Categorie archief: zon, zee en andere zaken

Exclusief! Het huis van Dirk Scheringa in Spanje…

 

huis scheringa 1 copia

Niemand leest dit meer, natuurlijk, want iedereen is na een hectische, hysterische week Dirk Scheringa volledig zat, maar ik voelde me toch verplicht mijn bijdrage te leveren, mede op verzoek van het AD. Bij Pauw&Witteman zei de volksbankier dat-ie alleen z’n huis in Spanje nog kon verkopen om zelf wat geld over te houden. Vanaf dat moment begon mijn zoektocht, via internet, met het alarmerende resultaat dat (bijna) alles te vinden is, en dus openbaar. Big brother is watching you, en die Orwelliaanse voorspelling is van 1948…

Een korte cursus googlen: eerst gezocht naar pagina’s in het Spaans over “Dirk Scheringa” (altijd met aanhalingstekens werken, doen te weinig mensen) en er kwamen allemaal Spaanse krantenberichten over de roof in zijn museum van een schilderij van Dalí. huis scheringa 4Maar middenin die chaos lichtte een document van de gemeente El Campello op: Dirk Scheringa (en daar zijn er niet veel van, het is geen Jan de Vries) had een huis in de urbanización Cova del Llop Marí in El Campello bij Alicante.

Eerst, via de Spaanse telefoongids, de mensen gebeld die er volgens het kadaster-nummer naast wonen (zo’n dubbele achternaam vergemakkelijkt het zoeken van het juiste nummer). Inderdaad, het huis naast hen was nog steeds van ‘die Nederlander’ die zij niet kenden.

Dus verder zoeken via het nummer van het kadaster, dat niet helemaal compleet in dit document uit 2002 staat. Er komen allemaal cijfers en letters achter die betrekking hebben op El Campello en de wijk. De volledige combinatie is uiteindelijk met enige logica eenvoudig te vinden en die tik je vervolgens in op de website van het Spaanse kadaster.

Haleluja, in beeld verschijnen de exacte plaats én de gegevens van het betreffende huis: 289 vierkante meter, gebouwd op een terrein van 845 m2. Begane grond en één verdieping. Géén zwembad, dat ligt een paar huizen verderop, ogenschijnlijk voor alle bewoners uit de wijk. Slechts de waarde staat niet aangegeven (die zou, volgens het kadaster, toch niet meer actueel zijn); nu zou dat huis zo’n 750.000 euro kunnen opbrengen.

huis scheringa 6

Zelfs zo’n ouderwets kadaster is zó modern geworden, dat het je tegelijk de mogelijk biedt om de betreffende woning per google maps of google earth te lokaliseren.

huis scheringa 2

Dát is dus uiteindelijk het vrij anonieme Spaanse huis van Dirk Scheringa, binnen een half uur vanuit Nederland of waar dan ook op te sporen. huis scheringa 5Als je maar de goede methode’s gebruikt, want een fout zit in een klein hoekje. Surfend op internet kwam ik de website van de slimme krijtstreepgoeroe en goedgebekte Jort Kelder tegen en die had Scheringa in Spanje via een telefoongids opgezocht; de straat was goed, het huisnummer klopte alleen niet, dus gaf nine to five gisteren een woning in El Campello aan die schuin tegenover het werkelijke huis van de DSB-verschoppeling ligt. Nét niet goed. Moet je mee oppassen, dus. Pas dingen publiceren als ze 100% zeker zijn, maar in het internet-tijdperk gebeurt dat steeds minder.

Afijn. De trouwe én nieuwe lezers van Het Barcelona-gevoel weten nu waar Dirk Scheringa tijdens zijn Spaanse vakanties huisde. Interessant? Ik betwijfel het. Maar het blijft een leuk bericht, toch?

