Categorie archief: intussen, in Spanje

Vergissing van de Duitsers; of niet?

Zaterdag wordt er aan de kust van Galicië, bij het dorpje Cedeira, een monument onthuld voor de slachtoffers van een mysterieuze vlucht. Kort samengevat: een KLM-bemanning en o.a. acteur Leslie Howard. Zij vonden de dood in de Golf van Biskaje, neergeschoten door de Duitse Luftwaffe, die dacht dat Winston Churchill aan boord was. Ik schreef er voor het AD van afgelopen zaterdag een uitgebreide (en zeer boeiende!) reportage over. Bij deze.

illustration of the MEMORIAL, free distribution, author Gon Vázquez

Op 17 juli wordt in het Spaanse Galicië een monument onthuld voor de 17 doden van vlucht 777. Een burgertoestel van de KLM dat in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers uit de lucht werd geschoten. Waarom? De nabestaanden van de vier Nederlandse bemanningsleden en de beroemdste passagier, Hollywood-ster Leslie Howard, houden er verschillende theorieën op na. 

 Tekst: Edwin Winkels

 leslie howardDit is het ongelooflijke, maar daardoor niet minder ware verhaal over de dood van Leslie Howard, een Britse Hollywood-ster, beroemd als Ashley Wilkes uit Gone with the wind (1939), die als spion voor de Engelsen zou hebben gewerkt. En over zijn manager, de 101 kilo zware Alfred T. Chenhalls, die sigaren rookte en soms de dubbelganger van Winston Churchill was.

Maar het is ook het verhaal van vier Nederlandse twintigers en dertigers, jonge vaders: KLM-gezagvoerder Quirinus Tepas uit Den Helder, eerste officier Dirk de Koning van Vlieland, radiotelegrafist Cornelis van Brugge uit Rotterdam en boordwerktuigkundige Engbertus Rosevink uit Groningen.

Het is ook een beetje het verhaal van Herbert Hintze, de Luftwaffe-kapitein van het 14e Duitse Junkers-squadron dat op 1 juni 1943 boven de Golf van Biskaje een einde maakte aan het leven van deze zes mannen en 11 anderen, waaronder drie vrouwen en twee kinderen.

THE IBIS PH-ALI 4En het is, tenslotte, het verhaal van de kinderen, kleinkinderen en anderen die hen nog niet vergeten zijn en gedurende 66 jaar hebben proberen uit te vinden waarom een onschuldig burgervliegtuig, een DC-3 van de KLM, de historische Ibis die tijdelijk in de kleuren van de British Overseas Airways Corporation was geverfd, vlucht BOAC-777 van Lissabon naar Londen, halverwege de Tweede Wereldoorlog op klaarlichte dag uit de lucht werd geschoten.

Alle antwoorden zullen waarschijnlijk nooit worden gevonden, maar op 17 juli zullen familieleden en bewonderaars proberen het slot te schrijven van de trieste, intrigerende en roemruchte geschiedenis. Dan zal, op de ruige kust bij Cedeira op het noordwestelijke puntje van Spanje, een monument worden onthuld voor bemanning en passagiers van het vliegtuig dat kort nadat het dit stukje land overvloog brandend verdween in de golven van de Atlantische Oceaan.

monument de koningJosé Rey-Ximena heeft het eerbetoon georganiseerd. Hij leefde als klein kind in  Cedeira, hoorde de klokken luiden toen op 1 juni 1943 bekend werd dat er, volgens zijn opa, ‘een tragedie’ had plaatsgevonden. Het klokgelui liet hem nooit meer los en jaren later ging hij op onderzoek uit. Vorig jaar verscheen zijn boek De vlucht van de Ibis over ‘oorlogsheld Leslie Howard, in dienst van Hare Majesteit van het Verenigd Koninkrijk’. Ook dát verhaal van 185 pagina’s is niet de absolute waarheid; het is één van de waarheden.

