Categorie archief: intussen, in Spanje

De wind blaast harder dan 10 kerncentrales

windmolens © edwin winkels

Opvallend moment, vannacht in Spanje. Overal waait het deze dagen flink en daar maken de duizenden windmolens die door het hele land over tochtige plaatsen verspreid staan dankbaar gebruik van. Om 4.50 uur vannacht kwam liefst 45,1% van de energie die in heel Spanje werd gevraagd en dus geleverd van de wind, een record. Oké, om vijf uur ’s nachts is de vraag een stuk minder, maar óók om één uur vanmiddag leverden de molens nog altijd 32%. In aantallen megawatts, rond de 10.000, was dat ongeveer hetzelfde als in de nacht. Om dezelfde hoeveelheid energie te ontwikkelen zijn ongeveer 10 kerncentrales nodig.

windmolens © edwin winkelsSpanje heeft net als de meeste andere landen zijn windenergiepraken de laatste jaren sterk uitgebreid. Aanvankelijk kwamen de molens te staan op uitzonderlijk winderige plaatsen, zoals de kust bij Tarifa, waar een plaatselijke ondernemer cq. grondbezitter enorm rijk is geworden toen energiebedrijven de verder onbruikbare heuvels van hem wilden kopen. Inmiddels staat er voor 16.000 MW aan windmolens opgesteld, waarmee Spanje het derde land is na de VS (25.000) en Duitsland (24.000). Nou zullen sommigen denken: ja, maar in Nederland hebben we ook lange rijen van die molens staan, vooral in Flevoland. Veel levert dat echter nog niet op: vorig jaar was de capaciteit slechts 2.216 MW.

Nu heeft Nederland niet zoveel ruimte als het oneindige Spanje om dat soort gigantische parken te laten bouwen. En ook hier, in Spanje, zijn er protesten als het uitzicht van sommige bewoners ineens wordt onderbroken door die lange witte palen met drie wieken. Aan de andere kant beseffen de meesten dat het de toekomst is, de renovabele energie die niet eens een minimaal hoopje afval achterlaat. En soms, als de wind raast en de wolken openbreken, zijn de windmolens eigenlijk bedreigend mooi, zoals op de Catalaanse Serra de Montsant, op de weg van Reus naar Falset in de Priorat.

windmolens © edwin winkels

Praten over de dood

P1020574

Met een dominee, een atheïst en een antropologe een uurtje op de radio praten over de dood, en het leven (?) erna, het lijden, euthanasie, en al het andere wat er voorbij komt. Naar aanleiding van Allerheiligen, de dag dat de kalender iedereen naar het kerkhof stuurt. Totaal onverzoenbare standpunten, natuurlijk. Maar het is niet fout, in het publiek praten over de dood. Het is één van de argumenten die ik altijd geef in de interviews over Mari’s Deseo Vivir, het boek, overal in Spanje te koop. Ik roep maar steeds dat  de dood in onze westerse, door katholieke en protestantse doembeelden overheerste maatschappij, nog té veel een taboe is. En dat zo’n boek, waarin de dood én het leven 280 pagina’s lang voortdurend aanwezig zijn, zo’n taboe een beetje zou kunnen doorbreken.

icoEn zo word je al snel een expert in de dood, omringd, enkele dagen eerder in het Catalaans Oncologisch Instituut, door artsen die er eigenlijk veel méér van weten, er dagelijks mee te maken hebben, een oncoloog en een specialist in paliatieve zorg.

Oók Spanje wordt steeds minder geloviger, de verplichting naar de kerk te gaan is er niet meer zoals onder een dictatuur. Inmiddels worden liefst 52% van de huwelijken búiten de kerk om gesloten, wat voor een vaak nog oer-katholiek land als dit heel veel is. Maar op het moment van de dood blijken de meeste mensen (of hun familie’s) tóch voor de zekerheid nog even bij de priester langs te willen: nog altijd is 95% van de begrafenissen een katholieke, door een priester geleide gebeurtenis, is 2% van andere geloofsovertuigingen en slechts 3% een niet-religieuze ceremonie…

Dubbel goud op Allerheiligen

panellets1

Dit, op de foto, is wat vandaag iedereen in Catalonië eet. Twee, of meer, panellets. Stervensduur, en dat is een goede benaming op een dag als Allerheiligen, een dag waarop de begraafplaatsen in heel Spanje een soort Kalverstraat zijn, extra politieagenten, file’s in de ochtendspits, van mensen die één keer per jaar hun overleden dierbaren (moeten) herdenken. Todos los Santos. Als de kalender van de kerk zegt dat we bloemen naar de doden moeten brengen, dan doen we dat. Massaal.

