Categorie archief: zon, zee en andere zaken

Jazz bij de kasteelheer aan de Costa Brava

Deze week een mailtje gestuurd naar Albert Diks, kasteelheer in Bisbal d’Empordà, waar hij en zijn Margo jaren geleden het Middeleeuwse Castell d’Empordà kochten, opknapten en transformeerden in een wonderbaarlijk mooi hotel en restaurant. De mail moest gaan over het tweede Nederlandse Jazz-festival dat Diks, jazz-liefhebber, net als vorig jaar in de kelder van het kasteel organiseert. Vorig jaar kon ik helaas niet op één van de mooie vrijdagavonden waarop de concerten van, dit keer, Zuco103, Ruben Hein, Michiel Bortslap, Hans Dulfer, Eric Vaarzon Morel, Rob van de Wouw, Benjamin Herman met zijn band en good old Rita Reys (zij is iets duurder dan de rest, 20€ ipv de zeer schappelijke 12€) zullen plaatsvinden. Zal het dit jaar goedmaken, en daar ging die mail over.

Albert heeft nog niet geantwoord, want hij zal het wel druk hebben. Want ik had mijn mail nog niet vertstuurd of ik las het bericht/gerucht dat Nederlands populairste tortelduifjes (duifjes, want in lengte blinkt het stel niet echt uit) in het normaal bloedhete augustus in het Castell d’Empordà gaan trouwen. Ik had met de Nederlandse kasteelheer te doen; niet om die bruiloft, want dat is altijd mooie publiciteit, maar om de stroom van telefoontjes van roze nieuwsjagers die wat meer willen weten. Diks bevestigde trouwens niets.

Wrang, trouwens, dat je beroemder wordt door een eenmalig huwelijk dan door jarenlange gastvrijheid of een jaarlijks jazzfestival…

De zondagmiddagwals

Zondag, 18 uur, Portal de l’Angel, van maandag tot en met zaterdag de drukste winkelstraat van Barcelona. Hugo staat al klaar, zoals op elke zondagmiddag om deze tijd (hier hebben we het tot acht uur over ‘middag’, geheel in de stijl van het levensritme en de andere indeling van de dag), met zijn opgenomen muziek én een gitaar. Het was eindelijk weer eens een mooie zondagmiddag, met een ondergaande zon die over de majestueuze Passeig de Gràcia te zien was, door de takken van de ontbladerde bomen heen.

Een tiental stellen komt trouw bijeen op de grootste dansvloer van Barcelona; soms komen er nieuwe paren bij, anderen komen ineens niet meer terug. Dood? Ze zijn niet de jongsten meer, hebben waarschijnlijk geen zin meer in een ouderwetse danssalon, waar nog altijd genoeg middagen en avonden voor de gepensioneerden worden georganiseerd. Dit is op straat, en voor de ogen van nieuwsgierige passanten rijgen zij de ene na de andere wals aaneen. Onder Franco mochten ze dit nooit doen, natuurlijk.

 De specialiteit van Hugo, een Argentijnse straatmuzikant, is de Creoolse wals: een afleiding van de Europese wals die door de Spanjaarden tijdens hun verovering van Latijns Amerika daar werd geïmporteerd. De wals bleef slechts in Peru hangen, en heet nu Peruaanse of Creoolse wals.

Zondagmiddag, 18 uur, hartje Barcelona. Het is gezellig druk in de stad, die nooit uitgestorven lijkt. Zélfs niet op zondagmiddag…

Herinneringen aan David Bisbal

“We sluiten de eerste les af met een persconferentie. David, kom even naar voren.”

“Ik? Doe een ander alsjeblieft.”

“Waarom?”

“Ik weet niet wat ik zeggen moet.”

“Ja, daarom juist. Dat gaan we je leren. Je medeleerlingen stellen je vragen, en jij antwoordt.”

“Ja, maar daar ben ik veel te verlegen voor. Ik ben niet zo goed in praten.”

Tijd voor een beetje autobombo, zoals ze dat hier noemen, iets wat tussen opscheppen en zelfverheerlijking in zit. Dit was, ongeveer, mijn eerste ontmoeting met David Bisbal. David wie? vragen de lezers in Nederland. Bisbal was niet de winnaar, maar wel in populariteit de grote triomfator van de eerste editie van Operación Triunfo, het Spaanse Idols, zeg maar, bedacht door Gestmusic-Endemol. Het is alweer acht jaar geleden, en van alle deelnemers – ook van de acht edities die daarna nog volgden – is Bisbal degene die het meeste succes heeft behaald.