Die van Rey-Ximena zegt dat Howard in mei 1943 een toernee door Spanje en Portugal maakte, twee neutrale landen, al kon de Spaanse dictator Franco het goed vinden met Adolf Hitler, maar hij wilde evenmin de banden met de VS en Engeland verbreken. Howard was een droomacteur, partner van Bette Davis in Of human bondage en hoofdpersoon in The scarlet Pimpernel, beide uit 1934, vóór zijn rol in Gejaagd door de wind.. Officieel hield hij in Madrid lezingen over Hollywood en zijn nieuwste film, The lamp still burns.

Rey-Ximena ontdekte, op het sterfbed van een Spaanse actrice met wie Howard een verhouding had gehad, dat hij in werkelijkheid namens de Britten in het geheim bij Franco op bezoek was geweest om een akkoord te sluiten. Dat kwamen de Duitsers te weten via een adellijke dame, ook al een lief van de acteur, die voor hen spioneerde. Spion Howard moest dood. Leslie Howard als doelwit, en niet Winston Churchill. Het is de theorie die ook Ronald Howard, zoon van Leslie, altijd heeft aangehangen en heeft opgeschreven in zijn boek In search of my father. Maar het is niet de enige waarheid.

 quirinus tepas2Eigenlijk begint het verhaal veel eerder, in de dagen dat in 1940 de Duitsers Nederland binnenvallen. ,,Mijn grootvader was de dag voor het uitbreken van de oorlog naar Engeland gevlogen en kon niet meer terug. Andere KLM-collega’s zaten op buitenlandse vliegvelden en vlogen ook naar Engeland. En er waren piloten die snel hun toestel in Nederland pakten en in Engeland in veiligheid brachten,” vertelt Quirien Tepas, kleinzoon van de gelijknamige gezagvoerder. In totaal haalden zes KLM-toestellen de luchthaven Whitchurch bij Bristol.

Onder leiding van de historische Koene Dirk Parmentier, beroemd om zijn recordvlucht met de Uiver naar Australië in 1934, hielden zij de hele oorlog de enige ‘geallieerde’ commerciële route in Europa in stand, met zo’n 1.600 vluchten tussen Bristol en Lissabon. Tepas: ,,Nederland had de beste crew van Europa, met de meeste ervaring. Veel van de piloten, mijn grootvader ook, hadden op Nederlands Indië gevlogen. En ze hadden het beste materiaal; de Ibis was de eerste DC-3, vlak voor de oorlog opgeleverd.”

De Ibis heette officieel de G-AGBB en werd in november 1942 en april ’43 twee keer verrassend door de Luftwaffe aangevallen. De piloten, Theo Verhoeven respectievelijk Parmentier zelf, konden het toestel en passagiers redden door snel de lage bewolking in te duiken. De Duitsers schonden daarmee hun belofte dat zij geen burgervliegtuigen zouden aanvallen. De route werd niettemin gewoon voortgezet.

Op 1 juni 1943 vertrok de Ibis voor een nieuwe, urenlange vlucht vanuit Portugal naar Engeland. Op het allerlaatste moment meldden acteur Leslie Howard en zijn zaakwaarnemer, Alfred T. Chenhalls, zich voor vlucht 777, twee andere passagiers moesten hun plaats afstaan. Op het vliegveld Portela van Lissabon liepen de reizigers, om zeven uur ‘s morgens, langs het kantoor van Lufthansa. Ook de Duitsers vlogen op Lissabon, met Lufthansa vanuit Zwitserland, waardoor de Portugese hoofdstad en zijn luchthaven een krioelend nest vol spionnen waren.

churchillVolgens de populairste theorie over die fatale dag zag één van de vele Duitse geheime agenten Chenhalls voor Churchill aan; de gezette, kalende en sigaarrrokende man werd af en toe zelfs als de dubbelganger van de Britse premier ingezet. En Howard, op zijn beurt, vertoonde een grote gelijkenis met de gebruikelijke lange, magere lijfwacht van Churchill. Razendsnel werd het 14e Luftwaffe squadron op het vliegveld Mérignac bij Bordeaux ingelicht: Churchill aan boord van een onbeschermd burgervliegtuig!