Maar zelfs een droevige dag hier gaat normaal gesproken gepaard met een gastronomisch hoogtepunt. De panellets. Er zijn verschillende soorten en vormen, met kokos, amandelen, tropische vruchten, maar de authentieke zijn deze op de foto, die met piñones, pijnboompitten. Zo’n 48 euro de kilo en omdat die kleine bolletjes – zo groot als een pingpongbal – zwaarder zijn dan ze lijken ben je voor zes ervan al snel vijf euro kwijt.

olivaresDe meest pure zijn gemaakt van marsepein, volgens religieuze recepten uit de zestiende of zeventiende eeuw. Maar er wordt, behalve suiker, ook wel eens aardappel of boniato (de zoete aardappel, bataat) ingestopt. Zijn goedkopere ingrediënten. Maar geven er ook een zachtere smaak aan. Een bom vol calorieën, die je hier samen met de kastanjes eet en wegspoelt met een glas zoete wijn.

Over zoete wijn gesproken. Zelden eentje geproefd die zo onweerstaanbaar lekker is als de Olivares uit Jumilla. ‘Wegspoelen’ is bij deze fles wel heel oneerbiedig gezegd. We kregen hem deze zomer als dessertwijn bij El Bulli en in elke slijterij waar ik hem sindsdien koop (15 tot 18 euro de fles, één van de beste alcoholische investeringen die je kunt doen) zegt de baas dezelfde woorden: ‘Dit is goud’. Goud is het, de slome dieprode drank van de monastrell-druif uit deze streek, Jumilla, tussen Albacete, Murcia en Alicante. Goud. En samen met de panellets, dubbel goud.

572,43 euro voor een nieuwe gloeilamp

el ejido plaza mayor

Met het risico vervelend te worden: een mooi voorbeeld wát het woord corruptie in de praktijk nou precies inhoudt. En hoe brutaal de plegers ervan zijn, want zowel de ene als de andere partij verbergt absoluut niet dat het goed mis zit, zo blijkt vandaag uit een artikel in El País.

Het gaat over El Ejido, waar deze week de burgemeester en 19 anderen werden opgepakt, onder wie de directeur van het bedrijf dat het volgende deed: er was een tegel stuk op het Plaza Mayor van het stadje, op de foto boven. Een redelijk gewone steen, wit marmer, één vierkante meter. De rekening, door een even corrupte gemeente-ambtenaar met genoegen betaald, laat zien wie en wat er nodig was voor de reparatie van die ene tegel: twee ‘gewone’ arbeiders, één ‘speciale’ arbeider, twee ‘eerste opzichters’ en twee ‘tweede opzichters’. Samen waren ze 27 uur aan het werk, gebruikten ze twee van die kleine modellen bulldozers (of hoe ze ook mogen heten), een kiepwagen, 35 kilo beton en 250 meter lint om de zone af te zetten. Totaal, inclusief 16% BTW, 2.134,66 euro, wat nog meevalt voor zoveel gedoe…

Dat soort opgeblazen rekeningen leverde het bedrijf per jaar zo’n 33 miljoen euro aan gemeentegeld op, terwijl het werkelijke werk zo’n 13 miljoen moet hebben gekost. Vanzelfsprekend zal dat rijkelijk met steekpenningen aan ambtenaren beloond zijn geweest.

Nog eentje dan, omdat het behalve triest ook zo leuk is. Tijdens een concert van een zanger in het stadion deed een gloeilamp bij de loketten het niet. Twee man kwamen een nieuwe lamp erin draaien. Ze waren 10 uur bezig, volgens de factuur. Totaal, 572,43 euro.

