Categorie archief: intussen, in Spanje

’t Is nat aan de Costa Blanca

regen

Soms is een weeralarm niet overbodig. Er was en is er één deze dagen voor de doorgaans droge streken van Almería en Murcia, maar ook voor de omgeving van Alicante en Valencia. In de dorpjes Cárcer en Estubeny viel de laatste 24 uur 205 respectievelijk 200 milimeter neerslag, een absurde hoeveelheid die door geen enkel rioolnetwerk of waterafvoer te verwerken is. (Het historische record voor Nederland is trouwens 208 mm op 3 augustus 1948 in Voorthuizen.) Omdat het overal in de streek wel meer dan 100 mm plenste, stond alles blank en werd zelfs de snelweg AP-7 langs de kust afgesloten.

regen2Geen pretje voor de mensen die dachten de augustusdrukte te ontvluchten en in de doorgaans prettige maand september de stranden van Benidorm, Denia, Jávea, het schattige Altea (mijn favoriet, met afstand) of één van die andere plaatsjes aan de Costa Blanca op te zoeken. Of die tussen de Britten in hun huis in het pensionado-stadje Torrevieja gingen zitten. Want met deze laatste regens erbij beleeft de provincie Alicante de natste maand september sinds… 132 jaar. Nou is het nog wel 18 dagen droog geweest, maar in de 11 dagen dat het wél heeft geregend is er maar liefst 290 mm gevallen.

Over de wolkbreuk van gisteren, die in het Spaans gota fría heet (in het Engels cold drop) en die typisch is in de herfstmaanden voor de Spaanse zuidoostkust aan de Middellandse Zee: komt doordat deze dagen de temperatuur van de zee nog hoger is dan die van het land. Het water verdampt sneller dan ooit en stijgt ook sneller dan normaal de hemel in, tot het in aanraking komt met de koudere regionen, tot op 15 kilometer hoogte.Cumulonimbus

Daar wordt het water ijs en vormt zich één van de mooiste, maar ook gewelddadigste wolken die er bestaan, de Cumulonimbus, die tot 10 kilometer hoog kan worden. Op een gegeven moment worden de ijskristallen zo groot dat de zwaartekracht gaat werken en zij, soms nog in de vorm van hagel maar meestal al weer tot water gesmolten, massaal en met groot geweld terug op de aarde storten.

Zo, dat was de meteorologische les van de dag. In Barcelona schijnt de zon en kun je zelfs nog in dat rond de 23º warme zeewater spartelen.

Toen Benidorm nog een schattig vissersdorpje was

benidorm 60

benidorm2000De boom op de foto zal wel eens precies dezelfde kunnen zijn. Er zit zo’n 50 jaar verschil tussen. Het Benidorm van begin jaren zestig en dat van enkele jaren geleden. De boom is gegroeid, het vroegere vissersdorp is geëxplodeerd. Las er vandaag een aardig verhaal over. Blijkt dat Benidorm de eerste gemeente in Spanje was die een heus stadsplan ontwikkelde, in april 1956. Generaal Franco wilde meer buitenlandse toeristen naar zijn dictatuur halen en Benidorm speelde daar als eerste op in. De toenmalige burgervader, Pedro Zaragoza, zag wel toekomst rond zijn witte stranden aan de Costa Blanca. Zoals de oudste foto’s bewijzen, ging Benidorm gelijk al voor de hoogbouw: zo veel mogelijk mensen cq toeristen per vierkante kilometer. Toen, in ’56, woonden er 2.787 mensen, nu herbergt Benidorm 100.000 inwoners, een groot deel van hen buitenlandse pensionado’s  (een raak woord, in Nederland verzonnen, want in Spanje zijn het jubilados).

Ik vind het afgrijselijk, het Benidorm van nu. Het heeft niets meer te maken met het idyllische dorpje dat schrijvers-dichters Ted Hughes en Sylvia Plath er tijdens hun huwelijksreis in 1956 aantroffen. Plath schrijft erover in haar verhaal Widow Magada, over het huis van de Spaanse weduwe waar zij verbleven, nadat zij na een urenlange reis door ‘woestijnachtige bergen’ in het vissersdorpje waren neergestreken.

benidorm 1958

“Widow Mangada’s house: pale, peach-brown stucco on the main Avenida running along the shore, facing the beach of reddish yellow sand, with all the gaily painted cabañas making amaze of bright blue wooden stills and small square patches of shadow. The continuous poise and splash of incoming waves mark a ragged white line of surf beyond with the morning sea blazes in the early sun, already high and hot at ten-thirty; the ocean is cerulean towards the horizon, vivid azure nearer shore, blue and sheened as peacock feathers. Out in the middle of the bay justs a rock island, slating up from the horizon line to form a sloped triangle of orange rock which takes the full glare of sun on its graigs in the morning and falls to purple shadow toward late afternoon.”

