Categorie archief: intussen, in Spanje

Een onherkenbare Plaça de Catalunya

Ergens in de loop van deze week zal het tentenkamp verdwijnen. Tot dan is het centrale Plaça de Catalunya in Barcelona een dorp binnen de stad, een terrein dat voor de meeste toeristen die er langs komen totaal onherkenbaar is. De beweging van 15-M (15 mei), voortzetting op een betoging van Democracia Real Ya! (werkelijke democratie, nu!), heeft nu al drie weken dit plein en het nog belangrijker Puerta del Sol in Madrid in bezit. Vooral ’s avonds is het er meestal stervensdruk, wanneer de ellenlange assamblé’s plaatsvinden waarin besluiten wel of niet worden genomen – volledige democratie vergt enig geduld. Gisteren werd uiteindelijk besloten het tentenkamp in Barcelona in de loop van de week af te breken. Zelfs vooral jonge demonstranten worden moe van het slapen in tentjes, maar dat komt ook omdat er de laatste tijd steeds meer ongewenste elementen in het kamp overnachten. De idylle van het begin, de charme van die Spaanse lente en de Spaanse Tahrir-pleinen begint een beetje te verdwijnen, maar de beweging doet zijn best het vuur levend te houden.

Dus zijn ze ook, als het goed is, nog de hele zomer op het Plaça de Catalunya te zien, maar dan alleen overdag en met wat minder tenten. Ik zag de laatste dagen dat veel toeristen een beetje schrokken en liever een rondje om liepen; hoeft niet, het protest is tot nu toe volledig geweldloos verlopen en de grote meerderheid zijn jonge, moderne Spanjaarden die de huidige politiek helemaal zat zijn. Het enige geweld van de laatste weken kwam van de Catalaanse politie, die wel erg onnodig en hard op de demonstranten insloeg en zich voor de camera’s van talloze fotografen voor schut zette. De Catalaanse ‘minister’ van Binnenlandse Zaken, Felip Puig, zei maar dat de media het beeld hadden vertekend en slechts enkele foto’s afdrukten. El Periódico antwoordde door alle 140 gemaakte foto’s door zes van onze vaste fotografen op internet te zetten. Op geen daravan is te zien hoe, behalve 120 demonstranten, ook 34 agenten verwondingen zouden hebben opgelopen.

 

Advertenties

De Spaanse komkommer is een augurk

Het mooiste was natuurlijk geweest als het hele komkommer-schandaal ook werkelijk in juli of augustus, journalistieke komkommertijd, had plaatsgevonden. Nu de met de beruchte bacterie besmette komkommers – of andere groenten, wie weet het? – niet uit (Zuid-)Spanje afkomstig blijken te zijn maar de Spaanse groentetelers inmiddels wel 200 miljoen euro per week aan verliezen lijden omdat niemand meer hun komkommer, paprika’s of tomaten koopt, een korte post over één van die gekke verschillen die er wat eten betreft tussen verschillende landen cq gewoontes kunnen bestaan.

Jarenlang kon ik hier bij de groentewinkels alleen maar komkommers krijgen die totaal anders waren dan ik vroeger in Nederland gewend was. Veel korter (de Spaanse komkommer is nooit langer dan 15 cm – ja, ik heb het echt over komkommers, al zijn de grapjes de laatste dagen niet van de lucht, waaronder de fake-advertentie van durex: ) en met een veel hardere schil. De Spaanse komkommer heeft meer weg van een augurk, is de nog rauwe versie van een zure bom, lijkt het. Sterker nog: het ís het ding dat wij als augurk kennen, van dezelfde familie als de komkommer, maar toch totaal anders.

Pas na jaren in Spanje ontdekte ik in een enkele supermarkt de netjes in plastic verplakte ‘pepino holandés‘, ofwel de Nederlandse komkommer, die volgens mij overal in Europa de gangbare versie is maar misschien voor het eerst in het Westland werd verbouwd; geen idee. De Spaanse massale kassenteelt rond Almería sprong natuurlijk slim in op die groeiende vraag naar grotere, zachtere komkommers waar je zonder problemen de schil van kan eten (beter zelfs, want dan speelt het zure middelste deel met pitjes nooit op in de maag) en bracht ze op de markt als Nederlandse komkommer. Het zijn dezelfde komkommers die in Hamburg ten onrechte als verdachten werden aangemerkt. En in Duitsland heten die lange komkommers toch weer Gurke...