Exclusief! Het huis van Dirk Scheringa in Spanje…

 

huis scheringa 1 copia

Niemand leest dit meer, natuurlijk, want iedereen is na een hectische, hysterische week Dirk Scheringa volledig zat, maar ik voelde me toch verplicht mijn bijdrage te leveren, mede op verzoek van het AD. Bij Pauw&Witteman zei de volksbankier dat-ie alleen z’n huis in Spanje nog kon verkopen om zelf wat geld over te houden. Vanaf dat moment begon mijn zoektocht, via internet, met het alarmerende resultaat dat (bijna) alles te vinden is, en dus openbaar. Big brother is watching you, en die Orwelliaanse voorspelling is van 1948…

Een korte cursus googlen: eerst gezocht naar pagina’s in het Spaans over “Dirk Scheringa” (altijd met aanhalingstekens werken, doen te weinig mensen) en er kwamen allemaal Spaanse krantenberichten over de roof in zijn museum van een schilderij van Dalí. huis scheringa 4Maar middenin die chaos lichtte een document van de gemeente El Campello op: Dirk Scheringa (en daar zijn er niet veel van, het is geen Jan de Vries) had een huis in de urbanización Cova del Llop Marí in El Campello bij Alicante.

Eerst, via de Spaanse telefoongids, de mensen gebeld die er volgens het kadaster-nummer naast wonen (zo’n dubbele achternaam vergemakkelijkt het zoeken van het juiste nummer). Inderdaad, het huis naast hen was nog steeds van ‘die Nederlander’ die zij niet kenden.

Dus verder zoeken via het nummer van het kadaster, dat niet helemaal compleet in dit document uit 2002 staat. Er komen allemaal cijfers en letters achter die betrekking hebben op El Campello en de wijk. De volledige combinatie is uiteindelijk met enige logica eenvoudig te vinden en die tik je vervolgens in op de website van het Spaanse kadaster.

Haleluja, in beeld verschijnen de exacte plaats én de gegevens van het betreffende huis: 289 vierkante meter, gebouwd op een terrein van 845 m2. Begane grond en één verdieping. Géén zwembad, dat ligt een paar huizen verderop, ogenschijnlijk voor alle bewoners uit de wijk. Slechts de waarde staat niet aangegeven (die zou, volgens het kadaster, toch niet meer actueel zijn); nu zou dat huis zo’n 750.000 euro kunnen opbrengen.

huis scheringa 6

Zelfs zo’n ouderwets kadaster is zó modern geworden, dat het je tegelijk de mogelijk biedt om de betreffende woning per google maps of google earth te lokaliseren.

huis scheringa 2

Dát is dus uiteindelijk het vrij anonieme Spaanse huis van Dirk Scheringa, binnen een half uur vanuit Nederland of waar dan ook op te sporen. huis scheringa 5Als je maar de goede methode’s gebruikt, want een fout zit in een klein hoekje. Surfend op internet kwam ik de website van de slimme krijtstreepgoeroe en goedgebekte Jort Kelder tegen en die had Scheringa in Spanje via een telefoongids opgezocht; de straat was goed, het huisnummer klopte alleen niet, dus gaf nine to five gisteren een woning in El Campello aan die schuin tegenover het werkelijke huis van de DSB-verschoppeling ligt. Nét niet goed. Moet je mee oppassen, dus. Pas dingen publiceren als ze 100% zeker zijn, maar in het internet-tijdperk gebeurt dat steeds minder.

Afijn. De trouwe én nieuwe lezers van Het Barcelona-gevoel weten nu waar Dirk Scheringa tijdens zijn Spaanse vakanties huisde. Interessant? Ik betwijfel het. Maar het blijft een leuk bericht, toch?

De moestuin van Europa

playa de la rabita2

Hup, het gaat maar door. Vanochtend gearresteerd: de burgemeester van El Ejido en 19 andere personen, allemaal beschuldigd van corruptie, witwassen van geld, jatten van overheidsgelden, etcetera. Maar laat ik het nou niet elke dag over corruptie hebben. Mooi excuus voor een post over El Ejido. Zijn aan de oostkant van de provinciale hoofdstad Almería de kust en het binnenland van Cabo de Gata een paradijs met bovendien een boeiende geschiedenis, ten westen ervan, aan weerszijden van de weg naar Málaga, begint de lelijkheid. Niet zozeer die van Roquetas de Mar, ook al geen pareltje aan de kust, maar rond El Ejido. Vroeger ging de mythe dat de Chinese Muur het enige menselijke bouwwerk was dat door astronauten vanuit de ruimte te zien zou zijn. Die ruimtevaarders zouden echter héél scherp moeten kijken om in het onmetelijke China die rij steentjes te ontdekken. Het enige menselijke spoor dat met het blote oog van buiten de atmosfeer is te zien, zijn de broeikassen van El Ejido en vijf omringende plaatsjes.

