Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Zijn we Spanje-moe?

Vond iedereen  in Nederland in januari de sneeuw voor de deur zo leuk dat niemand meer op reis wilde? Las iedereen de weerberichten uit Spanje – overstromingen op de Canarische Eilanden en in Zuid-Spanje, kou en sneeuw in het noorden en midden, drie van de vijf dagen motregen in Barcelona – en besloot dat het niet het moment was hier naartoe te komen? Moet ik deze weblog maar sluiten omdat we de belangstelling voor Barcelona, Catalonië en Spanje snel aan het verliezen zijn?

Het  Spaanse ministerie van Industrie maakte vandaag de maandelijkse cijfers van toestroom van toeristen bekend en was blij omdat dat aantal na 18 maanden van voortdurende dalingen voor het eerst weer een lichte lijn omhoog liet zien, al was het maar 1,1%. Vooral de Italianen (+19%), Belgen (+6%) en Fransen (+5%), kwamen in grotere getallen, maar naast Britten en Duitsers lieten de Nederlanders het opnieuw totaal afweten: we kwamen met z’n 83.881-en naar Spanje (het cijfer lijkt heel nauwkeurig, maar blijft een schatting, natuurlijk) en dat waren er 18% minder dan in januari vorig jaar.

Daarmee zetten we de negatieve tendens van het hele vorige jaar door. In de totaalcijfers over 2009 kwamen 2.094.634 Nederlanders naar Spanje, een daling van 15,5% ten opzichte van 2008. Crisis? Spanje-moe? Een beetje van allebei, denk ik. Nou zullen ze hier van de wegblijvende Nederlanders niet écht wakker liggen (behalve die campings die een ANWB-vakantieoord lijken waar palingpop uit de luidsprekers schalt en waar niet-Nederlanders zich niet eens meer welkom voelen); veel meer pijn doen de 15,5% aan Britten die wegbleven (al kwamen er nog altijd 13,3 miljoen) en de 11% Duitsers (in totaal zochten er 8,9 miljoen Spanje op). Dát zijn enorme aantallen. Uiteindelijk leverde Nederland maar 4% van het totaal aantal toeristen in Spanje. Dat we soms met veel meer lijken aan de costa’s komt omdat we op dezelfde plaatsen hokken en heel veel lawaai kunnen maken.

Update: overal gaat het minder, maar Spanje had nog wel de meeste hotelovernachtingen van heel Europa.

Toen het Park Güell nog een oase van rust was

Dit was het Park Güell in maart 1983. En dit:

Of dit, rechts, de ingang aan de voorkant.

Een park zonder mensen . Niet meer voor te stellen. Want het Park Güell is nooit zonder mensen sinds het door het internationale toerisme werd ontdekt. Of sinds Gaudí werd ontdekt. Vreemd toch; weinigen hebben zó lang op erkenning moeten wachten als deze genie van de architectuur. Al 100 jaar geleden gingen we naar Rome, Parijs of Londen om de monumenten daar te ontdekken. In de jaren zestig, zeventig kwam het massatoerisme naar die steden helemaal op gang. En in de jaren tachtig en negentig werden de citytrips populair. Toen pas, helemaal op het einde,  kwam Barcelona om de hoek kijken. Maar heeft dat alleen maar met die Olympische Spelen van 1992 te maken gehad? Gaudí was er al zo lang, maar niemand zag hem staan. De toeristen die al in de jaren zeventig en tachtig naar Barcelona kwamen bleven ronde de Rambla hangen, de Sagrada Familia had minder faam dan de Gothische kathedraal en naar het Park Güell, ver uit de route, ging niemand.

Wij nostalgische geesten mogen, dankzij mijn toch confronterende foto’s van 27 jaar geleden, af en toe eens naar een rustig Park Güell verlangen. Dat zit er niet meer in. Het is februari, de maand met de minste toeristen in de stad, maar vanochtend was het al vroeg druk in het Park Güell, onder anderen met grote groepen van cruiseschepen, ook helemaal aan de bovenkant van het park, op de Turó de les Tres Creus, de heuvel met de drie kruizen, waar toeristen zich verdrongen voor één van de beste uitzichten op Barcelona.

