Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Oranje-gekte in Barcelona (2)

Er komt, komende zondag, natuurlijk een derde aflevering van deze ‘Oranje-gekte in Barcelona’. Zat de wedstrijd tegen Uruguay op de redactie te kijken, maar da’s toch een beetje saai. Dus toog ik in de rust naar Dow Jones aan de Carrer Bruc, waar Alberto Stegeman zich als undercoverjournalist presenteerde hoewel hij nu, zei hij, vakanties aan het redden was, en waar bínnen één grote oranje zee klaar stond en zat om de tweede helft van de halve finale te bekijken. Leuk trouwens, om te zien hoe Spaans/Catalaanse echtgenoten van Nederlandse meisjes in het oranje gehuld gingen. Heet dat integratie?

Gekkenhuis dus, eentje met veel trouwe lezers van dit blog, zo bleek, maar dat terzijde. Er zijn vrienden die me herinneren aan een natuurlijk volledige verkeerde voorspelling van een maand geleden (vroeger als sportjournalist heb ik al nooit de toto of quinielas gewonnen, want elke kennis is betrekkelijk, zeker rond het grillige voetbalveld), al blijf ik van mening dat Oranje niet als team voetbalt. Kijk eens naar Robin van Persie bij 2 van de 3 doelpunten tegen Uruguay; echt uitzinning is de viering niet, terwijl er toch een voor ons veertigers historische finaleplaats op het spel staat. Maar geen gezeik nu, zelfs in BCN gaan de Nederlanders los; Pascal, een lange, vrolijke en jonge ondernemer, wil een reuzegrootscherm zondag opstellen, voor duizenden Nederlanders in het Poble Espanyol, dus dat moet gaan lukken.

Wordt het een finale tegen Spanje, dan is het enige grote scherm in Barcelona een ‘Nederlands scherm’, want de gemeente wil er niet eentje voor het vermaledijde Spanje opstellen. Voor mij zou het de mooist mogelijke finale zijn. Na 25 jaar in Nederland en nu 22 in Spanje/Catalonië/Barcelona, met wel héél Spaanse kinderen, zou het mij geen moer schelen wie er wint. De  beste, dan maar. Dát is nog eens ontspannen naar een WK-finale kijken.

UPDATE:  Op op de website van BTV staat de TV-reportage die zij gisteren in Dow Jones maakten; begint op 32.30, met interviews met Ceryl, Steven, Renske en Gijs.

’n Biertje na het theater

Veel mooie dingen verdwijnen, zeggen de nostalgische geesten. Ik zal nooit de pizzeria Rivolta in de Raval vergeten, eentje waar ik bij elk bezoek in de jaren tachtig aan Barcelona wel eens kwam. Goedkoop, een soort rovershol, alternatief en bovendien heerlijke pizza’s. Het was, sinds de opening in 1977, één van de ontmoetingsplaatsen van de anarchistische beweging van Barcelona. Hij zat aan de carrer Hospital en als ik geluk had kon ik de auto, een blauwe Renault-9, soms op 30 meter in een klein steegje parkeren. Dat deed ik liever, in die tijd, dan de halve straat door te lopen, een gure buurt als je er om één uur ’s nachts uit de pizzeria kwam. Veel is er veranderd, sindsdien. Het gebouw bestaat niet eens meer, stond ongeveer op de plek waar nu de Rambla de Raval de straten Carme en Hospital ‘raakt’, een open ruimte nu. Soms mis ik Rivolta een beetje, ook al omdat hij ‘ineens’ was verdwenen, zonder tijd te geven om afscheid te nemen.

Maar er zijn dingen die de vooruitgang wel weerstaan. Bar Raval is er zo één. Niks bijzonders, eigenlijk, behalve de enorme flamenco-pop aan de ingang en het ontspannen sfeertje. Maar zo’n tent die, eenmaal ontdekt in de jaren tachtig, je blijft trekken, al is het maar heel sporadisch. Raval was, en is nog altijd, de plaats om na een avondje theater af te spreken en een biertje of glas wijn te pakken. Ook acteurs en regisseurs zelf komen er graag, als ze ergens in de buurt, of in één van de theaters aan de Parallel, hebben gespeeld. Oh ja, het adres: Doctor Dou, om de hoek bij het Macba…