De Catalaanse Madoff is te oud voor het gevang

millet

Deze man is een boef. En die erachter loopt ook. Dat zeg ik niet, dat hebben ze zelf bekend. Althans, niet met die woorden natuurlijk. Félix Millet, op de voorgrond, en Jordi Montull waren de grote mannen van het Palau de la Música; tientallen jaren lang controleerden zij wat er in het prachtige modernistische gebouw gebeurde. Niemand die hen controleerde. Dus, erkenden zij laatst in een brief die ze aan de onderzoeksrechter schreven, hadden ze wat geld van het Palau voor zichzelf gehouden. Zo’n drie miljoen euro. Boeven? Nee, dat waren ze niet. Ze hadden zich vergist. Ze hadden een foutje gemaakt. Cynischer kun je een brief niet schrijven.

Bovendien was het maar een gedeeltelijke bekentenis, bedoeld om op strafvermindering aan te sturen, want ze zouden ook nog wat geld terugstorten. Volgens de rechter hebben ze meer dan 10 miljoen euro achterover gedrukt. Dubbele facturen, valse rekeningen, alles was mogelijk. Millet, die een zeer gewaardeerde vertegenwoordiger van de Catalaanse bourgeoisie was, had nooit genoeg. Zijn dochters trouwden in het Palau, maar de volledige rekening ervan, inclusief banket, ging naar de stichting die de muziektempel beheert. Vader Félix ondertekende de factuur. Millet moest ook voor 280.000 euro aan zijn grote huis in l’Ametlla del Vallès verbouwen, waar hij een halve berg bezit. Zelf betalen? Tuurlijk niet. Rekening naar het Palau. Vakantiereisjes met het gezin? Op kosten van het Palau en, erger, van diens donateurs en subsidiegevers.

palau1Eind juli werd de zaak openbaar, viel de politie de kantoren van het Palau binnen. Papieren die de agenten toen niet vonden, werden een dag later door een employée stiekem opgehaald, zo lieten veiligheidscamera’s zien. Vandaag, bijna drie maanden later, moest het duo eindelijk voor de rechter verschijnen. Heel Catalonië wil hen de cel in hebben, de verontwaardiging over dit soort luxe-boeven is groot, maar omdat er weinig vluchtgevaar zou bestaan, mogen ze op vrije voeten blijven. Bovendien, meneer Millet is over de zeventig; in een cel stoppen, dat doe je een oude man niet meer aan, zegt justitie. De Catalaanse Madoff wordt-ie al genoemd. Maar díe zit wél in het gevang; al gaat de vergelijking een beetje mank. Madoff ruïneerde talloze mensen, Millet niet. Maar hij heeft wel z’n halve leven gejat en komt er waarschijnlijk met een lichte straf mee weg.

palau-de-la-musica

Miles Davis en de dief van het Palau de la Música

kind of blue

Het is een zooitje in het Palau de la Música; althans, ze zijn bezig het op te ruimen. Jarenlang heerste er een gerespecteerde vertegenwoordiger van de typische Catalaanse bourgeoisie, Félix Millet. Maar die blijkt nu al ruim tien jaar miljoenen aan euro’s die het cultureel muziekpaleis ontving en omzette in eigen zak te hebben gestoken. Een zaak die de kranten, samen met de PP-corruptie in Valencia en Madrid, al wekenlang bijna dagelijks bezighoudt, want het is het grote bedrog van iemand waarvan nu velen zeggen dat ze al wisten dat hij een dief was. Een verhaal over de omertà binnen de Catalaanse burgerij, waar niemand Millet erbij wilde lappen. Vanuit de politiek gebeurde ook al niets, want jarenlang doneerde hij via-via geld aan de tot enkele jaren terug regerende nationalisten van CiU. En wij gingen allemaal naar concerten in het Palau zonder te weten dat die Millet van de opbrengsten bijvoorbeeld zijn immense huis liet renoveren.

