Categorie archief: mijn Barcelona

Nederlanders laten Barcelona skieën

Het is nog niet zo exotisch als die skipiste in een grote shopping-mall in Dubai, waar ik twee jaar terug eens een kijkje kon nemen, maar als het plan van een groep Nederlandse ondernemers en architecten doorgaat, kun je over drie zomers ook in Barcelona skieën terwijl het buiten 30º is. Het nieuws sijpelde de afgelopen maanden via kranten als The New York Times, The Guardian en Le Monde al door en bereikte vandaag het Catalaanse TV3-journaal: het Nederlandse Snowworld, dat al overdekte skipiste’s in Zoetermeer en Landgraaf heeft, wil in de Zona Franca, dichtbij de haven, ook zo’n baan neerzetten – niet gek om die plannen nu bekend te maken, terwijl de skistations in de Pyreneeën een ‘horrorwinter’ beleven, vanwege het gebrek aan sneeuw en door de hoge temperaturen.

“Al jullie Nederlanders spreken Catalaans met hetzelfde accent,” zei een collega me net, nadat hij architect Sander Laudy (van B01-Arquitectos) op TV had horen praten. (En ja, alle Spanjaarden spreken Engels met hetzelfde Manolo-accent, was mijn weerwoord.) Laudy legde het meest bijzondere van het plan uit: om sneeuw te maken en de hal koel te houden heb je hier, zeker in de zomer, veel energie nodig, en dat is ‘not done’ in tijden dat iedereen behalve armer ook wat ‘groener’ wordt. Maar het sneeuw/pretcomplex van Barcelona (twee banen, waarvan één voor beginners, plus een schaatsbaantje) zal zich voeden met de koelte die vrijkomt in een dichtbijzijnde fabriek (nog niet geopend) waar gas vloeibaar zal worden gemaakt. Bovendien komen er zonnepanelen op het dak, waarmee dus juist sneeuw dankzij die hete zon kan worden aangemaakt.

Gezien het succes van de schaatsbaan op de Plaça de Catalunya (waar in drie weken tijd zo’n 90.000 mensen een half uurtje of uurtje kwamen schaatsen en nog eens 400.000 nieuwsgierig kwamen kijken), zal er wle markt voor ziets zijn. de initiatiefnemers gokken op 200.000 bezoekers per jaar die 25 euro voor 4 uur skipret willen neertellen. De gemeente Barcelona is al overstag, alleen het Consorci de la Zona Franca, het publiek-private bedrijf dat dit immense industrieterrein tussen de stad en het vliegveld beheert, ziet het nog niet helemaal zitten.

Advertenties

De uil die nooit slaapt

Enkele jaren geleden verbood Barcelona het grootste deel van de opvallende lichtreclames in de stad. Ooit hadden pleinen als Universitat en Francesc Macià (vroeger Calvo Sotelo) wel iets van Picadilly Circus, met enorme lichtende opschriften op de soms monumentale gebouwen. Het gemeentebestuur wilde een beetje orde scheppen en vooral de stadsarchitectuur behoeden voor dergelijke invasieve reclame (waarmee je zo’n Damrak-achtige lichtchaos een beetje voorkomt). Niet alleen moesten alle lichten uit, de volledige installaties moesten verdwijnen. Slechts een enkeling werden gespaard, zoals de zwarte stieren van Osborne ooit in het Spaanse landschap voor de sloop werden behouden.

De uil die boven de Diagonal uittorent, op de hoek met de straten Mallorca en Paseo de Sant Joan, is de bekendste reclame-uiting van de stad en wordt nu zelfs door de gemeente opgeknapt, om ongelukken te voorkomen. Licht geven de ogen niet meer, die vroeger zelfs knipperden of hypnotiserende cirkels uitstraalden.

Niemand weet meer precies wanneer de uil op het dak van het flatgebouw werd geplaatst. Hij was eigendom van Rótulos Roura, een bedrijf gespecialiseerd in… (licht)reclame. De onderneming was in hetzelfde pand gevestigd en bestaat nu niet meer als zodanig, maar is opgegaan in een groter bouwbedrijf.

