Tagarchief: spanje

Een (tweede) huis in Spanje?

Vandaag in de weekeindbijlage van het AD: Is dit hét moment een (tweede) huis in Spanje te kopen? Mijn eerste LinkedIn-reportage… Wat? Ja, in plaats van zelf allemaal makelaars in Spanje te zoeken, postte ik een bericht in twee groepen, Dutch in Spain en Ondernemen in Spanje op het LinkedIn-netwerk, en kreeg daar tientallen reacties op. Daarna met enkele van de respondenten nog persoonlijk contact gezocht, om de informatie te verdiepen. Bij deze de reportage, omdat het AD de verhalen niet meer op zijn eigen website publiceert:

In Spanje staan zo’n 3 miljoen woningen leeg. Een groot deel daarvan zijn vakantie- of weekendhuizen van Spanjaarden of buitenlanders die zij niet of nauwelijks gebruiken maar evenmin willen verkopen. Daarnaast staan zo’n 800.000 woningen te koop en zijn er nog 400.000 in aanbouw. Een overweldigend aanbod, maar de vraag is minimaal. Het juiste moment om nú een tweede huis in Spanje te kopen? Of nog een jaartje wachten? Beide opties zijn goed, zeggen de experts.

Door Edwin Winkels

Het halve land, van de grote steden tot bijna alle plaatsen aan de costa’s, geeft hetzelfde beeld. Enorme blokken woningen, zowel flats als rijtjeshuisjes met tuin die er gloednieuw uitzien, één of twee jaar geleden zijn opgeleverd, maar allemaal leeg staan. Of, triester nog, waar één gezin een tijdje terug wel een woning kocht, waarschijnlijk tegen een veel te hoge prijs, en die familie woont nu volledig alleen in een verlaten spookflat. En omdat er geen andere kopers zijn, er dus nauwelijks servicekosten worden betaald en de bouwer misschien op het randje van faillisement zit, of al daar overheen is gevallen, worden gemeenschappelijke tuin en zwembad niet onderhouden.

En venta of se vende staat er op tienduizenden flats te lezen. Geen straat, geen blok ontkomt eraan. Sommige van die affiches hangen er al jaren, maar de eigenaars lijken vaak niet in hun prijs ver omlaag te willen gaan om het kwijt te raken. Vaak is de noodzaak ook niet zo groot: vooral appartementen en tweede huisjes aan de kust uit de jaren tachtig en negentig zijn allang afbetaald. Verhuren voor de zomermaanden blijkt dan een goede optie.

Kust, steden, binnenland… De huizenmarkt is in Spanje onmogelijk onder één noemer of gezamenlijke statistiek te brengen. In februari daalde de gemiddelde prijs per vierkante meter van een woning tot 2.114 euro. Maar dat betekent niet dat overal aan de costa’s een nieuw appartement van 70 vierkante meter iets minder dan 150.000 euro kost. De prijzen verschillen enorm per kust, per dorpje zelfs, per straat, per woning.

Lees verder

De omgekeerde weg

Het was 1983. Tijdens mijn stage bij Het Vrije Volk schreef ik een grote reportage (het zou één van mijn eindexamenstukken worden) over de vliegtuigen vol Spaanse meisjes die naar Nederland kwamen (of naar Londen gingen) om te aborteren. We maakten het toen van dichtbij mee, vingen een vriendin op uit l’Hospitalet, net in de 20, een ongewenste zwangerschap waar je in Spanje op geen enkele verantwoorde manier een einde aan kon maken. We vergezelden haar tot de trappen van een kliniek aan de Amsterdamse Sarphatistraat, waar ze dezelfde meisjes tegenkwam die naast haar in het vliegtuig hadden gezeten. Ze keken bang, alsof ze op heterdaad betrapt konden worden. 