Die rots in de zee ligt er nog steeds. Daar houdt de vergelijking op. Vroeger zag je dus allemaal kleuren in Benidorm, nu alleen (grijs) beton.

benidorm2008

Het wrede lot van Moscatel, 540 kilo

toro_de_la_vega2

In Tordesillas, een dorp op een kruispunt van hoofdwegen in het Spaanse Castilië-Leon, zal morgen, zoals elke tweede dinsdag van september, het wreedste dorpsfeest van het land plaatsvinden. Zoals altijd is een eeuwenoude traditie het argument om een stier door de dorpelingen met lansen te laten belagen, zijn stoere lijf te doorklieven tot de dood erop volgt en aan degene die de doodsteek heeft gegeven zijn testikels en staart cadeau te doen, samen met een gouden insigne van de gemeente.

toro-de-la-vegaZoals elk jaar gingen zondag demonstranten in Tordesillas de straat op om te protesteren tegen de viering van de Toro de la Vega, ‘de stier van de vlakte’, maar tot nu toe hebben die jaarlijkse protesten nauwelijks succes gehad. Ook gisteren werden de demonstranten ontvangen door uitdagende dorpelingen die hun recht op het feest ter ere van hun Maagd verdedigden. Bovendien kregen ze geen toestemming om in het dorp zelf te demonstreren, maar moesten ze naar een stuk brakke grond in de buurt.

Na talloze reacties van Spaanse burgers, die het schouwspel op tv zagen, stelde de regionale overheid van Castilië-Leon vier jaar geleden ook dat het feest wel erg wreed was. De gemeente beloofde het iets ‘diervriendelijker’ te maken, maar dat is nog niet gebeurd. moscatelDus wordt morgenochtend de stier Moscatel, 540 kilo zwaar, een weiland in gejaagd, waar hij wordt gemarteld en uiteindelijk afgemaakt door de dorpelingen. Sindsdien zijn fotografen en cameraploegen echter niet meer welkom, en daarom bestaan er ook opvallend weinig foto’s van het plaatselijke festijn.

Dat woord ‘martelen’ is volgens de dorpelingen én de plaatselijke autoriteiten niet juist. Zelfs het TV-station Antena3 wist gisteren te melden dat het beest ‘met respect’ wordt behandeld en zelfs de kans heeft de massale achtervolging te overleven, als hij maar moedig en slim genoeg is. Het gebruik dateert uit de 16e eeuw en is een overblijfsel van de moslim-overheersing in de streek. Iedereen die een grote lans heeft mag Moscatel morgen in de weilanden rond het dorp achtervolgen en proberen met de lans te raken. Het beest zal al tientallen keren door scherpe punten zijn verwond voordat hij van uitputting ineenzijgt.

Het oude spoor is dood

nonaspe

Nonaspe, heet dit gat. Einde van de wereld, zoals er zoveel plaatsen zijn waar de wereld eindigt. Provincie Teruel, die zich promoot met ‘Teruel bestaat!’, omdat er nooit iemand heen gaat. Een half verlaten spoorlijn, ondanks dat dit de vaste route tussen Madrid en Barcelona was, al sinds 1894. Maar daar kwam dus een einde aan, nu al weer anderhalf jaar terug, met de komst van de AVE, die in 2 uur en 38 minuten tussen beide metropolen vliegt, over een ander spoor, natuurlijk.

Hij stopt niet in Nonaspe, een bijna verlaten station waar het leven nooit meer zal terugkeren. Twee, drie keer per dag stopt er nog een oude, trage trein. Zoals in zoveel stations op deze lijn, Madrid-Barcelona. En praat je er met de oudere mensen, dan hebben ze het over vroegere tijden, waarin het spoor bijna de enige verbinding met de bewoonde wereld was, met de grote stad 100 kilometer verderop. Rondom de stations verrezen levendige dorpjes, zoals dat van Claudia Cardinale in Once upon a time in the west. Dat is voorgoed voorbij. Eerst kwamen er de wegen, nu de hogesnelheidstreinen. Het ouderwetse spoor is dood.

mora de ebro

arce

guadalajaraIMG_1753

 

 