kassen ejido

Eén oneindige witte deken die het landschap heeft verpest strekt zich over een strook van 70 bij 15 kilometer uit over dit ooit paradijselijke stukje Spanje. In totaal zo’n 30.000 hectare met kassen van plastic zeil, want glas is veel te duur. Niet voor niets heet dit de ‘moestuin van Europa’. Ter vergelijking: in ons beroemde Westland staan in totaal 2.500 hectare aan glazen kassen en héél Nederland heeft er 10.500 hectare staan.

almeria-greenhousesDe intensieve tuinbouw in Almería is een fenomeen van de laatste 15 jaar. Er bleek flink aan te verdienen, dus elke boer en/of grondbezitter bedekte zijn land met plastic. Geen enkele limiet werd daarbij gerespecteerd, met toestemming van burgemeesters en wethouders natuurlijk. Het heeft bovendien negatieve ecologische efecten; niet voor niets hebben we het bij het opwarmen van de aarde over het ‘broeikaseffect’.

De laatste keer dat ik er was en de foto bovenaan nam, in Playa de la Rabita in de zomer van 2002, waren de kassen al tot op het strand terecht gekomen. Volgens de laatste gegevens, uit 2001, leverden die kassen een jaarlijkse oogst van 3 miljard kilo op; inmiddels zal dat wel boven de 4 miljard liggen. En heel veel daarvan gaat naar Nederland: tomaten, paprika’s, komkommers, de groentewinkels liggen er vol van, het hele jaar door. Dankzij de moestuin van Europa.

De dag van het Spaanse ras

hispanidad1

’t Is weer eens puente vandaag. Letterlijk betekent het ‘brug’ en in het Nederlands zouden we het, in dit geval, vertalen als lang weekeinde. Daar zijn de Spanjaarden goed in, in het maken van lange weekeinden. Heeft altijd met een feestdag te maken, en daar zijn er veel van. Was 11 september het nationale feest van Catalonië, vandaag is het de nationale feestdag van heel Spanje (en Catalonië en Baskenland zijn dat, tegen hun zin, verplicht mee te vieren). En net als die diada catalana blinkt ook deze Día de la Hispanidad niet uit door een uitbundig volksfeest. geit legioenTotaal anders dan de Franse 14 juillet of onze Koninginnedag. Er is het onvermijdelijke militair défilé, inclusief de even onvermijdelijke geit, de mascotte van het Vreemdelingenlegioen, er zijn wat bijeenkomsten van extreem-rechts (in Barcelona 150 man vanochtend bij het kasteel van Montjuïc; Geert Wilders niet gezien) en tegendemonstraties van extreem links. De rest van het land gaat naar het strand, het park, de familie of waar dan ook. Dat vooral dat steeds verder krimpende extreem-rechts dit als zíjn feestdag beschouwt komt misschien ook door de vroegere benaming van de 12e oktober: Día de la Raza, de dag van het ras. Welk ras? Het Spaanse, als je dat een ras mag noemen; of het Latijnse ras, dat in 1492 Amerika ontdekte en veroverde.

Want dat is wat er op 12 oktober wordt gevierd: de aankomst van Christoffel Columbus (Cristobal Colón in het Spaans) op een kust waarvan hij dacht dat het Indië was maar later het onbekende Amerika bleek te zijn. Daarom wordt het feest niet alleen in Spanje gevierd: zag foto’s van een kleurrijke optocht gisteren in New York, waar de Zuidamerikaanse volken in klederdracht de ontdekking van Amerika herdachten, al zou er voor veel van hun voorvaderen, gekweld door het geweld van de Spaanse kolonisten, geen enkele reden tot feest zijn geweest.

hispanidad NY

Carmona, 21 uur; en het plein leeft!

carmona2

Het is de tweede achternaam van mijn kinderen, dus een bijzonder stadje. Carmona. Iets van 28.000 inwoners en een prachtige Parador (die keten van staatshotels in oude kastelen, paleizen en op andere bijzondere plaatsen), 30 kilometer ten oosten van Sevilla. Van het hoogste punt uitzicht over de gortdroge velden tot Gibraltar aan toe, zeggen ze. Iets meer dan 33 graden begin oktober, ’s avonds om negen uur op het terrasje nog zo’n 27.