Twee jaar later, in 1985, werd abortus in Spanje gelegaliseerd, onder drie voorwaarden: zwangerschap als gevolg van verkrachting, misvormd foetus en ernstig risico voor de fysieke of psychische gezondheid van de vrouw. Vooral die laatste voorwaarde kon wel erg eenvoudig worden toegepast, wat er de laatste jaren toe heeft geleid dat de aborterende vrouwen juist de omgekeerde weg van die in 1983 aflegden: Nederlandse vrouwen kwamen naar Spanje omdat je hier, ‘in pyschische nood’, nog tot de 22ste week van zwangerschap kon aborteren, en soms werd ook dát nog opgerekt door, dat wel weer, gynaecologen die hun boekje te buiten gingen. (Eén beroemde uit Barcelona, twee jaar terug gearresteerd, wacht nog altijd op de rechtszaak.)

Die wet moest eens worden geactualiseerd, vond het kabinet, dat wegens de Wet op Gelijkheid voor de helft uit (jonge, leuke, vlotte, moderne) vrouwen bestaat – op de foto vier van hen, o.a. de minister van Gelijkheid – om een duidelijke termijn aan de abortus te stellen én om tegelijkertijd meisjes van 16 en 17 jaar in gelegenheid te stellen de aborteren en tienermoeders te voorkomen.

Zoiets gaat in het voor de helft nog oer-katholieke Spanje niet zonder slag of stoot. Bisschoppen en de PP organiseerden massademonstraties vóór het gezin en tégen de ‘kindermoord’, maar gisteren overwon de wet uiteindelijk de laatste drempel, die in de senaat. ‘Het feest van de dood’, kopt vandaag de katholieke ABC boven de foto van vrolijke vrouwelijke ministers. ‘Een wanvertoning,’ staat er even verderop.

Trouwens, via Google op zoek naar beelden van anti-abortus posters werd ik al direkt onwel: foto’s met heel veel bloed (de rest zal ik mijn lezers besparen) blijkt het favoriete argument van de conservatieven om de abortus te bestrijden.

Zijn we Spanje-moe?

Vond iedereen  in Nederland in januari de sneeuw voor de deur zo leuk dat niemand meer op reis wilde? Las iedereen de weerberichten uit Spanje – overstromingen op de Canarische Eilanden en in Zuid-Spanje, kou en sneeuw in het noorden en midden, drie van de vijf dagen motregen in Barcelona – en besloot dat het niet het moment was hier naartoe te komen? Moet ik deze weblog maar sluiten omdat we de belangstelling voor Barcelona, Catalonië en Spanje snel aan het verliezen zijn?

Het  Spaanse ministerie van Industrie maakte vandaag de maandelijkse cijfers van toestroom van toeristen bekend en was blij omdat dat aantal na 18 maanden van voortdurende dalingen voor het eerst weer een lichte lijn omhoog liet zien, al was het maar 1,1%. Vooral de Italianen (+19%), Belgen (+6%) en Fransen (+5%), kwamen in grotere getallen, maar naast Britten en Duitsers lieten de Nederlanders het opnieuw totaal afweten: we kwamen met z’n 83.881-en naar Spanje (het cijfer lijkt heel nauwkeurig, maar blijft een schatting, natuurlijk) en dat waren er 18% minder dan in januari vorig jaar.

Daarmee zetten we de negatieve tendens van het hele vorige jaar door. In de totaalcijfers over 2009 kwamen 2.094.634 Nederlanders naar Spanje, een daling van 15,5% ten opzichte van 2008. Crisis? Spanje-moe? Een beetje van allebei, denk ik. Nou zullen ze hier van de wegblijvende Nederlanders niet écht wakker liggen (behalve die campings die een ANWB-vakantieoord lijken waar palingpop uit de luidsprekers schalt en waar niet-Nederlanders zich niet eens meer welkom voelen); veel meer pijn doen de 15,5% aan Britten die wegbleven (al kwamen er nog altijd 13,3 miljoen) en de 11% Duitsers (in totaal zochten er 8,9 miljoen Spanje op). Dát zijn enorme aantallen. Uiteindelijk leverde Nederland maar 4% van het totaal aantal toeristen in Spanje. Dat we soms met veel meer lijken aan de costa’s komt omdat we op dezelfde plaatsen hokken en heel veel lawaai kunnen maken.

Update: overal gaat het minder, maar Spanje had nog wel de meeste hotelovernachtingen van heel Europa.

