Categorie archief: zon, zee en andere zaken

Bijna-beste blog over Spanje?

Met dank aan de (anonieme) lezer die dit blog heeft genomineerd bij het Spaans Verkeersbureau in Nederland. Vandaag kreeg ik deze mail (maar ja, misschien zijn we wel met 58 finalisten):

“Geachte heer Winkels. Het Spaans Verkeersbureau reikt dit jaar voor de eerste keer de Blogprijs Proef Spanje uit. En met veel genoegen kunnen wij u mededelen dat u tot de finalisten behoort.  Bij deze hebben wij het genoegen u, samen met uw partner, uit te nodigen voor de officiële uitreiking van deze persprijs door de Spaanse ambassadeur in Nederland de heer Javier Vallaure de Acha, op woensdag 30 november a.s. in zijn ambtswoning in Den Haag.”

Nogmaals, met dank aan die ene attente lezer, maar ook aan alle anderen die dit blog inmiddels honderdduizenden malen hebben bekeken.

Advertenties

Spanje is 2 uur later klaar met werken

Ze zeggen altijd dat het de beroemde siësta is, maar ik probeer dat altijd een beetje te ontkrachten, want lang niet iedereen in Spanje heeft doordeweeks de tijd nóch de geschikte plaats om een middagdutje te doen. (Hoewel, voor deze bouwvakkers, hartje zomer, was zelfs een kruiwagen al genoeg.) De Spaanse lobby die zich al jaren inzet voor een ‘rationalisering’ van het dagelijkse tijdschema in Spanje, een Europeser maken van de werk- en leefgewoonten, ARHOE in het kort, bracht vandaag een studie naar buiten waarvan de uitkomst weinigen zal verrassen: de Spanjaarden komen gemiddeld twee uur later van het werk dan hun Eurozone-collega’s. En dat is niet omdat ze onderweg nog een tijd in de kroeg blijven hangen, maar omdat ze van de baas gewoon pas laat wegmogen. Waar de meeste Europeanen tussen 17 en 18 uur het kantoor of welke werkplek dan ook verlaten, doen de Spanjaarden dat rond 19 uur. En daarin zijn de mensen van winkels en winkelcentra niet meegerekend: die mogen pas tussen 19 en 22 uur naar huis.

Dat heeft alles te maken met de beruchte dagindeling, die inderdaad niks Europees heeft.  Boven de Pyreneeën hebben de werklui genoeg aan een lunchpauze van 30 tot 60 minuten, in Spanje is dat anderhalf tot twee uur. En niet vrijwillig: veel bedrijven gaan gewoon op slot, in die tijden, zo tussen 14 en 16 uur, en de werknemers zijn niet welkom. (Al proberen veel multinationals hier een nieuwe cultuur in te brengen; bij veel van hen mogen werknemers zelf kiezen hoe lang ze over de lunch doen. Hoe sneller ze klaar zijn, hoe eerder ze ’s avonds naar huis mogen.)

Grote probleem van die lange, tot het uiterste opgerekte werkdagen, is volgens de ARHOE dat de Spaanse werknemers er nauwelijks een normaal gezinsleven op na kunnen houden. Ook al eten we hier laat, kinderen die elke dag tussen zeven en acht uur moeten opstaan om naar school te gaan zijn écht wel moe, ’s avonds. En zij, net zo min als veel volwassen Spanjaarden, houden écht een siësta ’s middags. Dat is meer iets voor de warme zomermaanden, in de vakantie, of in de weekeinden, na een zware lunch.

 

Spaanse feestdag aan het strand (in oktober)

Is dit normaal? vragen ook de mensen hier. Nee, dit is niet normaal. Elke dag dat oktober verstrijkt breken de thermometers in Catalonië hun record voor deze periode van het jaar. In Barcelona, sinds er in 1913 met de metingen werd begonnen in het Observatori Fabra, een koepel halverwege de Tibidabo, was het tot nu toe ooit eens 30 graden geweest (in 1997). Maandag ging dat record eraan, met 31,4º, maar vandaag knalde het kwik door naar 32,5º. En dan was het op andere plaatsen, vooral aan of in de buurt van de kust, nog warmer. In Girona kwamen de vandaag tot 34,7º.