kind_of_blueHet verhindert me niet naar optredens in het Palau te gaan. Sterker nog, ik verheug me nú al op mijn volgende bezoek. Net de kaartjes gekocht; nog genoeg plaats, weer bijna vooraan, bij Jimmy Cobb. Wie? Cobb is drummer en de enige ‘overlevende’ van een historisch sextet, de mannen die precies 50 jaar geleden met Miles Davis één van de beste, meest invloedrijke én vernieuwende platen uit de muziekgeschiedenis opnamen. En als eerbetoon en herinnering aan mooie tijden doet Cobb het nog een keertje over. Tuurlijk, geen Miles Davis op de trompet, maar Wallace Roney schijnt er ook wat van te kunnen en voor weinig geoefende oren als de mijne zal ook deze versie ongetwijfeld betoverend klinken. Op Kind of Blue trouwens een nummer met een opvallende naam, en daarmee de band met Spanje: Flamenco Sketches. Davis was nooit in Spanje geweest, maar had een flamenco-LP bij een vriend thuis gehoord en raakte er door geïnspireerd.

Aan de sjieke dief Felix Millet zal ik die avond in het Palau waarschijnlijk niet denken…

Een literatuurprijs van 600.000 euro

premio planeta1

De winnaar van de AKO-literatuurprijs – we wedden op Erwin Mortier met zijn Godenslaap – krijgt straks 50.000 euro mee. Die van de Libris-literatuurprijs hetzelfde bedrag, plus 2.500 euro extra voor de nominatie. De prestigieuze Booker Prize geeft 54.000 euro weg. Vanavond wordt tijdens een gala waar iedereen is die er bij wil horen de grootste (lees: best gehonoreerde) Spaanse literatuurprijs vergeven, de Premio Planeta. De winnaar krijgt… 600.000 euro (de verliezende finalist krijgt ook nog € 150.000). Die hoeft een groot deel van zijn of haar leven niet meer te schrijven, als hij of zij niet wil. Slechts de Nobel-prijs, net voor 1 miljoen weer toegewezen, doet het voor meer.

Zeshonderdduizend euro. Wat is de truc? Er mogen slechts ongepubliceerde manuscripten meedingen, dit jaar zijn er 492 ingestuurd. Dus een schrijver, voordat hij zijn manuscript bij een uitgever aanbiedt, stuurt het eerst op naar de Premio Planeta. Planeta is tegelijk de grootste uitgeverij van Spanje en brengt het winnende boek in een recordoplage op de markt. Mensen kopen graag prijswinnende boeken, dus dat geld van die prijs wordt waarschijnlijk snel weer terugverdiend; alleen dit keer blijft er dankzij die prijs meer voor de schrijver hangen dan de gebruikelijke 10 tot 15% per verkocht exemplaar.

pomboBen je een (redelijk) onbekende schrijver, dan heeft het eigenlijk geen zin een manuscript in te zenden. De winnaars zijn, zeker de laatste jaren, óf grote mensen uit de Spaanse literatuur óf in de media zeer aanwezige personen geweest; sommige TV-presentatoren wonnen zo met hun romandebuut de Planeta. Van de recente winnaars (Fernando Savater – op de foto boven -, Juan José Millas, Maria de la Pau Janer en Lucia Etxebarria) zijn andere boeken in het Nederlands vertaald, maar slechts van de winnaar van 2006, Alvaro Pombo, is ook het prijswinnende boek, Het fortuin van Matilda Turpin, in het Nederlands te krijgen. Heb ’t niet gelezen, dus kan ’t ook niet aanbevelen.

UPDATE: De prijs werd vannacht gewonnen door Ángeles Caso, een vroegere tv-presentatrice die dat vak ‘te opppervlakkig’ vond en ging schrijven. Het boek Contra el viento (Tegen de wind in) gaat over een Kaapverdiaanse immigrante die in Spanje door haar man mishandeld wordt. Terwijl zij het dankwoord uitsprak, viel één van de juryleden flauw…

Apotheek, barretje en pinautomaat

kruispunt (c) Xavier Gonzalez

Kom net bij het postkantoor vandaan. Op de hoek zat het oplichtende groene kruis van een apotheek. Ernaast drie mannen die natafelden op het terrasje van een bar. En aan de overkant een spaarbankfiliaal. Deed me weer eens denken aan een héél oude column die ik eens schreef voor De Gelderlander en De Limburger, de VNU-kranten waren dat, en die ik, geactualiseerd en uitgebreid, in mijn boek opnam. Bij deze, drie alinea’s uit Het Barcelona-gevoel. Misschien ook het lezen waard voor Dick Scheringa; in Spanje zou hij zo zijn verdriet kunnen wegdrinken of in pilletjes kunnen doen oplossen.