Luxe eten voor 25 euro

Officieel is het restaurant van Mey Hofmann een Escuela de Hosteleria, wat je als Hotelschool zou kunnen vertalen. Jonge koks leren er koken. Kun je daar lekker eten? Nederlandse voetballers als Patrick Kluivert en Phillip Cocu vonden van wel; ze waren er vaste gast. En ze waren/zijn niet de enigen. Hofmann, midden in El Born, heeft een dikverdiende Michelin-ster, maar zit dus wel aan de prijs. Dat verandert echter, even, vanaf morgen.

Van 20 tot 28 februari viert Barcelona zijn Restaurant Week: bij tientallen anders toch wat duurdere restaurants kun je deze acht dagen een ongetwijfeld uitstekend menu van 25 euro krijgen. De prijs is eigenlijk 24 euro, en die ene extra euro gaat naar een stichting voor blindegeleidehonden. Welk restaurant? Keus genoeg op de lange lijst; de meeste ken ik niet persoonlijk, dus iedereen moet maar op zijn eigen smaak afgaan. Qua kwaliteit is Hoffman een aanrader, net als Saüc en Petit Comité, het Xalet de Montjuïc doe je om het uitzicht op het enorme terras (moet het wel even wat beter weer worden), naar Icho ga je voor een sjieke Japanner, voor vis naar Cal Pintxo en El Cangrejo Loco, Blanc en East47 zitten in luxe hotels (het gloednieuwe Mandarin op de Passeig de Gràcie en Claris), heel modieus schijnen Libentia, Gresca en Hisop te zijn, maar mijn favoriet, zeker op zwoele avonden, blijft Els Pescadors, om het eten, het terras op het goed verstopte Plaça Prim en de omgeving, de oude resten van het Poble Nou.

Het bordeel van Europa

Curieus fenomeen, vertelden me deze week, ergens rond 3 uur ’s nachts (ja, de verslaggeving vergt vaak vreemde offers), de twee portiers van de hoerentent Estel in de buurt van El Vendrell: begin van de maand was traditioneel de drukste periode, konden de noeste arbeiders en discrete kantoormensen hun net geïncasseerde loon alweer aan een half uurtje sex à 60 tot 120 euro uitgeven. Tegenwoordig is er minder volk – de crisis – én hebben de drukke dagen zich naar halverwege de maand verplaatst: tussen elke 10e en 15e van de maand komt in Spanje de WW-uitkering binnen. Werkloze wippies dus.

Estel is één van het dozijn ‘megabordelen’ (moeilijk Spaans woord: macroprostíbulos) dat Catalonië rijk is. (Omdat ik al vermoed welke commentaren ik kan verwachten: néé, ik ben níet binnen geweest.) Vakantiegangers in Salou zullen vast de Privee op de weg naar Reus wel eens hebben gezien (ja, mevrouw, manlief was die avond toch wel lang op zoek naar een sigarettenautomaat), en aan de Costa Brava schijnt de Eclipse bij Palamós een ongelooflijk succes te zijn. Maar de grootste concentratie van dit soort vroegere hotels die tot immense disco-bordelen met tientallen, soms meer dan 100 meiden en vrouwen uit vooral Oost-Europa zijn omgebouwd is aan de N-2 vlakbij de Franse grens. Véél vrachtwagenchauffeurs en veel Fransen – in hun land is de prostitutie verboden – behoren tot de cliëntele. Het dreef enkele priesters uit de omgeving zover tot wanhoop dat zij klaagden dat deze streek ‘het bordeel van Europa’ is geworden.

