Vandaag in de weekeindbijlage van het AD: Is dit hét moment een (tweede) huis in Spanje te kopen? Mijn eerste LinkedIn-reportage… Wat? Ja, in plaats van zelf allemaal makelaars in Spanje te zoeken, postte ik een bericht in twee groepen, Dutch in Spain en Ondernemen in Spanje op het LinkedIn-netwerk, en kreeg daar tientallen reacties op. Daarna met enkele van de respondenten nog persoonlijk contact gezocht, om de informatie te verdiepen. Bij deze de reportage, omdat het AD de verhalen niet meer op zijn eigen website publiceert:
In Spanje staan zo’n 3 miljoen woningen leeg. Een groot deel daarvan zijn vakantie- of weekendhuizen van Spanjaarden of buitenlanders die zij niet of nauwelijks gebruiken maar evenmin willen verkopen. Daarnaast staan zo’n 800.000 woningen te koop en zijn er nog 400.000 in aanbouw. Een overweldigend aanbod, maar de vraag is minimaal. Het juiste moment om nú een tweede huis in Spanje te kopen? Of nog een jaartje wachten? Beide opties zijn goed, zeggen de experts.
Door Edwin Winkels
Het halve land, van de grote steden tot bijna alle plaatsen aan de costa’s, geeft hetzelfde beeld. Enorme blokken woningen, zowel flats als rijtjeshuisjes met tuin die er gloednieuw uitzien, één of twee jaar geleden zijn opgeleverd, maar allemaal leeg staan. Of, triester nog, waar één gezin een tijdje terug wel een woning kocht, waarschijnlijk tegen een veel te hoge prijs, en die familie woont nu volledig alleen in een verlaten spookflat. En omdat er geen andere kopers zijn, er dus nauwelijks servicekosten worden betaald en de bouwer misschien op het randje van faillisement zit, of al daar overheen is gevallen, worden gemeenschappelijke tuin en zwembad niet onderhouden.
En venta of se vende staat er op tienduizenden flats te lezen. Geen straat, geen blok ontkomt eraan. Sommige van die affiches hangen er al jaren, maar de eigenaars lijken vaak niet in hun prijs ver omlaag te willen gaan om het kwijt te raken. Vaak is de noodzaak ook niet zo groot: vooral appartementen en tweede huisjes aan de kust uit de jaren tachtig en negentig zijn allang afbetaald. Verhuren voor de zomermaanden blijkt dan een goede optie.
Kust, steden, binnenland… De huizenmarkt is in Spanje onmogelijk onder één noemer of gezamenlijke statistiek te brengen. In februari daalde de gemiddelde prijs per vierkante meter van een woning tot 2.114 euro. Maar dat betekent niet dat overal aan de costa’s een nieuw appartement van 70 vierkante meter iets minder dan 150.000 euro kost. De prijzen verschillen enorm per kust, per dorpje zelfs, per straat, per woning.














Alleen al in Catalonië bestaan zo’n 2.300 van dat soort ‘buitenwijken’, waarvan er 1.500 in slechte staat verkeren. Want niks gebeurde officieel, met papieren of toestemming, toen ze werden gebouwd: er werden geen wegen aangelegd, noch licht, noch water, noch electra, noch vuilniswagen. Iedereen was zelfvoorzienend en het was ook wel idyllisch. Bovendien, de mensen kwamen er slechts de weekeinden, en dan heb je ook niet zoveel nodig.
Veel ervan liggen middenin de bossen en daar wordt dor en dood hout nooit opgeruimd, wat het brandgevaar nog groter maakt. Voor je het weet smelt tijdens een bosbrand een speelgoedhuis van de kinderen op het terras; maar als dat de enige schade is, valt het nog mee.
Maar middenin die chaos lichtte een document van de gemeente El Campello op: Dirk Scheringa (en daar zijn er niet veel van, het is geen Jan de Vries) had een huis in de urbanización Cova del Llop Marí in El Campello bij Alicante.

Als je maar de goede methode’s gebruikt, want een fout zit in een klein hoekje. Surfend op internet kwam ik de 

dat een Nederlander er ooit had laten bouwen.
Engelsman, niet één Italiaan. En we gingen naar het zwembad van de camping in Recoubeau en voelden ons in een Center Parks- of Landal-zwemfestijn. Ik sneed er bovendien twee vingers diep open aan de glijbaan. Rotland, Frankrijk…
verdedigen, met een paar fotootjes. De Costa Brava dan vooral, de kust die samen met die van het Baskenland het dichtst bij Nederland ligt (tussen de 1300 en 1500 kilometer) en die toevallig precies honderd jaar geleden van een plaatselijke schrijver-journalist deze naam kreeg: de wilde, woeste kust.
Ik ging er laatst weer eens op speurtocht naar kleine paradijsjes aan de Middellandse Zee. Natuurlijk, alles is al ontdekt, zeker zo dicht bij huis, maar toch is het mogelijk in augustus, de topmaand in Spanje, rustige strandjes aan te treffen. Ook als je geen zeiljacht hebt dat in één van die baaitjes kan
aanleggen die over land onbereikbaar zijn.
beschermde heuvels van Cap de Creus te wandelen. Maar na al dat gezweet heb je ook wat: bijna niemand op het kiezelzand, slechts wat bootjes in de baai. Het moet er alleen niet waaien, dan word je er gek.
de plaatselijke vissers er hun feest. Alles wat zij overdag hebben gevangen nemen zij mee naar deze baai, waar ze het ‘s avonds zelf bereiden en vervolgens de hele nacht opeten en wegdrinken.
massaal weg, is de vrees. Zo’n 25% minder zullen naar hun favoriete vakantieland komen (dat laatste is ook betrekkelijk: een bareigenaar zei dat het de Engelsen vooral om bier en zon gaat en dat ze eigenlijk niet weten of ze nouin Spanje of in Afrika op vakantie zijn). Het probleem van de Britten is dat de euro dit jaar zo duur is voor hun. Twee jaar terug kregen ze nog 1,50 euro voor een pond, vandaag in Salou was dat slechts 1,10. En dat hakt erin. Plus de crisis, natuurlijk. Dus zijn veel Britten thuisgebleven – de Engelse campings zijn volgeboekt – of ze zijn naar buiten de euro-zone gevlogen, vooral naar Turkije en Egypte.