Pas op hun dertigste het huis uit…

Eén groot, één héél groot verschil tussen Spanje en Nederland: je krijgt hier je kinderen bijna het huis niet uit. Volgens de statistieken moet ik nog zo’n tien tot elf jaar wachten voor deze twee hun eigen rommelkamer verlaten en ergens anders gaan ontdekken dat het wel erg comfortabel was bij papa te wonen. De Spaanse jongeren zijn, samen met de Portugezen en Italianen, de laatsten in Europa die zich emanciperen: de jongens gaan met 28,8 jaar het huis uit, de meisjes met 29,8. Nou kan ik me herinneren dat dat in de jaren negentig nog 34 jaar was, dus het land is er op vooruit gegaan. Maar de huidige crisis heeft die tendens weer geremd; slechts drie van de tien Spaanse jongeren zijn nu vóór hun dertigste het ouderlijk huis uit.

Belangrijkste reden: flats en woningen zijn voor die jeugd nauwelijks te betalen. Als ze al werk hebben, dan is dat voor velen voor een salaris van minder dan 1.000 euro. En het fenomeen van studenflats of -kamers dat ons in Nederland gemiddeld met 24 jaar van huis doet gaan, bestaat in Spanje nauwelijks. Dus wachten de meesten op een stabiele relatie of, direct, het huwelijk om met twee salarissen de huur of hypotheek op te hoesten. 

Niet dat Spaanse 17- en 19-jarigen niet een beetje zelfstandig zijn; ze gaan alleen met vrienden een paar dagen skieën – lang op vakantie, dat nog niet echt, want zolang pa je meeneemt naar Nepal, Cuba, New York, Lofoten of, dit jaar, Zuid-Afrika, dan wil je wel mee -, proberen in de zomer wat bij te verdienen, komen regelmatig ’s nachts niet meer thuis, maar toch: dat geliefde en soms zo gehate huis helemaal achter zich laten, dat lukt niet echt.

Bijna nergens in Europa is de jeugdwerkloosheid ook zo hoog; dat zal er ook wel mee te maken hebben. En die werkloosheid is weer het hoogst onder de vele jongeren die slechts de middelbare school tot de verplichte 16 jaar hebben afgerond, nooit hoger dan een VMBO-niveau, en daarna geen enkele opleiding meer hebben genoten.  Ook dat onderwijsgat is met het welvarende deel van Europa heel groot.

Kortom, het valt niet mee, volwassen worden in Spanje. Misschien moet je als ouder blij zijn dat ze pas op hun dertigste oprotten; dan is de kans kleiner dat ze directbij het verlaten van de voordeur in de sloot belanden.

Zonder werk raakt de ijskast leeg

Rosa en Manel werden ineens groot nieuws toen hun buurvrouw Arantxa vorige week een brief naar de krant stuurde. “Mijn buren lijden honger omdatz e gene werk hebben.” Gewone buren, zoals iedereen die heeft. Hij een loodgieter van 31 jaar, zij huisvrouw van 24. En een kind van vier, Désiré. Een hypotheek van 1.000 euro per maand, uit een tijd dat het nog goed ging en iedereen een huis kon kopen, maar waar de uitkering van 421 euro nu niet tegenop kan.

Ze werden nieuws, omdat de zware crisis waar Spanje als allerlaatste EU-land uit zal klauteren, ineens een zo herkenbaar gezicht kreeg in een klein dorpje in de buurt van Barcelona. Rosa en Manel willen niet op de foto, want ze schamen zich voor hun situatie. Maar hun relaas maakte een golf van solidariteit, begrip en vergelijkbare verhalen los. “We zijn niet de enigen. Dát willen we benadrukken. En dáárom moet er iets gedaan worden.”

Ze zijn niet de enigen, nee. Inmiddels zitten meer dan vier miljoen mensen in Spanje zonder werk, zo’n 20% van de beroepsbevolking. Onder jongeren tot 24 jaar is dat het dubbele. Veel massa-ontslagen bij grote bedrijven zijn de oorzaak, maar nog meer het beëindigen van de talloze tijdelijke contracten die er de laatste jaren waren afgesloten. ‘Vuilniscontracten’, noemen ze die in Spanje, met salarissen niet hoger dan 1.000 euro per maand.

