Categorie archief: mijn Barcelona

100.000 b…ezoekers

 

edwin bij de expo van dali

Bloggen is geen wedstrijd, maar een bescheiden poging wat interessante dingen op te schrijven. Je begint met misschien 24 toevallig passerende lezers in de eerste maand. Je mailt vrienden en kennissen. Je zet het weblogadres onderaan je mails. Anderen linken je. En dan gaat het groeien, als een teder plantje dat elke dag water, liefde en zon nodig heeft. Maar dan nog: de blogwereld staat bomvol van deze plantjes, iets wat P. F. Thomese een beetje boos maakt, en wat het nóg moeilijker maakte door bomen het bos te vinden.

Vandaag heeft Het Barcelona-gevoel de grens van 100.000 bezoekers doorbroken (niet per dag, hè, maar in totaal…). Daar moet ik dus vooral jullie, de lezers, blijvers en passanten, commentaristen en anonieme geïnteresseerden, voor bedanken. Moet ik wel eerlijk bekennen dat de cijfers niet geheel reëel zijn. Begin september had ik een post over de hoertjes die toeristen afwerken in de Boquería. En omdat gore foto’s het altijd goed doen, kwam er een bescheiden link op GeenStijl terecht; in een halve dag knalde de meter naar 40.000 extra bezoekers… 100.000Je moet erkennen dat dat blog een fenomeen is, al zijn er niet veel van die incidentele bezoekers van die ene dag bij Het Barcelona-gevoel blijven hangen. Niettemin: die 100.000 staan er, eind oktober.

Zo’n wordpress-blog geeft ook aan met wat voor een zoekopdrachten de mensen op je blog terecht komen. De populairste? Picasso en Guernica, waarschijnlijk van scholieren die met een werkstuk bezig zijn, of zo. Plus fotograaf Robert Capa. En schrijf je over het huis van Dirk Scheringa, dan blijkt dat ook een aardig lokkertje.

Dank. Nogmaals. Geeft moed om nog even door te gaan.

De bron van de kat

font del gat

Vaak kennen de toeristen de stad beter dan de inwoners zelf. Althans, ze komen, geleid door hun (reis)gidsen op plaatsen waar de locals nooit of slechts bij toeval eens komen. Zoals de Jardins de Laribal op de Montjuïc, een prachtig groene oase die de snelste verbinding ter voet is tussen de stad en de Fundació Miró, een museum waar op een zondag een lange rij toeristen staat en Catalaanse ouders hun heel jonge kinderen meenemen naar toneelvoorstellingen bedoeld voor heel jonge kinderen.

Vroeger kwamen wel meer Barcelonezen in deze wonderschone tuinen, omdat er een zaal was waar huwelijken werden gevierd en de pergola’s, fonteintjes en trappen een ideale plaats waren om de fotoreportage van het bruidspaar te maken. Die zaal bestaat niet meer, maar wel het restaurant Font del Gat, een terrasje naast een historisch gebouw van modernist en Gaudí-tijdgenoot Puig i Cadafalch waar de drukke stad, op de achtergrond, veel verder lijkt dan hij eigenlijk is.

font del gat2Ernaast ligt één van de beroemdste waterbronnen van Barcelona, de Font del Gat compleet met klein watervalletje. De Bron van de Kat werd in heel Catalonië beroemd door een populair liedje dat opa’s en oma’s aan hun kleinkinderen zongen en nog steeds zingen:

Baixant de la font del gat,
una noia, una noia,
baixant de la font del gat,
una noia i un soldat.

Pregunteu-li com es diu:
Marieta, Marieta,
pregunteu-li com es diu:
Marieta de l’ull viu.