Dat laatste was niet uitzonderlijk. Churchill was al eens in een burgertoestel naar Bermuda gevlogen, om zo weinig mogelijk op te vallen. En deze dagen, eind mei, was hij in Noord-Afrika geweest voor een ontmoeting met de Amerikaanse generaal Dwight Eisenhower. Hij was op de weg terug en placht, zo wisten de Duitsers, via Gibraltar of Lissabon te vliegen.

Om 7.35 uur steeg Quirinus Tepas op, vergezeld van De Koning, Van Brugge en Rosevink en 13 passagiers, van wie het persoonlijke gewicht én dat van hun bagage op de passagierslijst kwam te staan. Om 10.54 uur, toen hij net het noordspaanse Galicië was gepasseerd en 200 mijl verderop boven zee vloog, had Tepas zijn laatste contact met Whitchurch. “Hier G-AGBB. We worden gevolgd door onbekende vliegtuigen. We worden aangevallen door onbekende vliegtuigen!”

,,Later kregen we een oogetuigeverslag van de Duitsers,” verhaalt Quirien Tepas. ,,Ze hadden de bakboordmotor geraakt. Mijn opa kon het toestel niet meer de wolken in krijgen. Brandend is het neergestort. De Duitsers zagen nog drie man aan parachutes, maar die brandden ook.” Er waren geen overlevenden. Later zou Churchill, in zijn autobiografie, betreuren dat het mogelijke misverstand tot de dood van 17 onschuldige mensen had geleid.

Bijna vijftig jaar later zocht Ben Rosevink, zoon van boordwerktuigkundige Egbert, in Bremen de Duitse kapitein Herbert Hintze op. Die had die dag de leiding van het Junkers-squadron. Rosevink, in Engeland geboren en woonachtig, verbleef een week bij Hintze thuis, wilde diens verhaal over die 1 juni 1943 horen. ,,Zijn belangrijkste argument was dat hij en de piloten nooit hadden geweten dat er een commerciële route over de strategisch belangrijke Golf van Biskaje liep. Zij waren boos op hun superieuren omdat zij door die onwetendheid een burgertoestel aanvielen.”

passagierslijst2Op de ontmoeting volgden nog brieven, die Rosevink doorstuurde naar Robert Howard. Beiden konden echter maar geen geloof hechten aan het verhaal van Hintze. ,,Het is niet waar dat vliegtuigen van ons achter de DC-3 hebben gevlogen voordat het  werd aangevallen,” schreef Hintze. ,,We zagen het toestel voor ons aankomen. Ik zag eerst een grijs silhouet op 2.000, 3.000 meter afstand, tweemotorig, nadat Bellstedt (één van de Duitse piloten) had gemeld: ‘Indianer op 11 uur; AA’; dat betekent vijand iets links voor ons, aanvallen. In die periode vielen we onmiddelijk aan, zonder waarschuwing. Ik denk dat de DC-3 ook te weinig gekenmerkt was als burgervliegtuig.”

,,De Duitsers wisten meer dan zij toegaven,” schreef Ronald Howard als antwoord. ,,Al heel kort na het neerhalen van de Ibis meldden zij dat er VIP’s aan boord waren. Hoe konden ze dat weten?”

Op het vliegveld Whitchurch bij Bristol was een banket georganiseerd ter verwelkoming van Leslie Howard. Toen de eerste tragische berichten binnenkwamen, werden de tafels afgebroken. Daarna werd het stil, heel lang. Decennia lang. Nooit was er een officieel eerbetoon. De KLM stuurde elk jaar met kerst een bloemetje naar de weduwen van de vier bemanningsleden, dat was alles. Engeland erkende nooit dat acteur Leslie Howard als een soort spion had gewerkt. In Cedeira, een gehucht in Spanje, zullen hun namen nu voor eeuwig voortleven.

