Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

De gehate sushi van Figo

kinsushibar

Dit is de Kin Sushi Bar, een eenvoudige en moderne Japanner in de Eixample. Nou zijn er wel meer Japanners in Barcelona (straks enkele tips), maar achter deze zit een klein verhaaltje. Hij opende in maart 2000, er werd een rode loper uitgelegd en de straat (Provença) moest twee uur tevoren worden afgesloten, want de halve selectie van FC Barcelona (met o.a. Pep Guardiola en Rivaldo) kwam naar de feestelijke inauguratie. Binnen wachtte het beroemde echtpaar dat de zaak had opgezet, voetballer Luis Figo en zijn vrouw, het Zweedse Model Helen Swedin. Gedurende enkele maanden was de Kin Sushi Bar the place to be in de stad, vooral omdat er een grote kans bestond dat je er één van de Barça-spelers zou aantreffen.

Toen ging, in de zomer van datzelfde jaar, Luis Figo ineens naar Real Madrid. Hoogverraad, natuurlijk. De populairste speler van Barça op dat moment, de Portugees die groot was geworden in het Camp Nou, had een contract ondertekend met kandidaat-voorzitter Florentino Pérez. Als die de verkiezingen zou winnen, zou Figo zich in het wit hullen. De Portugees moet gedacht hebben dat die gekke Pérez nooit kon winnen; en hij zou sowieso een miljoen aan tekengeld ontvangen, ook al zou de transfer niet doorgaan. figo varkenskopMaar Florentino won en bijna tegen zijn zin moest Figo uiteindelijk wel naar Madrid. In Barcelona werd hij intussen uitgekotst; nooit is een voetballer er zo vijandig ontvangen toen hij later eens met Real terugkeerde. Er werd zelfs een varkenskop op het veld gegooid toen hij een hoekschop moest nemen. Maar ook de Kin Sushi Bar leed eronder. Eén van de grote ramen werd ingegooid en de rest beklad door woedende Barça-gekken. Figo en zijn vrouw besloten het restaurant maar te verkopen. Nu wordt het gerund door een traditionele Japanse familie met, onder anderen, een bloedmooie Japanse dochter in de bediening. Het middagmenu is er 10€ en de rest van de kaart meer dan acceptabel.

De Kin Sushi Bar opende toen er eigenlijk bijna geen Japanners waren in Barcelona, behalve enkele klassieke restaurants; van sushi hadden nog weinig Catalanen gehoord. Een andere leuke uit die tijd was El Japonés van de gerenommeerde Tragaluz-groep die ook nog altijd bestaat en een uitstekende tempura serveert in de Passatge de la Concepció, een zijstraatje van de Passeig de Gràcia. Maar de beste Japanner van Barcelona, en daar is echt iedereen het over eens (vandaar ook de enorme drukte; reserveren is noodzakelijk) is Koy Shunka in de Carrer Copons in de oude Gothische wijk, een groter broertje van de Shunka, eerder opgezet door Japanner Hideki en Chinees Xu. De vader van Hideki was in Tokio 40 jaar lang sushi-meester.

Afzien op de fiets

foix

Eindelijk weer eens op pad met mijn eenvoudige BH, een simpele Spaanse racefiets die, helaas, de pijn van de eerste rit sinds maanden niet kon verzachten. Ik ben geen klimmer, met mijn 89 kilo, maar zodra je hier even het binnenland inrijdt, is er geen kilometer vlakke weg meer te bekennen. Zal gewoon weer een beetje wennen zijn, want wielrennen is vooral veel kilometers maken. En echt zware klimmen zitten ook niet in deze rit van 65 kilometer, onder anderen langs het stuwmeer van Foix (op de foto, met het kasteeltje van Castellet op de achtergrond), richting de wijngaarden van de Penedés. Daar ligt, voor een langere rit, Els Cassots, een klimmetje van 5 kilometer waar ik ooit ontdekte wat het verschil is tussen een stumper als ik en een profrenner. Zat na zo’n 3 kilometer hijgend en puffend op het kleine blad en had al naar het grootste tandwiel van het achterwiel geschakeld (het laatste redmiddel bij een steile klim), toen Juan Antonio Flecha me voorbijraasde, op het grote blad natuurlijk, en ook nog vrolijk goedemorgen zei. De Rabo-renner (toen nog in het shirt van Fassa Bartolo trouwens) is geen rasklimmer, maar deze klim was een puist voor hem.

