Voetbalhumor, maar wel leuke. De man links heet Francisco Ramón Hevia Obras, ambitieuze scheidsrechter in de Spaanse tweede divisie. Hij maakte naam in de eerste drie wedstrijden die hij dit seizoen floot. Hij toonde 31 gele kaarten en zes rode, waaronder drie voor de trainers. Iemand verzon toen zijn bijnaam: ‘Billy the Kid’, want er is niemand in Spanje die sneller zijn kaarten trekt dan deze man uit de buurt van Madrid. Nu nam hij na dat veelbelovende begin even wat gas terug, maar zijn gemiddelden zijn nog altijd bewonderenswaardig hoog: dit seizoen heeft Hevia Obras 16 wedstrijden gefloten, 116 gele kaarten getrokken (7,12 per duel) en 17 rode. En hij doet zijn bijnaam eer aan: voetballers en trainers vrezen hem al nog vóórdat ze hem ontmoeten.
Categorie archief: voetbal en sport
Ziek van de ‘chemo’


Van kanker hoef je niet ziek te worden. Ik bedoel, er is een tumor maar die heeft vaak geen uiterlijke symptomen zolang hij nog niet veel schade aanricht. Een kankerpatiënt wordt vooral ziek door de behandeling. Half Spanje moest daarom vanochtend even slikken toen sportkrant Marca een interview met oud-golfheld Severiano Ballesteros bracht, met de eerste foto’s sinds hij in oktober op het vliegveld van Madrid onwel werd en er in het ziekenhuis een hersentumor bij hem werd geconstateerd. (Links een plaat uit 2007, rechts één van vanochtend in de krant). Seve, zoals hij hier liefkozend wordt genoemd, heeft vier operatie’s ondergaan en gaat nu beginnen aan zijn vierde lange sessie chemotherapie, net nu zijn haar weer is gaan groeien. Hij is, zo vertelt hij, 20 kilo kwijtgeraakt. Maar hij wordt helemaala beter, zegt hij, en dat is wel wat waard.
In Barcelona juichen ze voor Liverpool

Dit is de sportredactie van El Periódico, dinsdagavond laat. Mijn vroegere collega’s zaten de wedstrijd Liverpool-Real Madrid te kijken. Een vergelijk: hoe zouden de jongens én meiden op de onvolprezen redactie van AD Sportwereld reageren als Ajax vanavond een tegendoelpunt zou incasseren van Olympique Marseille? Sommigen zouden balen, anderen zou het niet veel uitmaken, weet ik. Of omgekeerd: wat zouden ze bij Telesport roepen als Feyenoord van een Europese tegenstander op zijn kop krijgt? ‘Niets nieuws onder de zon,’ waarschijnlijk.
In Barcelona en Madrid ligt het, zoals iedereen weet, iets gevoeliger. Barça en Real zijn niet alleen elkaars tegenstander in de Primera División, ook buiten de eigen landsgrenzen gunnen de supporters elkaar het licht niet in de ogen. Sommige spelers evenmin, trouwens. “Ik wil dat Barcelona altijd verliest,” zei Real-modeboy Guti laatst.
Onder sportjournalisten is het niet anders. Ik weet niet bij welk doelpunt van Liverpool de foto hierboven werd genomen (hij hangt nu op de sportredactie zelf, dit is een kopie ervan). De 1-0 van Torres, de 2-0 of 3-0 van Gerrard of de laatste van die Italiaan… Het maakt niet uit: elke treffer veroorzaakte ongetwijfeld dezelfde taferelen. En hoe meer de Koninklijke werd vernederd, hoe beter…
Het houdt ze van de straat
De kop boven dit stukje is niet helemaal waar. Het voetbal, het onvolprezen jeugdvoetbal houdt de jongens (en steeds meer meiden) wel bezig, maar naast de drie trainingen van anderhalf uur per week én de wedstrijd in het weekeinde kunnen mijn zoon en zijn (voetbal)vrienden ook nog eens urenlang op straat rondhangen of met hun brommertjes rondtouren. En toch zou ik ze geen hangjongeren willen noemen, want voor problemen lijken ze nauwelijks te zorgen. Vandaag was de presentatie van alle teams van voetbalvereniging UE Sitges, die pas sinds vier jaar ook een jeugdopleiding heeft. Het blijft het mooiste: jochies die op hun zesde voor het eerst tegen een bal gaan trappen op een écht veld (van kunstgras dan) en die dat 10 jaar later, ondanks alle verleidingen van het leven, nog steeds doen. Hulde aan al die trainers en vrijwilligers die het leuk vinden tientallen kinderen te instrueren en tegelijk een beetje discpline en solidariteit bij te brengen. Nu ontaarden de wedstrijden van Ferran – zij zijn al de oudsten, de A-junioren – nogal eens in opstootjes, maar dat zal mede door de opvliegende hormonen komen. Daar hebben de allerkleinsten, hiernaast onderaan de foto, nog geen last van. Soms hebben zij nog moeite te beseffen wie de tegenstander en wie de medespeler is. Kwaad zullen ze elkaar nooit doen.
Marathon langs monumenten