PLACE OF MEMORIAL

Een idyllische Club Med als spookstad

clubmed2

Bij vakantieoorden als Club Med moet ik altijd denken aan Platform van Michel Houellebecq; ze waren er niet blij mee, die vakantieparadijzen die in de roman werden afgeschilderd als verblijfplaatsen voor neukbeluste buikerige middelbare mannen waar de bedrijfsleiders wel voor de nodige jonge meisjes konden zorgen. Club Med is Frans en bekend om de parken met huisjes die volledig geïntegreerd in de mooie plaatselijke natuur liggen, van Frankrijk zelf tot Bora Bora. Zó geïntegreerd, dat de Club Med van Cadaqués een beschermd natuurgebied met het witte beton overviel.

Althans, een écht beschermd natuurpark werd de prachig wilde Cap de Creus, de landtong aan de noordkant van de Costa Brava tussen Roses, Cadaqués en Port de la Selva, pas later. Toen het bungalowpark werd gebouwd, in 1962, mocht alles in Spanje, vooral de bouwsels zo dicht mogelijk aan zee zetten om zoveel mogelijk toeristen te trekken. Nu is die kustlijn beschermd, zijn er talloze vakantiehuisjes, hotels en restaurants door heel Spanje gesloopt en nu moet ook de Club Med eraan geloven.

clubmed3De Fransen sloten het park in 2004, omdat zowel de Spaanse als de regionale Catalaanse overheid dreigde met de sloop van een deel van de huisjes, zo’n 370 in totaal. Sindsdien hebben die op de 200 hectare grond staan te verrotten en werd de vroeger zo idyllische Club Med een spookstad.

Deze week is eindelijk met de definitieve sloop begonnen. Geen bruut werk, om in het natuurgebied geen blijvende schade aan te richten. Het afval wordt er voorlopig wel opgeslagen, want Cadaqués heeft een curieuze, maar begrijpelijke gemeentewet: in juli en augustus mogen er geen zware vrachtwagens over het grondgebied van het kwetsbaar schone dorpje rijden.

Bloedig mirakel in Pamplona

Pedro komt uit Pamplona, is 44 jaar en rent al ongetwijfeld 25 jaar tijdens de Sanfermines voor de stieren uit. Aan ervaring ontbreekt het hem niet. Maar stieren zijn onvoorspelbaar. Donderdag overleed een jongen wiens halsslagader door een hoorn werd doorkliefd. Pedro ontsnapte maar net: hij herstelt goed in het ziekenhuis, met diepe wonden in de borststreek en het dijbeen. Het had erger gekund, aan de foto’s van de persbureau’s te zien.

ESPAÑA SANFERMINES

pamplona5

pamplona2

pamplona4

pamplona1

De onschuld kwijt

sitges1

Joel stond deze week bij ons in de tuin. Hij was nummer 27 van de 34. Allemaal jongelui uit Sitges van 18, 19 en 20 jaar. Sara, m’n dochter, had ze opgetrommeld. Don, de buurman, maakte foto’s van ze. Volgende week komen TV-makers uit Wales voor de opnames van een aflevering van een enorm populaire jeugdserie, die al 12 jaar draait. Al die jaren met dezelfde hoofdrolspelers. Die zijn nu ook 20 jaar, en volgens het script op vakantie in Sitges. Hun leven wordt gevolgd, maar alles is fictie. De 34 jongens en meiden zouden als figuranten meespelen, drie dagen lang.

Ik weet niet of ze het nog kunnen, De werkelijkheid was hard vandaag, veel te hard voor die leeftijd. Joel, vriend van allen, liep op straat door het dorp, de drukste straat van Sitges. Het was half zeven, topdrukte. Drie jongens ‘van buiten’, want in Sitges kennen ze elkaar allemaal, zeiden iets tegen Joel. Hij riep iets terug, gaf er misschien een duw bij. Toen trok één van de vreemden een mes, tussen tientallen wandelaars in. Het ging direct het hart van Joel in. De daders vluchtten, Joel bloedde in enkele  minuten dood op de drukste hoek van het dorp.