sportcor4Mijn bewondering is daarom ook groot voor de 20 cardiologen die ik vorige week opzocht op hun laatste dag van een tocht van Maastricht naar Barcelona (waar een cardiologencongres begon), 1.600 kilometer in 8 dagen, soms met een etappe van 250 kilometer. Niet misselijk, al probeerden ze zo weinig mogelijk ‘hoogtemeters’ te maken en reden ze, bijvoorbeeld, door het Rhone-dal in plaats van de Ardèche (en waren ze onder de indruk van de weg hiernaast, de betoverende bochten tussen Sant Feliu de Guíxols en Tossa de Mar). Maar deze tocht, elke dag met zo’n 28 tot 30 km/u de lange tocht afleggen die wij vroeger in de auto al vermoeiend vonden vergt meer dan alleen een goed werkend hart. Ze deden het voor Sportcor, een organisatie die pleit voor meer onderzoek naar de subiete dood bij sporters.

denieuwefietsTrouwens, een leuk boekje over zo’n fietstocht lezen? Collega Dirk-Jan Roeleven schreef er één, De nieuwe fiets, over zijn mooie Italiaanse Cucchietti-fiets van een oude fietsenmaker in een klein dorpje, maar ook over de doden die er altijd met je meerijden, op zo’n lange tocht. Hoop dat hij die doden nu eindelijk achter zich heeft kunnen laten.

En ik zag deze week bij Wilfried de Jong’s Holland Sport dat ook Ilja Leonard Pfeijffer een boek over zijn rit, in spijkerbroek en mét hangbuik, op een oude Batavus van Leiden naar Rome heeft geschreven: De filosofie van de heuvel. Onderweg vond hij Genua zo mooi dat hij daar maar is blijven wonen.

Ook Iberia en Vueling naar de nieuwe terminal

Kort bericht voor de vliegers: in juni werd de nieuwe terminal T-1 van het vliegveld van Barcelona geopend, met Spanair en de maatschappijen van de StarAlliance (o.a.Lufthansa, Singapore Airlines, United) als eerste gebruikers. Ook daarbij: Brussels Airlines. Vanaf vandaag hebben ook Iberia en Vueling bezit genomen van de T-1, de eerste vooral met de luchtbrug naar Madrid, want vanuit Barcelona heeft Iberia verder bijna geen vluchten meer. Die zijn twee jaar terug ‘overgedaan’ aan de low-cost partner Clickair, die op zijn beurt weer met Vueling is gefuseerd. Samen met Iberia zijn ook de partners van OneWorld (British Airways vooral) naar de T1 gegaan. Van en naar Amsterdam vliegen met Transavia en KLM gebeurt dus nog altijd vanaf de oude T-2, met Vueling is dat vanaf de T-1. En Brussel is nu altijd vanaf e T-1 met Brussels Airlines en Vueling.

De oogst is begonnen!

druiven september

Hectische activiteit deze dagen op de wijngaarden in heel Spanje. Je hebt ze al op een kilometer van mijn huis, officieel in de streek die Garraf heet, maar met druiven die bestemd zijn voor de Penedès-wijnen. De oogst is in volle gang. In sommige gebieden, zoals Costers del Segre, zijn de druiven al half augustus geplukt, bang als de boeren waren voor een gevreesde hagelstorm aan het einde van de zomer. De wijnboeren zeggen dat het een goede oogst is, na een vochtig voorjaar en een droge zomer. Misschien iets té droog, of té heet, en daardoor is de vendimia op veel plaatsen twee weken vervroegd. De druiven zijn al rijp genoeg en kunnen niet nog langer in de in september nog altijd brandende zon hangen. Veel te veel druiven trouwens. De boeren protesteren tegen de lage prijzen die ze betaald krijgen door de bodega’s. Daar bestaat, door de crisis, een overschot aan flessen en vaten wijn van vorig jaar, zodat ze minder inkopen én tegen veel lagere prijzen. Verbaast me niets, dat overschot. Heb de laatste 10 jaar van dichtbij gezien hoe elk braakliggend stuk terrein werd omgetoverd in een wijngaard.