Vooral de bouwwereld heeft een enorme knauw gekregen, de zeepbel van kunstmatig hoog gehouden huizenprijzen is uit elkaar gesprongen, tienduizenden net gebouwde flats staan leeg en de rest van de bouw ligt volledig stil. Aan Manel ontbrak het tot twee jaar geleden nooit aan werk. “Ik verdiende zo’n 3.000 euro per maand en daarnaast kon ik overal bijklussen als ik wilde.”

Het jonge stel kocht een stukje grond in Sant Pere de Vilamajor en bouwde er het eigen huis. “Na mijn werkdag stonden we van zes tot half tien nog aan het huis te werken.” De benodigde hypotheek kregen zij eenvoudig van de bank. “Die bank behandelt ons nu uitstekend, want de hypotheek kunnen we niet betalen. Wel gaat onze uitkering direkt naar de bank, daar zien we nooit wat van. Daarnaast hebben we niets.”

In mei 2008 raakte Manel werkloos. Talloze pogingen om werk te krijgen, ook voor Rosa, liepen op niets uit. Gedurende 10 maanden kreeg hij de maximale WW-uitkering van 1.100 euro, daarna een bijslag van 421 euro. Met wat schrapen moeten Rosa en Manel nu rondkomen van 20 euro per week. “Het is niet te beschrijven hoe moeilijk dat is.” Buren als Arantxa geven hen regelmatig eten, of kopen pakken melk voor de kleine Désiré. De sociale dienst van het dorp en organisatie Caritas helpen met pakken rijst en linzen, en af en toe krijgen ze een tegoedbon van 50 euro. “Dan kopen we soms wat vlees, want normaal kunnen we dat niet betalen,” zegt Rosa.

Na haar verhaal in de krant kreeg Rosa voorlopig drie dagen werk als schoonmaakster. Mensen schonken goederen en eten, die het stel nu samen met de kleine gemeente onder andere behoeftigen verdelen. “Want er zijn zoveel mensen met problemen en vaak nog schrijnender gevallen dan wij.”

Op straat zie je het niet aan ze, noch aan de inrichting van het huis. Maar de ijskast staat leeg. Het is de verborgen armoede van een Spanje dat, volgens de experts, nog jaren nodig zal hebben om zich te herstellen en nog méér dan Griekenland risico loopt bankroet te raken. De serie maatregelen die de regering vrijdag aankondigde zijn voor de middellange termijn, zullen Rosa en Manel vandaag nog niet helpen.

IJs aan de Mediterranee

Ja, ik weet het. In Nederland vriest het écht, krijgt iedereen alweer elfstedenkoorts (ik zal eens foto’s scannen uit 1985, toen het écht leuk en spontaan was, daar boven in Friesland), is er een wedstrijd op welke ondergelopen polder de eerste schaatswedstrijd op natuurijs is, krijgt het verkeer vandaag en morgen last van de sneeuw, en dan kom ik daar aan, met een fotootje van mijn auto vanochtend, bedekt met een flinterdun laagje ijs… Ja! Nou, en? IJs op 30 meter van de Middellandse Zee, waar het helemaal niet normaal is dat het ’s nachts rond het vriespunt is! Integendeel, ik schep altijd op dat het hier in de winter nooit onder de 15 graden komt, ook al omdat de nabijheid van het zeewater, in de winter vrijwel altijd warmer dan de luchttemperatuur, het échte vriezen nagenoeg onmogelijk maakt. Dus blijft het verrassend je auto onder het ijs aan te treffen, op een ochtend dat iedereen, bij de bakker, in de supermarkt, voor de krantenkiosk, hetzelfde zegt. ¡Qué frío! En vaak dezelfde toevoeging: ‘Maar jij komt uit Nederland, jij bent het wel gewend.’ Gewend? Na al meer dan 20 jaar geen elfstedenwinter meer te hebben meegemaakt?

Gelukkig lag in de auto nog wel een krabbertje, van een Bastion-hotel. Werkt niet echt goed, trouwens.