 

 

 

 

 

 

 

nonaspe2

roda de bara

110.000 kilo tomaten op het slagveld

buñol3

Dankbaar onderwerp voor fotografen natuurlijk, die er ook massaal op afkomen, met het gevaar dat de (dure) apparatuur niet geheel onbeschadigd blijft. Vandaag was het weer la tomatina, het enige evenement waardoor het stadje Buñol, in het binnenland bij Valencia, aan de grote weg naar Madrid, (wereld)beroemd is geworden. Zo’n 40.000 mensen kwamen er vandaag op af, veel buitenlanders ook. Minder gevaarlijk dan het stierenrennen in Pamplona, zullen we maar zeggen. Al wordt iedereen aangeraden in ieder geval een beschermend (zwem)brilletje op te doen, want een tomaat in je ogen doet pijn.

buñol1Het begon allemaal in 1945, toen tijdens de dorpsfeesten enkele groepjes elkaar spontaan met tomaten en andere zaken begonnen te bekogelen. Ze hadden ruzie gekregen en grepen naar al het fruit uit een fruitstalletje dat even verderop stond. Het jaar erop wilden ze de ‘oorlog’ herhalen en namen de jongeren de tomaten zelf van huis mee. Zo ging dat jaren door, af en toe waren er protesten van de bewoners, maar in 1956 werd de tomatenoorlog officieel onderdeel van de dorpsfeesten en sinds 1970 is het de gemeente die voor de rode munitie zorgt.

Veel munitie. Gisteren gingen er 110.000 kilo tomaten doorheen, bijna drie kilo per bezoeker, als iedereen heeft meegedaan. Om 11.00 uur komen de vrachtwagens het dorpsplein op en lossen zij de lading. De tomaten worden speciaal voor deze gelegenheid gekweekt en hoewel ze lekker rood zijn, zijn ze niet geschikt voor consumptie. Om de andere niet te veel te bezeren wordt wel gevraagd om de tomaat eerst een beetje kapot te knijpen voor hem te lanceren. Na afloop is het de brandweer die de straten met een stevige straal mag schoonmaken.

buñol2

Cabo de Gata, mijn paradijs

isletadelmoro1

De vakantie komt eraan, ruim drie weken in september, al zal er waarschijnlijk geen reis in zitten. Toch, september betekent altijd het verlangen naar mijn mooiste plekje in Spanje, ontdekt in 1989, toen we van ons verder onbekende Nederlanders (advertentie in de krant; toen was er nog geen internet) een huisje huurden in Los Molinos del Rio Aguas, zo exotisch als de naam ook klinkt. Het bleek een verlaten dorpje te zijn in de provincie Almería, aan de rand van het beschermde maar tegelijk ook bewoonde natuurpark van Cabo de Gata, voor mij het paradijs in Spanje. Een groep Engelsen had het dorp weer bewoonbaar gemaakt, voor een project waarin zij bestuderen hoe je land- en tuinbouw in Afrikaanse woestijnen zou kunnen toepassen. Want dat is Cabo de Gata voor een groot deel, een woestijn.

rodalquilar1Toen kwam er bijna niemand, was San José nog een idyllisch plaatsje aan de kust. Ook nu is Cabo de Gata nog redelijk onherbergzaam en maagdelijk, zonder al te veel voorzieningen, maar in augustus is het er te druk, zoals overal. Het voorjaar of september is ideaal om de droogste streek van Spanje te bezoeken, met zijn ongelooflijke strandjes (Playa de los Muertos, Mónsul, Genoveses), met de restaurantjes in Aguamarga op het strand, met deze (op de foto) verlaten goudmijnen in Rodalquilar, waar een mooi ‘natuurhotel’ staat, met de heuse woestijn van Tabernas waar vroeger spaghettiwesterns werden opgenomen maar ook enkele scènes van Indiana Jones.

Ik ben er sinds ’89 om de zoveel jaar teruggekomen, en niet alleen omdat dat eerste jaar in een apotheek van Cabo de Gata onze dochter Sara voor het eerst op het watje van een zwangerschapstest verscheen. Het is goed te bereiken uit Barcelona en heeft geen groot vliegveld in de buurt (dat van Almería, maar daar landen weinig toestellen), wat ideaal is om het (internationale) massatoerisme te voorkomen. Voor altijd, hoop ik.

cabogata3

Een luchtfoto van het paleis. So what?