Dus kregen we vandaag een zeldzaam beeld te zien: redelijk gevulde stranden op de dag van de Pilar, of de Hispanidad, de nationale feestdag van Spanje die in Catalonië alleen door extreem rechts wordt gevierd, maar die óók de Catalanen een vrije dag oplevert. Een prachtdag in de bergen ook trouwens – bijna nergens is het onder de 25º – maar een heerlijke duik in de zee, die nog iets van 23º is, was vandaag wel uniek. Ik kon het niet laten, al moest ik daarna wél gewoon werken.

Tot zover het jaloersmakende weerbericht uit Spanje, dat dankzij een krachtig hogedrukgebied in ieder geval tot zondag nog mooi weer voorspelt:

 

Sinterklaas in Sitges

Waarom gaat iemand in Sitges wonen als hij elke dag in Barcelona moet werken, vragen veel van mijn collega’s zich af. Voor mensen die altijd in Barcelona hebben gewoond, is het ondenkbaar dat je elke dag een half uur moet treinen om op je werkplek te komen; tja, ik weet dat anderen vanuit de stad zelf minstens net zo lang onderweg zijn. En Sitges heeft natuurlijk ook voordelen: het is niet alleen een plaatsje aan het strand, maar ook eentje dat in de winter nooit uitgestorven is, met inmiddels ruim 25.000 inwoners. Plus zijn er genoeg activiteiten om mensen van buiten aan te trekken. Zoals één van de leukste en meest toegankelijke filmfestivals, dat gisteren is geopend en meer dan een week duurt. Het  Internationale Festival van de Fantastische Film werd ooit geboren als puur horrorfestival, en de Midnight X-treme sessies in het oude Retiro zijn er om onpasselijk van te worden – ook het publiek is ongelooflijk freakie, nooit zoveel mensen samen gezien die zo lijkbleek zijn -, maar het aanbod is de laatste jaren veel breder.

Er zijn vooral altijd veel Aziatische films, tot mijn genoegen – films die later nooit in de bioscoop komen -, enkele mainstream-films die hier hun Spaanse (voorpremière) beleven, zoals de door een Van Heijningen-telg geregisseerde remake van de historische The Thing van John Carpenter, én er is soms zelfs een Nederlands aanbod. Enkele jaren terug zag ik Zwartboek in Sitges, morgen mogen we om 16 uur in het Auditori van hotel Melià naar de gewelddadige Sint van Dick Maas (zelf na afloop aanwezig voor foto’s en interviews) gaan kijken. Zelfs de meeste Spanjaarden herinneren zich De Lift nog, maar of ze het verhaal over hún San Nicolás begrijpen is de vraag, natuurlijk. Het kost mij altijd al moeite om het gewone, idyllische verhaal van Sinterklaas hier uit te leggen. Voor de lezers die Spaans begrijpen, ik heb het ooit zelfs in de krant geprobeerd:

 

Een zondag voor een stijve nek

Altijd goed voor files op de Ronda Litoral, waar de uitritten geblokkeerd zullen worden, en duizenden mensen die dringen in de metrostations. Festa del Cel, het feest van de hemel, is al 20 jaar een grote publiekstrekker in Barcelona, met 350.000 mensen die een stijve nek riskeren. Het klinkt heel lief, dat hemelfeest, maar het zijn toch vooral ‘oorlogsvliegtuigen’ die liefst zes uur lang, van 11 tot 17 uur, over de kustlijn van Barcelona scheren. Fietste er gisteren toevallig langs, en zag één van die stuntpatrouilles een repetitie uitvoeren, vermoedelijk de Spaanse patrouille Aguila, die morgen (zondag) 25 minuten lang voor het slotstuk zal zorgen. Gratis vermaak, dat wel, en talloze toeristen die zich verbaasden over de acrobatische vluchten boven het strand. (Over toeristen gesproken, ik hoor deze dagen in Barcelona alleen maar Duits praten – zeker vakantie daar.)

Voor de chauvinisten onder ons, er is ook een kleine Nederlandse inbreng: van 14.43 tot 14.55 zal een F-16, die volgens mij een enorme teringherrie maakt (ooit hadden we bij Cindy, een meisje van het gymnasium, historische feestjes thuis, en zij woonde tegenover de vliegbasis Soesterberg; we werden wakker van de straaljagers), een show verzorgen.