Het fenomeen ‘urbanizaciones’

© edwin winkels

Het is zo’n typisch Spaans verschijnsel dat ik er niet eens een goed Nederlands woord voor kan vinden. De urbanización. De letterlijke vertaling, urbanisatie, is te lelijk voor woorden, maar beschrijft wél wat het precies inhoudt (en zal ik de komende regels nog wel eens gebruiken). In de jaren zeventig, toen Spanje zich van het juk van Franco ontdeed en zich meer durfde en kon verloorloven, werd het mode een tweede huis te hebben, ook al omdat het eerste allang was afbetaald (zo’n 80% van de Spanjaarden heeft een koopwoning). Eigenaren van stukken land of halve bergen in de buurt van dorpen of steden deelden die grond in parcelen op, lieten er wat bomen kappen en verkochten de parcelen aan mensen die er hun tweede huis wilden laten bouwen.

urbanizacion2Alleen al in Catalonië bestaan zo’n 2.300 van dat soort ‘buitenwijken’, waarvan er 1.500 in slechte staat verkeren. Want niks gebeurde officieel, met papieren of toestemming, toen ze werden gebouwd: er werden geen wegen aangelegd, noch licht, noch water, noch electra, noch vuilniswagen. Iedereen was zelfvoorzienend en het was ook wel idyllisch. Bovendien, de mensen kwamen er slechts de weekeinden, en dan heb je ook niet zoveel nodig.

Maar steeds meer zijn die ‘tweede huizen’ de eerste residentie geworden van mensen die de stad wilden ontvluchten. Waar er een akkoord was, gingen de eigenaren met z’n allen de wegen aanleggen en aan gas- en lichtmaatschappij de nodige voorzieningen vragen. Maar de gemeentes weigerden die urbanisaties te legaliseren en als een officieel onderdeel van het dorp te beschouwen. Dat is de laatste jaren steeds meer veranderd, maar de eerste eis van zo’n gemeente is dat de wijk in ieder geval volledig bestraat is én stromend water en electra heeft voordat zij bij het dorp mag behoren, het vuilnis er wordt opgehaald en de bus er misschien komt.

De Generalitat, de Catalaanse regering, geeft nu 10 miljoen euro om de allerbelabberdste urbanisaties een beetje op te knappen. Maar daarmee zullen de problemen niet voorbij zijn. urbanizacion1Veel ervan liggen middenin de bossen en daar wordt dor en dood hout nooit opgeruimd, wat het brandgevaar nog groter maakt. Voor je het weet smelt tijdens een bosbrand een speelgoedhuis van de kinderen op het terras; maar als dat de enige schade is, valt het nog mee.

Ook was er de laatste jaren af en toe een psychose door de vele gewelddadige berovingen die er in de doodstille wijken op de bergen en in de bossen plaatsvonden. Rijke ondernemers maar ook gepensioneerde arbeiders werden thuis in elkaar geslagen opdat ze vertelden waar de kluis verstopt zat, als ze die al hadden. De laatste tijd is het, wat dat betreft, redelijk rustig. En dát is ook wat iedereen die in zo’n wijk woont aangeeft als de voornaamste reden er niet meer weg te willen: de rust.

Exclusief! Het huis van Dirk Scheringa in Spanje…

 

huis scheringa 1 copia

Niemand leest dit meer, natuurlijk, want iedereen is na een hectische, hysterische week Dirk Scheringa volledig zat, maar ik voelde me toch verplicht mijn bijdrage te leveren, mede op verzoek van het AD. Bij Pauw&Witteman zei de volksbankier dat-ie alleen z’n huis in Spanje nog kon verkopen om zelf wat geld over te houden. Vanaf dat moment begon mijn zoektocht, via internet, met het alarmerende resultaat dat (bijna) alles te vinden is, en dus openbaar. Big brother is watching you, en die Orwelliaanse voorspelling is van 1948…

Een korte cursus googlen: eerst gezocht naar pagina’s in het Spaans over “Dirk Scheringa” (altijd met aanhalingstekens werken, doen te weinig mensen) en er kwamen allemaal Spaanse krantenberichten over de roof in zijn museum van een schilderij van Dalí. huis scheringa 4Maar middenin die chaos lichtte een document van de gemeente El Campello op: Dirk Scheringa (en daar zijn er niet veel van, het is geen Jan de Vries) had een huis in de urbanización Cova del Llop Marí in El Campello bij Alicante.