Op het wat rommelige plein vóór de uil staat een standbeeld van Jacint Verdaguer, waar niemand ooit in de buurt komt om zijn gedichten op het voetstuk te lezen, want er loopt geen zebrapad naar toe. De naam van deze poëet is ook gegeven aan het metrostation dat daar ligt.

 

Nieuwe metro? Nieuwe prijzen!

Het moet, met 47,8 kilometer, de langste ondergrondse metrolijn van Europa worden, zeggen ze hier, al heb ik het vermoeden dat dat het Europese vasteland moet zijn, want enkele van de underground-trajecten in Groot-Londen lijken me ellenlang. De L-9 in Barcelona moet zo ongeveer het sluitstuk worden van het metronetwerk dat begin vorige eeuw gebouwd begon te worden. In 1924 werd de eerste lijn geopend, de (nu groene) L-3 tussen Catalunya en Lesseps. Deze nieuwe enorme L-9 moet eindelijk voor een metrolijn gaan zorgen aan de ‘hoge’ kant van de stad, de wijken Carmel, Sant-Gervasi, Sarrià en Pedralbes waar de ondergrondse nooit was aangelegd.

En niet alleen dat. Diezelfde L-9 moet de metro eindelijk tot het vliegveld brengen, waarvandaan je tot nu toe alleen met bus, trein of taxi naar de stad kunt reizen.

Maar er zijn problemen. Geld natuurlijk. Er is geen euro meer om een flink deel van die lijn te voltooien. Al jaren liggen er op sommige pleinen in de stad (niet zo toeristisch, ze heten Sanllehy, Maragall, El Putxet en Lesseps, onder anderen) en vlak naast het Camp No, enorme bouwputten waar de grote, hypermoderne stations moeten worden gebouwd. Enkele maanden geleden deed de Catalaanse regering, de Generalitat, echter de geldkraan dicht en werden die putten deels gedempt. Nu zullen ook de hekken worden verwijderd en de pleinen voorlopig weer als pleinen dienen, in afwachting van betere tijden. Dat kan wel na 2015 worden.

De verbinding met het vliegveld heeft trouwens wél prioriteit en daaraan zal blijven worden gebouwd, zodat we over enkele jaren de metro in een vrij lange reis kunnen nemen tot het grote nieuwe station Torrassa in L’Hospitalet, waar na een overstap de treinen en de rode L-1 ons naar het centrum kunnen brengen. Of een station verder, Collblanc, en daarvandaan de blauwe L-5.

De metro blijft de beste manier om je snel door een stad te verplaatsen. In Barcelona wordt hij elke dag door meer dan een miljoen mensen gebruikt, maar de overheden lijden er desondanks flink verlies op. Daarom worden per 1 januari de prijzen maar weer eens flink opgeschroefd. Het populairste biljet, de T-10 van 1 zone (10 reizen, niet persoonsgebonden) gaat 1 euro omhoog, van 8,20 naar 9,20. Maar met die 92 cent per rit blijft Barcelona nog altijd één van de goedkoopste metrolijnen in Europa. En je hoeft, zoals het in een toeristische stad betaamt, niet moeilijk te gaan doen met OV-chipkaarten of dat soort voor buitenlandse gasten altijd moeilijke dingen.

Barcelona met ‘scheve’ ogen

Dit duel kon ik alleen maar verliezen. De afspraak was op een minuscuul vluchtheuveltje op de drukke kruising waar Diagonal en Aragó elkaar tegenkomen. Hij met zijn indrukwekkende grote Canon (weet het model niet meer) en ik met mijn PowerShot S95, wat overigens een fantastisch cameraatje is. Maar het bijzondere bij fotograaf Rob Becker is dat hij er een tussenlens op schroeft die een opvallende ‘truc’ met de foto uithaalt: de lens stelt scherp over een lange strook die bijvoorbeeld diagonaal over de foto loopt, maar het maakt niet uit op hoeveel afstand het onderwerp zich van die lens bevindt; ik bedoel, zowel een blaadje op een halve meter als een uil op 50 meter is even scherp, zoals op dit voorbeeld te zien is (die uil, daar ga ik  binnenkort eens over schrijven, trouwens); en de rest van de foto is juist onscherp. Is geen photoshop-truc, maar gebeurt dus direct op camera.