Gisteren presenteerde Bisbal zijn dochtertje tegenover een peloton van fotografen in Miami, waar hij woont. Een beroemdheid dus. En dat verlegen jochie dat toen geen woord uit durfde te brengen tegenover zijn ‘klasgenoten’ van de Academia is al jaren een enorme ouwehoer, een Andalusische waterval van woorden, die altijd een woordje klaar heeft voor pers en fans.

Ik ga niet zeggen dat ik hem dat toen in vier maanden heb geleerd, als profesor de actualidad van Operación Triunfo. Maar het was de grote charme van die eerste editie: ze waren met z’n allen zo bedeesd, naïef ook, puur nog. Terwijl de groep al maanden letterlijk opgesloten zat zonder TV te mogen kijken of kranten te mogen lezen (ik kwam er om hen o.a. op de ‘nieuwe buitenwereld’ voor te bereiden), hadden de jongens en meiden geen idee wat een ongekend fenomeen zij aan het worden waren. Ze leerden hard en overtuigd en dachten geen moment aan de overstelpende faam die buiten op hen wachtte.

Het slotgala, de finaleavond waar een ander verlegen meisje, Rosa, de hoofdprijs won, werd bekeken door 12,87 miljoen mensen, 68% van iedereen die op dat moment voor de TV zat. Wij leraren mochten op de achtergrond meedansen en -zingen bij een liedje van al ‘onze’ leerlingen samen. Het was mijn enige jaargang op de beroemdste Academia van Spanje, maar niet alleen daarom zijn de volgende edities nooit meer zo’n succes geworden. De charmantische naïviteit was weg, omdat elke leerling nu wist hoe beroemd hij of zij wel niet kon worden. Maar niemand zoals die kleine David Bisbal.

Comedme la polla

Nederland had z’n beschamende moment met Pierre Kartner/Vader Abraham die geen winnaar wilde kiezen. Spanje overtrof die schaamte ruimschoots in de landelijke finale om een liedje voor het Eurovisie-songfestival te kiezen. John Cobra, één van de finalisten, wordt na een lachwekkende vertoning van iets wat op rap moet lijken uitgefloten door het publiek. Dit is wat er daarna gebeurt, héél erg Spaans, zo’n klein ventje dat zijn ‘grote’ paquete stevig vastpakt… Ze mogen het opeten, of, nog mooier, me suda la polla… 

Mag het Eurovisiesongfestival afgeschaft worden?

Gewoon een vrolijke boel

Dat krijg je ervan als je zelf nog nauwelijks ver na middernacht op straat komt. Gisteren was het weer een keertje nodig, even de Carnavalsoptocht met de halfblote dochter bekeken – ze had het gelukkig veel minder koud dan met de 2 graden van zondag – en daardoor als niet-nachtbraker weer eens ontdekt wat voor een absoluut gekkenhuis Sitges middenin de nacht nog is. Sterker: zelfs in de trein van 10 uur vanochtend naar Barcelona zaten nog verklede, dronken en vooral vermoeide feestgangers, die even later als lachwekkende zombies middenin Barcelona op straat stonden.

Ook de trein gisteravond, Barcelona-Sitges om 23.06 uur, was een spektakel, met vooral veel spontane muziek – gelukkig kennen ze hier niet die Brabantse carnavalskrakers en staan er in Sitges dus nooit paarden in de gang. Bij aankomst is er vervolgens een strenge controle van de Mossos d’Esquadra, de Catalaanse politie, op het station om mogelijk gevaarlijke elementen en/of wapens te filteren. En ’s nachts, op de terugweg, nog méér controles, maar dan op de weg, de meest uigebreide alcoholcontroles die er in het jaar worden gehouden.

Het mag de pret niet drukken. Ik heb het al vaker gezegd en geschreven: 200.000 mensen op een hoopje, een groot deel flink beschonken, en er gebeurt bijna niets. Ja, de gebruikelijke dronkemansruzies of -uitglijders, en de sirenes van de ambulances zijn regelmatig te horen, maar verder is het vooral vorlijk en leuk – als je er van houdt tenminste. Net het laatste nieuws nagekeken: geen berichten uit Sitges, geen Hoek van Holland-nacht. Niks bijzonders gebeurd, dus, behalve dat 200.000 mensen zonder noemenswaardigde incidenten tot zes, zeven uur ’s morgens feest hebben gevierd.