Eerst, via de Spaanse telefoongids, de mensen gebeld die er volgens het kadaster-nummer naast wonen (zo’n dubbele achternaam vergemakkelijkt het zoeken van het juiste nummer). Inderdaad, het huis naast hen was nog steeds van ‘die Nederlander’ die zij niet kenden.

Dus verder zoeken via het nummer van het kadaster, dat niet helemaal compleet in dit document uit 2002 staat. Er komen allemaal cijfers en letters achter die betrekking hebben op El Campello en de wijk. De volledige combinatie is uiteindelijk met enige logica eenvoudig te vinden en die tik je vervolgens in op de website van het Spaanse kadaster.

Haleluja, in beeld verschijnen de exacte plaats én de gegevens van het betreffende huis: 289 vierkante meter, gebouwd op een terrein van 845 m2. Begane grond en één verdieping. Géén zwembad, dat ligt een paar huizen verderop, ogenschijnlijk voor alle bewoners uit de wijk. Slechts de waarde staat niet aangegeven (die zou, volgens het kadaster, toch niet meer actueel zijn); nu zou dat huis zo’n 750.000 euro kunnen opbrengen.

huis scheringa 6

Zelfs zo’n ouderwets kadaster is zó modern geworden, dat het je tegelijk de mogelijk biedt om de betreffende woning per google maps of google earth te lokaliseren.

huis scheringa 2

Dát is dus uiteindelijk het vrij anonieme Spaanse huis van Dirk Scheringa, binnen een half uur vanuit Nederland of waar dan ook op te sporen. huis scheringa 5Als je maar de goede methode’s gebruikt, want een fout zit in een klein hoekje. Surfend op internet kwam ik de website van de slimme krijtstreepgoeroe en goedgebekte Jort Kelder tegen en die had Scheringa in Spanje via een telefoongids opgezocht; de straat was goed, het huisnummer klopte alleen niet, dus gaf nine to five gisteren een woning in El Campello aan die schuin tegenover het werkelijke huis van de DSB-verschoppeling ligt. Nét niet goed. Moet je mee oppassen, dus. Pas dingen publiceren als ze 100% zeker zijn, maar in het internet-tijdperk gebeurt dat steeds minder.

Afijn. De trouwe én nieuwe lezers van Het Barcelona-gevoel weten nu waar Dirk Scheringa tijdens zijn Spaanse vakanties huisde. Interessant? Ik betwijfel het. Maar het blijft een leuk bericht, toch?

De mooiste strandjes van de costa’s

playadela tavellera

Een artikel over de economische crisis en het toerisme, vorig jaar in het AD, lokte op de website van deze krant een kleine, altijd welkome discussie uit over iets heel anders: de kwaliteit van het toerisme, het volledig verpesten van de Spaanse costa’s, en of het in Frankrijk – of een deel ervan, de Cote d’Azur – allemaal veel en veel mooier is. Spanje of Frankrijk?

puntadelfangar

Frankrijk heeft vanzelfsprekend meer pleitbezorgers in Nederland dan Spanje. Kijk alleen maar naar de aantallen vakantiegangers die daar blijven hangen én de mensen die er een droomhuisje willen. Vorig jaar was ik even in Frankrijk, in een rond een klein gehucht dat Die heet, in de Drôme, in een huis playa fondo of waikiki in Tarragonadat een Nederlander er ooit had laten bouwen.
We gingen naar de zaterdagse markt, en het leek of we op de het Utrechtste Vredenburg liepen, maar dan zonder allochtonen en alleen met blonde koppen die in ons school- of vakantie-Frans om een komkommer vroegen. Bovendien: niet één Duitser, niet één playa de desenroscada in sitgesEngelsman, niet één Italiaan. En we gingen naar het zwembad van de camping in Recoubeau en voelden ons in een Center Parks- of Landal-zwemfestijn. Ik sneed er bovendien twee vingers diep open aan de glijbaan. Rotland, Frankrijk…

Dus ga ik hier toch nog maar eens Spanje Cala sa Futadera in Tossa de Marverdedigen, met een paar fotootjes. De Costa Brava dan vooral, de kust die samen met die van het Baskenland het dichtst bij Nederland ligt (tussen de 1300 en 1500 kilometer) en die toevallig precies honderd jaar geleden van een plaatselijke schrijver-journalist deze naam kreeg: de wilde, woeste kust.