ZARZUELA

Het is augustus. Vakantie. De Nederlandse overheid laat onderzoeken of providers van satellietfoto’s op internet als Google en het nieuwe Bing (Microsoft) de militaire bases en de koninklijke paleizen in Nederland wel voldoende onherkenbaar hebben gemaakt. Wat een onzin. Wat heeft Soesterberg te verbergen? Mag de rest van de wereld dat niet zien? En Beatrix? Of Máxima? In de Privé is meer van hen te zien dan op die satellietfoto’s, om maar niet van het vermaledijde Associated Press te spreken.

In Spanje is de terreurdreiging altijd al groter geweest dan in Nederland. De afgelopen twee weken zijn er vijf bommen omtploft op Mallorca, een ZARZUELA2boodschap van de ETA aan koning Juan Carlos, die er met zijn familie op vakantie is. Maar die koning doet niet moeilijk over wat luchtfoto’s van zijn paleis en woonhuis, het Zarzuela bij Madrid. Op de foto hiernaast zouden we hem zelfs aan het zwembad kunnen zien staan.

Ook de grootste  militaire basis van Spanje, die bij Torrejón de Ardoz, vlak naast het Barajas-vliegveld van Madrid, is al minstens vier jaar in detail op Google Maps of Google Earth te zien. Niemand schijnt er ooit bezwaar tegen te hebben gemaakt.

TORREJON2

TORREJON1Vliegtuigkenners zouden ongetwijfeld alle toestellen op een oefenveldje van de basis kunnen herkennen. Zo zijn ook in detail de hangars en de huizen van de militairen te zien. Het zal Defensie in Spanje weinig kunnen schelen, lijkt het. Want mensen die écht kwaad willen, hebben genoeg andere manieren om aan misschien nóg meer gedetailleerde foto’s van al deze ‘gevoelige gebouwen’ te komen.

Een laatste dan nog, voor degene die wil weten hoe premier Zapatero woont in zijn ambtswoning, het Moncloa-paleis in de universiteitswijk van Madrid. Ik weet nu al zeker dat ik geen bericht van de Spaanse rijksvoorlichtingsdienst, defensie of iets dergelijks krijg om deze staatsgevaarlijke beelden van mijn blog te halen.

moncloa1

Erfenis van de textielbaronnen

IMG_6744

Kwam laatst langs Cercs, plaatsje gedomineerd door de warmtecentrale. Op de weg naar boven, de bergen in, was een prachtig uitzicht op de Llobregat, de oneindige rivier die zich door Catalonië wurmt, vanuit de Pyreneeën tot net onder Barcelona, bij het vliegveld. Aan zijn oevers liggen enkele grote plaatsen, maar vooral de sporen van heel veel vergane industrieën, de textielkolonies. Net als aan zijn broertje, de Ter, een rivier die iets meer oostwaarts loopt, vrij dicht bij de Costa Brava waar hij bij l’Estartit de Middellandse Zee opzoekt, en op sommige plaatsen een bezoek meer dan waard is.

Halverwege de 19de eeuw vestigden zich aan hun oevers tientallen textielindustrieën, waarvoor het stromende water vitaal was om de turbines op gang te houden. Het was de eerste grote industrie die Catalonië op de wereldkaart zette, maar vooral de laatste decennia zwaar te lijden heeft gehad onder de concurrentie vanuit China. Bijna alle fabrieken zijn inmiddels gesloten, maar de sporen die ze hebben achtergelaten, zijn onuitwisbaar. Om de werknemers zo dicht mogelijk bij de fabriek te hebben, lieten de eigenaren een heel dorp bouwen, met school, supermarkt, kerk, apotheek, restaurant en sociale ontmoetingsruimte. Sommige van de colonias die toen ontstonden, zijn verlaten en verwaarloosd, maar veel ervan zijn nog altijd bewoond: piepkleine huisjes of flatjes van 30 tot 50 vierkante meter. Een van de best geconserveerde is die van Borgonyà, net achter de afslag op de C-17 richting Torelló. Mooie rijtjes gekleurde woningen doen denken aan een wat vrolijker gemaakt Engels fabrieksstadje, wat niet toevallig is: het waren Schotten die hun textielfabriek hier neerzetten en de kolonie voor liefst 1200 werknemers lieten bouwen.

Een Arabische sjeik in de bergen

peguera

Dit, op de achtergrond, is Peguera, in de streek Berguedà, halverwege Barcelona en de Pyreneeën, daar waar de eerste echte bergen beginnen. Dichtbij ligt Rasos de Peguera, een skistation om te langlaufen. Maar Peguera zelf is niets meer, is slechts oude stukken steen. Ik was er vanmiddag, om de herinnering op te halen aan een verhaal van zes jaar geleden, dat niet groot, maar wel leuk nieuws was in de kranten: een Arabische sjeik had het dorp en de omliggende grond gekocht, voor 3,6 miljoen euro.