 

 

 

 

Een rondreis door Spanje via de feesten

Collega Steven Adolf schreef ooit een heel boek, Spanje achter de schermen, geïnspireerd op de verschillende feesten die in Spanje worden gehouden. Het AD vroeg me onlangs een verhaal van vier pagina’s voor de Reiswereld te schrijven met eenzelfde leidraad: een tocht door Spanje aan de hand van die feesten (plus een overzicht, onderaan, van de belangrijkste moderne muziekfestivals). Een tocht in vogelvlucht, natuurlijk, want er is zóveel te beschrijven dat je er, inderdaad, een heel boek voor nodig zou hebben. Bij deze:

Spanje is één grote fiesta. Bijna elke dag van het jaar kun je wel ergens in het land feestvieren, en op sommige plaatsen gaat zo’n feest een week lang door. Maar buiten die traditionele stads- en dorpsfeesten zijn er ook nog talloze culturele en muzikale festivals. Een tocht door een feestelijk Spanje.

Door Edwin Winkels

Een grote meerderheid van de Spanjaarden woont in flats en huisjes die niet groter dan 70 vierkante meter zijn, een ruimte die meestal met het hele gezin moet worden gedeeld, inclusief soms al volwassen kinderen die tot hun dertigste dat huis niet verlaten. Het is één van de redenen, samen met het doorgaans aangename weer, dat Spanje vooral op straat leeft. Of misschien zijn oorzaak en gevolg wel omgekeerd, werden al die woningen zo klein gebouwd omdat de bewoners toch meestal op straat waren.

Op straat ook, in de buitenlucht, viert de Spanjaarden het liefst zijn feesten, nodigt hij vrienden en familie uit aan een lange tafel voor de deur, beeld dat in de grote steden natuurlijk is verdwenen. Maar de traditie blijft altijd aanwezig, ook omdat veel stedelingen ooit uit een dorp kwamen, of uit een leuke stadswijk die eigenlijk altijd een dorp is gebleven. Niet dat elke Spanjaard elke dag ergens feestviert, maar je kan zonder problemen een lange tocht langs feestend Spanje uitstippelen, vooral in de zomer, wanneer de meeste stads- en dorpsfeesten plaatsvinden. En zo ontdekken dat geen dorp, geen stad, geen streek van Spanje hetzelfde is.

We rijden Spanje aan de oostkant binnen, waar Girona vanaf de snelweg nooit enige aantrekkingskracht uitoefende, maar een heerlijke stad blijkt te zijn. Zo heerlijk, dat het al jarenlang samen met het Baskische Vitoria de stad met het beste levensklimaat in Spanje is. Mooie plaats om, tussen de oude huizen van de Joodse wijk El Call, op 23 april Sant Jordi eens mee te maken. Catalonië heeft zijn nationale feestdag op 11 september, maar Sant Jordi is een veel amusantere dag. Jordi is de beschermheilige van de eigenzinnige regio, en in zijn naam geven mannen en vrouwen elkaar die dag een roos en/of een boek kado. Prachtig gezicht om die meestal zonnige dag bijna elke vrouw of meisje van de stad vrolijk met een roos te zien lopen. En alle boekwinkels hebben buiten een stalletje en in sommige daarvan signeren de schrijvers hun laatste roman of essay.

Ook Barcelona heeft zijn massale Sant Jordi natuurlijk, maar Barcelona heeft zoveel, het hele jaar door. De stadsfeesten van Mercè eind september, de ‘dorpsfeesten’ van de wijk Gràcia half augustus, maar omdat Barcelona heel veel cultuur heeft is het raadzaam eens een voorstelling van het theaterfestival Grec in de open lucht mee te maken. Verborgen op de Montjuïc-heuvel ligt het prachtige amfitheater uit 1929 waar in juni en juli concerten, ballet- en theatervoorstellingen onder de sterrenhemel plaatsvinden.

De reis kan verdergaan via de kust, met op 40 kilometer onder Barcelona het idyllische en van massatoerisme verschoond gebleven Sitges als cultureel epicentrum. Beroemd om zijn carnaval, met twee optochten op zondag en dinsdag die tot vier uur ‘s nachts duren, herbergt  Sitges in oktober één van de meeste opvallende filmfestivals. Geboren als evenement voor horrorfilms heet het nu het ‘Fantastische Film’-festival, en daar past alles in, met elk jaar een hommage aan historische films als King Kong en Jaws en veel aandacht voor Aziatische produkties.