Over dat laatste wilde ik het hebben. Niet de temperatuur, maar het terrasje, vanwaar bovenstaande foto is genomen. Negen uur, en het centrale plein van het dorp, de Plaza de San Fernando, bruist nog van het leven. carmona1Kleine kinderen in hun fietsjes op straat, tieners die op de houten banken respectvol praten met oudere mensen, waarschijnlijk hun grootouders, mannen in de kroeg, vrouwen op de terrasjes of met de kleintjes bij de snoepwinkel, die nog open is. Leven! Vrolijkheid!

Even op internet gekeken welke gemeentes in Nederland 28.000 inwoners hebben: Veendam, Aalsmeer, Boxmeer… Ken ze niet goed, maar betwijfel of daar nog iemand na 17.45 uur op straat is. Ik weet, de vergelijking is zo scheef als de toren van Pisa – andere cultuur, andere temperatuur vooral -, maar juist dát is wat me, na 21 jaar, nog altijd van Spanje blijft bekoren. Het leven op straat, en zeker daar in het zuiden.

Trouwens, de twaalf biertjes, één rode wijn en twee glazen water op het terrasje kostten ons precies 12 euro…

Verliefd op de Maagd van de Goede Boeken

vrgendeloslibros

Ben niet katholiek (ook niet protestants, noch moslim), maar deze Maria mag van mij altijd blijven. Had nog nooit van haar bestaan gehoord en zoekend op internet heb ik ook vrijwel niets over haar oorsprong kunnen vinden (ze is jonger dan ik, van ’67 geloof ik), maar de naam is wonderbaarlijk schoon. Ik kwam haar tegen op een straathoek in het zwoele Sevilla en zij viel direct op: Virgen de los Buenos Libros heet ze. Dus niet gewoon een Maagd van de Boeken. Ze gaat veel verder: ze is de beschermheilige van de Goede Boeken, want er verschijnt natuurlijk ook veel rotzooi. Wat goede boeken zijn en wat niet? De Maagd, daar op die straathoek in Sevilla, wilde het niet vertellen.

Rome in het klein

merida3

Na 21 jaar ken ik verreweg het grootste deel van Spanje, wegen en landschappen, bergen en strandjes, steden en dorpen, maar er zijn nog altijd genoeg plaatsen waar ik nooit ben geweest. ’t Land is gewoon te groot. Mérida was er één van, en ik weet niet waarom ik er nooit een voet had gezet. Geen excuus is mogelijk. Heb ’t gisteren goedgemaakt. Het is alsof je er door Rome loopt, maar dan op een kleine schaal. Kom je een winkelstraat uitlopen en kijk je, voor de zoveelste keer, tegen weer een paar oude Romeinse zuilen aan, dit keer van de tempel van Diana.

merida1Mérida was één van de drie Romeinse hoofdsteden in Iberië en Lusitanië, samen met Córdoba en Tarragona. En nergens zijn de resten zo mooi bewaard gebleven als hier. Vooral, op de foto boven, het theater en amfitheater van 5 en 13 jaar na Christus, vanaf 1912 opgegraven onder wat tot dan een soort vuilnishoop was. In het amfitheater werd met de dood gespeeld (gladiatoren, slaven), het theater was voor heuse toneelspelen zonder bloed. Een wonder is ook de brug over de Guadiana, de langste Romeinse brug in Spanje, zoniet van Europa.

Ben op een korte, vierdaagse reis langs het zuidelijke deel van de Ruta de la Plata, de oude zilverweg die helemaal van Gijon tot Sevilla loopt. De Romeinen haalden hun zilver uit de mijnen van Asturië, transporteerden het over de speciaal aangelegde weg naar het zuiden, waar het aan boord van schepen richting Rome ging. Cultuur en oudheid opsnuiven dus, maar het grote voordeel van Spaanse steden en dorpen is dat er ook genoeg andere geneugten, vooral gastronomische zijn, al ben ik nu, na twee dagen, het varkensvlees al wel een beetje zat. En straten en pleinen vol leven, natuurlijk, bij het vallen van de avondzon en een temperatuur van rond de 25 graden.

merida2