Apotheek, barretje en pinautomaat

kruispunt (c) Xavier Gonzalez

Kom net bij het postkantoor vandaan. Op de hoek zat het oplichtende groene kruis van een apotheek. Ernaast drie mannen die natafelden op het terrasje van een bar. En aan de overkant een spaarbankfiliaal. Deed me weer eens denken aan een héél oude column die ik eens schreef voor De Gelderlander en De Limburger, de VNU-kranten waren dat, en die ik, geactualiseerd en uitgebreid, in mijn boek opnam. Bij deze, drie alinea’s uit Het Barcelona-gevoel. Misschien ook het lezen waard voor Dick Scheringa; in Spanje zou hij zo zijn verdriet kunnen wegdrinken of in pilletjes kunnen doen oplossen.

De Spanjaard, man of vrouw, staat er niet eens meer bij stil, het dagelijkse straatbeeld in zijn of haar dorp of stad. Althans, de ruim veertig miljoen inwoners van het land, inclusief de zeven miljoen in Catalonië, staan er niet figúúrlijk bij stil. Letterlijk is het meest typische punt van de Spaanse straat, het kruispunt, iets waar het meest wordt stilgestaan, al is het niet om voor het stoplicht te wachten. Voetgangers steken altijd met rood licht over. Zo’n kruispunt heeft over het algemeen vier hoeken, die vrijwel altijd zijn bebouwd, al zijn het in de Eixample van Barcelona acht hoeken, door dat stadsplan van Ildefons Cerdà. Maakt niet uit, de verdedling blijft vrijwel dezelfde. apotheekUitgaande van de traditionele vier hoeken zit er op één hoek een barretje of klein restaurant, op een tweede hoek een apotheek en op de twee resterende hoeken bankfilialen. Geen Europeaan die zoveel tijd als de Spanjaard doorpbrengt in de bar, de apotheek en de bank, hoewel de volgorde meestal bank, bar, apotheek zal zijn. In de Gouden Gids van Barcelona is een paginalange wandeling nodig om een schatting van het aantal banken, barretjes en apotheken te maken. De officiële cijfers van de overkoepelende verenigingen spreken van1.200 apotheken, ruim 4.900 kantoren van banken en spaarbanken en zo’n 11.000 bars en restaurants, net zoveel als er taxi’s zijn. Dat op de kruispunten toch meer banken dan bars zitten, heeft alles met prestige te maken. Een bareigenaar neemt vaker genoegen met een bescheiden en goedkopere gevel op een recht stuk straat, iets waartoe bijna geen bankdirecteur zich zal verlagen, want hij wil zichtbaar zijn vanuit allebei de straten die op het kruispunt samenkomen. caixa (c) Agustin Catalan

De rekeninghouder van de alom aanwezige Caixa de Pensions kan drie hoeken verderop een ander filiaal vinden als er in de ander een lange rij staat. Een netwerk van ruim 5.000 kantoren zorgt ervoor dat het door schilder Miró ontworpen sterretje het meest voorkomende ‘Catalaanse’ symbool in Spanje is, met in totaal bijna 10 miljoen rekeninghouders die er waarschijnlijk op vertrouwen dat hun geld bij die gierige Catalanen in goede handen is, een argument dat ook het recente succes van het Nederlandse ING in heel Spanje zou kunnen verklaren. Met het nog warme geld op zak is het maar een kleine stap over het zebrapad naar de overkant, als je tenminste niet door een rood licht negerende automobilist wordt geschept. De Spaanse volksbar, en dat zijn de meeste, wordt gekenmerkt door behangloze, schilferende muren, een bar met op de grond vijf centimeter hoog gestapeld vuil van servetjes, lege suikerzakjes, peuken en tandenstokers en formicatafeltjes waarvan het oppervlak door het jarenlang spelen van domino is weggesleten. barDe Spaanse bar is een mannenwereld. Het is het favoriete ontmoetingspunt, zeker daar waar de werkloosheid en het aantal gepensioneerden hoog ligt. Een caña, een klein tapbiertje, kost er niet meer dan een euro, dus de uitkering – mocht die er zijn – lijdt er niet te veel onder. Vaak wordt ‘s avonds al, te vroeg, het avondeten in de bar genuttigd, zijn de biertjes overgegaan in drankjes met gin en whisky, waarop de volgende ochtend voor een aspierientje of paracetamolletje de oversteek naar de volgende hoek moet worden gemaakt, de apotheek, die in Spanje meer een kruising is tussen een Nederlandse apotheek en drogisterij, want je kunt er ook zonder recept van alles krijgen, zelfs een beetje doping. Niet voor niets is de Spanjaard de grootste medicijnenslikker van Europa, wat dus ook nog een reden zou kunnen zijn voor die langere levensverwachting: de dozen met pilletjes die de dood een beetje uitstellen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s