Tagarchief: nederland

Verkiezingen in het Oude Noorden

Dit zijn Ali, Hussein, Kazim en Naim, vóór het Turkse café van de eerste, in het Rotterdamse Oude Noorden. Ze zaten een eigen versie van rummikub te spelen, maar wilden wel even naar buiten komen voor de foto. Ali, links, heeft namelijk zijn café versierd met Oranje vlaggen en zo, voor het WK. “Ik voel me Nederlander,” zegt hij.

Dit is Arnold. Geboren Utrechter, getogen Rotterdammer. Hij zit voor zijn sleutelmakerij in het Oude Noorden, 50 meter van het Turkse café vandaan. Arnold heeft zijn hele leven PvdA gestemd, maar gaat woensdag voor Wilders. In het Oude Noorden is 65% van de bewoners allochtoon. Arnold is het zat.

Een dagje Rotterdam, dus, dichtbij het Crooswijk waar ik woonde. Hier, in het Oude Noorden, speelden we biljart bij  cafe Faas, hoek Zwaanshals-Zaagmolenweg. Toen woonden er al heel wat immigranten, maar was Faas nog geen Marokkaans theehuis geworden. Er is veel veranderd, niet altijd ten goede, maar volgens sommige bewoners is de wijk weer iets aan de beterende hand.

Toch is dat hele immigratie- of allochtonendebat, door Wilders steevast gemaakt tot een islamdebat, door de economische crisis naar de achtergrond verdrongen. Toevallig stonden 5 km van het Oude Noorden vandaan, in de Erasmus Universiteit, zes lijsttrekkers tegenover elkaar. Wilders en Cohen mochten bekvechten over die allochtonen; helemaal niks nieuws onder de zon, iedereen valt in herhalingen en, nu iedereen vooral last heeft van zijn eigen portemonnee, lijken die buitenlanders ineens niet zo interessant meer. Heb vandaag niemand zelfs niemand gehoord die ze ervan beschuldigt ‘onze banen af te pikken’.

Wilders zijn ‘momentum’ is voorbij, zo schreef NRC Handelsblad laatst al. Een half jaar terug zat hij in de enquêtes bijna aan de 30 zetels, was hij bijna premier, nu is hij teruggevallen naar de helft, slechts zes meer dan hij nu heeft. Wil iemand een veelbetekenende foto? Bij deze: zelfs op rechts is Wilders, mét kogelvest onder het colbert, eenzaam.

Een mooie druilerige middag in Amsterdam

Bekend fenomeen als je emigreert: thuis, het land waar je vroeger woonde, is het helemaal niks, alles waardeloos, koud en nat en agressief en dat oervervelende doei! Kom je ook wel overheen; na verloop van tijd ga je sommige dingen weer waarderen. Zelfs een druilerige vrijdagmiddag in Amsterdam, de vochtige vooravond van het begin van de lente, maar tevens het einde, schijnt, van drie maanden snijdende kou. Die mooie blauwe avondlucht, die hebben ze lang niet gezien.

Kreeg van Peter, hier voor zijn deur aan de Herengracht, op 14 nummers van wijlen Hans van Mierlo, op 40 nummers van het partijkantoor van de PvdA, een fiets mee. Heb zelf helaas nooit in Amsterdam gewoond, maar een middag fietsen over grachten, glibberige klinkers en tussen nog altijd verraste toeristen blijkt/blijft een waar genoegen. Kan me ook levendig voorstellen, als sporadisch bezoeker, waarom de stad die buitenlanders zo blijft bekoren. Net een poppenhuis waar alles lieflijk en klein en knus is; over de werkelijke waarheid van Nederland de komende maanden meer, wanneer ik voor de verkiezingen regelmatig naar het ‘land van Wilders moet’.