Experts in slechte tunnels graven

carmel metro (c) marta jordi

Trots laten de politici en de ingenieurs de immense tunnel zien. Hij is klaar. Nu moeten de rails nog worden gelegd en over 10 maanden is de Carmel eindelijk ook ondergronds bereikbaar. De Carmel is een volkswijk gelegen op en tussen twee van de zeven heuvels van Barcelona (echt, ook Barcelona ligt op zeven heuvels, al zijn ze niet zo beroemd als die van Rome – misschien iets voor een toekomstige post) en is een labyrinth van smalle en soms steile straatjes waar de stadsbussen onmogelijke draaien moeten maken. Jaren geleden werd er begonnen met het verlangen van de blauwe lijn 5 van de metro, maar technische fouten zorgden in januari 2005 voor een kleine ramp: Hundimiento_Carmelde tunnel slokte een heel huizenblok op. Er vielen, miraculeus, gewonden noch doden. Vijf andere woonblokken moesten ook worden afgebroken, 34 gezinnen verloren hun woning, 1.276 mensen uit 84 gebouwen moesten tijdelijk (sommigen twee jaar) ergens anders worden ondergebracht.

Dat ongeluk heeft sindsdien voor een tunnelpsychose in Barcelona gezorgd, terwijl de ingewanden van de stad al bijna een eeuw lang door tientallen verschillende tunnels worden doorkliefd. Het nu, bijna vijf jaar later, goed afronden van de tunnel onder de Carmel door is goed nieuws voor de politici, nu de lange tunnel van de AVE, de hogesnelheidslijn, onder de straten Provença en Mallorca en rakelings langs de fundamenten van de Sagrada Familia, op zoveel verzet stuit.

noord-zuidlijnOm iedereen een beetje gerust te stellen werd twee jaar terug ook een congres georganiseerd met tunnelexperts uit de hele wereld. Zeer overtuigend klonken de verhalen van de ingenieurs die verantwoordelijk waren voor een tunnel onder het historisch centrum van Köln en voor de Noord-Zuidlijn in Amsterdam. Beide mannen, de laatste een aardige ingenieur van de TU Delft, werden direct door Barcelona als onafhankelijke experts en adviseurs aangetrokken. Maar een goed verhaal blijkt één ding, de werkelijkheid kan totaal anders zijn. De tunnel in Köln verwoestte dit jaar de prachtige, monumentale bibliotheek van de stad, en de Noord-Zuidlijn is een miljardenramp die ongetwijfeld nog tien jaar lang delen van Amsterdam onbegaanbaar zal maken en meer huizen zal doen kraken dan die op de gehavende Vijzelgracht.

Entree betalen voor het Park Güell

park guell

Vroeger kwam ik er regelmatig. Vroeger was toen Barcelona iets minder druk was en architect Antoni Gaudí nog niet wereldberoemd. Vroeger (ik heb het al vaker geschreven) is pas zo’n 15 jaar geleden. Kwamen er mensen uit Nederland op bezoek en het eerste (en soms het enige) wat ik hen van Barcelona liet zien was het Park Güell, dat ik altijd een soort Efteling zonder electronica heb gevonden, een sprookjespark met talloze prachtige plekjes.

De laatste keer dat ik er was, was toen ik de foto hierboven maakte. Ik schrik zelf van de datum, december 2004. Al weer zo lang geleden. Dat bezoek bleek echter overtuigend genoeg om me er sindsdien niet meer te vertonen. Eén mierenhoop van toeristen, het was een lang weekeinde, zo’n puente, eentje met zelfs twee feestdagen, 6 en 8 december; Spanje is na Litouwen het land met de meeste losse feestdagen, zo’n 15 per jaar. maar ook níet-feestdagen is het er nu stervens druk.

Ook de gemeente is de drukte in het Park Güell een beetje zat. Of beter gezegd: de buren worden er kriebelig van. Zo’n 14.000 dagelijkse bezoekers trekken er meestal lopend vanaf een bus- of metrostation naar toe. En ze vervuilen het park, vernielen plantjes en laten zich ook hier beroven. De wethouder van het district Gràcia, waaronder het park valt, wil daarom entree gaan vragen om het park in te mogen (buurtbewoners krijgen een speciaal pasje, die mogen gratis). Binnenkort zal de gemeenteraad het idee bespreken, maar de heibel is natuurlijk al losgebarsten. Betalen voor een park? Barcelonezen vinden het belachelijk. “We moeten door die toeristen ook al betalen om de kathedraal in te mogen,” schreef een lezer vandaag in de krant.