Cala Vallpresona in Santa CristinaIk ging er laatst weer eens op speurtocht naar kleine paradijsjes aan de Middellandse Zee. Natuurlijk, alles is al ontdekt, zeker zo dicht bij huis, maar toch is het mogelijk in augustus, de topmaand in Spanje, rustige strandjes aan te treffen. Ook als je geen zeiljacht hebt dat in één van die baaitjes kan playa Mas Pinell in Torroella de Montgriaanleggen die over land onbereikbaar zijn.

Zo kwam ik terecht in de Cala Tavellera of Taballera, ongeveer het allerlaatste echt maagdelijke strand aan de Costa Brava. Je komt er alleen door vanuit Port de la Selva – één van de eerste dorpjes als je vanuit Frankrijk komt – ruim een uur door de playa de Can Comes in Castelló d'Empuriesbeschermde heuvels van Cap de Creus te wandelen. Maar na al dat gezweet heb je ook wat: bijna niemand op het kiezelzand, slechts wat bootjes in de baai. Het moet er alleen niet waaien, dan word je er gek.

Eén keer per jaar houden playa del Pi in Portboude plaatselijke vissers er hun feest. Alles wat zij overdag hebben gevangen nemen zij mee naar deze baai, waar ze het ‘s avonds zelf bereiden en vervolgens de hele nacht opeten en wegdrinken.

Dát Spanje bestaat nog, dat van de tradities, van paradijselijke stukjes kust (op bijgaande foto’s ook strandjes in de buurt van populaire plaatsen als Tossa de Mar, Santa Cristina en Sitges) die in niets doen denken aan Benidorm of Torremolinos. En ook al probeert de regering de kust te beschermen, tegen hotelblokken die in voorgaande decennia aan de rand van het water zijn neergezet is bijna niets meer te doen. Heel af en toe wordt er een illegale constructie gesloopt.

Maar er zijn dus plaatsen waar de bouwkranen nooit zijn toegelaten. Heel erg veel plaatsen: officieel heeft het vasteland zo’n 3900 kilometer kust, maar alle kleine baaitjes meegerekend kom je snel op 7900 kilometer, schijnt. Genoeg om te kiezen.

Maandagochtend in Salou

IMG_6357

Maandagochtend, elf uur. Sommigen van ons werken nog, de vakantie is ver weg, maar Salou toont al zijn ware zomerse gezicht. Het is crisis aan de costa’s, zeggen ze, al zou je dat bij het zien van deze foto van vanochtend niet zeggen. Toch: je praat er met bar- en restauranteigenaars, met verhuurders van strandstoelen, met personeel van hotels, en ze hebben het allemaal over hetzelfde: er zijn minder mensen dan vorig jaar. Het massatoerisme is ook later op gang gekomen. Afgelopen vrijdag begonnen de vakanties in Groot-Brittannië, en Zuid-Nederland moet nog beginnen.

Vooral die Britten blijven IMG_6333massaal weg, is de vrees. Zo’n 25% minder zullen naar hun favoriete vakantieland komen (dat laatste is ook betrekkelijk: een bareigenaar zei dat het de Engelsen vooral om bier en zon gaat en dat ze eigenlijk niet weten of ze nouin Spanje of in Afrika op vakantie zijn). Het probleem van de Britten is dat de euro dit jaar zo duur is voor hun. Twee jaar terug kregen ze nog 1,50 euro voor een pond, vandaag in Salou was dat slechts 1,10. En dat hakt erin. Plus de crisis, natuurlijk. Dus zijn veel Britten thuisgebleven – de Engelse campings zijn volgeboekt – of ze zijn naar buiten de euro-zone gevlogen, vooral naar Turkije en Egypte.

Kortom, dit beeld van Salou, vanochtend, lijkt bedriegelijk. Ik blijf het echter een bomvol strand vinden dat ik het liefste mijd.