Een middagje fietsen door Amsterdam, op zo’n prachtig stevige ouderwetse opoefiets met achteruittraprem, leidt je snel langs de dichtbij elkaar gelegen boekhandels van Scheltema en het Atheneaum, naar lunches in De Jaren of Het Land van Walem, naar journalistenborrels in De Pels of Scheltema, naar talloze modernere tenten die ik niet ken, en eindigt met een pilsje, een Koninckje, of twee, of drie, bij Café de Prins van Huisdichter Cornelis, de dichtende kroegbaas die behalve grote wielerfan ook nog eens fanatiek supporter van FC Barcelona is. (Hij vroeg me om kaartjes voor het duel tegen Arsenal; dat gaat niet lukken, vrees ik. De socio’s gaan voor, en dat zijn er inmiddels heel erg veel.) Groot verschil trouwens, tussen de Nederlandse kroegen en die in Spanje: zag in Amsterdam bijna nergens een TV-scherm staan… Heeft Nederland dus tóch nog dingen die je gaat waarderen.

Schaatsen in Barcelona met Gómez

Oké, ik krijg er van alle kanten van langs, via mails en andere blogs: er is géén hysterie op de bevroren Nederlandse wateren en je kunt nog áltijd bijna alleen op het ijs schaatsen, als in een rustige oase, en in het midden van niets een charmante koek en zopie tegenkomen. Natuurlijk, mijn geschriften zijn ingegeven door een onuitstaanbare jaloezie: ik zou zo graag zelf willen schaatsen en weer eens een Elfstedentocht van dichtbij meemaken. Tuurlijk, lijkt me wel eens leuk, weer de Molentocht voltooien; misschien komt het er eens van. En ben tegelijk blij voor m’n vriendjes dat zij het nu wél kunnen, schaatsen, ook met hun jonge kinderen, waarvan sommige voor het eerst zoiets meemaken.

Als ik zou willen, zou ik in Barcelona ook kunnen schaatsen. De stad is twee piste’s rijk, eentje op slechts één straat van mijn werk vandaan, de Skating Club aan de Carrer Roger de Flor, hoek Diputació. De andere bestaat al sinds 1971 naast het Camp Nou, en is de officiële schaatsbaan van FC Barcelona, dat vroeger zelfs een heus ijshockeyteam had.

Maar schaatsen houdt natuurlijk niet over, op van die kleine binnenbanen, waar je niet eens een volwaardig rondje kunt draaien zonder tegen iemand op te botsen. Ben er eens geweest met Antonio Gómez. Antonio wie? We kenden ‘m in Nederland eind jaren zeventig als Speedy Gómez. Nóg wordt hij thuis in Sant Boi de Llobregat boos als hij leest – hij kent een beetje Nederlands – dat wij hem een krabbelaar noemden, in zijn gele of rode pak waarin hij altijd laatste was. Aan zijn persoonlijke records records te zien moesten vooral de 5.000 meter (9.06.55) en de 10.000 meter (21.47,6) een lijdensweg voor hem zijn; de laatste afstand mocht hij trouwens nooit meedoen, omdat hij na drie afstanden niet bij de eerste zoveel stond. Prachtige fotofinish trouwens, op deze video, tegen een tegenstander die wél eerst gevallen was:

Slapen als god in Nederland

Is ook leuk als je ‘ver weg’ woont en af en toe terugkomt in Nederland: ga je (soms) slapen in hotels waar je anders, als inwoner van het kleine Nederland, nooit zou zijn verbleven. Je kunt natuurlijk bij je ouders, broer of andere familie gaan logeren, wat natuurlijk altijd de beste en goedkoopste optie is, met de ouderwetse gezelligheid, het ontbijt aan de keukentafel, en waarbij je dan maar even moet vergeten dat de meeste mensen in Nederland in dit soort slaapsteden wonen waar je na zes uur ’s avonds zelfs geen eenzame hond meer over straat ziet lopen, maar waar het ook overdag heel erg stil kan zijn.

Maar soms gaat de (werk)dag en de gastronomische avond in Amsterdam of Rotterdam nog heel lang door en is het handig dáár te kunnen blijven in plaats van een gore nachttrein te nemen en van uitzichten te gaan genieten waar normaal gesproken alleen de toeristen zich nog maar voor interesseren.