De Spanjaard, man of vrouw, staat er niet eens meer bij stil, het dagelijkse straatbeeld in zijn of haar dorp of stad. Althans, de ruim veertig miljoen inwoners van het land, inclusief de zeven miljoen in Catalonië, staan er niet figúúrlijk bij stil. Letterlijk is het meest typische punt van de Spaanse straat, het kruispunt, iets waar het meest wordt stilgestaan, al is het niet om voor het stoplicht te wachten. Voetgangers steken altijd met rood licht over. Zo’n kruispunt heeft over het algemeen vier hoeken, die vrijwel altijd zijn bebouwd, al zijn het in de Eixample van Barcelona acht hoeken, door dat stadsplan van Ildefons Cerdà. Maakt niet uit, de verdedling blijft vrijwel dezelfde. apotheekUitgaande van de traditionele vier hoeken zit er op één hoek een barretje of klein restaurant, op een tweede hoek een apotheek en op de twee resterende hoeken bankfilialen. Geen Europeaan die zoveel tijd als de Spanjaard doorpbrengt in de bar, de apotheek en de bank, hoewel de volgorde meestal bank, bar, apotheek zal zijn. In de Gouden Gids van Barcelona is een paginalange wandeling nodig om een schatting van het aantal banken, barretjes en apotheken te maken. De officiële cijfers van de overkoepelende verenigingen spreken van1.200 apotheken, ruim 4.900 kantoren van banken en spaarbanken en zo’n 11.000 bars en restaurants, net zoveel als er taxi’s zijn. Dat op de kruispunten toch meer banken dan bars zitten, heeft alles met prestige te maken. Een bareigenaar neemt vaker genoegen met een bescheiden en goedkopere gevel op een recht stuk straat, iets waartoe bijna geen bankdirecteur zich zal verlagen, want hij wil zichtbaar zijn vanuit allebei de straten die op het kruispunt samenkomen. caixa (c) Agustin Catalan

De rekeninghouder van de alom aanwezige Caixa de Pensions kan drie hoeken verderop een ander filiaal vinden als er in de ander een lange rij staat. Een netwerk van ruim 5.000 kantoren zorgt ervoor dat het door schilder Miró ontworpen sterretje het meest voorkomende ‘Catalaanse’ symbool in Spanje is, met in totaal bijna 10 miljoen rekeninghouders die er waarschijnlijk op vertrouwen dat hun geld bij die gierige Catalanen in goede handen is, een argument dat ook het recente succes van het Nederlandse ING in heel Spanje zou kunnen verklaren. Met het nog warme geld op zak is het maar een kleine stap over het zebrapad naar de overkant, als je tenminste niet door een rood licht negerende automobilist wordt geschept. De Spaanse volksbar, en dat zijn de meeste, wordt gekenmerkt door behangloze, schilferende muren, een bar met op de grond vijf centimeter hoog gestapeld vuil van servetjes, lege suikerzakjes, peuken en tandenstokers en formicatafeltjes waarvan het oppervlak door het jarenlang spelen van domino is weggesleten. barDe Spaanse bar is een mannenwereld. Het is het favoriete ontmoetingspunt, zeker daar waar de werkloosheid en het aantal gepensioneerden hoog ligt. Een caña, een klein tapbiertje, kost er niet meer dan een euro, dus de uitkering – mocht die er zijn – lijdt er niet te veel onder. Vaak wordt ‘s avonds al, te vroeg, het avondeten in de bar genuttigd, zijn de biertjes overgegaan in drankjes met gin en whisky, waarop de volgende ochtend voor een aspierientje of paracetamolletje de oversteek naar de volgende hoek moet worden gemaakt, de apotheek, die in Spanje meer een kruising is tussen een Nederlandse apotheek en drogisterij, want je kunt er ook zonder recept van alles krijgen, zelfs een beetje doping. Niet voor niets is de Spanjaard de grootste medicijnenslikker van Europa, wat dus ook nog een reden zou kunnen zijn voor die langere levensverwachting: de dozen met pilletjes die de dood een beetje uitstellen.