Het binnenland in, waar de provincie Teruel eens, wanhopig, een campagne begon die ‘Teruel bestaat!’ heette, want bijna geen Spanjaard lijkt er ooit de komen. Er is een heus museum van dinosaurussen – resten gevonden in de omgeving – maar vooral de moeite waard is een bezoek aan het nietige dorpje Calanda rond Pasen. Spanje is een lawaaiig land, het rumoer is overal, van de kroeg tot in de kerk, maar soms lijken ze er een record te willen breken. Dat gebeurt bij de Rompido de la hora (letterlijk: het breken van het uur), wanneer om 12 uur op Goede Vrijdag honderden immense trommels beginnen te roffelen. Alles trilt, van de huizen tot de ingewanden, twee uur lang, op het dorpsplein. Een traditie die sinds 1640 bestaat.

Want Spanje staat vol met soms eeuwenoude tradities waarvan vaak niets eens de herkomst is te herleiden. Uiterst dubieuze tradities ook, vooral waar dieren mishandeld worden, dorpen waar de jeugd urenlang een eenzame stier met speren en lansen bestookt of waar een geit vanaf de kerktoren naar beneden wordt gegooid. Veel onschuldiger en vermakelijker is daarom de Tomatina van Buñol; eind augustus verstrekt de gemeente meer dan 100.000 kilo aan zeer rijpe tomaten waarmee tienduizenden mensen elkaar bekogelen. Het hele dorp kleurt rood, in een recente traditie die in 1945 werd geboren toen groepen jongeren ruzie kregen tijdens het dorpsfeest en met fruit uit een stalletje begonnen te gooien.

Buñol ligt aan de weg van Madrid naar Valencia, de hoofdstad van het vuur is. Elk jaar half maart staat Valencia in brand, als de tientallen prachtige, meer dan 10 meter hoge fallas  – poppen of soms hele scènes, vaak karikaturen van politici en andere beroemdheden – in de fik worden gestoken. Elke wijk, elk plein in de stad heeft wel zijn falla-groepering die het hele jaar met de voorbereiding bezig is, omdat werk binnen enkele uren in vlammen te zien opgaan. Een gewoonte die, volgens de meest plausible overlevering, ontstond toen timmerlieden hun jaarlijkse overschot aan hout verbrandden. Het vuur is ook overgeslagen naar de Balearen, waar de feesten van Sant Joan, de kortste nacht van 23 op 24 juni, in brand wordt gezet. Spanje kent geen vuurwerk met oudjaarsnacht, maar alle knallers worden op 23 juni urenlang afgestoken. Op Menorca is in Ciutadella het grootste feest ter ere van Sant Joan, met als hoogtepunt de tussen het publiek opspringende paarden, maar er gaan elk jaar meer mensen naar het ziekenhuis wegens alcoholgebruik dan om verwondingen door paardenhoeven.

Op de lange weg verder zuidwaarts, langs de Costa Blanca, zijn in de zomer vooral in de dorpen van de provincie Alicante regelmatig kanonschoten te horen. Vila-joiosa, net onder Benidorm, is één van de talloze dorpen die elk jaar weer het feest van de Moros y Cristianos organiseert, een enorm, dagenlang schouwspel op straat waarin de bezetting van Spanje door de Arabieren en de veldslagen vanaf de vijftiende eeuw tijdens de herovering door de christenen worden opgevoerd, compleet met aanvallen vanuit zee, maar ook met meer vreedzame optochten.

De zee. Spanje heeft officieel 3.900 kilometer kust, maar een precieze berekening brengt dat aantal tot liefst 7.900. Spanje leeft van die zee, en ook dat moet worden geëerd. Zoals in Carboneras, het voorportaal van één van de mooiste, minst verpeste streken van het land, het natuurpark Cabo de Gata aan de zuidoostpunt. Daar halen de vissers in augustus de Virgen del Carmen (de Heilige Maagd van de berg Karmel) uit haar kerkje om haar, mooi versierd op een vissersboot, naar de haven te brengen. Carmen is de beschermheilige van de vissers en onder haar toeziend oog wordt bij aankomst een enorme sardinada popular gehouden, waarbij bevolking en bezoekers duizenden sardientjes van de grill verorberen.

