Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Nostalgisch verlangen naar het oude Zurich

“We zien elkaar bij Zurich.” Meer hoef je in Barcelona niet te zeggen. Duizenden, miljoenen mensen hebben met elkaar afgesproken bij Zurich – spreek uit Zoerietsj – sinds het beroemdste, want meest centraal gelegen terras van de stad op 30 november 1920 zijn deuren opende als koffiehuis van het ondergrondse treinstation. Vanaf die eerste dag is Zurich in handen geweest van de familie Valldeperas en in die bijna 90 jaar is de zon er bijna nooit ondergegaan, want de ligging op het zuiden is ideaal.

Maar toch, voor ons, de ‘veteranen’ die het oude Zurich hebben meegemaakt, is het terras nooit meer hetzelfde geweest. Binnen wel, daar is de oude stijl redelijk geslaagd gehandhaafd. Maar dat terras, dat gouden terras waar geliefden, onbekenden, toeristen, immigranten en gepensioneerden altijd afspraken, dat terras is nooit meer hetzelfde geweest.

Hoe een terras zijn charme kan verliezen? In de eerste plaats door het vijf keer zo groot te maken. Vroeger stonden er alleen drie rijen tafeltjes met schattige parasols tegen de gevel aan. In de jaren negentig werd de stoep aan de kant van de Plaça de Catalunya enorm verbreed en kon Zurich er uitbreiden. Goed voor de business natuurlijk. Ook de façade zelf is zijn aantrekkingskracht kwijt. Tussen 1996 en 1998 werd deze hele ‘gouden’ driehoek platgegooid om er het huidige Triangle-winkelcentrumpje te bouwen. Even vreesde iedereen dat Zurich helemaal zou verdwijnen, maar de historische bar mocht op dezelfde plaats blijven voortbestaan. De obers die er al tientallen jaren werkten – en sommigen nog steeds -, José, de broers Antonio en José María,  Manuel, Celestino en, achter de bar, Trinidad, die kregen twee jaar doorbetaald en genoten even van het leven voordat zij op hun gebruikelijke, afstandige en soms hautaine manier de toeristen weer van koffie en bier gingen voorzien voor prijzen die, trouwens, zeer schappelijk zijn in vergelijking met, bijvoorbeeld, die van de terrasjes op de Rambla. En je wordt bij Zurich niet in de maling genomen: als je een biertje bestelt, krijg je een tubo of een mediana, voor iets meer dan 2 euro en niet direkt een halve liter voor 8,50 euro.

Valencia staat in brand

Spanjaarden zijn gek op vuur. Volgens mij is Spanje na China het grootste vuurwerkland, met heuse specialisten die door het hele land (en in het buitenland) worden uitgenodigd om een vuurwerkshow op te voeren. En binnen Spanje komt het meeste vuur weer uit Valencia en omgeving. En vuur zal je zien, als je deze week in Valencia bent. Overal.

Morgen, maandag 15 maart, beginnen officieel de fallas,  de vijf dagen waarin Valencia volledig op zijn kop staat, de week waarin nauwelijks geslapen wordt. De fallas zijn voor Valencia als het carnaval voor Río, als de stierenrennen voor Pamplona. Zoek je in het woordenboek naar fallas dan kom je onder anderen het Sint Jozefs-vuur tegen. Dat is ook de oorsprong, zoals altijd in Spanje religieus van aard: op 19 maart is het Sant Josep.

Maar waarom dan dat vuur, elke avond, overal in de stad brandstapels? Sint Jozef is, natuurlijk, de beschermheilige van de timmermannen. En die timmerlieden verbrandden soms hun overgebleven hout, dat zij nergens meer voor konden gebruiken. In de winter waren die kleine brandstapels bovendien een welkome verwarming in of buiten de werkplaatsen.

Van gewoon een stapel hout veranderde de brandstapel in de loop der jaren in een serie figuren, altijd met een verhaal erachter. Vroeger werden ze van was gemaakt, want dat brandt als een fakkel, maar dat is zo zwaar dat je er niet de prachtige figuren van nu mee kunt maken. Dus is nu de witte kurk, ultralicht en goed brandbaar ook, de basis van de brandstapels.