’t Is herfst in Sitges…

10 oktober1

Even wat zeezout in de herfstachtige Nederlandse wonden strooien. De foto is van zojuist, vijf uur ’s middags. Graadje of 25. En het zeewater, helderder dan in de zomer, rond de 22 of 23. Uiterst aangenaam, en dat is eigenlijk nog een understatement. Ik zeg het wel vaker tegen mensen: het plezier van het wonen aan de Middellandse Zee moet je niet direct in de zomer zoeken. Prachtig weer hoor, daar niet van, en mij zul je nooit over de hitte horen klagen (deze zomer uiteindelijk 40 dagen achtereen meer dan 33 graden in Barcelona), maar de zomer is tegenwoordig overal in Europa redelijk mooi. Opwarming van de aarde en zo; ben blij voor iedereen in Nederland die van de mooie maanden heeft genoten. Jammer alleen dat je dat na een tijdje hondeweer zo snel vergeten bent.

Nu is het herfst, volgens de kalender én de wind en regen van de laatste dagen in Nederland. Geen leedvermaak of zo. 10 oktober2Er zijn mensen die zeggen dat ze niet zonder de seizoenen zouden kunnen, dat ze het nodig hebben, het gure herfstweer dat over vlakke akkers raast, zo mooi bezongen door Jacques Brel.

Ik heb er niets mee, wekenlang wurgende wolkendekens. Dát maakt het wonen aan de Mediterranee dan ook zo prettig: de herfst, de winter, het voorjaar. Soms een bui, want die heeft de aarde hier ook nodig, nooit echt koud, héél erg veel zon. Aanvankelijk miste ik het prachtig winterse schaatsen wel eens, na nog net de Elfstedenwinters van ’85 en ’86 te hebben meegemaakt; maar hoe vaak heeft Nederland sinds mijn vertrek in 1988 nog écht mooi natuurijs gehad?

Prachtzomer in Nederland? Laat het vooral zo blijven. Het maakt het land er ineens een stuk vrolijker op, de terrasjes zitten vol, de mensen zijn aardiger, al is er altijd wel één die na twee weken zomer zegt dat het ook wat minder kan. Zeikerds zul je blijven houden. Van oktober tot maart zeur je hier in Sitges nauwelijks over het weer. (Wilde iemand een bewijs van ons geprezen microklimaat: kijk de wolken op de achtergrond van de bovenste foto; die hangen boven Barcelona.)

Even de voorspelling voor komende week gekeken. Rustig herfstweer, zullen we maar zeggen.

voorspelling

Nederlands dagje in Barcelona

salo de cronicas

Als je emigreert, écht emigreert, wil je meestal helemaal niets meer te maken hebben met Nederland. Misschien in een poging bij voorbaat alle mogelijke heimwee uit te bannen, maar toch ook een oprechte intentie om volledig in je nieuwe land te integreren. Bovendien was dat vrij eenvoudig, in 1988. Er bestond geen internet, je kon geen Nederlandse TV via de satelliet ontvangen… Slechts de telefoon of een duur vliegticket brachten je af en toe terug naar Nederland. Tien jaar moest ik niets van Nederland en hebben; hooguit in verband met het werk, meer niet. Toen kwam de televisie in huis, opdat de kinderen ook in hun vaders taal programma’s konden zien; ze hebben er nooit naar gekeken. Dus kijkt pa nu, als hij ’s avonds laat thuis is, naar Pauw&Witteman en de herhaling van DWDD van een Matthijs die nog niet zo beroemd en mediageniek was toen we eind jaren negentig lange en vooral goede diners in Barcelona vierden; hij is al lang niet meer geweest.