La dolce vita in Barcelona

Heb het al eens eerder gehad over Caixaforum, één van de leukste musea van Barcelona en, altijd een pluspunt voor ons Nederlanders, nog gratis ook. Plus hele wereldse tentoonstellingen ook, voor wie niet van zeer klassieke kunstvormen houdt. Zoals vanaf morgen (en tot 13 juni) het ‘Circus van de illusies’, waarin meer dan 400 werken (veel foto’s, tekeningen en video’s) een inzicht moeten geven in de obsessies van Federico Fellini.

Al zijn beroemde films komen er in terug, en volgens Sam Stourdzé, de talentvolle Franse ontwerper van de expositie die vier jaar met het onderzoek bezig was, is het hét bewijs dat sommige absurde fragmenten uit Fellini’s films niet de vruchten van zijn ongebreidelde fantasie waren, maar vaak geïnspireerd op berichten die hij in de krant las, of foto’s die hij gepubliceerd zag. Zoals het door katholiek Italië verketterde en gecensureerde openingsbeeld van La dolce vita (nu precies 50 jaar geleden in première gegaan), waarin een Jezusbeeld onder een helicopter hangt; echt gebeurd, vier jaar eerder, op het plein van de Duomo in Milaan.

Een apart deel van de expo is er voor foto’s van acteurs en beroemdheden in de straten van Rome, verrast door de fotografen die – goed om weer eens te herinneren – dankzij Fellini paparazzi worden genoemd. Want Paparazzo was de achternaam van de opdringerige persfotograaf in La dolce vita. Volgens één van de meest plausibele verklaringen die Fellini over de oorsprong van die naam gaf was paparazzo de bijnaam van het jongetje dat op de lagere school bij hem in de bank zat. In het plaatselijke dialect van Rimini betekende het woord ‘mug’, en werd het gebruikt voor kleine, hyperactieve jochies die ook nog eens heel snel, bijna zoemend spraken.

’t Is weer feest

Het is koud, koud, koud, voor vanavond of vannacht wordt er sneeuw verwacht tot op het strand (zou voor het eerst zijn, deze lange vochtige winter), maar het mag de pret van de carnavalsvierders niet drukken. Sitges is de komende vier dagen bijna onbegaanbaar. Gisteravond stond alle jeugd van het dorp te dansen op de sixties-party in het Prado, samen met het Retiro één van de sociëteiten van het dorp die ook het carnaval organiseren, vanavond komt heel Barcelona en omgeving verkleed alle restaurants, bars en disco’s onveilig maken, en morgen (zondag) zijn de schattige kinderoptocht (om 16 uur) en de Rua de la Disbauxa, de grote optocht ’s avonds waarvan het parkoers vergroot is om de 250.000 verwachte bezoekers voldoende plaats te bieden.

Ik zal zelf, zoals altijd, saai onverkleed langs de kant staan, maar erken hoe leuk het carnaval hier is omdat vooral het hele dorp erbij wordt betrokken. Gisteren gingen Carnestoltes (koning Carnaval) en zijn gevolg, waaronder de rivaliserende Koninging, alle scholen langs, vanochtend waren ze op de markt en in centra van bejaarden. Totaal uitgeput zijn ze allemaal wanneer de koning woensdag wordt begraven…

Pas op hun dertigste het huis uit…

Eén groot, één héél groot verschil tussen Spanje en Nederland: je krijgt hier je kinderen bijna het huis niet uit. Volgens de statistieken moet ik nog zo’n tien tot elf jaar wachten voor deze twee hun eigen rommelkamer verlaten en ergens anders gaan ontdekken dat het wel erg comfortabel was bij papa te wonen. De Spaanse jongeren zijn, samen met de Portugezen en Italianen, de laatsten in Europa die zich emanciperen: de jongens gaan met 28,8 jaar het huis uit, de meisjes met 29,8. Nou kan ik me herinneren dat dat in de jaren negentig nog 34 jaar was, dus het land is er op vooruit gegaan. Maar de huidige crisis heeft die tendens weer geremd; slechts drie van de tien Spaanse jongeren zijn nu vóór hun dertigste het ouderlijk huis uit.

Belangrijkste reden: flats en woningen zijn voor die jeugd nauwelijks te betalen. Als ze al werk hebben, dan is dat voor velen voor een salaris van minder dan 1.000 euro. En het fenomeen van studenflats of -kamers dat ons in Nederland gemiddeld met 24 jaar van huis doet gaan, bestaat in Spanje nauwelijks. Dus wachten de meesten op een stabiele relatie of, direct, het huwelijk om met twee salarissen de huur of hypotheek op te hoesten. 