Om elf uur hadden al z’n vrienden en vriendinnen, en dat zijn er veel, afgesproken op dezelfde plaats. Pas een uur eerder was zijn lichaam daar weggehaald. Eén van de daders was gearresteerd. Bij het station, ging het gerucht, en alle vrienden renden erheen, wilden hem villen. Om elf uur was het rustiger. Iedereen nam een kaars mee, sommigen bloemen, een enkeling een foto. ‘We zullen je nooit vergeten’. Jongeren van die leeftijd zó zien huilen, tussen woede en wanhoop, tussen verdriet en onbegrip, doet pijn. Heel veel pijn. Een meisje is haar vriendje kwijt, ze is 19. Hij liep gewoon over straat, in het dorp waar hij was opgegroeid, waar dit nooit gebeurde. Tot het gebeurde.

UPDATE: De drie daders zijn vandaag gearresteerd.

Dronkemansrennen in Pamplona

1 januari, 2 februari, 3 maart, 4 april, 5 mei, 6 juni en… 7 juli. Het is het liedje van San Fermín, het stadsfeest van Pamplona dat op de zevende dag van de zevende maand begint en tegenwoordig al de eerste dag ontaardt in een dronkemans en -vrouws (heel veel vrouwen) festijn. pamplona1Er vallen héél erg veel meer gewonden bij het zuipen, het springen, het uitglijden en het vechten dan bij de traditionele stierenrace waarmee elke feestdag begint. Oók al zo’n traditie die door de verspreiding van zijn faam (we kennen het verhaal allemaal, Ernest Hemingway kwam, zag en schreef er een boek over, Fiesta, later gevolgd door For Whom the Bell Tolls) én de massale toestroom van toeristen niet meer het intieme van vroeger heeft, maar nu, zoals op de beelden van vanochtend te zien is, drukker is geworden dan de Kalverstraat op zaterdagmiddag.

pamplona2

Je zou bijna vergeten dat de Sanfermines, zoals bijna alle feesten in Spanje, een religieuze oorsprong hebben. De Heilige Ferminus stierf ergens in de derde eeuw als martelaar en werd heilig verklaard. De veronderstelling dat San Fermín de stadspatroon van Pamplona is, is onjuist. San Fermín is de beschermheilige van de streek Navarra, waarvan Pamplona de hoofdstad is. Zijn naamdag werd oorspronkelijk op 24 september gevierd, maar de bewoners waren het slechte weer rond die tijd zo zat, dat ze besloten het feest naar hartje zomer te verplaatsen. Daar viel het samen met de traditionele markt en de stierenrennen. Drie in één en één van de grootste en langste feesten ter wereld was geboren. Het eindigt na negen dagen met Pobre de mí, het liedje ‘arme ik’ over hoe jammer is dat het festijn voorbij is.

Elke ochtend zendt staatszender TVE om acht uur de ren live uit. Vanochtend, zo zeggen ze, was het een ‘schone koers’: je ziet slechts een paar jongelingen vallen, maar stieren zijn niet stom en proberen over de hoopjes mens heen te springen. Vier gewonden moesten met kneuzingen of breuken naar het ziekenhuis, waaronder een Brit en een Amerikaan.

Intriges in de nucleaire vallei

garoña1

De Valle de Tobalina is prachtig, zoals zo veel valleien rond rivieren (de Ebro, in dit geval) en tussen de bergen, hier tussen die van Burgos en Álava, ergens op de rand van het Baskenland en de Spaanse meseta. De Valle de Tobalina is ook doodstil, zoals een heel groot deel van het Spaanse platteland. Ben er vandaag, in de zinderende hitte, zes uur lang doorheen gereden, op en neer, en je komt bijna niemand tegen.