De figuren hebben meestal met de actualiteit te maken. Elke wijk, elk straat soms, kiest een onderwerp uit en geeft een kunstenaar opdracht er een mooie karikatuur van te maken. De politici zijn natuurlijk de meest ideale slachtoffers; meestal een genot om die in spectaculaire vlammen te zien opgaan. Twee jaar geleden hadden de fallas ook een Nederlands tintje, toen Ronald Koeman de weinig succesvolle trainer van Valencia was. Koeman, werd – niet erg goed gelijkend trouwens, een jongere en magerder versie zeg maar – afgebeeld als marionet van de toenmalige voorzitter en met in zijn handen de hoofden van twee opstandige spelers die hij, in opdracht van die voorzitter, geen plaats meer in de selectie zou hebben gegeven.

Het programma van de fallas is zo overweldigend dat het moeilijk is te zeggen waar je wanneer moet zijn. Het verrassendst, en indrukwekkendst voor de Valencianen zelf, zijn de mascletás, ongelooflijk lange megeduizendklappers die gedurende vijf, zes, zeven minuten voor oorverdovend lawaai zorgen. Op verschillende websites als www.fallas.es en www.fallasvalencia.es is, in het Spaans, het programma te bekijken. En hieronder een video van de eerste officiële mascletá van dit jaar – want die beginnen al eerder dna het feest zelf. Linksboven in het beeld de decibellenmeter: hoe harder, hoe mooier… Kijk vooral naar de laatste minuut; wát een extatisch kabaal.

De schrijver stierf eerst, nu de man

Twee uitspraken van Miguel Delibes, de ultieme vertegenwoordiger van het perfecte castellano, gisteren overleden op 89-jarige leeftijd. Eén van Spanje’s grootsten, en dan toch zo bescheiden. (Kan maar één boek van hem in het Nederlands vinden, Ketter. Én ik deel, heel trots, pagina’s met hem in het recente Mijn geliefde fiets.)

“Een roman heeft tenminste een man, een landschap en een passie nodig.”

Hij schreef al jaren niet meer.

“De schrijver in mij is eerder gestorven dan de man.”

Nu is ook de man gestorven. Het landschap blijft.

Geen rijdende rechter in Spanje

Toen de noeste arbeiders die al twee jaar bezig zijn met het volledig renoveren van het huis van de buurman (een beschermd gebouw aan de boulevard; alleen de façade is blijven staan, de rest volledig nieuw), hun opzichter en de architect aanbelden om te vragen of ze heg die ons al jaren scheidt volledig naar beneden mochten halen, moest ik even aan de Rijdende Rechter denken, het TV-programma dat fenomenaal de Nederlandse knulligheid schetst aan de hand van ridicule burenruzies en er laatst één over de soort tuinafscheiding had; als de ene buurman zijn heg knipte, vielen stukjes van de bladeren in de tuin van de ander, en die had daar nogal moeite mee, want hij had zelf net een ander soort afscheiding neergezet, die hijzelf wel mooier vond. Tja.

 Nou ga ik niet zeggen dat er in Spanje geen burenruzies bestaan, maar ik betwijfel of Spanjaarden over dit soort futiliteiten op TV gaan ruziën.

Mijn buurman pakte het in ieder geval anders aan; althans, de opzichter, want de buurman zelf heb ik al jaren niet gezien. Na het verkirjgen van mijn instemming, haalde hij de oude klimop en het oude muurtje weg, liet een greppel van een meter diep en een meter breed graven, zou daar zo’n 17 kuub beton in storten als fundament, zou daarop een nieuw muurtje bouwen en uit de wortels van mijn oude heg zouden de groene blaadjes daar weer snel tegenop kunnen groeien. Allemaal, dat ook nog, op zíjn grondgebied, geen centimeter op die van mij (zou ook niet eerlijk zijn, hij met 2000 m2 tuin, ik met 120). Kosten? Nee, natuurlijk betaalt hij dat allemaal. En de muur van mijn garage, toch een beetje geplaagd door de werkzaamheden, knappen zij ook wel even op.