Toeristen zouden het zo doen, betalen, denk ik, want ze geven ook massaal een belachelijk hoge €17,50 uit voor het Casa Batlló van Gaudí. Misschien vallen ze voor één van de redenen van de gemeente: als er entree moet worden betaald, houden we de zakkenrollers buiten. Onzin, natuurlijk. De Bus Turístic, die meer dan 20 euro kost, zit vol met vrouwelijke zakkenrolsters die tasjes meenemen als de passagier voor of naast hen met open mond de Sagrada Familia aanschouwt. De investering van een ticket is snel terugverdiend. 

Er is trouwens ook een andere manier om de drukte van het Park Güell te ontvluchten: redelijk vroeg gaan, bij het eerste zonlicht, dan ben je zelfs de eerste Japanners misschien voor.

UPDATE: De gemeente heeft besloten geen entree te heffen, maar komt met een andere, salomonische oplossing: er komen van die draaipoortjes die het aantal bezoekers tellen. Er komt een maximum-aantal tegelijk binnen. Dus: vol = vol, en als je naar binnen wilt zal je soms moeten wachten…

park guell2 (c) marti fradera

Apotheek, barretje en pinautomaat

kruispunt (c) Xavier Gonzalez

Kom net bij het postkantoor vandaan. Op de hoek zat het oplichtende groene kruis van een apotheek. Ernaast drie mannen die natafelden op het terrasje van een bar. En aan de overkant een spaarbankfiliaal. Deed me weer eens denken aan een héél oude column die ik eens schreef voor De Gelderlander en De Limburger, de VNU-kranten waren dat, en die ik, geactualiseerd en uitgebreid, in mijn boek opnam. Bij deze, drie alinea’s uit Het Barcelona-gevoel. Misschien ook het lezen waard voor Dick Scheringa; in Spanje zou hij zo zijn verdriet kunnen wegdrinken of in pilletjes kunnen doen oplossen.

De Spanjaard, man of vrouw, staat er niet eens meer bij stil, het dagelijkse straatbeeld in zijn of haar dorp of stad. Althans, de ruim veertig miljoen inwoners van het land, inclusief de zeven miljoen in Catalonië, staan er niet figúúrlijk bij stil. Letterlijk is het meest typische punt van de Spaanse straat, het kruispunt, iets waar het meest wordt stilgestaan, al is het niet om voor het stoplicht te wachten. Voetgangers steken altijd met rood licht over. Zo’n kruispunt heeft over het algemeen vier hoeken, die vrijwel altijd zijn bebouwd, al zijn het in de Eixample van Barcelona acht hoeken, door dat stadsplan van Ildefons Cerdà. Maakt niet uit, de verdedling blijft vrijwel dezelfde. apotheekUitgaande van de traditionele vier hoeken zit er op één hoek een barretje of klein restaurant, op een tweede hoek een apotheek en op de twee resterende hoeken bankfilialen. Geen Europeaan die zoveel tijd als de Spanjaard doorpbrengt in de bar, de apotheek en de bank, hoewel de volgorde meestal bank, bar, apotheek zal zijn. In de Gouden Gids van Barcelona is een paginalange wandeling nodig om een schatting van het aantal banken, barretjes en apotheken te maken. De officiële cijfers van de overkoepelende verenigingen spreken van1.200 apotheken, ruim 4.900 kantoren van banken en spaarbanken en zo’n 11.000 bars en restaurants, net zoveel als er taxi’s zijn. Dat op de kruispunten toch meer banken dan bars zitten, heeft alles met prestige te maken. Een bareigenaar neemt vaker genoegen met een bescheiden en goedkopere gevel op een recht stuk straat, iets waartoe bijna geen bankdirecteur zich zal verlagen, want hij wil zichtbaar zijn vanuit allebei de straten die op het kruispunt samenkomen. caixa (c) Agustin Catalan

