ruim 35% thuis, 30% van de meiden en 41% van de jongens. (Nederland: 3% respectievelijk 12%.) En van al die Spaanse jonge thuiswoners heeft 60% slechts een tijdelijk arbeidscontract en is 10% werkloos. Uit andere onderzoeken blijkt dat van de jongeren tussen 16 en 34 jaar meer dan 700.000 (zo’n 6%) helemaal niets doet: noch studeren noch werken. Omdat noch in het Spaans ni is wordt dit ook wel de Ni-Ni-generatie genoemd.

Overigens valt het algemene Europese gemiddelde redelijk hoog uit, want veel andere landen kampen met hetzelfde probleem als Spanje: zo’n 46% van de 18-34-jarigen woont nog thuis, met landen als Griekenland, Italië, Slowakijke en Slovenië als uitschieters. Het volledige lijstje staat hier.

Asbakken, een kleed vol wormen en de Montesa Impala

Eén van de leukste exposities die ik me kan herinneren was er één over Nederlandse ontwerpers in het MOMA van New York, ergens in 1996; stond er versteld van hoeveel prachtige en beroemde ontwerpen uit talentvolle Nederlandse breinen waren ontstaan. In Barcelona doet het Palau Robert, altijd gratis toegankelijk op de hoek van de Passeig de Gràcia met de Diagonal, vanaf vandaag net zoiets, maar dan op een iets kleinere schaal en, natuurlijk, gericht op het Spaanse industriële design. De leidraad zijn de Delta-prijzen voor beste ontwerpen die elk jaar worden vergeven, sinds 1960.

Het mooie van industrieel design is dat we er allemaal wel iets van in huis hebben en er meestal geen moment bij hebben stilgestaan dat sommige van die dingen eigenlijk prachtig zijn bedacht. (Er zijn natuurlijk ook een heleboel ondingen, maar die zullen wel geen prijzen winnen.) Deze citruspers van Braun, bijvoorbeeld, hebben we allemaal wel eens gebruikt, tot hij waarschijnlijk door het intensieve gebruik kapot ging. Het ontwerp dateert van 1970.

Roodzwarte asbakken van Andreu Ricard (later de ontwerper van de Olympische fakkel van Barcelona) zijn van 1966 en de lamp van Miquel Mila is van 1961; prachtig beeld van de jaren zestig, terwijl het vloerkleed boven uit de jaren zeventig lijkt maar pas in 2003 is bedacht door Nani Marquina; de naam van het kleed, Cuks, komt van het Catalaanse woord voor wormen.

Maar mijn favoriet op deze expositie is toch eentje die je nog altijd heel af en toe door de straten van de stad kunt zien rijden, in bezit van liefhebbers die de motor hebben opgeknapt of gewoon altijd goed hebben onderhouden. De Montesa Impala, uit mijn geboortejaar (1962), was hier in Spanje dé motor cq brommer in tijden dat de jeugd in Nederland geloof ik op Zündappjes en Kreidlers ging scheuren.

Kadootje voor Spaanse en Catalaanse vrienden

Anderhalf jaar nadat in Nederland Het Diner van Herman Koch een enorme hit begon te worden, is het boek dat zijn inspiratie put uit de moord op een zwerfster bij een pinautomaat in Barcelona ook in het Spaans (La Cena) en het Catalaans (El Sopar) vertaald, waarbij de Catalaanse uitgever de opvallende cover van de Nederlandse editie heeft gehandhaafd. Grote vraag is altijd of een Nederlandse bestseller het ook in het buitenland goed doet. Kan me een diner met Kluun herinneren – we aten bij Tapas24 – toen hij in Barcelona was om de Spaanse editie van Komt een vrouw bij de dokter kwam presenteren. Heb nooit meer wat van die vertaling gehoord, zal wel heel weinig hebben verkocht.

Maar Het Diner heeft meer kans het te redden, hier. Niet alleen omdat alle Nederlanders dit boek de komende maanden aan hun Spaanse en Catalaanse vrienden kado gaan doen, en ook niet alleen omdat de aanleiding die absurde moordzaak was in een bankfiliaal in Sarria, toen drie Catalaanse jochies zwerfster Rosario met benzine overgoten en in de brand staken. De recensies in heel Spanje zijn lovend, over de prachtige verhaallijn, over de manier waarop Koch de families-van-stand en hun kinderen portretteert. Of, zoals goede collega Herman, Barcelona-fan en man van een Spaanse vrouw (Amalia) en half-Spaanse zoon (Pablo, die wel voor Ajax en Oranje is), me het vorige week in een interview voor El Periodico zei: in het boek heeft hij alles kunnen stoppen, van genetische erfenissen tot de politiek, van de hypocrisie tot de discriminatie, en tussendoor ook nog het afkraken van de snobistische restaurants in Nederland je waar te veel voor te weinig moet betalen. Wat dat betreft, zei de Spanje-liefhebber, eet hij in Barcelona vooral oprechter voedsel, en daar kunnen we het natuurlijk mee eens zijn.

Business op een mooie plaats in Barcelona

De presentatie van een nieuw  e-tijdschrift voor Nederlandse ondernemers in Spanje, NedWork Spain, van de naar het schijnt onvermoeibare Barbara de Swaan en Annebeth Vis (uitgebreid verslag van die presentatie op spanjeblog.nl), kwam ik weer eens terecht in een van die verborgen schatten in de stad, een van die passages die de ‘manzanas’ van de Eixample verrassend doorkruisen en door midden delen. Je hebt ze van alle soorten en maten, maar de Passatge Permanyer, die net onder Consell de Cent de straten Pau Claris en Roger de Lluria met elkaar verbindt, is met voorsprong de mooiste, met talloze huizen uit de 19e eeuw. In een van die panden, die overigens bijna allemaal kantoren herbergen, huist een Britse Businessclub, Gild International, de plaats waar de bovengenoemde presenatie plaatsvond.

Het blijkt de grote truc om je als buitenlandse ondernemer in Barcelona te perfileren, contacten op te doen, werk of opdrachtgevers te zoeken: netwerken, vooral onder (buitenlandse) gelijkgestemde ondernemers, zij die hun talen beter beheersen dan de Spanjaarden en Catalanen en nog meer over de grens kijken. Vorige week werd bekend dat het enige herstel in de geplaagde Spaanse economie komt van de export.

Mooie smoes ook om het nieuwe bedrijf van mijn Marianne Slotboom en haar collega Nuria Bages te promoten. Ze zijn gestart met B&S Business, waarmee beide hun kwaliteiten als consultants en internationaal gerichte coaches gebruiken om de managers en het middenkader van ondernemingen (zowel Spaanse als multinationals) meer zelfvertrouwen en instrumenten te geven om op de markt buiten Spanje een plaats te veroveren. Daarom worden alle trainingen in het Engels gegeven, wat nog altijd de grootste handicap van de Spanjaarden is. En ze kunnen het heel goed, de dames, kan ik de belangstellenden garanderen, met hun ervaringen als professionale trainers bij de Esade, Iese, Eada en multinationals als Akzo, DSM, Shell en Heineken. Enige nadeel is dat ze hun kantoor niet in de Passatge Permanyer hebben.