Net twee verzopen Japanse toeristen tegengekomen – of waren het Koreanen? – die met een halfnatte plattegrond onder de paraplu op zoek waren naar het metrostation Girona. Het is vandaag – en al vaker, deze natte winter – één van de weinige plaatsen waar het droog is in Barcelona (als het tenminste niet ineens te hard regent, want dan lekken sommige stations ook). Wat te doen als je als toerist de sneeuw in de rest van Europa dacht te ontvluchten en nu aan de Mediterranee ook herfstachtig Hollands weer aantreft?
De musea in, naar Picasso, Miró, Tàpies of andere kunstenaars kijken, is de meest gehanteerde optie. Of winkelen. Maar als je kinderen hebt? Direkt naar Cosmocaixa! Is voor ouders met grut vanaf een jaar of acht één van de beste uitwegen om de regenachtige dag in Barcelona te redden, want je brengt er veel meer tijd door dan, bijvoorbeeld, het Aquarium aan de oude haven.
Cosmocaixa is het imposante Museum van de Wetenschap, op een steenworp afstand van het huis van Johan Cruijff, aan de sjieke ‘bovenkant’ van de stad dus, dat enkele jaren geleden grondig is verbouwd en enorm is uitgebreid. Er zijn tijdelijke tentoonstellingen, zoals nu Abracadabra, over de wereld van magie. En zoals bij alle tentoonstellingen is deze vooral interactief: zie de dames op de foto, even lang, maar in deze speciale kamer bedriegelijk verschillend.
Eén van de hoogtepunten in Cosmocaixa is het Bosque inundado, de reproductie van een ondergelopen stuk bos uit het Amazone-gebied, met een deel van de plaatselijke flora en fauna. Een bos van 1.000 vierkante meter groot. Een planetarium en het grote deel geweid aan de wetenschap, waar kinderen uren met experimenten bezig kunnen zijn, completeren het museum.
Enige nadeel is dat de Cosmocaixa een beetje uit de route ligt; de metro komt er niet eens in de buurt, maar de ondergrondse Ferrocarrils de la Generalitat, die hun centrale station onder de Plaça de Catalunya hebben, zijn een goed alternatief. Uitstappen op Avinguda Tibidabo en een stukje omhoog lopen langs prachtige woningen, waaronder het mysterieuze herenhuis uit bestseller De Schaduw van de wind en het fenomenale gebouw waarin het restaurant Asador de Aranda is gevestigd. Met de auto is het nog eenvoudiger: het museum ligt aan de Ronda de Dalt, afslag Avda Tibidabo.















(Dat het moeilijk is die netjes te parkeren, daar gaat de studie verder niet over.) Liefst 48% van al die motorrijders heeft trouwens meer dan 10 jaar ervaring. Degene met de minste ervaring zitten in een vrij nieuwe groep van bestuurders van moderne scooters van 125cc; sinds vier jaar mag je daarop rijden met een B-rijbewijs, mits je al twee jaar ervaring met de auto hebt. Maar door hun onervarenheid met de tweewieler, waarop ze dus nooit een examen hebben hoeven afleggen, is dát de groep die relatief gezien het meest bij ongelukken is betrokken.
Ik zou graag, na 25 jaar, weer motorrijden, had als 17-jarige met proefrijbewijs al een toen stevige Honda 550. Maar deze cijfers overtuigen je ervan dat in Barcelona in ieder geval niet te doen. Ook de fiets is een kwetsbare tweewieler, maar je gaat er niet zo hard mee en valt dus ook minder hard. Bovendien kun je beter en sneller reageren. 


Barcelona is daarom beetje bij beetje zijn platanen aan het vervangen. Op brede avenida’s als de Gran Vía zullen ze blijven (be)staan. Op andere plaatsen zijn steeds meer andere bomen te zien, vooral de iets kleinere, sierlijke almez (in het Spaans) of lledoner (in het Catalaans). Via de soortnaam Celtis australis kom ik bij de Nederlandse naam terecht, de Europese netelboom, eentje van de hennepfamilie trouwens. Hij is wat donkerder en groener dan de plataan en staat prachtig op pleintjes als Sant Felip Neri of Sant Agustí Vell, waar je op het terrasje van Joanet heerlijk onder die hoge bomen zit.