Op deze manier heeft Rob onder anderen bekende en minder bekende plekken en mensen in en rond Barcelona gefotografeerd. En dáár maakt hij weer een origineel fotoboek van dat volgend jaar zal uitkomen en waarvan we natuurlijk een exemplaar willen hebben. En ikzelf, dolblij met een foto die ik graag eens van mezelf wilde hebben: op mijn oude Alpinestars de auto’s op drukke straten als Diagonal en Aragó een uitdagen en weerstaan…

Schaatsen in Barcelona

Moest er als journalist én als Nederlander natuurlijk toch even op, op de schaatsbaan van het Plaça de Catalunya. In de eerste plaats: dat terras waar ik me zo op verheugde, stelt niet veel voor. Alsof je in een sportkantine zit, onder een tent, en niet in het hart van Barcelona. Maar schaatsen is leuk, al zijn het kleine rondjes op een baantje van 30×40 meter waar de meeste mensen dus níet kunnen schaatsen. Vermakelijk. Heerlijk om vaders voor het eerst op het ijs te zien staan en hoe zij zich aan de boarding vasthouden. Elk half uur kun je het ijs op, al zijn de wachttijden op vrije- en feestdagen groot; het is een beetje een gekkenhuis. Maar vanmiddag om drie uur kon ik al na 5 minuten het ijs op. Handschoenen zijn verplicht; heb je die niet, dan krijg je ze voor 1 euro – en je mag ze houden, dus wéér een bezoek aan de Zara bespaard. En niet zeuren over de slechte kwaliteit van het ijs, met diepe groeven… Het was vanmiddag nog steeds zonnig en 17 graden. Geen ijstemperatuur, natuurlijk.

IJsbaan en terrasjes op het Plaça de Catalunya

Ik denk niet dat het de eerste bestemming zal zijn als je deze winter als Nederlandse of Belgische toerist in Barcelona neerstrijkt. De stad wil in 2022 de Olympische Winterspelen herbergen – samen met, natuurlijk, de ski-stations in de Pyreneeën -en wil alvast in de stemming komen door à la New York een heuse ijsbaan op een centrale plek te installeren, op het centrale deel van het Plaça de Catalunya. (En al lijkt de beroemde ijsbaan in het Rockefeller Center het grote voorbeeld, ík heb nooit zo mooi geschaatst -mooi om de omgeving, niet om mijn stijl- als op de Wollman Rink in het Central Park.)

Dus opent Barcelona misschien al vrijdag, en anders in het weekeinde, zijn eerste tijdelijke ‘openlucht’ ijsbaan, naast de twee al bestaande banen, die van FC Barcelona en de Skating aan de straat Roger de Flor. Nou is dat ‘openlucht’ een beetje bedriegelijk, want de temperaturen zijn in Barcelona ook in de winter veel te hoog om er goed een ijsvloer te kunnen onderhouden. Dus wordt de piste, van 30 bij 40 meter, overdekt om binnenin de temperatuur wat lager te kunnen houden dan die +10 of soms zelf +20 graden buiten. Ga je toch de baan op (voor 8 euro/uur krijg je de schaatsen en handschoenen) dan moet je rekening houden met maximaal 350 stuntelende locals.

Leuker dan die ijsbaan zelf is misschien het terras dat ernaast wordt gebouwd, deels binnen, deels in de openlucht. Want daar heeft zo’n centraal plein als dat van Catalunya een hopeloos gebrek aan, aan authentieke terrassen. Zurich is natuurlijk een klassieker, in 1920 al geopend, maar sinds dat terras van de 30 tafeltjes voor de oude deur na de verbouwing werd uitgebreid tot meer dan 70 tafels, is een deel van de charme verloren gegaan. Verder heb je op het plein nauwelijks iets: twee terrasjes van ijssalon Farggi, en één van een bar-restaurant dat Catalunya heet, maar waar je toch ook niet snel gaat zitten.

Dat is wel eens anders geweest. Begin vorige eeuw was het Plaça de Catalunya zo’n Parijs-achtig plein waar allemaal grand café’s met hun terrassen talrijke klandizie trokken. De eerste was toevallig eentje precies op de plaats waar nu de ijsbaan komt, het Gran Café del Siglo XIX, in 1888 geopend ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling. De grote ‘kiosk’, hier midden, achter op de foto, kreeg de bijnaam La Pajarera, de vogelkooi.