De meeste feesten in Spanje hebben een religieuze achtergrond, en natuurlijk valt ook Kerst daaronder. Even verderop aan de N-340, met 1.100 kilometer de langste weg door Spanje, is Almayate, een dorpje bij Vélez-Málaga één van de vele plaatsen die rond Kerst een ‘levende kerststal’ organiseert, een goede gewoonte in heel Spanje, waaraan ouders en kinderen graag deelnemen. Om het wel héél echt te laten lijken, worden er tijdens de voorstelling twee varkens gesclacht, die daarna worden geroosterd en opgediend.

Maar nog veel intenser dan de Kerst wordt, in christelijk opzicht, de Romería de Rocío beleefd, een dagenlange pelgrimstocht met paard en wagen naar deze Heilige Maagd in een klein kerkje in het dorpje Almonte, in de provincie Huelva. De hysterie lijkt er compleet als de beeltenis in Pinksternacht door tientallen jongemannen moet worden ‘geroofd’; iedereen wil er als eerste bij zijn, de maagd aanraken, onder de kreet “guapa, guapa!”, om haar te zeggen hoe mooi ze wel niet is. Met een religieuze achtergrond (het begin van het vasten tot Pasen) is ooit ook het Carnaval geboren, maar dat is nu ongeveer het meest pagane feest dat er is en in Spanje vooral op in Santa Cruz de Tenerife groots wordt gevierd en met de optochten in zacht winterweer een beetje in de buurt van Brazilië komt.

Paarden zijn vooral in Zuid-Spanje nog altijd zeer aanwezig in het leven. Eén van de mooiste spektakels met paarden valt in augustus in Sanlúcar de Barrameda te beleven. Data en tijdstippen hangen af van de zeestroming, want slechts bij zeer laag water kunnen de paardenrennen op het strand worden gehouden, met meer dan 200 volbloedpaarden die, in het tegenlicht van de boven de Atlantische Oceaan zakkende zon, om de prijzen strijden.

In Sevilla laten ze hun beroemde paarden op stal als ze rond Pasen dagenlang hun mooiste maagden uit de kerken halen en op loodzware praalwagens, door tientallen sterke en devote mannen gedragen, aan de stad tonen. De Semana Santa met haar indrukwekkende optochten, inclusief de nazarenos die boetedoen met puntmaskers waaraan later door de Ku Klux Klan een onheilspellende draai aan werd gegeven, is het jaarlijkse hoogtepunt in de in de zomer bloedhete stad. Daarom wordt de al even vrolijke en onmisbare Feria de Sevilla ook altijd kort na Pasen gehouden, vóórdat de hitte dat eeuwige feesten nóg zwaarder maakt.

Heet kan het in de zomer ook in Mérida zijn, maar dat mag geen beletsel zijn het klassieke theaterfestival van de monumentale stad te bezoeken, vooral omdat de voorstellingen pas om elf uur beginnen, in de zwoele avondlucht.Nergens zijn buiten Rome zulke ongelooflijke en bijna volmaakte resten uit de tijd van Romeinse heerschappij te vinden, met als hoogtepunt de twee theaters, en nergens komen opvoering en podium zo dicht bij elkaar als in Mérida. In 1933 ‘heropende’ actrice Margarita Xirgú het 21 eeuwen oude theater met Medea en het festival richt zich op oude, Grieks-Latijnse teksten. Dit jaar zal de tragedie Antigone van Sophokles het festival avondenlang dragen.

Het mooie van Spanje is dat, zoals in Mérida, de omgeving al een theater op zich is, cultureel erfgoed dat de bezoeker terug in de tijd neemt. Dus kun je feest of festival er combineren met het ontdekken van de plaats waar het zich afspeelt. Neem het eveneens klassieke theater in Almagro of het marionettenfestival in het nabijgelegen Alcázar de San Juan; twee plaatsen middenin het Castilla-La Mancha waar Don Quichotte tegen de molens vocht, molens die op de heuvels nog in al hun eenvoud te zijn bewonderen en de bezoeker terugbrengen naar de tijden van schrijver Cervantes; en zóveel lijkt er in deze weidse, ruige omgeving niet veranderd sindsdien.