Nu wil een ondernemer er in La Jonquera nóg één bijbouwen, met meer dan 100 kamers als afwerkplekken. De gemeente wilde niet, maar moet het van de rechter toch toestaan. Sommige gemeentes zijn wél blij met dit soort megahoerententen; de jeugd van de plaatselijke voetbalclub van Bellvei wordt door Estel gesponsord omdat de kleinzoon van de eigenaar er ook speelt. Bovendien, zeggen de burgemeesters, hebben ze de prostituées liever in zo’n ‘hotel’ dan op straat. Hebben ze gelijk in: op populaire websites over google-street in combinatie met straatprostitutie zijn bijna alle foto’s uit Spanje, en vooral Catalonië afkomstig:

Gewoon een vrolijke boel

Dat krijg je ervan als je zelf nog nauwelijks ver na middernacht op straat komt. Gisteren was het weer een keertje nodig, even de Carnavalsoptocht met de halfblote dochter bekeken – ze had het gelukkig veel minder koud dan met de 2 graden van zondag – en daardoor als niet-nachtbraker weer eens ontdekt wat voor een absoluut gekkenhuis Sitges middenin de nacht nog is. Sterker: zelfs in de trein van 10 uur vanochtend naar Barcelona zaten nog verklede, dronken en vooral vermoeide feestgangers, die even later als lachwekkende zombies middenin Barcelona op straat stonden.

Ook de trein gisteravond, Barcelona-Sitges om 23.06 uur, was een spektakel, met vooral veel spontane muziek – gelukkig kennen ze hier niet die Brabantse carnavalskrakers en staan er in Sitges dus nooit paarden in de gang. Bij aankomst is er vervolgens een strenge controle van de Mossos d’Esquadra, de Catalaanse politie, op het station om mogelijk gevaarlijke elementen en/of wapens te filteren. En ’s nachts, op de terugweg, nog méér controles, maar dan op de weg, de meest uigebreide alcoholcontroles die er in het jaar worden gehouden.

Het mag de pret niet drukken. Ik heb het al vaker gezegd en geschreven: 200.000 mensen op een hoopje, een groot deel flink beschonken, en er gebeurt bijna niets. Ja, de gebruikelijke dronkemansruzies of -uitglijders, en de sirenes van de ambulances zijn regelmatig te horen, maar verder is het vooral vorlijk en leuk – als je er van houdt tenminste. Net het laatste nieuws nagekeken: geen berichten uit Sitges, geen Hoek van Holland-nacht. Niks bijzonders gebeurd, dus, behalve dat 200.000 mensen zonder noemenswaardigde incidenten tot zes, zeven uur ’s morgens feest hebben gevierd.

La dolce vita in Barcelona

Heb het al eens eerder gehad over Caixaforum, één van de leukste musea van Barcelona en, altijd een pluspunt voor ons Nederlanders, nog gratis ook. Plus hele wereldse tentoonstellingen ook, voor wie niet van zeer klassieke kunstvormen houdt. Zoals vanaf morgen (en tot 13 juni) het ‘Circus van de illusies’, waarin meer dan 400 werken (veel foto’s, tekeningen en video’s) een inzicht moeten geven in de obsessies van Federico Fellini.

Al zijn beroemde films komen er in terug, en volgens Sam Stourdzé, de talentvolle Franse ontwerper van de expositie die vier jaar met het onderzoek bezig was, is het hét bewijs dat sommige absurde fragmenten uit Fellini’s films niet de vruchten van zijn ongebreidelde fantasie waren, maar vaak geïnspireerd op berichten die hij in de krant las, of foto’s die hij gepubliceerd zag. Zoals het door katholiek Italië verketterde en gecensureerde openingsbeeld van La dolce vita (nu precies 50 jaar geleden in première gegaan), waarin een Jezusbeeld onder een helicopter hangt; echt gebeurd, vier jaar eerder, op het plein van de Duomo in Milaan.

Een apart deel van de expo is er voor foto’s van acteurs en beroemdheden in de straten van Rome, verrast door de fotografen die – goed om weer eens te herinneren – dankzij Fellini paparazzi worden genoemd. Want Paparazzo was de achternaam van de opdringerige persfotograaf in La dolce vita. Volgens één van de meest plausibele verklaringen die Fellini over de oorsprong van die naam gaf was paparazzo de bijnaam van het jongetje dat op de lagere school bij hem in de bank zat. In het plaatselijke dialect van Rimini betekende het woord ‘mug’, en werd het gebruikt voor kleine, hyperactieve jochies die ook nog eens heel snel, bijna zoemend spraken.