Er is hoop voor de Middellandse Zee

In 1946 dook Jacques Cousteau voor het eerst met camera’s onder water vanaf zijn historische schip, de Calypso. Wij, die van mijn generatie, zijn opgegroeid met zijn natuurfilms, met dat eeuwige blauw van de oceanen. Cousteau dook bij Marseille onder water en filmde er een enorme rijkdom aan vissen en koraal. Vorige maand ging zijn piepjonge zoon Pierre-Yves (Jacques was al 70 toen hij aan de tweede leg begon) op dezelfde plaats onder water. Er was bijna niets meer, slechts een grauwe, kale woestijn op de zeebodem. Dat vertelde de opvolger van zijn vader me vrijdag op één van de hoogste verdiepingen van het Arts-hotel (altijd goed voor een mooi plaatje). Vervolgens liet hij het verschil tussen de beelden zien, de ramp die de mens door overbevissing en vervuiling in 60 jaar heeft kunnen aanrichten.

Maar er is nog hoop, was zijn volgende boodschap, en die van de Catalaanse bioloog Enric Sala, die het project bedacht om de eerste filmbeelden onder water van de Mediterranee te vergelijken met die van nu. Want daarna voeren zij naar vier beschermde gebieden waar het vissen verboden is, bij Corsica, de Islas Medes (prachtige excursie, voor de kust bij Estartit aan de Costa Brava), Mallorca en Formentera, en ontdekten zij dat daar de natuur zo goed als bewaard was gebleven. Het probleem is dat slechts 0,01% van de Middellandse Zee op deze manier wordt beschermd.

Ze hebben ook argumenten om vissers én kustplaatsen met vissershaven ervan te overtuigen dat een ‘reservaat’ in zee alleen maar positief is: er schijnen zich zoveel vissen voort te planten, dat zij automatisch weer buiten dat beschermde gebied gaan zwemmen, waar de vangst volgens de vissers in Corsica beter is dan elders. En plaatsjes als Estartit die leven van het ‘onderwatertoerisme’, van de dagjesmensen tot de ontelbare duikers – de Islas Medes zijn een topattractie voor hen in Europa – blijken 20 keer meer aan dat toerisme dan aan de visserij te verdienen. “Wij zullen het niet meer zien”, zei de jonge Cousteau, “maar als we op tijd handelen kunnen onze kleinkinderen misschien ooit weer grote vissen in de buurt van het strand zien zwemmen.”

Oranje-gekte in Barcelona

Kon natuurlijk niet uitblijven: vriend belde vanuit Café Amsterdam, was er net opgestaan uit zijn royal seat voor het grote scherm en rende, net als meer dan honderd anderen, de ongelooflijke hitte van de bar uit om in de iets minder grote hitte van de straat de overwinning op Brazilië te vieren. “Een gekkenhuis,” gilde hij, maar hij kon mij verder niet verstaan. Je ziet hier in Barcelona veel meer shirtjes van Brazilië en, vandaag, Argentinië dan van Nederland, maar nu kreeg het oranje even de overhand. Gekte op de Carrer Aragó, waar de mensen uit ‘Amsterdam’ die uit Dow Jones troffen, nog zo’n tent die enorm oranje kleurt bij voetbalwedstrijden en waar men wanhopig probeert met bier het in zweet verloren gegane vocht weer op peil te brengen. Ander egroepjes trokken naar Foc of Gran Foc… Het zal zich dinsdagavond ongetwijfeld herhalen, die volle bak in de ‘Hollandse’ kroegen, ook al omdat de meeste WK-wedstrijden hier slechts via een decoder zijn te zien.

Geen spoor meer van de pornobioscoop

Afspraak op Plaça Bonsuccès, een pleintje in de Raval dat eigenlijk een verbreding van de straat van de Rambla naar de Macba is. Aangenaam plein, met die enorm hoge, schaduwrijke bomen, de afwezigheid van auto’s (soms wordt er geladen en gelost) en de paar terrasjes, waaronder dat van de populaire Focacceria Buenas Migas. Het plein de de straten die er omheen liggen vormen één van de vele bewijzen hoe een stad een stuk leuker kan worden als er een goed opknap-beleid wordt gevoerd. Héél oude panden werden afgebroken, er werden ruimtes gecreëerd, grote musea naar de buurt gehaald en daaromheen werden talloze leuke winkels geopend, zoals boekhandel la Central in een oude kerk.

Vijftien jaar terug was Bonsuccès een guur pleintje, vooral beroemd om zijn Sala X. Mooi excuus om het daar eens over te hebben. Sala X was in Spanje de naam voor de pornobioscopen die in 1984 overal in het land werden geopend nadat de socialistische regering toestemming had gegeven seksfilms ‘in het openbaar’ te vertonen. Onder Franco was zoiets taboe, natuurlijk. Zelfs voor Last tango in Paris moesten de Spanjaarden massaal naar Perpignan.