Van het platteland naar de grote stad is in Spanje een kleine stap. Midden op die enorme hoogvlakte, de meseta, ligt Madrid. Metropool met activiteiten het hele jaar door, maar nooit zo in een feeststemming als tijdens de Feria de San Isidro in mei en juni, het grootste en langst durende stierenvecht-evenement op de wereld. Niet voor iedereen een plezier, maar de meeste Madrilenen lopen nog altijd weg met wat de liefhebbers als pure kunst beschouwen. In restaurants in de omgeving van arena Las Ventas is dagelijks de gestoofde staart van stieren te eten, een lekkernij.

Beroemder in het buitenland zijn de stieren van Pamplona, sinds Ernest Hemingway er lyrisch over schreef. Enkele Amerikanen en andere bezoekers van ver weg zijn sindsdien overleden in de altijd glibberige straten van het stadje, door stieren vertrapt of op de horens genomen in de altijd hectische, enkele minuten durende race richting arena in de vroege ochtend, als de alcohol van de nacht ervoor meestal nog niet uit de breekbare lichamen is verdwenen. De datum van de start van de San Fermines is eenvoudig, de zevende van de zevende.

Spanje is veel meer land dan stad, veel meer natuur dan steen, en misschien daarom die obsessie voor beesten, overal aanwezig. Galicië, bijna totaal agrarische- en vissersregio in het noordwesten met honderden nietige dorpjes, heeft zijn Rapa das Bestas, talloze dagen in de zomer dat de wilde paarden uit de bergen gemarkeerd moeten worden. De beste boeren strijden om wie de meeste van die paarden tijdelijk onder controle krijgt voordat ze weer worden vrijgelaten. Het beroemdste festijn vindt in A Estrada, bij bedevaartsoord Santiago de Compostela plaats.

Natuur is ook het water, moeilijker te bedwingen dan de wilde paarden, zo blijkt elk jaar weer tijdens de afdaling van de Sella, een rivier die in Asturië met enorme kracht afdaalt uit de mooiste, meest wilde bergketen van het land, de betoverende Picos de Europa. Tientallen mannen en vrouwen in kano proberen de eerste zaterdag van augustus in een spectaculaire dans van kano’s en kayakken over schuimend water als eerste de doodvermoeiende tocht van bijna 20 kilometer tussen Arriondas en Ribadesella aan de noordkust af te leggen.

Tijd om, na deze feestelijke tocht van zo’n 3.800 kilometer door het onmetelijke land, af te sluiten met een stadsfeest, de Semana Grande van San Sebastián. Het dagelijkse plezier van het eten van de pinxos aan de bar met een zurito (biertje) of txakoli (glaasje witte wijn) wordt vermenigvuldigd door het vuurwerk en de optochten van reuzen, en vooral veel muziek, een feest dat veel lijkt op een willekeurig feest dat overal in Spanje wordt gevierd.

 

Spanje houdt van muziek, in geen dorps- of stadsfeest mag een populaire band ontbreken. Het land heeft ook zijn eigen festivals. Niet zo groot en massaal als Pinkpop en Lowlands, maar meer gespecialiseerd in bepaalde type’s muziek. Aan de Costa Brava vinden intieme, mooie zangfestivals als die van Peralada en Cap Roig plaats, maar voor de ‘moderne’ muziekliefhebber is er ook veel te kiezen. Een korte selectie van enkele van de beroemdste festivals van het land.

26-28 mei (net dit weekeinde geweest, dus): Primavera Sound, Barcelona met o.a. PJ Harvey, Pulp, John Cale

Hét feest voor de onafhankelijk indy-muziek. De organisatie heeft dit jaar echter een probleem: de slotavond valt samen met de Champions League-finale tussen FC Barcelona en Manchester United en veel bands willen tijdens die wedstrijd niet spelen.