De rekeninghouder van de alom aanwezige Caixa de Pensions kan drie hoeken verderop een ander filiaal vinden als er in de ander een lange rij staat. Een netwerk van ruim 5.000 kantoren zorgt ervoor dat het door schilder Miró ontworpen sterretje het meest voorkomende ‘Catalaanse’ symbool in Spanje is, met in totaal bijna 10 miljoen rekeninghouders die er waarschijnlijk op vertrouwen dat hun geld bij die gierige Catalanen in goede handen is, een argument dat ook het recente succes van het Nederlandse ING in heel Spanje zou kunnen verklaren. Met het nog warme geld op zak is het maar een kleine stap over het zebrapad naar de overkant, als je tenminste niet door een rood licht negerende automobilist wordt geschept. De Spaanse volksbar, en dat zijn de meeste, wordt gekenmerkt door behangloze, schilferende muren, een bar met op de grond vijf centimeter hoog gestapeld vuil van servetjes, lege suikerzakjes, peuken en tandenstokers en formicatafeltjes waarvan het oppervlak door het jarenlang spelen van domino is weggesleten. barDe Spaanse bar is een mannenwereld. Het is het favoriete ontmoetingspunt, zeker daar waar de werkloosheid en het aantal gepensioneerden hoog ligt. Een caña, een klein tapbiertje, kost er niet meer dan een euro, dus de uitkering – mocht die er zijn – lijdt er niet te veel onder. Vaak wordt ‘s avonds al, te vroeg, het avondeten in de bar genuttigd, zijn de biertjes overgegaan in drankjes met gin en whisky, waarop de volgende ochtend voor een aspierientje of paracetamolletje de oversteek naar de volgende hoek moet worden gemaakt, de apotheek, die in Spanje meer een kruising is tussen een Nederlandse apotheek en drogisterij, want je kunt er ook zonder recept van alles krijgen, zelfs een beetje doping. Niet voor niets is de Spanjaard de grootste medicijnenslikker van Europa, wat dus ook nog een reden zou kunnen zijn voor die langere levensverwachting: de dozen met pilletjes die de dood een beetje uitstellen.

Nederlands dagje in Barcelona

salo de cronicas

Als je emigreert, écht emigreert, wil je meestal helemaal niets meer te maken hebben met Nederland. Misschien in een poging bij voorbaat alle mogelijke heimwee uit te bannen, maar toch ook een oprechte intentie om volledig in je nieuwe land te integreren. Bovendien was dat vrij eenvoudig, in 1988. Er bestond geen internet, je kon geen Nederlandse TV via de satelliet ontvangen… Slechts de telefoon of een duur vliegticket brachten je af en toe terug naar Nederland. Tien jaar moest ik niets van Nederland en hebben; hooguit in verband met het werk, meer niet. Toen kwam de televisie in huis, opdat de kinderen ook in hun vaders taal programma’s konden zien; ze hebben er nooit naar gekeken. Dus kijkt pa nu, als hij ’s avonds laat thuis is, naar Pauw&Witteman en de herhaling van DWDD van een Matthijs die nog niet zo beroemd en mediageniek was toen we eind jaren negentig lange en vooral goede diners in Barcelona vierden; hij is al lang niet meer geweest.