Enig bezwaar? Nee, natuurlijk niet. De bouwvakkers zijn ook nog enorm aardige mensen, lachen ook maar een beetje omdat iemand zo’n enorme fundering voor een tuinmuurtje wil leggen, verontschuldigen zich voor het vroege lawaai, en bovendien heb ik voor even mijn grootste tuin ooit, met een voor mij uniek uitzicht op mijn eigen huis… Laat de rechter maar door Nederland blijven rijden.

Wit Catalonië vanuit de hemel

En zo zag Catalonië er deze zonnige dinsdag om 14 uur uit, gefotografeerd door een satelliet van de NASA. Sneeuw tot aan de kust, de hele Costa Brava wit, plus de Languedoc-Rousillon en, vanzelfsprekend, de Pyreneeën. Rechts de storm boven Mallorca, op weg naar Italië en Kroatië.

De Champions League kun je niet kopen

Leedvermaak in Barcelona. Of nog méér dan dat. Vuurwerk op straat, een bar hier om de hoek die bijna wordt afgebroken van vreugde, de hele sportredactie van de krant die elkaar juichend in de armen valt… Real Madrid ligt eruit, voor het zesde achtereenvolgende jaar in de achtste finale, in het eerste duel van de knock out-fase. “Wij hebben de Champions in ons ADN zitten,” zei voorzitter Florentino Pérez vooraf nog. Maar dat DNA is er al acht jaar uit, ondanks de 700 miljoen euro die vooral dezelfde Pérez in die tijd in de ploeg heeft gestoken.

De val is altijd veel harder en pijnlijker als de hoogmoed zo groot is. Pérez keerde vorige zomer terug aan het front en dacht met 254 miljoen euro even de beste ploeg van Europa bij elkaar te kopen. Gelukkig is dit voetbal en kan een bescheiden Olympique Lyon, dat vierde in Frankrijk staat en juist zijn ster, Benzéma, aan de Koninklijke kwijtraakte, van de galácticos winnen. “We zijn geen team,” klaagden enkele Real-spelers achteraf.

De finale van de Champions League is in Madrid, op 22 mei in het Bernabéu. Het ergste wat de Madrilenen nog kan overkomen is dat Barcelona die eindstrijd haalt én wint. Zout in de open wonden. Real mag zich, misschien, troosten met het kampioenschap van Spanje.

Iker Casillas kan op een andere manier troost zoeken. De doelman heeft een nieuw vriendinnetje. De dame hiernaast heet Sara Carbonero en is sport- verslaggeefster. ‘De meest sexy sportreporter ter wereld’, zo kroonde de Amerikaanse versie van het blad FHM haar onlangs. Ze volgde het Spaanse elftal tijdens de Confederatiecup, vorig jaar in Zuid-Afrika en Casillas, net af van zijn fotomodel, zag er wel wat in. Wie niet, trouwens…

Het is donker en koud in Lloret

Een recepcioniste van het hotel dat de gasten met handschoenen aan ontvangt. Restaurants en bars die niet meer opengaan. Toeristen die doelloos op straat zwerven, op zoek naar de stralen van de zon die hen nog een beetje opwarmen. Bewoners die geen verwarming hebben, niet kunnen koken en om half acht in bed liggen omdat ze verder toch niets kunnen doen.

Het is zwaar in Lloret de Mar, deze dagen. Toen maandag een heuse sneeuwstorm de kust overviel, werden ook enkele grote electriciteitslijnen beschadigd. Lloret zit sinds die maandagmiddag zonder stroom, en ook Girona, Platja d’Aro, Sant Feliu de Guíxols zijn gedeeltelijk getroffen. Maar in Lloret ontsnapt niemand, niets aan het zwarte gat.

Enkele uren zonder stroom is hinderlijk, één dag bijzonder vervelend. Nu duurt het al 48 uur en de verwachtingen zijn niet hoopvol. De boel blijkt nauwelijks te repareren, er moeten allemaal noodaggregaten van buiten komen en het grootste deel van het dorp zal tot vrijdag of misschien zelfs maandag geen electra hebben. En we doen álles met electriciteit, tegenwoordig. Zelfs de bankautomaten liggen eruit. ’s Nachts is het pikkedonker op straat.