16-18 juni: Sónar, Barcelona en La Coruña, met o.a. Underworld, The Human League, Die Antwoord

De absolute pionier in de modernste varianten van de techno- en andere electronische muziek, met veel evenementen rond de concerten, waar trouwens vertrouwde housebands als Underworld niet ontbreken.
14-17 juli, FIB, Benicàssim, met o.a. Portishead, Arctic Monkey’s, Primal Scream

Het festival dat het dichtst in de buurt van Pinkpop of Lowlands komt, met tienduizenden bezoekers die dagenlang op campings rond dit plaatsje aan de kust halverwege tussen Barcelona en Valencia verblijven.
12-23 juli, Low Cost, Benidorm, met o.a. Love of Lesbian, Klaxons, dei Suoni

Benidorm zei z’n oude, meer traditionele festival met een hoog Julio Iglesias-gehalte vaarwel om twaalf dagen lang in hartje zomer jeugdiger en modernere bezoekers naar het massatoerisme-oord aan de Costa Blanca te trekken.
23 juli, Monegros Desert Festival, Fraga, met David Guetta, Busta Rhyms, Tote King.

Een belevenis op zich, een bezoek aan de grootste woestijn van Spanje, tussen Lleida en Zaragoza, waar bij het vallen van de avond hét techno- en DJ-evenement van het land begint, dat tot ver in de volgende ochtend doorgaat, aan één stuk door.

De Spaanse lente is uit Egypte overgewaaid

Het is nog niet zo massaal als in de Arabische wereld, maar met de dag lopen centrale pleinen in Spaanse steden voller met vooral jonge demonstranten die er dagelijks én ‘s nachts protesteren tegen het huidige politieke systeem, de torenhoge werkloosheid, de miljarden aan bezuinigingen. Zondag zijn er verkiezingen.

Alsof de vonk de Middellandse Zee is overgeslagen, vanuit Tunesië, Egypte en Libië naar een democratisch, Europees land. Het doel is niet hetzelfde, Spanje is geen dictatuur meer sinds generaal Franco in 1975 overleed en de machthebbers kunnen sindsdien via een stembiljet worden benoemd en weggestuurd. Maar de protesten van vooral jongeren in de Arabische wereld vormen wel een inspiratie voor de steeds wanhopiger Spaanse jeugd, waarvan ruim 40% werkloos is.

Ook het succesvolle, 60 pagina’s korte pamflet van de 93-jarige Fransman Stéphane Hessel, Indignez-vous! (‘Wees verontwaardigd!’, in Nederland in de boekwinkel als Neem het niet!) ligt ten grondslag aan de protesten die zondag bijna spontaan ontstonden en nu onder de naam 15-M een heuse beweging vormen. Hessel roept vooral de jeugd in westerse landen op te ageren tegen het huidige systeem, tegen de banken, tegen de politici die nauwelijks met oplossingen komen.

De Spaanse politieke partijen weten niet goed wat ze met de spontane, via internet gegroeide protestbeweging aanmoeten. Zondag zijn er regionale en lokale verkiezingen, waarbij de socialistische partij van premier Zapatero (PSOE) grote klappen zal krijgen en in bijna alle regio’s en grote steden de macht naar de conservatieve Volkspartij (PP) zal gaan. De demonstranten roepen juist op op geen van de traditionele grote partijen te stemmen, al vinden zij juist weinig gehoor bij de traditionele aanhang van de PP.

Regionale kiesraden hebben de demonstraties verboden, omdat zij de stemmen van komende zondag kunnen beïnvloeden, maar dat verbod heeft juist meer mensen naar de grote pleinen gelokt, zoals het centrale Puerta del Sol in Madrid en de Plaça de Catalunya in Barcelona, Daar zijn inmiddels hele tentenkampen opgezet waar honderden jongeren de nacht doorbrengen. De politie is vooralsnog niet tot ontruimen overgegaan.

“Het is niet tegen het systeem, mensen moeten ook gewoon hun stemrecht uitoefenen, maar wij zijn vooral gewone mensen die de hele politieke en economische situatie in het land zat zijn,” herhalen deze dagen Jon Aguirre en Fabio Gándara, die zondag onder de noemer Democracia Real Ya (Werkelijke democratie, nu!) via internet (met inmiddels 170.000 ‘vrienden’ op Facebook) en zonder de steun van vakbonden en politieke partijen 20.000 mensen in Madrid op de been kregen.

“We móeten wel de straat op, want de politici doen maar wat ze willen, terwijl het volk het steeds moeilijker krijgt. De situatie is voor velen wanhopig”, zegt Davinia, een demonstrante inBarcelona. Spanje heeft inmiddels bijna vijf miljoen werklozen (ruim 21% van de beroepsbevolking), en de jongeren worden het zwaarst geteisterd. Maar ook de 1,4 miljoen gezinnen waarbij geen van de ouders werk heeft. Bij veel daarvan wordt WW-uitkering noch de bijslag van 420 euro per maand nog uitbetaald omdat ze al zo lang zonder werk zitten.