Vervolgens kwamen de goedkope vliegtickets, en kon je wat vaker naar Nederland. Toen kwam het Nederlandse vriendinnetje op nota bene een Koninginnedagviering in Barcelona aanwaaien. En nu zijn er ook wat aardige Nederlandse kennissen, mannen en vrouwen die bovendien allemaal zeker weten dat hun verblijf in en rond Barcelona definitief zal zijn.

tijgermugBarcelona zit vol met Nederlanders. Gisteren was hún dag, al kon je niet overal tegelijk zijn. De Kring van het Nederlands Bedrijfsleven in Barcelona sloot de viering van het 40-jarige jubileum af met een ontvangst door burgemeester Jordi Hereu. Dat had eigenlijk in de oude Philips-fabriek in de Zona Franca moeten gebeuren; dat is inmiddels een bibliotheek geworden, maar in de botanische tuinen erachter, in 1960 ontworpen door mevrouw Van der Harst, de echtgenote van de toenmalige Philips-directeur, heerst een plaag van tijgermuggen. Je wordt er gek gestoken, er zijn er zelfs tientallen in het medisch centrum gevlogen (op de foto, eentje die ik op een folder aantrof), dus werd de ontmoeting naar het gemeentehuis verplaatst, naar de historische maar slecht verlichte Saló de Cróniques (foto boven), met een vloer van zwart marmer en een gouden achtergrond gemaakte schilderingen van Josep Maria Sert uit 1928 die de Catalaanse reizen naar het Oosten in de 15e eeuw voorstellen. De Consul-Generaal liet, tussen de lofuitingen door, Hereu fijntjes weten dat het verdomd druk is op het consulaat nu zo’n 10% van alle Nederlanders die Barcelona bezoekt beroofd wordt; het is deze zómer hét thema in Barcelona, het zakkenrollersparadijs van Europa.

Even verderop, Via Laietana, dezelfde tijd, vierde Bavaria de 125ste verjaardag van Abdij de Koningshoeven, gecombineerd met de presentatie van een nieuw Trappe-biertje, Isid’Or. Bavaria, van mijn bijna naamgenoten Swinkels, probeert de Spaanse markt te veroveren en doet dat vanuit Barcelona. palau filharmonischEn bijna aan de overkant, in het majestueuze maar door corruptie geplaagde (dat verhaal zal ik nog wel eens vertellen) Palau de la Música, opende het Rotterdams Philharmonisch Orkest officieel het seizoen. Het was de reden dat de burgemeester na zijn lange toespraak niet met de leden van de Kring kon naborrelen: de volledige Catalaanse burgerij wachtte om het Palau een hart onder de riem te steken; dirigent Yannick Nézet-Séguin deed dat, onder anderen, met een mooie Negende van Mahler.

Het zakkenrollersparadijs

zakkenrollers 2

Goh, verrassende conclusie van het Catalaanse ministerie van Binnenlandse Zaken, waaronder het politiekorps van de Mossos d’Esquadra valt: Barcelona is geen onveilige stad, maar het aantal berovingen is “extreem hoog”, aldus de autoriteiten. Ja, dat weet iedereen, bewoner én toerist, al jaren. Allemaal zijn ze wel eens gerold of beroofd, de toeristen qua percentage wat meer dan de bewoners, want ze zijn nou eenmaal makkelijker slachtoffers. Volgens de laatste cijfers, vandaag door dat ministerie bekendgemaakt, betreffen liefst 70% van alle aangiftes in het oude centrum, dus rond de Rambla, kathedraal en de Barceloneta, wat ze ‘kleine berovingen’ noemen: zakkenrollen, tas afpakken of rugzakje op het strand ongemerkt bij je wegtrekken. Steeds meer zijn ook de hotels er slachtoffer van. Nieuwste truc: boeven stellen zich ín de hal voor als politieagenten en willen van de zojuist gearriveerde toeristen hun documenten zien; zodra die hun portefeuille trekken, wordt die afgepakt en verdwijnen de boeven.

zakkenrollers BCNEn nou gaan ze er écht wat aan doen, zeggen de politieke bazen van de politiekorpsen. Wat? Meer ‘blauw op straat’. Of het werkt? Tuurlijk niet. Want dat blauw pakt al genoeg van die zakkenrollers op, sommigen inmiddels meer dan 70 keer, maar omdat het lichte delicten betreft kan de rechter hen niet opsluiten en staan ze de middag na hun aanhouding in de morgen weer op straat. Obers op terrassen, bewakers bij hotels: ze kennen allemaal de boeventronies, waarschuwen hun gasten, jagen de slechteriken weg, maar het helpt nauwelijks.