Niet dat Spaanse 17- en 19-jarigen niet een beetje zelfstandig zijn; ze gaan alleen met vrienden een paar dagen skieën – lang op vakantie, dat nog niet echt, want zolang pa je meeneemt naar Nepal, Cuba, New York, Lofoten of, dit jaar, Zuid-Afrika, dan wil je wel mee -, proberen in de zomer wat bij te verdienen, komen regelmatig ’s nachts niet meer thuis, maar toch: dat geliefde en soms zo gehate huis helemaal achter zich laten, dat lukt niet echt.

Bijna nergens in Europa is de jeugdwerkloosheid ook zo hoog; dat zal er ook wel mee te maken hebben. En die werkloosheid is weer het hoogst onder de vele jongeren die slechts de middelbare school tot de verplichte 16 jaar hebben afgerond, nooit hoger dan een VMBO-niveau, en daarna geen enkele opleiding meer hebben genoten.  Ook dat onderwijsgat is met het welvarende deel van Europa heel groot.

Kortom, het valt niet mee, volwassen worden in Spanje. Misschien moet je als ouder blij zijn dat ze pas op hun dertigste oprotten; dan is de kans kleiner dat ze directbij het verlaten van de voordeur in de sloot belanden.

Een mooie droom aan het strand van Sitges

De voorpagina, nu al meer dan een jaar geleden, heeft al verschillende prijzen gewonnen. Was natuurlijk een bijzondere, om twee redenen. Een ochtendkrant, mijn Periódico, die om 5 uur ’s morgens nog een extra editie maakt om de lezers, de volgende ochtend, over het laatste nieuws van de verkiezingen in de VS te informeren. (De ándere kranten in Barcelona/Spanje deden dat natuurlijk ook; het is het mooie van de concurrentie en van de verkoop in de kiosk: je kunt niet om 8 uur in de kiosk liggen zonder te melden wie de verkiezingen in de VS heeft gewonnen.)

En wie won? Alle kranten, over de hele wereld, kwamen met een grote foto van Obama (ook al konden veel Europese kranten toen nog niet melden of hij daadwerkelijk de nieuwe president zou zijn). Bij ons vonden we dat er genoeg Obama was geweest, de voorgaande weken, en dat maar één gezicht op die historische cover mocht staan. Mét natuurlijk een mooie zin: ‘Het is geen droom meer’.

Een lange inleiding om te komen tot de expositie die sinds gisteren in Sitges te zien is, rechtstreeks vanuit de VS: de erfenis van Martin Luther King. Allemaal artiesten (72) en intellectuelen (40, hoewel het één het ander natuurlijk niet uitsluit) uit de hele wereld die hun eigen visie op de mooiste dominee/priester/voorganger aller tijden geven. Schilderijen, beeldhouwwerken, tekeningen, foto’s, alles mag en alles kan om Luther King te herinneren. Obama mag sneller dan alle voorgaande presidenten aan populariteit hebben ingeboekt, die ene ochtend van 5 november 2008 gaan we dus nooit meer vergeten. Deze expositie alleen al is daar het bewijs van; soms werd Luther King nog vaag herinnerd, maar steeds minder; nu weten ook de scholieren weer wie dat was. Een zwarte president is voldoende om een dergelijke expositie de hele wereld over te laten trekken. (Kijk trouwens goed naar de schildering links; het is, op de achtergrond, de plastische uitbeelding van love is peace, of omgekeerd.)

Voor wie in de buurt is (dus in Barcelona): pak de trein naar Sitges, 31 minuten vanaf Sants, 37 minuten vanaf Passeig de Gràcia, en loop door de Carrer Major van Sitges naar het gemeentehuis en daarvandaan langs het historische en artistieke gedeelte (Palau Maricel, Cau Ferrat) naar het Edifici Miramar, bijna aan het strand, om, bijna 42 jaar na zijn dood, deze mooie prediker nog eens eer te betonen.

Licht in de duisternis

Zondagmorgen in Barcelona. Het voorjaar dient zich eindelijk aan. Buiten eten, t-shirtje, krantje lezen met een biertje in de hand, en dat allemaal bij een bescheiden maximumtemperatuur van 15º; de natste winter (niet de koudste) die ik me hier kan herinneren komt ten einde. Mooie ochtend ook om de complete duisternis, de beklemmend grauwe hemel van de avond tevoren te vergeten: bijna twee uur kijken naar The Road, trouw naar de roman-zonder-enige-hoop van Cormac McCarthy, grijpen je bij de keel, geven je een harde stomp in de maag. Lange tijd niet zo aangeslagen uit een bioscoop gekomen; snakte naar de zon, de volgende dag.