Het antwoord van de regering van Zapatero, die lang ontkende in een diepe economische crisis te verkeren, is een groot pakket aan bezuinigingen geweest om zowel de internationale financiële markt als de Europese bondgenoten gerust te stellen. Maar in Spanje is de verontwaardiging groot omdat de banken extra staatssteun krijgen en beschermd of zelfs beloond worden voor hun twijfelachtige beleid in de laatste jaren. Tijdens de boom van de bouwsector kon bijna iedereen zonder problemen hypotheken tot 120% op veel te dure woningen krijgen, nu worden 200.000 eigenaren met uitzetting bedreigd omdat zij die hyptoheek niet meer kunnen betalen.

Al die wanhoop en verontwaardiging begon deze week op de pleinen in de steden in heel Spanje samen te komen, volgens sommigen nog een vrij late reactie in een land dat het al zo lang meilijk heeft. En sinds gisteren zijn het niet alleen maar jongeren, ook mensen van middelbare leeftijd en gepensioneerden hebben zich bij de demonstranten gevoegd. “Ik ben gekomen omdat de jongeren volledig gelijk hebben. Ik heb er vertrouwen in dat de jeugd eindelijk ontwaakt en de dingen kan veranderen,” zegt de 67-jarige Jacinto, die de schuld geeft aan het ‘kapitalistische systeem’ waarin ‘banken en multinationals hoge winsten opstrijken maar wel werknemers blijven ontslaan’.

Spanje in 13 dagen

Plaça Reial, of Real zoals de meeste mensen het kennen. De groep op de foto is een beetje moe. Ze hebben Spanje in dertien dagen gedaan. Althans, half Spanje, maar dat is een hele tour natuurlijk, letterlijk en figuurlijk. Het is niet mijn manier van reizen, maar ze zijn populair, de trips naar ‘originele’ plaatsen in het land waar je via gewonde reisgidsen van grote touroperators niet zomaar komt. Ik lunchte met reisleider en oud-journalist Danny, in het midden van de foto, de jongste van het stel, zeg maar, die al jarenlang gids is van SRC Cultuurvakanties, meestal in Spanje, maar ook in Marokko, Cuba en Zuid-Amerika. Dit was toevallig één van de meest heftige reizen, maar er zijn ook kortere te vinden. Deze zomer begint Danny een nieuwe trip, alleen door het Baskenland; dat is nog te overzien, is een redelijk klein gebied.

De reis die deze groep net achter de kiezen had – Barcelona was de eindbestemming, vóór de vlucht terug naar Nederland – heet ‘Schatten van Spanje’ en ziet er op de website van SRC zo uit:

dag 1: Vlucht Amsterdam – Madrid
dag 2: Kennismaking met koninklijk Madrid
dag 3: Bezoek aan Extremadura
dag 4: Natuurpark van Monfraguë en de adellijke stad Cáceres
dag 5: Klooster van Yuste en via Zilverroute naar Salamanca
dag 6: Universiteitsstad Salamanca
dag 7: Kennismaking met León
dag 8: Het prinsendom Asturië
dag 9: Guggenheimmuseum in Bilbao
dag 10: Bezoek aan de Baskische steden Donostia en Iruña
dag 11: De basiliek van Zaragoza
dag 12: Bruisend Barcelona
dag 13: Terugvlucht naar Nederland

Lezers die Spanje kennen weten wat voor een afstanden dit zijn, dus ik vrees dat er nogal wat uurtjes in de bus aan vastzitten. Maar ik applaudiseer elke vorm van reis door Spanje die afwijkt van de gebaande paden, mensen meeneemt naar plaatsen waar zelfs ik nog nooit ben geweest. En, om een beetje reclame te maken: Danny Valen, die ook zijn eigen weblog Spaans Bloed bijhoudt, is volgens mij ook nog een goede reisleider.