En het eerste wat de diefjes doen na hun vrijlating is doorgaan met het bestelen van toeristen, in de metro, op de Rambla, op het strand, in het hotel, overal. Barcelona begint er een steeds slechtere naam door te krijgen, maar weet maar niet hoe er af te komen.

1,7 miljoen feestgangers, 1 dode

fuegosmerce1

Blij kun je er natuurlijk niet mee zijn, met deze kop. Eén dode in vier dagen feest. Vanochtend overleed een 52-jarige onderhoudsman van hotel AC Forum in Barcelona. Hij lag al enkele dagen in coma, na incidenten in de eerste nacht van de stadsfeesten, de Mercè. Grote concerten op het in de rest van het jaar desolate Forum-terrein aan de noordrand van de stad, mensen die bezopen bij het eerste ochtendlicht naar huis gaan, de metro opzoeken (die was, in tegenstelling tot andere dagen, afgelopen week 24 uur per dag geopend) en onderweg ergens een plasje willen doen. Wildplassen (mooi, dat Nederlands, goed in het vinden van woorden die nergens anders bestaan) mag ook hier niet, gebeurt echter wel veel, maar die jongens wilden per se in het hotel AC pissen. De receptionisten zeiden dat dat slechts voor gasten was en werkten de onwelkome bezoekers met hulp van het slachtoffer de deur uit. De laatste kreeg een stomp in zijn gezicht, viel op de grond, met zijn hoofd op de stoeprand. De werknemers van het hotel hadden de directie al sinds vorig jaar om bewakers gevraagd op altijd moeilijk avonden en nachten als deze, wanneer duizenden feestgangers voor de deur langslopen en dus soms naar binnen komen. De directie vond dat te duur, maar de nacht na de incidenten was die bewaking er wel.

correfoc (c) Julio CarboMaar toch: verder was het redelijk pais en vree in de stad. Vier dagen en nachten feest en liefst 1,7 miljoen mensen op pad voor allerlei gratis evenementen (concerten, circus, theater, castellers en de voor toeristen verbijsterende maar tegelijk aantrekkelijke correfoc, de vuurrijke optocht van duivels en draken. (Tip voor als je eens naar de stadsfeesten van Barcelona of andere Catalaanse dorpsfeesten komt: voor de correfoc zijn lange mouwen en een hoedje van stro of dikke capuchon, een zonnebril en eventueel een zakdoek voor de mond noodzakelijk om de vonkenregen zonder pijnlijke brandwondjes van Lucifer te overleven.)

Naar het afsluitende vuurwerk van gisteravond bij de Plaça Espanya (een piromusical noemen ze het, het vuur danst er op de tonen van loeiharde muziek) kwamen 175.000 mensen af. En wéér geen incidenten, ook niet onder de automobilisten die, zoals ik, een enorme omweg moesten maken om de stad uit te komen . Er zijn volken die van feestvieren houden zonder dat er voortdurend hommeles is. Maar tóch jammer van en voor die ene dode; één te veel.

De heilige dame van Barcelona

merceDit is Mercè. Ze staat onopvallend hoog boven de daken van de oude stad, op één straatje van de oude haven vandaan. (De mooie foto is niet van mij, trouwens.) Voluit heet ze Mare de Deu de la Mercè en ze staat hier, met een kindje op de arm, op de kerk met haar naam; één van de minder bekende basilieken tussen het geweld van de Sagrada Familia, de gothische kathedraal en Santa María del Mar. Vandaag, 24 september, is het de naamdag van Mercè en viert Barcelona feest. Althans, de stad viert vele dagen lang zijn stadsfeesten, maar vandaag is het hoogtepunt, en niet alleen omdat iedereen vrij is en alles gesloten. Toeristen lopen er op een dag als deze verrast en verloren bij; ze horen en zien veel muziek op straat, maar kunnen nergens kleren kopen.

merce2Mercè is de beschermheilige van Barcelona sinds ze in 1637 de stad van een sprinkhanenplaag verloste. Haar orde werd al ergens in de dertiende eeuw geboren, toen zij verscheen in de dromen van ene Pere Nolasc, een priester die in die droom werd opgeroepen een nieuwe orde te stichten voor alle christenen die gevangen waren genomen door de Moorse piraten op de Middellandse Zee. Vandaar werd de kerk, even later, ook zo dicht bij zee gebouwd.