Barcelona had een dozijn van die speciale Salas X, op drukke plaatsen als de Plaça Urquinaona of het Passatge de la Llum, een ondergrondse galerij naast Cafe Zurich op de Plaça Catalunya. Bonsuccès had er ook één, in wat vroeger de historische bioscoop Diorama was. Nu is absoluut niet meer te zien, trouwens, waar die bioscoop gezeten zou moeten hebben.

Met de komst van de videorecorder en -clubs ging het met deze pornobioscopen steeds slechter, kwamen er nog slechts wat oudere mannen. In 2004 ging de allerlaatste dicht, die op Aragó. Publiek kwam er nog wel, zei de eigenaar, zelfs al om 10 uur ’s morgens, als de oude bioscoop Oriente zijn deuren opende. Maar het huurcontract liep af. En zo stierf een bijzonder fenomeen een stille dood.

Nederlands ‘varieté’ op de Parallel

Tip voor de zovele Nederlanders die in Barcelona en omgeving wonen en hun Spaans/Catalaanse vrienden iets ‘Hollands’ willen laten zien zonder het risico te lopen dat ze er geen snars van begrijpen: tot 25 juli zijn de Ashton Brothers hier in het Teatre Victoria te zien met hun ‘spraakloze’ show. Vijf jaar geleden schreef De Volkskrant in een recensie al dat Nederland te klein was geworden voor deze vier vrolijke gekken (Pepijn, Joost, Pim en Friso, vervanger van de tijdelijk uitgeschakelde Friso) en sindsdien zijn ze dus over de grenzen gegaan. Ze vertelden me gisteren dat ze al eens ‘stiekem’ in Barcelona hebben opgetreden, toen negen jaar geleden de Parade/ Boulevard of Broken Dreams zijn tenten in de Barceloneta bij de oude haven had opgeslagen. Maar hoe goed en groot en bekend ze in Nederland ook zijn, in Barcelona kent niemand ze en moeten ze vanaf nul beginnen. Vanavond is de première en volgens mij verdienen deze vrolijke schoffies, zoals we ze vandaag in El Periódico noemen, dat wij Nederlanders behalve naar het voetbal van Oranje en Spanje óók naar deze clowns/acrobaten/tovenaars/lekkere jongens (dat zeggen ze zelf) in het Teatre Victoria aan de Parallel gaan kijken. Gisteren lieten ze ons slechts vier van hun 25 doldwaze sketches zien en dat beloofde al veel… Wat het nou precies is? Een kruising van Monty Python, Laurel&Hardy, Houdini, Tarantino-films, Tricicle en La Cubana. Of zoiets.

Radio na middernacht

De jeugd doet het iets minder, maar er zijn veel Spaanse mannen vanaf een jaar of vijftig die al jarenlang ’s avonds met een radiootje aan – of een oortelefoontje in – in bed gaan liggen. Het is dan net over twaalven, en op vijf of zes verschillende zenders beginnen dan de sportpraatprogramma’s, of beter gezegd voetbal talk radio. Ik vond het maar een vreemd fenomeen; wie ging er nou tot één uur, half twee ’s nachts naar mannen over voetbal luisteren? Dat was wel vér vóór de tijd dat in Nederland zulke programma’s op TV kwamen; sterker nog: de uitvinders ervan in Hilversum, Barend&Van Dorp, deden het idee voor hun trucje op in Spanje.

Vreemd dus, tot ik zelf één of twee keer per maand ging aanzitten bij de mensen van Catalunya Ràdio. Tertulia noemen ze dat hier. Je kennis (of géén kennis) de ether in slingeren, interessant doen, je mening ventileren. ik werd er vaak op aangesproken, mensen gingen je stemgeluid en accent herkennen, slagers en timmerlieden die, zonder je ooit gezien te hebben, vroegen of je die Winkels was. Bleken dit soort programma’s, over heel Spanje gemeten, miljoenen luisteraars te hebben, met El larguero van de SER aks grootste, al was dat vroeger driftkop José María García van de concurrende COPE. Mensen zapten zelfs van het ene naar het andere station.

Gisteren was ik weer even terug, na een jaar of 10, in de nachtelijke studio van Catalunya Ràdio, aan de Diagonal. Buiten liep de jeugd dronken te zijn, binnen deden wij interessant over, onder anderen, het WK en het Nederlands elftal. En tienduizenden mensen die er naar luisterden…

’s Nachts eten bij Glaciar

Vergat een foto te maken van hoe de Plaça Reial (of Plaza Real) er om een uur of twee ’s nachts uitziet; laten we het gezellig druk noemen. Veel van de terrassen en restaurants zijn er een prooi geworden van de hordes toeristen die van de Rambla zijn ontsnapt, maar in één hoek overleeft één bar, Glaciar, al tientallen jaren aan die invasie. Natuurlijk zitten er toeristen en andere buitenlanders, en ze zijn natuurlijk hartelijk welkom, maar al vanaf het moment dat je er gaat zitten merk je dat de sfeer ‘anders’ is. late we het cosmopolitisch noemen. En aardig ook, de bediening. Zodanig, dat de Barcelonezen er zelf niet weggevlucht zijn, maar er graag afspreken. ’s Morgens in het zonnetje, ’s middags in de weldadige schaduw, en ’s avonds in de zwoele windstilte. Plus een mooi oord om, na een concert in de Jamboree, nog heel erg laat wat te gaan eten. De vrolijke jongens van het kwartet van Benjamin Herman konden er nog terecht voor wat heerlijke broodjes, waaronder eentje met de onovertroffen chistorra, een klein, warm chorizo-achtig worstje. En bier, natuurlijk, veel bier.

Met de sax van het Castell naar de Jamboree

Gisteravond in het Castell d’Empordà, waar Ab Diks in zijn ongelooflijke kasteel/hotel in Bisbal d’Empordà zijn tweede editie van het Nederlandse Jazz-festival met succes afsloot, en vanavond in de Jamboree, één van de historische ondergrondse muziekpaleizen van Barcelona, aan het Plaça Reial. Het Benjamin Herman Quartet heeft een plaatsje op de overvolle agenda van de Jamboree kunnen veroveren, deze zaterdagavond om 21 en 23 uur. Dat van gisteren beloofde veel, dus kunnen we nu, dichterbij huis, op herhaling. Het leuke van zo’n zaaltje: van heel dichtbij kijken en luisteren naar Herman zelf, een virtuoze en vrolijke Anton Goudsmit op gitaar, Ernst Glerum op de bas en Joost Patocka, medeorganisator van het jazz-festival, op de drums. Op de website van Turisme de Barcelona worden ze op een mooie manier aangekondigd. Enige probleem is dat veel Barcelonezen dit lange weekeinde de stad uit zijn; maar toeristen ten over.

Sommigen leren het nooit…

The day after. Bijna alle sporen van de tragedie zijn uitgewist, de lichamen verdwenen, het bloed weggespoten. Op een dag als deze kun je verwachten dat een stationnetje als Platja de Castelldefels vol staat met cameraploegen. Nog één keer een blik op de perrons van de tragedie, die uiteindelijk 13 mensen het leven kostte, zo bleek na bestudering van de lichaamsdelen. Nauwelijks treinen; er is staking vandaag. Enkele die niet stoppen gaan met 140 km/h afschrikwekkend hard, zo lijkt het. En ze fluiten, heel lang en heel luid. En uit de luidsprekers komt de mededeling dat je niet over het spoor moet lopen. Een mededeling die niet nodig lijkt, na 13 doden die het land hebben doen schrikken. Maar dan komt er een trein uit Barcelona, stappen veel passagiers uit (bijna allemaal strandgangers), en zie je een meisje naar links en rechts kijken en ja hoor, ze springt van het perron af het spoor op. “Ik heb haast,” zegt ze later, als ze door twee bewakers wordt ondervraagd. En nee, ze had niets over dat ongeluk gehoord of gelezen.

Of het misschien in haar land gewoonte is, vraag ik haar. Ze is Russische. Nee, zegt ze, “bij ons zijn de perrons veel hoger, dan doe je dat niet.” In Spanje – en dat kan voor haar niet als excuus gelden – hebben veel mensen die gewoonte van vroeger geërfd. Op talloze kleine stations, vooral in toeristenplaatsen als Salou (hier op de foto, in 2000) en Calafell, kon je alleen naar de andere kant komen door het spoor over te steken; met hout of bielzen was er een pad aangelegd. Geen slagbomen verder, helemaal niets. Gewoon goed uitkijken. Inmiddels zijn er bijna overal voetgangerstunnels of -bruggen aangelegd, zijn de stations moderner. Maar de gevaarlijke gewoonte van vroeger is bij sommige mensen blijven hangen.