Prachtig is het, in goed gezelschap vanzelfsprekend, te gaan slapen in Hotel Pincoffs van mijn oud-collega’s Karen en Edwin aan de Rotterdamse Stieltjesstraat, dichtbij het al sinds mensenheugenis gekraakte Poortgebouw, en vóór het sluiten van de gordijnen nog even een blik te werpen, vanuit comfortabele fauteuils, op de winderige Maas en het Noordereiland. Mensen die veel gereisd hebben weten wat een hotel écht moet hebben om je op je gemak te voelen…

Datzelfde gevoel overvalt me bij mijn vaste, jaarlijkse bezoek aan Ambassade Hotel in Amsterdam, waar ik altijd van de uitgeverij (Nieuw Amsterdam;  ja, sorry, even wat her en der reclame maken) mag overnachten. Heb er na talloze bezoeken nog nooit op dezelfde kamer geslapen en geen kamer is gelijk aan de anderen, in het rijtje herenhuizen waar je vanuit de ene kamer zicht heb op de Herengracht en uit de andere op de Singel. De mooiste? Helemaal bovenin, kamers met een trapje en onder één van de authentieke Amsterdamse daken.

Dan wordt Nederland toch wel een beetje leuk, ook al is het windkracht 9.

Nederlands dagje in Barcelona

salo de cronicas

Als je emigreert, écht emigreert, wil je meestal helemaal niets meer te maken hebben met Nederland. Misschien in een poging bij voorbaat alle mogelijke heimwee uit te bannen, maar toch ook een oprechte intentie om volledig in je nieuwe land te integreren. Bovendien was dat vrij eenvoudig, in 1988. Er bestond geen internet, je kon geen Nederlandse TV via de satelliet ontvangen… Slechts de telefoon of een duur vliegticket brachten je af en toe terug naar Nederland. Tien jaar moest ik niets van Nederland en hebben; hooguit in verband met het werk, meer niet. Toen kwam de televisie in huis, opdat de kinderen ook in hun vaders taal programma’s konden zien; ze hebben er nooit naar gekeken. Dus kijkt pa nu, als hij ’s avonds laat thuis is, naar Pauw&Witteman en de herhaling van DWDD van een Matthijs die nog niet zo beroemd en mediageniek was toen we eind jaren negentig lange en vooral goede diners in Barcelona vierden; hij is al lang niet meer geweest.

Vervolgens kwamen de goedkope vliegtickets, en kon je wat vaker naar Nederland. Toen kwam het Nederlandse vriendinnetje op nota bene een Koninginnedagviering in Barcelona aanwaaien. En nu zijn er ook wat aardige Nederlandse kennissen, mannen en vrouwen die bovendien allemaal zeker weten dat hun verblijf in en rond Barcelona definitief zal zijn.

tijgermugBarcelona zit vol met Nederlanders. Gisteren was hún dag, al kon je niet overal tegelijk zijn. De Kring van het Nederlands Bedrijfsleven in Barcelona sloot de viering van het 40-jarige jubileum af met een ontvangst door burgemeester Jordi Hereu. Dat had eigenlijk in de oude Philips-fabriek in de Zona Franca moeten gebeuren; dat is inmiddels een bibliotheek geworden, maar in de botanische tuinen erachter, in 1960 ontworpen door mevrouw Van der Harst, de echtgenote van de toenmalige Philips-directeur, heerst een plaag van tijgermuggen. Je wordt er gek gestoken, er zijn er zelfs tientallen in het medisch centrum gevlogen (op de foto, eentje die ik op een folder aantrof), dus werd de ontmoeting naar het gemeentehuis verplaatst, naar de historische maar slecht verlichte Saló de Cróniques (foto boven), met een vloer van zwart marmer en een gouden achtergrond gemaakte schilderingen van Josep Maria Sert uit 1928 die de Catalaanse reizen naar het Oosten in de 15e eeuw voorstellen. De Consul-Generaal liet, tussen de lofuitingen door, Hereu fijntjes weten dat het verdomd druk is op het consulaat nu zo’n 10% van alle Nederlanders die Barcelona bezoekt beroofd wordt; het is deze zómer hét thema in Barcelona, het zakkenrollersparadijs van Europa.