Nog vóórdat het plein in de jaren 20 zijn huidige vorm kreeg, was er ook al het klassieke, immens populaire Maison Dorée, dat lag op het stukje tussen de Rambla en het doodlopende straatje Rivadeneyra, zeg maar naast het huidige Hard Rock Café. Het waren de Franse broers Pompidor die die klassieker aan het plein openden. Ernaast lagen El Continental en Munich, waar nu, op Pelai met Rambla, de Burger King en McDonalds liggen. Een klein verschil…

Diagonaal aan de overkant van het plein, op de hoek met Passeig de Gracia (waar  nu Banco Español de Crédito op de gevel staat), lag het majestueuze Hotel Colon, waar we het hier recent over hadden. En op de hoek met de Rambla de Catalunya kwam vanaf 1909 La Lluna. Plus dus Zurich vanaf 1920, op de volgende hoek, met Pelai. En waar nu de immense Corte Inglés het beeld van dit ‘centrum’ van Barcelona bepaalt, lag tot 1962 het Casa Vicenç Ferrer, met daarin hotel Victoria, hier links op een foto uit 1931. Later, na de Burgeroorlog, kwam daar dans- en theesalon Rigat, in die grauwe naoorlogse jaren nog één van de weinige plekken van vermaak mét terras op het Plaça de Catalunya; de rest was in de oorlog allemaal gesloten. En in plaats van al die prachtige hotels en grand café’s kwamen er talloze bankgebouwen die nu nog altijd in meerderheid zijn.

Niet meer de wagons van goederentreinen tellen

Nooit zie je nog een goederentrein door Barcelona rijden. Zelfs een gewone trein is al moeilijk te zien, maar van die prachtige, lange goederenkonvooien waarvan je als klein kind altijd het aantal wagons begon te tellen als de dreunende locomotief voorbij stampte, die zie je echt nooit meer, of je moet op wel heel verlaten of onaangename plaatsen gaan staan, zoals op de foto hierboven, ergens op de grens van de Zona Franca en de haven van de stad.

Decennialang stoomden de goederentreinen door Barcelona. Vooral over het beruchte spoor in Poblenou, dat de stad van de zee scheidde tot de olympische opknapbeurt 20 jaar geleden. Daar waren ook de bekendste spoorwegovergangen van de stad, aan een avenida Icaria die nu de centrale straat van het Vila Olímpica is, en ter hoogte van Pere IV. Een ook die overgangen met toeters en bellen heb je nog nauwelijks, althans niet meer tussen de huizen. De laatste in een woonwijk lag ergens op de grens tussen l’Hospitalet en Esplugues. In 1985 viel daar nog een dode.

Nog wat jaren eerder reden de goederentreinen zelfs dwars door wat nu de oude haven (Port Vell) is, zoals op deze foto, op de plaats waar nu dagelijks duizenden toeristen van de Rambla naar het Maremagnum lopen. Ik kan me nog wel de rails herinneren die hier tot een jaar of 10 geleden nog lagen, geloof ik. Maar nu maken de treinen uit de haven een grote omweg om naar het noorden te kunnen rijden. Ze worden geladen in het station van Morrot, vlak onder de Montjuïc, en vertrekken dan eerst richting zuiden, om via Molins de Rei en Castellbisbal het binnenland in te trekken en via Sant celoni richting Frankrijk. En het zijn er niet eens zo veel. In de toekomst moet het goederenverkeer daar een stuk drukker worden nu de Europese Commissie o.a. Barcelona via de Corredor Mediterráneo (die begint in het verre Algeciras en langs Cartagena en Valencia loopt) beter op het Europese netwerk wil aansluiten.

Passagierstreinen zie je trouwens ook nog weinig door de stad rijden. Bijna overal is het treinverkeer hier onder de grond gestopt, om slechts aan de einders van de stad weer uit de tunnels in de openlucht te komen. In L’Hospitalet, la Sagrera en een klein stukje tussen het olympisch dorp en het Estació de França.  Voor de treingekken: de plaats het dichtst bij het centrum waar je nog treinen voorbij kunt zien trekken zijn de korte, steile viaducten boven het spoor in de straten Pujades en Pallars, dichtbij Marina: