Auteursarchief: edwin

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Het andere centrum van de stad

Iedereen kent het Plaça de Catalunya als het meest centrale punt van Barcelona, maar het drukste plein van de stad is toch het Plaça d’Espanya, enkele kilometers en drie metrostations zuidwaarts. Niet alleen wat verkeer betreft, omdat daar de weg richting vliegveld begint, of naar de dichtbevolkte forensensteden (Hospitalet, Sant Boi, El Prat, Viladecans, Gavà, Castelldefels), maar ook steeds meer qua aantal voetgangers, mensen die er iets te zoeken hebben, toeristen en, vanaf deze week weer, de verwachte 60.000 bezoekers aan het Mobile World Congress, vroeger het 3GSM. Onlangs is het contract met Barcelona als wereldhoofdstad van de mobiele telefonie verlengd, al staat dat weer op het spel nu de chauffeurs van zowel metro als bus deze week in staking gaan. Maar welke congresganger wil het nou niet, dit prachtige weer in februari, begin maart, inmiddels weer rond de 20 graden, zonnetje, lekker eten, niet te dure hotels en een lang etcetera. De beurs vindt plaats in de congrespaleizen van de Fira die er voor de Wereldtentoonstelling van 1929 aan de voet van de Montjuïc-heuvel werden gebouwd.

Veel is er sindsdien veranderd, op en rond het plein. Dat beurscomplex, met de Venetiaanse zuilen bij de entree, ligt er nog, net als de monumentale fontein in het centrum van het plein, waar de beeldhouwwerken aan zoveel verschillende zaken refereren (de zeeën rond Spanje, de rivieren, de religie, heldendaden, etc) dat het teveel is om op te noemen. De andere twee oorspronkelijke gebouwen waren een hotel (nu een school) en een stierenvechtarena (nu een groot en populair winkelcentrum). Vooral dat laatste, Las Arenas, heeft het plein extra leven ingeblazen, en het zal er deze week ongewtijfeld topdruk zijn, vooral in de talloze restaurants op de onderste en bovenste verdieping (een winkelcentrum in Spanje heeft bijna meer eettentjes dan winkels).

Eén hotel ligt er aan het plein, het Plaza, waar vroeger een politiekazerne stond die in 1986 nog doelwit van een aanslag van de ETA was. Eén agent kwam om. Daarvóór zat, in hetzelfde gebouw, vroeger het Hotel nº 1, een gigantisch complex voor de bezoekers van de Wereldtentoonstelling. Het stond bekend als het ‘gebouw van de klok’, en die klok, in een moderne versie, hebben ze op de gevel van het Hotel Plaza willen ‘bewaren’. Op de laatste hoek tenslotte ligt een groot bureau van de Catalaanse politie (Mossos d’Esquadra), plus een kleine delegatie van de Policia Nacional.

Deze week verkende ik het plein weer eens, en stopte uiteindelijk bij de kleine kiosk (bovenste foto) die al minimaal 40 jaar staat op de brede stoep aan het begin van de Avinguda Paral·lel. Mevrouw Pepi zit daar elke dag, van 10 uur ’s morgens tot 10 uur ‘ s avonds, achter haar minuscule loket, waar ze snoep en drank verkoopt en ook saldo op de telefoonkaart toevoegt. Authentieke prijzen bovendien: een fles water van 1,5 liter kost er 1,20 euro; in andere kiosken in de stad betaal je minimaal het dubbele. En ondanks (of vanwege) die lange dagen en lage prijzen zijn er maanden dat ze verlies lijdt in de Kiosco Antonio.

 

Advertenties

Het kruispunt van de verdwaalde (en beroofde) toeristen

 

 

 

Het is elke dag weer, elk half uur, een curieus gezicht, een voortdurende herhaling van zetten, een repetitie van Lost in Translation of andere films over een vreemdeling in een ander land. Het is enkele minuten over het hele uur en precies een half uur later wanneer de trein afkomstig van het vliegveld groepjes toeristen op het centraal gelegen stationnetje van Passeig de Gràcia uitspuwt (altijd beter te nemen dan het ‘centraal’ station Barcelona-Sants als je in het centrum of de buurt ervan moet zijn). De meeste reizigers (zeker zij die op de nieuwe T-1 landen) nemen tegenwoordig de Aerobus vanaf het vliegveld, die je afzet op Plaça de Catalunya, maar een flink deel komt ook met die trein vanaf de oude T-2, waarop Transavia,  Easyjet en Ryanair vliegen. En als ze dan in Passeig de Gràcia uitstappen en daar, halverwege het perron, de roltrap naar de buitenlucht nemen (en niet de trappen naar het stationshalletje aan het begin van het perron, een rotuitgang als je met koffers komt), zie je elke keer weer dezelfde verwarring.

Het is je altijd moeilijk oriënteren in een stad als je uit de ondergrondse stapt. Wat is welke richting? (Stadmensen hebben bovendien niet de gewoonte die richting aan de stand van de zon af te lezen.) En als je in Passeig de Gràcia uitspapt, verwacht je toch ook op die herkenbare, brede laan te staan, met direkt al uitzicht op het Casa Batlló, één van de huizen van Gaudí. Niet dus. Je staat aan de drukke zesbaans Aragó waar het verkeer voorbijraast, en als het stoplicht op rood staat komt er ook een voortdurende stroom auto’s en motoren de dwarsstraat, Pau Claris, afrijden. Waar zijn we? zie je toeristen niet alleen denken, maar ook discussiëren, met de plattegrond er direct bij. Ze kijken naar links en naar rechts, lopen naar de straathoek om de naambordjes te kijken, maar dan nog weet je niet welke kant links of rechts op de kaart is. Een enkeling durft het aan een voorbijganger te vragen, en die kan je een eenvoudig antwoord geven: de Passeig de Gràcia is één straat verderop.

En een plaats waar (veel) toeristen een beetje verdwaald en verdwaasd hun weg zoeken, is ook ideaal werkterrein voor de boeven. Tijdens het wachten op één van die aeroport-treinen zag ik ze ongeneerd in actie (foto hiernaast): ze zijn met zijn drieën, twee gaan op de roltrap staan achter meestal 50+ toeristen, de derde drukt beneden op de noodknop en als de roltrap bruut tot stilstand komt, bieden de andere twee de toeristen aan hun koffer naar boven te dragen. Intussen worden er handen in de zakken of handtassen van die toeristen gestoken… Welkom in Barcelona.

Ietsje zwaarder dan Bruce Willis

Barcelona heeft er een kleine, populaire attractie bij; eentje die je maar één keer gezien hoeft te hebben, of je moet op een sterk dieet zitten. Eén van de minst bekende en goedkoopste musea van de stad, het Museum van de Ideeën en Uitvindingen (MIBA), ontdekte dat een tentoongestelde weegschaal wel érg populair was bij de bezoekers, dus waarom dat ding niet op straat zetten, naast de entree? Dus staat sinds vorige week in de zeer centrale Carrer Ciutat, net links van het gemeentehuis op de Plaça Sant Jaume, de grote weegschaal waar je gewicht niet alleen in kilo’s wordt uitgedrukt, maar ook in ‘beroemdheden’. Veel zijn het er niet, maar op  elke 10 kilo kun je je ‘meten’ aan zowel een Spaanse als een internationale beroemdheid (het originele idee is van enkele Ieren, Angry Design.) Dus mag ik zeggen dat ik iets zwaarder ben dan Bruce Willes en iets lichter dan Fred Flintstone, want een beetje humor ontbreekt er niet op de weegschaal die báscula quitacomplejos heet, ofwel de weegschaal waar je je complexen mee kwijtraakt. Op Spaans niveau sta ik gelijk met een dame, de populaire TV-presentatrice Maria Teresa Campos; die er twee keer op voorkomt: met Kerst is ze tien kilo zwaarder dan normaal. En bóven de 100 kilo staat Joan Laporta, de oud-voorzitter van FC Barcelona, die tijdens zijn bewind door de vele etentjes behoorlijk uitdijde. Ook ónder de 10 kilo staan er beroemdheden: het oor van Van Gogh en Dani Devito… Messi (zonder bal) is iets zwaarder dan Justin Bieber.  En boven de 160 komt Lady Gaga in vleesjurk. Ach, een kort en aardig tijdverdrijf.
En als je dan toch in de Carrer Ciutat bent, loop je naast het museum even binnen bij bar-restaurant Magnolia, een héél leuke tent met lekker eten, ongedwongen, en bij de ingang een lange hoge tafel waar je tijdens het eten op een groot scherm ook naar wedstrijden van Barça kunt kijken. Maar in de rest van de tent klinkt gewoon muziek.

En de uil zag het licht weer

We hadden het pas een maand geleden over hem, de uil die nooit slaapt, maar die toen nog, al sinds jaren, heel mat uit zijn ogen keek. Beroemd waren de oplichtende ogen, decennialang, totdat dit soort neonreclames in Barcelona werd verboden. Maar de gemeente heeft gelukkig een uitzondering gemaakt, en na een opknapbeurt kijkt de uil aan de Diagonal, hoek Paseo de Sant Joan en Mallorca, ons elke avond weer helder aan.

Had Spanair maar op Amsterdam moeten vliegen…

Het vliegveld van Barcelona had in 2011 zijn beste jaar ooit, met een record van 34,4 miljoen passagiers (+17,8% t.o.v. 2010) maar dat heeft Spanair niet kunnen redden. Wéér is een vliegmaatschappij van de ene op de andere dag verdwenen, zoals de laatste jaren hier al met Air Madrid en Air Comet gebeurde; die vlogen toen vooral op Zuid- en Midden-Amerika, en de drama’s op de vliegvelden waren groot; dat viel dit keer mee. Maar toch, gewoon, binnen 12 uur volledig stoppen met vliegen, de vliegtuigen aan de grond, en duizenden passagiers gedupeerd. Plus meer dan 2.000 werknemers op straat; sommigen wisten nog van niets toen ze vrijdagavond op het vliegveld kwamen om te werken…  Neveneffect: vandaag zijn de aandelen van concurrent Vueling met 22% gestegen op de beurs. En het was ook Vueling dat, bijvoorbeeld, gestrande passagiers van Spanair in Gambia ophaalde.

Zo’n vlucht op Afrika lijkt vreemd, maar dat was het doel van Spanair, met de miljoenensteun van zowel de Catalaanse regering, de gemeente Barcelona en Catalaanse investeerders: zij wilden strijden tegen het absolute monopolie van AENA, het staatsbedrijf dat alle vliegvelden in Spanje beheert en liever Madrid als grote internationale ‘hub’ houdt dan Barcelona. Dus is het altijd moeilijk vanuit Barcelona rechtstreeks naar verre oorden te vliegen, met tegenwoordig enkele uitzonderingen als Qatar, Singapore, New York of Buenos Aires.

Spanair, ooit opgericht door het Zweedse SAS (en de enige die dus ook vanuit her rechtsrreeks op Stockholm vloog), moest zo’n beetje de ‘nationale’ airliner van Catalonië worden, maar bleek vooral een put zonder bodem waarin de overheden hun geld stortten. Te lage prijzen in concurrentie met anderen als Vueling, Air Europa en RyanAir, de grootste groeier op vliegveld El Prat van Barcelona.

Sterker nog, het is Ryanair dat bijna in zijn eentje voor die groei op het vliegveld van Barcelona heeft gezorgd. De Ieren gingen pas eind 2010 vanaf BCN vliegen, en brachten Reus en Girona daarmee trouwens een doodsteek toe, want vliegen vanaf en naar BCN is voor de meesten het snelste en makkelijkste. Met 3,4 miljoen passagiers was Ryanair vorig jaar de derde maatschappij hier, achter Vueling (7,7 miljoen) en Spanair (4,3 miljoen). Voor de patriotten: KLM is nummer 11 (595.000) en Transavia 17  (391.000).

Opvallend cijfer trouwens: liefst 1,3 miljoen passagiers vlogen vorig jaar van of naar Amsterdam, waarmee die verbinding de derde drukste is in BCN (en de eerste naar het buitenland), na Madrid (3,1 miljoen) en Palma de Mallorca (1,6). Als je bij Transavia het deel van de passagiers van/naar Rotterdam aftrekt, denk ik dat KLM en Transavia ruim de helft van die AMS-BCN lijn in handen hebben; de rest is voor Vueling en Easyjet. Ryanair vliegt alleen op Eindhoven. Spanair trouwens, vloog niet op Nederland.

Begraafplaats in het Camp Nou

Trouwen kun je al in het Camp Nou, maar binnenkort kun je er ook je eeuwige rust vinden. Zelf ben ik al een tijd geleden gestopt met het regelmatig bezoeken van wedstrijden, ook al speelt Barça wonderschoon; als je voor je werk honderden, misschien wel duizenden wedstrijden hebt bezocht en verslagen, is het op een gegeven moment wel genoeg. Er zijn ook andere geneugten in het leven. Maar er zijn mensen die er nooit genoeg van kunnen krijgen, op vakantie allerlei stadions bezoeken, en er voor altijd begraven willen worden. Bij Betis Sevilla kwam een supporter maandenlang met de as van zijn overleden vader, óók Betis-fanaat, tot de club hem maar aanbod de urn ergens in het stadion onder te brengen.

Dat gaat Barça ook doen. De club, die net als alle anderen geld nodig heeft, vangt sowieso 6 miljoen euro van het bureau GM Sports voor het bouwen en beheren van een soort ‘memorial’, een ruimte in het Camp Nou waar urnen met as van overledenen kunnen worden bijgezet. Ook een deel van de opbrengsten zal naar de club gaan. Niet iedereen zal er trouwens een definitieve rustplaats kunnen bemachtigen: alleen oud-spelers en socio’s krijgen dat recht.

P.S. Vanavond hoopt het Camp Nou live de sportieve ‘begrafenis’ van José Mourinho mee te maken, maar dat is dus heel wat anders.

P.S.2 De foto hierboven is van een campagne in de metro tegen bedrijfsongevallen; een hele wand met zeer realistische foto’s.

Nederlanders laten Barcelona skieën

Het is nog niet zo exotisch als die skipiste in een grote shopping-mall in Dubai, waar ik twee jaar terug eens een kijkje kon nemen, maar als het plan van een groep Nederlandse ondernemers en architecten doorgaat, kun je over drie zomers ook in Barcelona skieën terwijl het buiten 30º is. Het nieuws sijpelde de afgelopen maanden via kranten als The New York Times, The Guardian en Le Monde al door en bereikte vandaag het Catalaanse TV3-journaal: het Nederlandse Snowworld, dat al overdekte skipiste’s in Zoetermeer en Landgraaf heeft, wil in de Zona Franca, dichtbij de haven, ook zo’n baan neerzetten – niet gek om die plannen nu bekend te maken, terwijl de skistations in de Pyreneeën een ‘horrorwinter’ beleven, vanwege het gebrek aan sneeuw en door de hoge temperaturen.

“Al jullie Nederlanders spreken Catalaans met hetzelfde accent,” zei een collega me net, nadat hij architect Sander Laudy (van B01-Arquitectos) op TV had horen praten. (En ja, alle Spanjaarden spreken Engels met hetzelfde Manolo-accent, was mijn weerwoord.) Laudy legde het meest bijzondere van het plan uit: om sneeuw te maken en de hal koel te houden heb je hier, zeker in de zomer, veel energie nodig, en dat is ‘not done’ in tijden dat iedereen behalve armer ook wat ‘groener’ wordt. Maar het sneeuw/pretcomplex van Barcelona (twee banen, waarvan één voor beginners, plus een schaatsbaantje) zal zich voeden met de koelte die vrijkomt in een dichtbijzijnde fabriek (nog niet geopend) waar gas vloeibaar zal worden gemaakt. Bovendien komen er zonnepanelen op het dak, waarmee dus juist sneeuw dankzij die hete zon kan worden aangemaakt.

Gezien het succes van de schaatsbaan op de Plaça de Catalunya (waar in drie weken tijd zo’n 90.000 mensen een half uurtje of uurtje kwamen schaatsen en nog eens 400.000 nieuwsgierig kwamen kijken), zal er wle markt voor ziets zijn. de initiatiefnemers gokken op 200.000 bezoekers per jaar die 25 euro voor 4 uur skipret willen neertellen. De gemeente Barcelona is al overstag, alleen het Consorci de la Zona Franca, het publiek-private bedrijf dat dit immense industrieterrein tussen de stad en het vliegveld beheert, ziet het nog niet helemaal zitten.