
Paar dagen in Nederland. Kranten staan vol over de kilometerheffing. Zie vandaag hoe de overheid dat precies wil gaan aanpakken: overal waar je rijdt (of bijna overal) wordt je auto door een speciaal apparaatje geïdentificeerd. Nee, zegt de regering, we hoeven niet voor Big Brother-achtige taferelen te vrezen. Oh, nee? En als de politie of wie dan ook toch eens wil weten wie waar wanneer was? Even de autotracker nakijken, moet eenvoudig zijn…
Over wegenbelasting gesproken. Dat is ook één van de aangename kanten van Spanje. Betaal voor mijn Hyunday Tucson iets van 110 euro… per jaar. Zie dat ik in, bijvoorbeeld, Zuid-Hollanda of Utrecht 167 euro per kwartaal zou betalen. In Spanje is de wegenbelasting een gemeentebelasting, en per gemeente kan het van prijs verschillen. Zo is er een klein dorpje in Catalonië, Aguilar de Segarra, waar de wegenbelasting het goedkoopst van heel Spanje is. Voor een kleine middenklasser betaal je er niet meer dan 15 euro per jaar. Dus liet een groot autoverhuurbedrijf er zijn hele vloot van 10.000 auto’s registreren, terwijl er in dat gat slechts 220 mensen wonen. Kwam er zoveel geld door die wegenbelasting binnen, dat het dorp allemaal nieuwe straten heeft kunnen aanleggen, een sporthal bouwen en een lang etcetera met nieuwe voorzieningen.
Niet dat autorijden in Spanje altijd goedkoper is, en zeker niet in Catalonië. Daar worden we, veel meer dan ergens anders in het land, geplaagd door talloze tolhokjes. Geen stukje snelweg is hier onbetaald, en als je elke dag met de auto van Sitges naar Barcelona moet en door de peperdure Garraf-tunnels rijdt ben je elke maand méér kwijt dan de wegenbelasting voor een heel jaar.
Een dag op een congres van, voor en over verkeersslachtoffers. Hakt er altijd wel in. Niet de koele statistieken, die in Spanje de laatste jaren steeds beter zijn: vorig jaar vielen net zo veel doden in het verkeer als in 1968 – en toen waren er veel minder auto’s. In Catalonië, met veel meer radars dan elders in het land, hebben ze in de laatste 10 jaar het aantal doden met 57% teruggebracht. Dat zijn de cijfers. Maar veel leerzamer zijn de verhalen, van Josep (op de bovenste foto rechts) of Xavi, op de foto onder met zijn twee maanden oude Enzo in de armen. De één zit al 16 jaar in een rolstoel, de ander net vier jaar. ‘Een lot uit de loterij, maar dan een zwart lot’, zei Xavi me. Hij deed niet gek, of onvoorzichtig op het moment van het ongeval. Gleed met 40 km/u op de
motor uit in een bocht met vuil op het asfalt en kwam met zijn rug tegen de paal van een vangrail aan. Josep was met de auto van de weg geraakt en er was niets met hem aan de hand totdat nog eens een andere auto achterop knalde. Ze lachen allebei op de foto, gelukkig, en gaan naar scholen om tieners hun verhaal te vertellen. Een verhaal dat effect heeft, hoop ik, bij jochies als mijn zoon die op hun brommer of scootertje scheuren. Ook spreken ze ‘wegmisbruikers’ toe, een les die waarschijnlijk harder aan komt dan een jolig TV-programma over hardrijders. Zo’n 6.000 Catalanen, bijna één op de duizend, komen elk jaar met zwaar verkeersletsel in het ziekenhuis terecht; dat cijfers is de laatste jaren nog nauwelijks gedaald.
Twee vrijgezelle zussen, begin veertig, uit Barcelona waren toen al doodgevroren. Vreemd, vond iedereen, want als je een beetje voorbereid en met goede kleding de berg op gaat kom je echt niet in vijf, zes uur om van de kou. Bewijs is dat de andere drie vandaag het ziekenhuis hebben verlaten en geen blijvend letsel hebben. Brandweerlieden, burgemeesters en ervaren bergmensen zeggen het maar weer eens: het is een mirakel dat er niet meer doden in de bergen vallen, zo weinig voorbereid als sommige mensen de toppen opzoeken. Te dunne kleding, geen voedsel of water, slecht schoeisel, geen GPS. Je moet de bergen behalve adoreren en veroveren vooral respecteren en daar herinneren ze ons elk jaar wel enkele malen aan.


En zo word je al snel een expert in de dood, omringd, enkele dagen eerder in het Catalaans Oncologisch Instituut, door artsen die er eigenlijk veel méér van weten, er dagelijks mee te maken hebben, een oncoloog en een specialist in paliatieve zorg.
De providers in Spanje hebben de regering nu gevraagd de mensen niet direct voor altijd hun nummer te laten verliezen. Zij vermoeden dat er veel oudere mensen onder de kaarthouders zijn die de waarschuwende SMS-jes die zijn verstuurd niet hebben gelezen. Het is nog wachten op een antwoord van de overheid, maar toch: héb je een Spaans 6-nummer (nee, géén 06 hier) via een anonieme kaart, meld je aan want Big brother is waiting for you.
De andere grote plaag is gebleven, de steengroeve’s die niet alleen een diep litteken in het landschap achterlaten, maar ook deze smalle weg laten vollopen met vrachtwagens vol stenen, cementmolens en vooral veel ongeduld. Voordeel is wel dat je op de fiets in de afdalingen iets sneller dan die mastodonten gaat, maar de grote dieselmotoren in je nek horen hijgen blijft een onplezierige ervaring.
Nee dus. De naam is volgens Merrill al één van de belangrijkste aanwijzingen. In oude documenten verschijnt de ontdekker en zeevaarder altijd als Colomo of Colón, de verspaansing van de Catalaanse achternaam Colom. In ieder geval is hij nergens Colombo, de Italiaanse variant.