Uitbuiters van Boeddha

Ik dacht dat er maar één echte Boeddha was/is; althans, in oorsprong, want geïnspireerd op het verhaal van Siddhartha Gautama. Verder zijn er natuurlijk duizenden beeltenissen van Boeddha. Maar wat blijkt nu: een stelletje Fransen, Restauration Georges V geheten, heeft in Europa gewoon het commerciële monopolie op het gebruik van de naam Boeddha, althans wanneer het om de naam van een bar, restaurant of loungeclub gaat. In Parijs bestaat, vlak naast het hyperluxe hotel Crillon, al jaren de fameuze Buddha Bar, een stek voor de jetset waar overigens, gezien de enkele CD die ik van hen heb, uitstekende muziek wordt gedraaid. De beheerders geven hun project de vreselijke anglofiele naam Eatertainment mee – eten en jezelf vermaken, hoe konden ze het bedenken -, maar lieten in 1996 vooral de naam goed registreren, niet alleen als bar en restaurant, maar ook voor parfums, juwelen en kleding.

Dat hebben drie bijna gelijknamige loungeclubs in Barcelona, Madrid en Palma de Mallorca geweten. Het Buda Restaurant in Barcelona, aan de straat Pau Claris, is veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 413.000 euro aan de Franse uitvinders van het concept vanwege het onrechtmatig gebruiken van die naam én van de beeltenis van Boeddha. De rechter, gezeteld in Alicante, baseert zijn uitspraak op het merkenrecht van de EU, waar de Franse Boeddha-uitbuiters/uitbaters zich als onkopieerbaar concept hebben laten registreren. Het restaurant in Barcelona moet nu zijn naam veranderen én Boeddha van het logo afhalen. Vorig jaar werd de Budha Bar in Madrid, ongelooflijk populair onder de voetballers van Real, al om dezelfde reden tot het betalen van 370.000 euro veroordeeld. Die tent heet nu Kudetà.

’t Is weer feest

Het is koud, koud, koud, voor vanavond of vannacht wordt er sneeuw verwacht tot op het strand (zou voor het eerst zijn, deze lange vochtige winter), maar het mag de pret van de carnavalsvierders niet drukken. Sitges is de komende vier dagen bijna onbegaanbaar. Gisteravond stond alle jeugd van het dorp te dansen op de sixties-party in het Prado, samen met het Retiro één van de sociëteiten van het dorp die ook het carnaval organiseren, vanavond komt heel Barcelona en omgeving verkleed alle restaurants, bars en disco’s onveilig maken, en morgen (zondag) zijn de schattige kinderoptocht (om 16 uur) en de Rua de la Disbauxa, de grote optocht ’s avonds waarvan het parkoers vergroot is om de 250.000 verwachte bezoekers voldoende plaats te bieden.

Ik zal zelf, zoals altijd, saai onverkleed langs de kant staan, maar erken hoe leuk het carnaval hier is omdat vooral het hele dorp erbij wordt betrokken. Gisteren gingen Carnestoltes (koning Carnaval) en zijn gevolg, waaronder de rivaliserende Koninging, alle scholen langs, vanochtend waren ze op de markt en in centra van bejaarden. Totaal uitgeput zijn ze allemaal wanneer de koning woensdag wordt begraven…

Pep Guardiola, of hoe je een goede manager wordt

Vanaf deze week in de winkel. ’t Is niet alleen een voetbalverhaal trouwens. Mijn meissie heeft de ‘methode Guardiola’ vorig week al gebruikt bij een MBA-cursus voor toekomstige topmanagers uit het bedrijfsleven. Hoe je met je werknemers en ondergeschikten omgaat, hoe je een hecht team organiseert, hoe je de beste resultaten behaalt zonder je eigen geloof af te vallen. Het staat er allemaal in, in de 7.000 woorden die mijn (tot nu toe) laatste bijdrage zijn aan de 2,5 miljoen in totaal. Hieronder de korte beschrijving van dit nummer door de heren Henk Spaan, Matthijs van Nieuwskerk en Hugo Borst van de Hard Gras-hoofdredactie:

“In de afgelopen vijftien jaar zijn er in Hard gras ruwweg tweeënhalf miljoen woorden over voetbal gepubliceerd. Niet te lang bij stilstaan/moedig voorwaarts blijven gaan.