Er was een tijd dat ik een beetje hardliep. We waren in topvorm, dronken nog niet zo veel bier en als we als verslaggever bij een groot atletiek- of zwemtoernooi toernooi waren liepen we er met een groepje altijd wat rondjes door een park, de straten of over een atletiekbaan. Vlak voor het WK Atletiek in Rome, 1987, ontdekte ik dat de Vivicittà werd gehouden, een populaire loop van 10 kilometer door de stad, langs zijn mooiste monumenten. De afstand bleek uiteindelijk iets van 12 km te zijn, maar het was meer dan de moeite waard. Door een Rome zonder auto’s renden we vanaf de start in Villa Borghese langs de Spaanse Trappen, de Fontona di Trevi, over het Piazza Navona, langs het paleis van Vittorio Emanuelle en het Coliseum, langs het historische Circo Massimo en via het Vaticaan naar de finish bij het Olympisch Stadion. Een wonderbaarlijke ervaring.
Barcelona heeft nu ook zoiets. De stad heeft sinds ruim 30 jaar zijn marathon, maar die begon altijd in Mataró, een stadje aan de kust, en liep in één rechte saaie lijn langs het strand en het spoor richting Barcelona, waar soms ook nog eens bovenop de Montjuïc moest worden gefinished. Slopend voor de benen en funest voor een goede tijd. Er was voor de lopers niets aan. Dus werd enkele jaren geleden besloten de marathon naar de stad te halen. Sindsdien is het aantal deelnemers sterk gegroeid, ook vanuit het buitenland. Morgen, zondag 1 maart, doen er 9.702 lopers mee. Dat is nog lang geen Rotterdam natuurlijk, maar ze krijgen wel iets anders dan de Erasmusbrug en de kubuswoningen te zien: het parkoers loopt langs het Camp Nou, de huizen Battló en Milà van Gaudí, de onvermijdelijke Sagrada Familia, de moderne Torre Agbar, de Olympische Haven, de Arc de Triomf en over de Rambla richting de finish bij de magische fonteinen van Montjuïc. Een grote winnaar is er bijna nooit, een goede tijd ook niet, maar voor de lopers is het een race vol afleiding. Ik doe niet mee.
Op bezoek bij God
Vanmiddag een interview met Johan Cruijff gehad, voor het Audi-magazine. Behalve die ene prachtige Citroën-Maserati waar Cruijff ooit als jonge speler mee reed, ken ik hem alleen van zijn Mercedes-stationwagen, zijn halve leven lang. Maar in Nederland heeft hij een Audi staan, zegt hij.
Nu ging het gesprek niet over auto’s, maar over foto’s, beelden uit zijn leven. Onder anderen van zijn huis in Barcelona, op de flanken van de Tibidabo, een berg van ruim 500 meter hoog. Een luxe-wijk waar ook zijn Foundation huist. Daar hadden we afgesproken. Met de fiets omhoog: het is te doen, al denken veel mensen in Barcelona van niet. Het leukste is dan weer terug te fietsen, zo’n zeven kilometer bergaf door Muntaner, één van die ellenlange straten die van boven naar beneden lopen. (In Barcelona zeg je niet linksaf of rechtsaf, maar naar boven en naar beneden.) Jammer dat er stoplichten zijn onderweg.
En terwijl de nederige interviewer/fietser zich weer de stad in stortte, bleef God tevreden achter op zijn berg. Hij zag er goed uit, trouwens. Net terug van zijn jaarlijkse wintervakantie op Mauritius.
Een Barça zonder Nederlanders
Een beetje voetbal, zo na het weekeinde. Half Nederland richt zijn ogen dit seizoen op Real Madrid. Chauvinistisch als we zijn, hebben we alleen nog maar oog voor Robben, Sneijder, Huntelaar, Van der Vaart en de anderen. Wij voetbalkenners én inwoners van Barcelona weten wel beter. Ook al zijn de laatste Nederlanders hier afgelopen zomer vertrokken
(Frank Rijkaard en Johan Neeskens), dit Barça speelt met afstand het mooiste voetbal in Europa. Gemiddeld meer dan drie doelpunten per wedstrijd, dat is nog eens waar voor je geld als je naar het (dure) Camp Nou gaat. Dit Barcelona moet kampioen worden natuurlijk, wat onder de Catalaanse coach Josep Guardiola de eerste titel sinds 1985 zónder Nederlandse trainer zou zijn. Johan Cruijff, Louis van Gaal (op de foto bij het kampioensfeest van 1998, met Patrick Kluivert) en Rijkaard waren de laatsten.
Een minuut stilte

De storm vandaag had vergaande gevolgen. Een onder een boom geplette auto is niets in vergelijking met wat het jonge team honkballertjes overkwam in Sant Boi, het mekka van de in Spanje weinig populaire sport. Ze waren aan het trainen, maar het waaide zo hard dat de coach van de jochies, tussen de 10 en 14 jaar, besloot onderdak te zoeken in de gemeentelijke sporthal. Waren ze maar lekker in de open lucht gebleven. De hal stortte in, duizenden kilo’s muur vielen op de honkballertjes. Vier overleefden het niet. De Catalaanse regering vroeg sportclubs en scheidsrechter de wedstrijden af te lasten, vanwege de wind. Om nog meer leed te voorkomen. Waar wél werd gesport, zoals op de foto bij de juniorenwedstrijd tussen Ribes en Sitges, werd in ieder geval een minuut stilte in acht gehouden voor de vier jongetjes die hun liefde voor de sport op een stormachtige zaterdagochtend met de dood moesten bekopen.