Tot overmaat van ramp ligt ook een deel van het GSM-netwerk er nog uit en hebben sommige wijken in de bergen evenmin water. Totaal geïsoleerd voelen de bewoners zich. Hulpeloos en radeloos ook. Kleine familiedrama’s spelen zich af. Ik kwam vandaag een Oostenrijks-Duits stel tegen. Gertrund gaat vrijdag op reis, had voor een hele week eten voor haar man gekookt. De bakkies staan in de vriezer, maar die is inmiddels volledig ontdooid. Zal Werner zelf wat eitjes moeten gaan bakken.

Helletocht door de sneeuw naar de grens

Zal ik op zoek gaan naar mensen die vast zijn komen te zitten en de nacht in hun auto of sporthallen doorbrengen? Aardig voorstel, dacht ik, aan mijn redactiechefs, en dat heb ik geweten. Opdracht: vindt ze, waar dan ook, hulpeloos in de sneeuw. Doel: probeer tot in La Jonquera te komen, de Spaanse grensplaats die volgens de nieuwsberichten van de buitenwereld is afgesloten. Tijdstip van vertrek: middernacht.

Eerste voordeel: nog nooit zo’n stille snelweg richting Frankrijk gezien. De grote gekte van de uren daarvoor is voorbij, uren waarin enkele van mijn lezers (zie hun reacties op de vorige post) net als duizenden anderen er héél lang over hebben gedaan om een paar kilometer af te leggen en thuis te komen. De snelweg AP-7, dat wist ik, was bij Maçanet afgesloten; een hoogspanningskabel was op de weg gevallen. Daar de N-II op, richting Frankrijk, maar na twee kilometer stond er al politie: onbegaanbaar. Een omweggetje, via Santa Coloma de Farners en via de Eix Transversal naar Girona. Het is inmiddels twee uur als ik daar kom.

Dan begint het pas echt, een tussen hoge muren sneeuw en verlaten auto’s en gestrande vrachtwagens schoongeveegd spoor richting Figueres dat enkele tientallen auto’s door het holst van de nacht verder richting noorden leidt. Sneeuwkettingen zijn, gelukkig, niet nodig. Rond half vier heb ik het ergste stuk achter me. Op de laatste rotonde vóórdat de weg, een beetje omhoog, naar La Jonquera begint staat de pas vierde patrouille van de Mossos d’Esquadra die ik die nacht tegenkom. Niemand mag er door, maar daar hebben we een perskaart voor. Verhaaltje maken? Oké, rij maar door. Maar bij Frankrijk heeft de Gendarmerie de weg afgesloten, waarschuwen ze.

Ik wil niet naar Frankrijk. Ik wil naar la Jonquera, een gigantisch vrachtwagenkerkhof in de sneeuw, met werkelijk duizenden trailers overal en nergens geparkeerd. Ik kom er rond half vijf aan, viereneenhalf uur na vertrek. Valt nog mee. Het is bijna overal stikdonker; met het vallen van die hoogspanningsmasten is ook de stroom aan en rond de Costa Brava uitgevallen. Geen hond op straat; het is twee graden, valt nog mee, maar de wind raast over de sneeuw. In een sporthal hebben 700 man toevlucht gezocht, maar de verwarming doet het niet. Ze krijgen dekens, broodjes en water.

Alle hotels zijn volgeboekt, een recepcionist biedt me een koffie aan. Urenlang zwerf ik door een triest La Jonquera, dat opvrolijkt als met de dageraad ook de zon doorkomt. Mensen beginnen tevoorschijn te komen, gaan op zoek naar de auto die zij hebben moeten achterlaten. Halverwege de ochtend is het tijd terug te keren, naar Barcelona, zonder geslapen te hebben (een beetje natuurlijke adrenaline en twee bakkies koffie houden me op de been, daar is geen XTC of iets sterkers voor nodig). De grens naar Frankrijk, zowel op de snelweg als de nationale weg, is dan nog gesloten. Zij, waarvan sommigen als 48 uur vastzitten, weten niet wanneer ze verder kunnen. Op de terugweg zijn de file’s van vrachtwagens kilometerslang. Om 14 uur zeggen ze op de radio dat de snelweg weer helemaal opengaat, maar het zal nog lang onrustig blijven.