In het najaar van 2009 vroeg Mark van den Heuvel aan de redactie: ‘Weten jullie dat Bobby Haarms is gestorven van verdriet?’ Daar wilde de redactie graag meer over weten, wat een schrijnend en pijnlijk verslag opleverde van een toenemend menselijk tekort in het zicht van de dood.

Op de van hem bekende, verre van gemakzuchtige manier ging Edwin Winkels op zoek naar het geheim van Guardiola. Ondanks een strategisch stilzwijgen van de Barcelona-coach, wist Edwin de kern te benaderen. Leo Messi zou over zijn trainer hebben gezegd: ‘Wij zijn de slaven van zijn geloofwaardigheid.’ Het is een andere uiting van bewondering dan ‘gaaf’ of ‘gruwelijk’. Winkels wijst op de verwantschap tussen Guardiola en Bielsa, de voormalige bondscoach van Argentinië, nu van Chili.

Niet alleen het Nederlandse voetbal heeft school gemaakt in Barcelona. De beste aspecten van het Argentijnse vinden er ook navolging. Het technisch en tactisch meesterschap van het voetbal in Argentinië wordt hier belichaamd door Juan Veron, ‘Seba’, die onlangs op 34-jarige leeftijd werd uitgeroepen tot de beste speler van Zuid-Amerika. Marcela Mora y Araujo praatte urenlang met hem, exclusief voor Hard gras. Als de Argentijnen in Zuid-Afrika goed gaan presteren, zal het meer onder leiding zijn van Verón, dan onder die van de gekwelde Maradona.

Pas op hun dertigste het huis uit…

Eén groot, één héél groot verschil tussen Spanje en Nederland: je krijgt hier je kinderen bijna het huis niet uit. Volgens de statistieken moet ik nog zo’n tien tot elf jaar wachten voor deze twee hun eigen rommelkamer verlaten en ergens anders gaan ontdekken dat het wel erg comfortabel was bij papa te wonen. De Spaanse jongeren zijn, samen met de Portugezen en Italianen, de laatsten in Europa die zich emanciperen: de jongens gaan met 28,8 jaar het huis uit, de meisjes met 29,8. Nou kan ik me herinneren dat dat in de jaren negentig nog 34 jaar was, dus het land is er op vooruit gegaan. Maar de huidige crisis heeft die tendens weer geremd; slechts drie van de tien Spaanse jongeren zijn nu vóór hun dertigste het ouderlijk huis uit.

Belangrijkste reden: flats en woningen zijn voor die jeugd nauwelijks te betalen. Als ze al werk hebben, dan is dat voor velen voor een salaris van minder dan 1.000 euro. En het fenomeen van studenflats of -kamers dat ons in Nederland gemiddeld met 24 jaar van huis doet gaan, bestaat in Spanje nauwelijks. Dus wachten de meesten op een stabiele relatie of, direct, het huwelijk om met twee salarissen de huur of hypotheek op te hoesten. 

Niet dat Spaanse 17- en 19-jarigen niet een beetje zelfstandig zijn; ze gaan alleen met vrienden een paar dagen skieën – lang op vakantie, dat nog niet echt, want zolang pa je meeneemt naar Nepal, Cuba, New York, Lofoten of, dit jaar, Zuid-Afrika, dan wil je wel mee -, proberen in de zomer wat bij te verdienen, komen regelmatig ’s nachts niet meer thuis, maar toch: dat geliefde en soms zo gehate huis helemaal achter zich laten, dat lukt niet echt.

Bijna nergens in Europa is de jeugdwerkloosheid ook zo hoog; dat zal er ook wel mee te maken hebben. En die werkloosheid is weer het hoogst onder de vele jongeren die slechts de middelbare school tot de verplichte 16 jaar hebben afgerond, nooit hoger dan een VMBO-niveau, en daarna geen enkele opleiding meer hebben genoten.  Ook dat onderwijsgat is met het welvarende deel van Europa heel groot.

Kortom, het valt niet mee, volwassen worden in Spanje. Misschien moet je als ouder blij zijn dat ze pas op hun dertigste oprotten; dan is de kans kleiner dat ze directbij het verlaten van de voordeur in de sloot belanden.