Een aardbeving op 700 km van huis

Lorca is zo’n stadje waar je altijd hard voorbij rijdt, halverwege tussen Valencia en Granada; geen tijd om te stoppen, geen zin ook om te ontdekken of er wel wat te ontdekken valt, ook al omdat het er in de zomer bloedheet moet zijn. Ben er nu drie volle dagen geweest, en zoals alle stadjes in Spanje heeft ook Lorca zijn charme, zijn barretjes, zijn monumenten, zijn oude straatjes, zijn mooie kerken en vooral zijn kasteel boven op de berg. Dat bestaat allemaal nog wel, maar is behoorlijk beschadigd. Geen van de 16 kerken is nog te betreden – morgen zijn er nergens missen – en het kasteel is gesloten, allemaal geteisterd door een aardbeving van 5,1 op de schaal van Richter. Dat leek niet zoveel, toen ik het in Barcelona las en direkt door mijna bazen bij El Periódico naar Lorca werd gestuurd, maar ter plekke bleek de impact toch behoorlijk groot, en niet alleen vanwege de negen dodelijke slachtoffers.

Bijna 80% van de gebouwen liepen min of meer schade op, en enkele duizenden mensen zullen voorlopig niet naar huis kunnen. Lorca ligt op de ‘spleet’ in de aarde die enkele jaren terug ook het Italiaanse l’Aquila teisterde; een actieve aardbevingstreek dus, maar dat bleef meestal beperkt tot enkele lichte trillingen. Tot woensdag dus. Dat maakte nog het meeste indruk, hoe de mensen vertelden wat ze hadden meegemaakt. Een hevig trillende aarde is uiterst beangstigend, je kunt soms zelfs niet blijven staan. Veel stoere mannen moesten huilen of kregen kippenvel als ze het verhaal nog eens vertelden.

Zorgen maak ik me niet, ondanks de kop boven deze post, maar tot woensdag had ik nooit gedacht dat ik ooit een dodelijke en verwoestende aardbeving ergens dichtbij in Spanje zou moeten verslaan.

Consulaat-generaal in Barcelona moet (niet) dicht

Wij, die in en rond Barcelona wonen, vinden deze stad natuurlijk belangrijker en leuker dan Madrid. Wij vinden dat Barcelona net zo goed een hoofdstad is (van Catalonië) als Madrid (van Spanje). Wij vinden het ook wel logisch dat de Nederlandse ambassade in Madrid is gevestigd, maar hebben het ook altijd meer dan normaal gevonden dat Barcelona ook een belangrijke dipomatieke post van het Koninkrijk der Nederlanden heeft, een consulaat-generaal. Zoals alle grote ‘tweede’ steden als New York, Los Angeles, Istanboel, Milaan en Shanghai dat moeten hebben, zeker als ze zo ver van de hoofdstad liggen.

Zelf kom ik er niet zoveel, op het consulaat; eens in de vijf jaar om mijn paspoort te verlengen. Maar ik ken de mensen die er vaak al meer dan 10 of 20 jaar werken, en weet wat voor een bindende en ondersteunende factor zo’n consulaat soms is, vooral voor de Nederlandse ondernemers hier. Het Wilhelmus op Koninginnedag mogen ze mij besparen, maar de honderden Nederlanders die elk jaar weer in en rond Barcelona worden beroofd zou ik toch niet hun consulaire steun willen ontzeggen. Maar die gaat dus verdwijnen.

Bij het consulaat, in een zijstraat van de Diagonal, roken ze al langer onraad. Maandag kwam het bericht dat Buitenlandse Zaken negen  ambassade’s  (Ecuador, Uruguay, Bolivia, Nicaragua, Guatemala, Kameroen, Burkina Faso, Eritrea en Zambia) wil sluiten en één consulaat, dat in Barcelona. Er gaan 200 banen in het buitenland verloren. Je kunt je ook wel afvragen waarom een klein land in Nederland nog werkelijk óveral een ambassade moet hebben; sommige diplomatieke diensten en aangelegenheden zijn van een ouderwetse, feodale periode en doen me denken aan prachtige films over Indochina of Afrika waar diplomaten in woelige tijden onder een whisky bleven  samenzweren. Maar wij, hier in Barcelona, betreuren natuurlijk de sluiting van dit consulaat, en worden graag vrienden van de facebook-pagina waarop je tegen die sluiting kunt ageren. Over twee weken is er een afgeslankte Koninginnedag-receptie van wat de oudste Nederlandse diplomatieke post op de hele wereld schijnt te zijn; ik vrees dat het een soort begrafenis wordt.