Vervolgens kwamen de goedkope vliegtickets, en kon je wat vaker naar Nederland. Toen kwam het Nederlandse vriendinnetje op nota bene een Koninginnedagviering in Barcelona aanwaaien. En nu zijn er ook wat aardige Nederlandse kennissen, mannen en vrouwen die bovendien allemaal zeker weten dat hun verblijf in en rond Barcelona definitief zal zijn.

tijgermugBarcelona zit vol met Nederlanders. Gisteren was hún dag, al kon je niet overal tegelijk zijn. De Kring van het Nederlands Bedrijfsleven in Barcelona sloot de viering van het 40-jarige jubileum af met een ontvangst door burgemeester Jordi Hereu. Dat had eigenlijk in de oude Philips-fabriek in de Zona Franca moeten gebeuren; dat is inmiddels een bibliotheek geworden, maar in de botanische tuinen erachter, in 1960 ontworpen door mevrouw Van der Harst, de echtgenote van de toenmalige Philips-directeur, heerst een plaag van tijgermuggen. Je wordt er gek gestoken, er zijn er zelfs tientallen in het medisch centrum gevlogen (op de foto, eentje die ik op een folder aantrof), dus werd de ontmoeting naar het gemeentehuis verplaatst, naar de historische maar slecht verlichte Saló de Cróniques (foto boven), met een vloer van zwart marmer en een gouden achtergrond gemaakte schilderingen van Josep Maria Sert uit 1928 die de Catalaanse reizen naar het Oosten in de 15e eeuw voorstellen. De Consul-Generaal liet, tussen de lofuitingen door, Hereu fijntjes weten dat het verdomd druk is op het consulaat nu zo’n 10% van alle Nederlanders die Barcelona bezoekt beroofd wordt; het is deze zómer hét thema in Barcelona, het zakkenrollersparadijs van Europa.

Even verderop, Via Laietana, dezelfde tijd, vierde Bavaria de 125ste verjaardag van Abdij de Koningshoeven, gecombineerd met de presentatie van een nieuw Trappe-biertje, Isid’Or. Bavaria, van mijn bijna naamgenoten Swinkels, probeert de Spaanse markt te veroveren en doet dat vanuit Barcelona. palau filharmonischEn bijna aan de overkant, in het majestueuze maar door corruptie geplaagde (dat verhaal zal ik nog wel eens vertellen) Palau de la Música, opende het Rotterdams Philharmonisch Orkest officieel het seizoen. Het was de reden dat de burgemeester na zijn lange toespraak niet met de leden van de Kring kon naborrelen: de volledige Catalaanse burgerij wachtte om het Palau een hart onder de riem te steken; dirigent Yannick Nézet-Séguin deed dat, onder anderen, met een mooie Negende van Mahler.

Dus vandaag is het de dag van de oorlogsgod, dankzij de Romeinen

weekmozaiek

Terug in de tijd, in dit geval naar de tweede eeuw, toen keizer Adrianus bij het oude Itálica (200 jaar v C) een luxe buitenwijk liet bouwen ter ere van zijn oom Trajanus (die daar, in de buurt van Sevilla, waar nu het plaatsje Santiponce ligt, was geboren en de eerste Romeinse keizer van búiten Rome zou worden). De indrukwekkende resten, stenen, pilaren en mozaïeken laten toen ongetwijfeld prachtige woningen van 2.000 vierkante meter zien. In één ervan, het Huis van de Vogels, laat één van die mozaïeken je terugkeren naar de schoolbanken en je nadenken over iets waar je al lang niet meer bij stilstond: de dagen van de week, of beter: de namen ervan.

weekmozaiek2Zeven goden (en/of planeten) staan er in het mozaïek, en in het Spaans zijn die dagen soms iets eenvoudiger te herkennen in hun namen dan in het Nederlands, dat zich bovendien af en toe op de Germaanse taal richt.