 

De laatste dode stier in Barcelona

Het is voorbij, na eeuwenlang stierenvechten is de laatste stier in Barcelona gesneuveld. Ooit had de stad drie verschillende arena’s, nu zal de laatste, de Monumental, als zodanig ophouden te bestaan. Een afscheid dat zondag 20.000 mensen ‘live’ meemaakten, vooral om José Tomás, de Messi onder de stierenvechters, aan het werk te zien. En om een beetje te protesteren. “Vrijheid, vrijheid!” wilden zij voor hun cultuur en traditie, hoe bloedig en dieronvriendelijk ook. Een politiek verbod was misschien niet eens nodig geweest; op veel plaatsen is de passie voor het stierenvechten aan het uitsterven. In de Monumental kwam bijna niemand meer, en zeker geen jeugdige nieuwe aanwas sinds de toegang werd verboden voor kinderen jonger dan 14. En staatszender TVE stopte al jaren geleden met het uitzenden van corrida’s – vroeger zag je ze elke zomerse middag live op TV voorbijkomen, urenlang. Op TV moet je zoiets ook echt niet zien. Een keertje in persoon, op de tribune, tussen grote sigaren, gestreepte overhemden, brillantinekapsels en bloedmooie deftige dames, om er dan over te kunnen oordelen, hoort erbij. Om toch ook iets van die fascinatie te proeven, de spanning in het duel op leven en dood – ja, ik weet het, de stier sterft bijna altijd, en wordt tot bloedens toe geprikt, en heeft geen kans -, de hele liturgie die zo’n corrida omringt, de maximale duur van 20 minuten voor elke stier, de angst van de torero’s tegenover een stier van 555 kilo. Gewoon, als koele observeerder, is het nooit fout zoiets met eigen ogen te aanschouwen. Ernest Hemingway werd er lyrisch van en schreef er enkele boeken over (Dangerous Summer, Death in the afternoon); dat heb ik niet – Hemingway pleegde later zelfmoord, trouwens.

Gewoon één weekeinde het aanschouwen, en daarna nooit meer. Hieronder, de laatste stieren, en José Tomás die op de schouders voorgoed uit Barcelona vertrekt… Adéu, zongen de dierenbeschermers. Vaarwel.

 

Bij de stieren af…

Een bijna historisch middagje in Barcelona. Voor mezelf, want pas voor de tweede keer live bij het stierenvechten. De vorige keer was jaren geleden, om de trieste aanblik van deze arena, de Monumental, te beschrijven op een gewone zomerse zondagmiddag, wanneer er maar zo’n 2.000 mensen naar de drie torero’s en zes stieren kwamen kijken; en veel van hen nog toeristen, met de bussen van de costa’s hier gebracht.

Barcelona houdt niet zo van stierenvechten, in Madrid en Sevilla houden ze feria’s die weken of zelfs een maand duren; hier zijn deze drie dagen achter elkaar, met de feesten van de Mercè, al bijzonder. En extra speciaal omdat er morgen voor het allerlaatst in de geschiedenis een corrida in de stad zal plaatsvinden. De laatste van heel Catalonië, want het parlement heeft het laten verbieden, vanaf komend jaar. En het seizoen loopt morgen af, dus is de middag met idool José Tomás, morgen, de allerlaatste. En dus zitten deze twee dagen – vandaag, zeggen de kenners, is een heel bijzonder cartel met Morante de la Puebla, El Juli en JM Manzanares – de tribunes weer eens helemaal vol, ruim 18.000 mensen. En ze hebben er zin in; er zijn na drie stieren al vier oren vergeven.

Gek trouwens, maar ik gruw er niet echt van. Mooi om het hele ritueel rond dit gebeuren te zien, de mensen (zeker geen gewoon Barcelonees publiek), de toreros, het applaus en het gefluit (je moet begrijpen wanneer er iets fout gaat…), de witte zakdoekjes… Maar het blijft onplezierig, natuurlijk, om uiteindelijk zo’n imposant beest van meer dan 500 kilo bloedend in het zand te zien sterven…

Morgen een uitgebreidere beschrijving, misschien. Deze is ‘live’ vanuit de Monumental.