Dat stelt je wél in staat dat hele magische proces van de natuur van dichtbij mee te maken. Bij deze, een jaar lang in de wijngaarden van de Penedès. Of hoe herfstachtige bladen verworden tot lange, bladloze staken en er, in het voorjaar, weer nieuw leven aan die ranken begint te ontstaan.

druiven november

druiven december

druiven januari1

druiven februari

druiven maart

druiven juni2druiven augustusi

Een beetje vakantie in september

sitges1

De Fransen hebben de zomer gered, zeggen de eigenaars van de terrasjes en chiringuitos (de strandtentjes) in Sitges. Veel andere toeristen (Nederlanders, Britten, Duitsers) bleven weg, maar de Fransen hoefden maar een kort stukje te rijden, meestal, om in Sitges te komen. Nu zijn ook zij weg. Overal in Europa zijn de vakanties afgelopen; hoewel, in Spanje, waar de schoolvakantie op 21 juni begon is deze pas komende maandag, 14 september, na bijna drie maanden ten einde. En in Nederland is Matthijs (sinds vandaag de ‘machtigste man van de Nederlandse TV, volgens de Nieuwe Revu) terug op TV en hebben Pauw&Witteman gelukkig weer hun door de onuitstaanbare en humorloze gekkebekkentrekkers van de EO bezette podium ingenomen. Het teken dat alles weer verdergaat zoals het ergens in juni eindigde.

sitges2Tijd dus om zelf aan vakantie te beginnen. September is de beste maand. Het weer nog mooi (althans, deze dagen), de stranden een stuk rustiger, ook de straten in het dorp zonder de hordes van juli en augustus, stoelen vrij op de terrasjes, collega’s die al lang van hun vakantie zijn teruggekeerd en tegen wie je zegt dat jij nú begint, en zo een lang etcetera van argumenten voor een late vakantie.

Geen reis, echter, maar dat hoeft ook niet altijd als je op 50 meter van het strand, de boulevard en heerlijke avondbries van de Middellandse Zee woont. Een typische vakantie in crisistijd, dus. Gewoon thuisblijven, met als enige rijkdom het geluk en de gezondheid. Plus een biertje, mijn trouwe quinto de San Miguel.

UPDATE: Ja, stom natuurlijk. Zet ik er niet bij dat ik deze maand gewoon zal blijven schrijven (ben al een weekje met vakantie, trouwens.) Dus bij deze, de posts uit en rond ons geliefde Barcelona zullen (bijna) dagelijks blijven verschijnen. Slechts ondergedompeld in dat biertje of een witte albariño, om te proberen toch nog enige inspiratie te houden. En met dank aan de nog steeds groeiende schare lezers!

De onbedorven Rambla, 1969

rambla1969

Kan aan de hand van deze foto natuurlijk niet zeggen dat vroeger alles beter was. Vroeger was, in dit geval, 1969. Een zomer precies 40 jaar geleden. Met mama en broertje Jelle (sorry, broer) op de Rambla, zonder enig idee wat de toekomst ooit zou brengen, dat ik er uieindelijk nog honderden, duizenden keren overheen zo fietsen of lopen. Kan me van dit eerste bezoek als zesjarige aan Barcelona helemaal niets meer herinneren. Waarschijnlijk hebben we toen niet eens de Sagrada Familia bezocht, want die was nauwelijks beroemd; we hebben er ook geen foto’s van.