Selene is, uit de Griekse mythologie, de maan of luna. Een makkie dus, maandag en lunes.

 Marte, de god van de oorlog (Mars), is in het Spaans heel makkelijk martes geworden. De Germaanse naam is Tiwas, verbasterd tot onze dinsdag.

Mercurius, de beschermer van wegen, reizigers en de handel, is miércoles geworden. Onze woensdag inspireren wij op Wodan, de Germaanse leider van het dodenleger dat zich door de lucht verplaatst.

Jupiter, de god der Romeinse goden, is jueves, en dat komt weer van het Latijnse jovis dies, de dag van Jupiter. Die lanceerde ook donder en bliksem, net als zijn Germaanse equivalent Thor: vandaar onze donderdag en de Engelse thursday, bijvoorbeeld.

Venus staat in het midden van het mozaïek. Godin van de natuur, schoonheid en liefde. Háár dag heette veneris dies, dus het Spaanse viernes. En in het Germaans was zij Friiya of Freya.

Bij Saturnus wijken de Spanjaarden (en vele anderen, iets af). De sábado komt niet van de naam van deze beschermheer van het land en de oogst, maar van het Hebreeuwse sabbath. Maar in Nederland is onze zaterdag juist wel een verbastering van Saturnus, het best te herkennen in saturday.

De zondag tenslotte (voor velen de eerste dag van de week, voor anderen de laatste) is weer een makkie, in het Nederlands dan. Niet zozeer door die naam op het mozaïek, Helios, maar wel diens betekenis: de zonnegod. Dit was, voor de Romeinen, de dag van de zon. Het Spaanse domingo (en dimanche en domenica, onder vele anderen) komt daarentegen van het christelijke dies Dominicus, de dag van de Heer, om de herrijzenis van Jezus te herdenken.

Dat was het, voor deze dinsdag

’t Is nat aan de Costa Blanca

regen

Soms is een weeralarm niet overbodig. Er was en is er één deze dagen voor de doorgaans droge streken van Almería en Murcia, maar ook voor de omgeving van Alicante en Valencia. In de dorpjes Cárcer en Estubeny viel de laatste 24 uur 205 respectievelijk 200 milimeter neerslag, een absurde hoeveelheid die door geen enkel rioolnetwerk of waterafvoer te verwerken is. (Het historische record voor Nederland is trouwens 208 mm op 3 augustus 1948 in Voorthuizen.) Omdat het overal in de streek wel meer dan 100 mm plenste, stond alles blank en werd zelfs de snelweg AP-7 langs de kust afgesloten.

regen2Geen pretje voor de mensen die dachten de augustusdrukte te ontvluchten en in de doorgaans prettige maand september de stranden van Benidorm, Denia, Jávea, het schattige Altea (mijn favoriet, met afstand) of één van die andere plaatsjes aan de Costa Blanca op te zoeken. Of die tussen de Britten in hun huis in het pensionado-stadje Torrevieja gingen zitten. Want met deze laatste regens erbij beleeft de provincie Alicante de natste maand september sinds… 132 jaar. Nou is het nog wel 18 dagen droog geweest, maar in de 11 dagen dat het wél heeft geregend is er maar liefst 290 mm gevallen.

Over de wolkbreuk van gisteren, die in het Spaans gota fría heet (in het Engels cold drop) en die typisch is in de herfstmaanden voor de Spaanse zuidoostkust aan de Middellandse Zee: komt doordat deze dagen de temperatuur van de zee nog hoger is dan die van het land. Het water verdampt sneller dan ooit en stijgt ook sneller dan normaal de hemel in, tot het in aanraking komt met de koudere regionen, tot op 15 kilometer hoogte.Cumulonimbus

Daar wordt het water ijs en vormt zich één van de mooiste, maar ook gewelddadigste wolken die er bestaan, de Cumulonimbus, die tot 10 kilometer hoog kan worden. Op een gegeven moment worden de ijskristallen zo groot dat de zwaartekracht gaat werken en zij, soms nog in de vorm van hagel maar meestal al weer tot water gesmolten, massaal en met groot geweld terug op de aarde storten.