Voor wie genoeg heeft van maagden en religie is er in het straatje met dezelfde naam, de Carrer de la Mercè, la_plataéén van de leukste en beste tapasbarretjes van Barcelona, het piepkleine La Plata met vier tafeltjes en waar de meest mensen buiten staan. Er is meestal maar keus uit vier of vijf hapjes, maar allen van grote kwaliteit. Bekendste fan: Bono van U2, die La Plata deze zomer ontdekte.

Desolate leegte op het vliegveld

elprat3

Dit is een stukje over een waardeloze planning.

De laatste jaren klaagden we steeds vaker dat het vliegveld van Barcelona veel te klein was geworden. Ondanks de uitbreiding voor de Olympische Spelen in 1992, het jaar waarin er voor het eerst meer dan 10 miljoen reizigers in de terminal van El Prat kwamen, was de groei zó explosief, naar 32 miljoen in 2007 (dus 22 miljoen erbij in slechts 15 jaar), dat de terminal tussendoor steeds verder moest worden uitgebreid. Maar net nu na al die verbouwingen het oude vliegveld het (inmiddels dalende) aantal passagiers weer aankon, ging de nieuwe terminal T1 deze zomer open.

el prat2Nu deze week twee van de grootste gebruikers van het vliegveld, Vueling en Iberia, in navolging van Spanair naar die nieuwe T1 zijn verkast en daar inmiddels 70% van het dagelijkse vliegverkeer wordt afgehandeld, blijkt de oude T2 ineens vrijwel overbodig geworden. Desolaat was de aanblik vanmiddag, vooral in het oudere deel van Iberia en Clickair (foto boven) waar een rij van 40 incheck-balies niet meer wordt gebruikt. En het nieuwere deel van de oude T2, waar nu de KLM huist, heeft wel een meer glanzende vloer en feller licht, maar vrolijk word je ook daar niet. De weinige activiteit die er nog is zal ook goeddeels verdwijnen, want in oktober gaan KLM, AirFrance en hun partners van SkyTeam naar de nieuwe T1.

In de steeds eenzamere T1 zullen dan slechts enkele prijsvechters overblijven, zoals EasyJet en Transavia. (Ryanair, dat nu op Girona en Reus vliegt, beide 100 km van Barcelona, wil al jarenlang naar El Prat komen, maar vindt de tarieven er te duur; zal me niet verbazen als die binnenkort worden verlaagd.) elprat2En al hebben de passagiers van de T2 het grote voordeel geen grote rijen voor de bagage-en andere controles aan te treffen, ze zullen ook schrikken van alle gesloten winkels en barretjes die ze er aantreffen. Binnenkort lopen de meeste huurcontracten af en veel ondernemers zullen concluderen, net als die van deze Caffè di Fiore in de vertrekhal, dat de T2 niet meer lonend is. Niet voor niets hebben de meeste van hen al één of meer zaken in de T1 geopend.

Nog even, en het niet eens zo oude vliegveld van Barcelona zal op dat van het Berlijnse Tempelhof gaan lijken, maar zonder diens historie en opvallende architectuur. Foute planning? Een levensduur van 15 jaar is wel erg kort voor een terminal. De berekeningen, van enkele jaren terug, waren dat de nieuwe T1 30 miljoen passagiers zou ontvangen en de oude T2 25 miljoen zou behouden. Als het zo doorgaat zullen dat er komend jaar 25 respectievelijk 5 miljoen zijn…