Kan dus ook niet uit eigen ervaring zeggen dat de Rambla toen mooier en leuker en oorspronkelijker was dan nu. Maar dat leidt geen enkele twijfel, als je ziet tot wat de boulevard nu verworden is. De bloemenstalletjes zijn gebleven, net als de krantenkiosken en de kooitjes met opgesloten dieren. Het plaveisel is ook nog hetzelfde. Wat veranderd is, is alles eromheen, de menselijke fauna, af en toe letterlijk een beestenboel. Ik ga het er niet nóg eens uitgebreid over hebben, maar zo’n foto doet terugdenken aan een onbedorven Rambla, met authentieke hoermadams én kruimeldieven, want dat hoort er altijd bij. En als je ons zo ziet, arbeidersgezin dat in de tijden van Franco (foei!) voor één keer de caravan thuisliet en naar Spanje vloog, gingen de toeristen toen ook nog redelijk netjes gekleed.

Een plezierig terras op een onbestaand plein

latertulia

Omdat ik me, met het afstaan van mijn Otxoa-drama aan de door de ambassade uitgegeven bundel met wielerverhalen (Mi querida bicicleta, Mijn geliefde fiets) zo ‘voor het Koninkrijk’ had ingezet kreeg ik een uitnodiging, in naam van dat Koninkrijk, dus Beatrix, voor een diner. Ik mocht de plaats uitkiezen en kwam, bijna per toeval, na twee jaar weer eens terecht bij La Tertulia, één van de leukste en minst bekende terrasjes van de stad. (Een tertulia is een soort rondetafel-gesprek over van alles en nog wat, populair op de Spaanse radio’s.)

Ik ontdekte het enkele jaren geleden, toen ik voor El Periódico een zomerse serie over de geschiedenis van de terrasjes in de stad maakte. De meeste die ik beschreef, van kleine café’s tot luxe restaurants, kende ik vooraf niet, dus was ’t ook voor mij een plezante ontdekkingstocht. En iedereen heeft een verhaal, ook de eigenaars van een terras. Dit is van een dame die één van de beroemdste arrocerías van de stad heeft, Xátiva, naar een paella-dorp onder Valencia. La Tertulia ligt op een pleintje, plaça del Carmen, dat eigenlijk geen pleintje is, maar een stokoude kruising bij de Colonia Castells, een tot verdwijnen gedoemde textielkolonie met arbeidershuisjes in de wijk Les Corts.

Alles is hier authentiek, de rust is aangenaam, de afwezigheid van toeristen een voordeel en het eten voortreffelijk. De diplomatieke disgenoot ging voor zeeëgels en een solomillo die er mals uitzag, ik voor een tempura van groenten met romesco– saus en een overheerlijke rodaballo a la sal, een tarbot die in een dikke laag van twee kilo grof zout de oven in ging. Zachter kun je witte vis niet bereiden. De rode wijn was een Mas Perinet uit de Priorat (hij is er ook van de Montsant), een bodega van, onder anderen, zanger Joan Manuel Serrat.

TV-ploegen en agenten in plaats van hoertjes

(c) Cesc Giralt

Zelfde plaats, bijna dezelfde tijd, andere hoofdrolspelers. Eén avond nadat El País met de onthullende foto’s van hoertjes en klanten in de portalen van de Boqueria-markt kwam (zie post hieronder), kwamen héél veel TV-ploegen naar de plek des onheils en waagden vanzelfsprekend ook de politie-agenten zich weer in obscure stegen die zij de laatste tijd leken te vermijden. Geen hoertjes meer, geen klanten in kleurige korte broeken op de enkels. Nou zijn er donkere en gure straatjes genoeg in de Raval voor zo’n goedkoop vluggertje en op de Rambla zijn ze niet weggejaagd, de ongeveer 90 Nigeriaanse prostituees die er werken en (onwillige) klanten belagen. De politie belooft nu dat dit een ‘langdurige offensief’ zal zijn. Maar erkent tegelijk dat het grote probleem, de exploitatie van de meisjes, nauwelijks te bestrijden is. Tja.

Rottend vlees in de Boqueria

boqueria1

Wij, journalisten, kunnen natuurlijk schrijven wat we willen, maar vaak zijn het de foto’s die het doen. Barcelona is vandaag opgeschrikt door foto’s, van Edu Bayer, een jonge en aardige collega van El País, één van de vele freelancefotografen die probeert te overleven in een tijd dat ze soms nog maar 50 of 60 euro per plaatje krijgen. En wij, bloggers, nemen dat soort foto’s massaal ongestraft over, velen zonder vaak de bron te vermelden.