Even verderop, Via Laietana, dezelfde tijd, vierde Bavaria de 125ste verjaardag van Abdij de Koningshoeven, gecombineerd met de presentatie van een nieuw Trappe-biertje, Isid’Or. Bavaria, van mijn bijna naamgenoten Swinkels, probeert de Spaanse markt te veroveren en doet dat vanuit Barcelona. palau filharmonischEn bijna aan de overkant, in het majestueuze maar door corruptie geplaagde (dat verhaal zal ik nog wel eens vertellen) Palau de la Música, opende het Rotterdams Philharmonisch Orkest officieel het seizoen. Het was de reden dat de burgemeester na zijn lange toespraak niet met de leden van de Kring kon naborrelen: de volledige Catalaanse burgerij wachtte om het Palau een hart onder de riem te steken; dirigent Yannick Nézet-Séguin deed dat, onder anderen, met een mooie Negende van Mahler.

Het extreem-rechtse Nederland

P1010754

Wat is er met je land aan de hand? Het was de meest gehoorde vraag vorige week in Barcelona, nadat Nederland al de voorlopige resultaten van de Europese verkiezingen bekend had gemaakt. “Extreem rechts wint in Nederland,” kopten de Spaanse krant en het TV-journaal. In Nederland werd er, op zijn beurt, weer lacherig om gedaan. Hoe konden de Spanjaarden ons nou als extreem-rechts beschouwen?

Of Geert Wilders nou extreem-rechts of héél erg rechts is, dat maakt nauwelijks iets uit. Zijn denkbeelden, waarvoor dus 20% van de bevolking iets voelt, zouden door ons, Nederlanders, gewoon als extreem-rechts, xenofoob en zelfs fascistisch worden bestempeld als Wilders geen Limburger maar een Italiaan, Spanjool, Brit of Fransman was geweest. Om maar niet van een Duitse versie van ‘onze Geert’ te spreken.

P1010767

Maar die PVV-overwinning is niet wat mij zo verwondert. Het is die totale onvolwassenheid of willekeur wat stemgedrag betreft. Wat drie jaar terug nog massaal op Ossenaar Marijnissen en zijn SP stemt heult nu met de volledige overkant van het politieke bestel. De wekelijkse peilingen die worden gepubliceerd geven dat beeld ook weer. Een partij kan in twee weken tien zetels winnen of verliezen, alles en iedereen schommelt heen en weer, afhankelijk van wat die op televisie heeft gezegd, van wat de ander in het parlement heeft geroepen en van wat de derde voor een luchtbel als wetsvoorstel heeft gepresenteerd.

Anderen zullen het een volwassen democratie noemen. Voor mij, en de buitenwereld, lijken de stembriefjes in Nederland vluchtiger dan WC-papier.

Back to the roots

P1010697Ze zijn in Barcelona geboren, hebben een beetje moeite om Utrecht goed uit te spreken (dat hebben de Uteregters zelf ook, dus dat is geen probleem), maar af en toe moet papa een beetje nostalgisch doen en dan neemt hij ze mee naar de stad waar de eerste 20 jaar van zijn leven zich afspeelden. En omdat er heel veel winkels zijn om kleren te kopen vinden ze het nog leuk ook.

Utereg me statsie verandert gelukkig weinig op de meest authentieke plaatsen. Op de achtergrond van de foto de cafeetjes op het Wed en links om de hoek één van de leukste terrasjes als de zon een beetje schijnt, die van De Zaak, waar je vroeger de brandweer kon zien en horen uitrijden.

Dat zo’n centrum met Dom en grachten en Vismarkt gewoon goed is toont hoe ze vroeger wél steden konden plannen en leuk maken. Eromheen vind je het bewijs hoe stedenbouwkundigen in de tweede helft van de 20ste eeuw vooral blunderden. De Catharijnesingel werd niet zo heel lang geleden (een jaartje of dertig) gedempt en heette dus de Catharijnebaan, voor auto’s, nu moet er weer water in. Het hele gebied rond het Vredenburg gaat op de schop en in en rond het CS en Hoog Catharijne zijn al talloze malen veranderingen óp de veranderingen doorgevoerd. Je vraagt je soms af waarom mensen op iets als stedenbouw hebben gestudeerd.

Een weekje weinig Barcelona dus, op dit blog, maar Nederland, met af en toe een bui. Waardoor je dus soms om vijf uur al thuis zit en gaat dobbelen, maar dat vinden opa en oma natuurlijk hartstikke leuk…

P1010700