Sneeuw in maart

En ik precies een maand geleden nog schrijven dat het voorjaar na een lange en vooral natte winter eindelijk was aangebroken. Aanmehoela. Het weer blijft in heel Europa van slag (het zuiden van Andalusië staat nog altijd onder meters water), dus ook hier. Eindelijk kunnen de kinderen in Sitges vandaag vette sneeuwvlokken bewonderen, maar helaas voor hen blijft het witte wonder hier niet liggen; daarvoor is het aan de kust met 2, 3 graden nog net iets te warm. Dus moeten zij gewoon naar school, niet als de andere 40.000 kinderen in Catalonië die vanochtend onmogelijk op school konden komen. De voorspelde sneeuwval overtrof alle verwachtingen en is vreemd omdat A. hij in maart plaatsvindt en B. vooral het oosten van Catalonië treft. Want ook ook al blijft de sneeuw op het strand niet liggen, je hoeft maar enkele tientallen meters hogerop te gaan en een dunne witte deken heeft, bijvoorbeeld, de wegen naar Tibidabo onbegaanbaar gemaakt. Mooie promotie voor Barcelona als toekomstige kandidaat voor de Olympische Winterspelen van 2022. Hoewel, de stad is vamiddag volledig verlamd geraakt omdat het ook in het centrum stevig ging sneeuwen (zie de foto’s van Marianne). De bussen rijden niet meer, onder anderen.

Chaos op de wegen vandaag, maar dat mag je ze hier niet kwalijk nemen wanneer het zelfs in Nederland een zooitje is als het stevig sneeuwt. Bovendien, er is één groot verschil: in Nederland zijn de wegen vlak, zou je, voorzichtig, gewoon verder kunnen rijden. Hier gaan de meeste wegen naar boven en beneden en dan maakt een beetje sneeuw ze al onbegaanbaar als strooiwagens en sneeuwschuivers niet op tijd zijn gerarriveerd. Dus zijn inmiddels tientallen (hoofd)wegen voor alle verkeer afgesloten, waaronder de grensovergang bij La Jonquera. Sneeuwstorm op 8 maart; het zal wel een record voor de boeken worden. En het kán nog erger worden, vanavond, is de voorspelling.

UPDATE. Sinds de ook in Spanje beruchte winter van 1962-’63 had het in Barcelona niet meer zo gesneeuwd. En de verwachting is dat dat nog tot in de nacht doorgaat.

Gezeik van automobilisten

De brievenrubriek van de krant zal de komende dagen wel weer volstromen met boze commentaren van automobilisten die vanochtend urenlang in de straten van Barcelona hebben vastgestaan. Ik kwam er twee tegen, die hun garage op Rocafort uit wilden rijden, op weg naar een typische zondagsexcursie of familiebezoek, en op de stoep al moesten stoppen. Voor hen een lang lint van hardlopers die net een uurtje op weg waren in de marathon van Barcelona.

Weet in marathon-paradijs Rotterdam iedere bewoner wel dat de massale marathon bij hem voor de deur langskomt, net als in Londen, New York en Berlijn, in Barcelona kost het nogal moeite de niet-lopers te overtuigen van het feit dat zo’n evenement geen hinder is, maar een volksfeestzou moeten zijn. Maar het begint te komen, het aantal deelnemers groeit met het jaar (de 12.162 van vandaag waren weer 25% meer dan in 2009), de supporters op straat nemen toe en eigenlijk is de marathon door de stad nog heel jong. Nog geen 10  jaar geleden verhuisde de koers van een lange en saaie route langs de kust, van Mataró tot Barcelona, naar een volledige stadsroute langs alle monumenten en door het centrum, zoals op de foto boven de Carrer Ferran, op de hoek waar de lopers de Rambla oplopen.

Misschien komt er ooit een dag dat iedere automobilist in Barcelona weet dat hij of zij de eerste zondag in maart die auto thuis moet laten staan, in ieder geval tot na het middaguur. Want al was de winnaar, de Keniaan Jackson Kotur, sneller dan ooit een marathonloper in Spanje was geweest (2.07.30, de vierde beste tijd van het jaar), de sjokkende achterhoede had tot zes uur de tijd om de finish onderaan Montjuïc over te strompelen.