Edu trok ‘ s nachts naar de achter- en zijkanten van Barcelona’s populairste markt, de Boqueria aan de Rambla. Dat kan gevaarlijk zijn, zeker als je er met een grote, dure camera loopt. Maar die had hij nodig, met een beetje telelens, om de teloorgang van het oude centrum van de stad vast te leggen. Het afgelopen jaar is de agressieve prostitutie van piepjonge Afrikaanse meisjes aan de Rambla sterk gegroeid. Wil je niet met ze mee, dan doen ze hun best in ieder geval je portemonnee te rollen: de één pakt de man, vooral de toerist, bij zijn ballen, de ander rolt zijn kont- of borstzak. Sinds kort gebruiken ze ook een soort pepperspray om de onwillige toerist even blind te maken en hem van zijn geld en creditcards te ontdoen.

boqueria2De meisjes worden, net als hun ‘collega’s’ uit Oost-Europa, door internationale maffia’s in de stad gestald. Daar moeten ze elke nacht een bepaald bedrag verdienen. Sommigen nemen de klant mee naar een goor pension, anderen hebben daar het geld niet voor en gebruiken de bij nacht gesloten Boqueria als afwerkplaats. Gesloten? Om vier, vijf uur ’s nachts komen al de eerste leveranciers van verse vis en groenten en die treffen regelmatig dit soort rottend vlees aan. Dat rottend slaat natuurlijk op de mannen, toeristen die ook ’s nachts nog in hun kleurige korte broek lopen en die broek, na het betalen van 20 tot 40 euro, even laten zakken en in een door maffiosi geëxploiteerd meisje stoppen. Ik hoop dat als één van de jongens op de foto een Nederlander is, dat zijn moeder of vriendin hem op dit blog of bij El País ziet, en dat zijn straf vreselijk zal zijn. Misschien dat fotograaf Edu Bayer daarmee een beetje een goede daad heeft verricht.

De vogeltjes uitlaten

pajaritos

Een plein in Cornellà, één van de vele voorstadjes van Barcelona. Nou ja, stadjes: l’Hospitalet heeft meer dan 200.000 inwoners, net zoveel als Utrecht, en Badalona zit boven de 150.000. En in l’Hospitalet, en Badalona, en Cornellà, en veel van die andere steden en wijken vol Andalusische immigranten, in de jaren zestig naar de grote stad in het noorden getrokken, kom je ze tegen: de mannen, meestal gepensioneerd, met hun vogelkooien. Bedekt tijdens de wandeling van en naar huis, opdat de beestjes niet schrikken van het verkeersgeweld onderweg, en zichtbaar voor het publiek tijdens de urenlange zit ergens op een plein in de stad. In l’Hospitalet is er een plein dat zelfs zo heet, de Plaza de los Pajaritos, van de vogeltjes die er elke dag in hun kooien staan tentoongesteld.

 Meestal zijn het kanaries, in alle kleuren, en af en toe jilgueros, wat volgens het woordenboek een puttertje of distelvink is. Zingt mooier, langer en beter dan de kanariepiet. De mannen scheppen er genoegen uit, zo’n halve ochtend of middag op straat zitten en hun vogeltjes uitlaten. Kan me herinneren dat m’n oma er vroeger één had, in de kooi thuis in het Utrechtse Tuinwijk. Zal wel Pietje geheten hebben. Of Kees, naar één van haar zonen, want als die het huis uit zijn kun je nog altijd hun naam dagelijks roepen, tegen een kanarie. Maar die zat dus altijd binnen, op dezelfde plaats. Weet niet waar de gewoonte vandaan komt, maar deze mannen laten hun vogeltjes, elke dag weer, een klein beetje van de wereld zien. Hun wereld.

UPdate: kanarie veroorzaakt verkeersongeluk. Tja, ook toeval.