Zo, dat was de meteorologische les van de dag. In Barcelona schijnt de zon en kun je zelfs nog in dat rond de 23º warme zeewater spartelen.

Een pompeus Parthenon aan de boulevard

paseo1

De meningen zijn verdeeld. Decennialang lag aan de luxe Passeig Marítim van Sitges, de monumentale boulevard met talloze paleisjes daterend van begin vorige eeuw, één stuk brakke grond. Vreemd, want dat stuk grond was goud waard en wie zou daar nu géén huis willen neerzetten, met zicht op zee. Uiteindelijk was er twee jaar geleden eindelijk activiteit. Naarmate het werk vorderde steeg bij ons, vaste inwoners van de buurt, het afgrijzen. De constructie werd met de dag pompeuzer en uiteindelijk is er een gigantisch pand verrezen, dat van links naar rechts bijna volledig het beschikbare terrein in beslag neemt. Sommigen noemen ’t het Parthenon, ik vind het meer iets Romeins hebben. Toeristen en dagjesmensen staan er allemaal voor stil, maken er foto’s van en zijn zichtbaar onder de indruk van de nieuwste aanwinst van de boulevard, een huis dat volgens de officiële bouwvergunning 785 m2 groot is.

paseo3Het valt in ieder geval uit de toon bij de omringende huizen, allemaal gebouwd in de Cubaanse of Caribische stijl die de vroegere Catalaanse emigranten, de americanos of indianos, mee terug naar Catalonië namen. Eén van de beste voorbeelden is de Casa Josep Freixa, gebouwd tussen 1919 en 1923, en als je goed kijkt lijkt het bovengenoemde huis er wel een beetje een slechte kopie van.

paseo5Aan de overkant van de straat, en van dezelfde architect (Josep Maria Martino Arroyo), het al jaren leegstaande huis van, zeg maar, mijn achterburen, het Casa Casimiro Barnils, ook van rond 1919, maar wel veel strakker gebouwd. Het staat nog steeds te koop, voor zo’n 10 miljoen euro, al lijkt de prijs een beetje te schommelen… Blijkbaar geen gekken meer die dat geld er voor kunnen geven.

paseo2Het meest opvallende uit dit rijtje, en eentje die uit de toon lijkt te vallen, is El Barco (De Boot), een enorm wit en strak huis, een beetje Le Corbusier-achtig. De oorspronkelijke versie dateert al van 1934, bedacht door Francesc Mitjans (architect van het Camp Nou), die zijn tijd net zo ver vooruit leek als Gerrit Rietveld in Utrecht. Er bestaat nog een enkel fotootjeel barco uit de jaren zestig (hiernaast) van hoe het huis oorspronkelijk was. De nieuwe eigenaar liet het in 1997 slopen en begon al met het bouwen van een nieuw pand toen hij van de gemeente te horen kreeg dat hij een monumentaal en beschermd huis tegen de vlakte had gegooid. Hij werd verplicht er een huis neer te zette dat exact gelijk was aan dat uit 1934. Maar die sloop zal niet in één dag zijn gebeurd, dus vraag je je af waarom de gemeente niet eerder reageerde.

Nou valt er over smaak niet te twisten, dus mag je het ene huis mooier vinden dan het andere, maar gelukkig is de boulevard van Sitges, op een enkel hotel na, wel gevrijwaard gebleven van hoogbouw, in tegenstelling tot, bijvoorbeeld, Benidorm. Hoe Sitges vroeger was? Hierbij een foto uit 1930, ongeveer, met enkele van bovengenoemde huizen in Terramar al zichtbaar. Het huis waarvan ik een deel mag bewonen was net gebouwd en ik zou er toen vanuit mijn slaapkamer nog zicht op zee hebben gehad. Helaas…

passeig maritim