Een prachtig stukje grond, dat wel. Mooie, groene, hooggelegen vallei, slechts wat dennebomen en verder alleen grasland. Hij ontdekte het via een Duitser, die er dicht in de buurt woont, en hem valken verkocht. De Arabier wilde er een mooi, ecologisch verantwoord project opzetten en onder anderen raspaarden fokken.

jeque arabe2Zes jaar later is er nog altijd niets gebeurd. Poolshoogte nemen, dus. Wat blijkt. De grond was tot vorig jaar aan een boer verpacht die er zijn tientallen koeien mocht laten grazen. Maar nu wil de boer niet weg. Althans, hij woont ergens anders, maar hij laat de koeien, op de foto van vanmiddag op de voorgrond, gewoon staan. En de Arabier, sjeik Butti Bin Maktoum Bin Juma Al Maktoum, dierenliefhebber én vanzelfsprekend een bemiddelde man uit de Verenigde Arabische Emiraten, vraagt zich af wat nu te doen.

Peguera is één van de vele verlaten dorpjes in Spanje. Volgens het nationaal instituut van de statistiek zijn er, officieel, 2.648, maar waarschijnlijk ligt dat aantal nog hoger. Driekwart ervan ligt in Noord-Spanje, in de talloze berggebieden die uiteindelijk voor de bewoners te vijandig waren om het er nog langer uit te houden. De jongeren vluchtten er weg, naar de stad, de ouderen stierven er.

Waarom Spanje 3,5 miljoen werklozen heeft

werkloosheid

Vriend vroeg waarom de werkloosheid in Spanje zo belachelijk hoog is (las hij in Herald Tribune, dat nivo), maar mijn antwoord, over de telefoon geïmproviseerd, vond hij maar matig. Bij deze een nieuwe poging, al zal die ook niet te diepgravend zijn. Economie is niet mijn sterkste punt. Eén op de vijf mensen van tussen de 18 en 65 jaar die je in Spanje op straat tegenkomt heeft dus geen werk; 20% van de beroepsbevolking betekent 3,5 miljoen mensen. Ruim een miljoen meer dan een jaar geleden. Waar komt dat miljoen ineens vandaan? Uit de bouw vooral. Jarenlang bouwde Spanje meer dan Frankrijk en Duitsland bij elkaar, nu ligt vrijwel alles stil. Geen mens die nog een flat of huis koopt, en grote investeerders durven enorme bouwprojecten niet af te maken.

siestaToch is het niet die bouw alleen, want die bedrijfstak is goed voor ‘slechts’ 995.000 van alle werklozen. Liefst twee miljoen komen uit de dienstverlenende sector. Daar hoort onder anderen het toerisme bij, en daar word je dit jaar ook niet vrolijk van. Normaal vliegen in de zomermaanden de werkloosheidscijfers omlaag, nu is er sprake van slechts een minimaal herstel. Er komen 20% minder Britten dan vorig jaar, en Britten zijn met 27% dé grootste markt voor Spanje. Sommigen zullen er dolblij mee zijn, dat er minder Engelsen op de boulevard lopen, de bar- en pubeigenaars in Salou, Benidorm, Mar Menor en Torremolinos zijn doodongelukkig.

Gisteren kwam een bank, la Caixa, met nieuewe gegevens. Niet alleen de bouw is verantwoordelijk, of het toerisme, ook het feit dat héél erg veel van de werklozen heel laag zijn opgeleid en daardoor niet snel een andere baan vinden. Slechts een minimaal deel van de werkloze 50-plussers heeft ooit de middelbare school afgemaakt. In Scandinavië krijgen ook de werkloze oudere mensen een cursus of herscholing om nieuwe kansen te creëren, in Spanje worden ze aan hun lot overgelaten. En dat lot is ook financieel moeilijk te dragen: liefst 1 miljoen van die 3,5 miljoen werklozen hebben geen uitkering. Ze hebben er geen recht op, omdat ze niet voldoende tijd hebben gewerkt (op een legaal contract, dus met de noodzakelijke sociale lasten om later een WW-uitkering te kunnen krijgen), of de periode waarin ze recht hadden op een uitkering (maximaal twee jaar) is al verstreken.