De vallei is nieuws, deze dagen, want er ligt de oudste kerncentrale van Spanje, die van Garoña. Gebouwd in 1970 en volgens de regering klaar voor de sloop. In 2013 moet de centrale sluiten, tegen het advies van de Spaanse raad voor kernenergie in. Die vindt dat Garoña nog wel veilig is tot 2019. En kernenergie is goedkoop, in deze tijden van crisis. Maar premier Zapatero wil zijn verkiezingsbelofte nakomen, al doet hij dat maar halfslachtig: hij zou Garoña eigenlijk nu moeten sluiten. Niemand blij dus, arbeiders en burgemeesters aan de ene kant niet, ecologisten aan de andere ook niet.

garoña2garoña3

Van buitenaf, van zo’n 600 kilometer afstand in Barcelona, leek het of de hele vallei tegen de sluiting van de kerncentrale was. Dat blijkt anders. Nog geen 1.000 mensen wonen er, iedereen kent elkaar, iedereen heeft wel een vriend of familielid voor Garoña werken en weinigen durven dan ook hun kritiek te uiten. “Dan komen er represailles,” weten ze. Een eigenaresse van een winkel, op 500 meter van de centrale: “Als je een camera bij je zou hebben, zou ik niet met je praten.” Een Molsekine-schrift met pen is anoniemer, mensen praten makkelijker. En zeggen dan dat ze bang zijn, voor een ongeluk, en dat de centrale helemaal niet zoveel economische voorspoed heeft gebracht.

Ik laat de vallei achter me, het gevecht zal er nog een tijd doorgaan. Intussen raakt de vallei steeds leger, zoals overal in Spanje. Toeristen komen er nauwelijks; die zetten hun tentje liever iets verderop neer, waar géén kerncentrale is. De burgemeester, die zelf voor de centrale werkt en dus tégen sluiting is, denkt ook niet dat het toerisme dé oplossing voor de toekomst is. “De winter is hier heel erg lang en zwaar,” zegt hij. Het is nu boven de 30 graden.

Photoshoppen in Franco’s tijd

franco4

Vanaf vandaag is hij geen ereburgemeester van Madrid meer, noch adoptiefzoon van de Spaanse hoofdstad en ook de gouden- en eremedaille zullen hem, postuum, worden ontnomen. Beter laat dan nooit, maar er zijn zaken in Spanje die nog zo gevoelig liggen dat ze zich héél langzaam moeten voltrekken. Zeker als het Francisco Franco betreft, de kleine dictator (hier vrolijk op de foto met de besnorde collega Hitler) die in staat bleek een heel land in zijn ijzeren greep te houden zonder dat iemand er iets tegen deed. Nóg hebben sommige Spanjaarden spijt dat het land lijdzaam de dood van de generalísimo afwachtte en pas tóen de weg naar de democratie insloeg.

Op voorstel van Izquierda Unida (Verenigd Links), wiste het gemeentebestuur van Madrid vandaag de sporen van Franco in de eregalerij uit. Maar niet iedereen was het er mee eens. Enkele wethouders van de Partido Popular kwamen niet opdagen voor de stemming en hun partij, die overigens wel vóór stemde, klaagde erover dat het nou maar eens moet zijn afgelopen met het schoppen tegen het verleden.

Het besluit van de Madrileense gemeenteraad past een beetje in de tendens van de laatste jaren om de nalatenschap van Franco in het openbare leven te wissen. Zijn laatste standbeelden, in Madrid en Santander, zijn inmiddels verdwenen en eindigden in anonieme opslagplaatsen. franco2Andere sporen zijn iets moeilijker uit te wissen: er bestaan in het centrum van Spanje nog kleine dorpjes met opvallende namen, zoals Villanueva de Franco (Nieuwedorp van Franco) en, nóg mooier, Llanos del Caudillo, de Vlaktes van de Führer (Caudillo betekent Leider, maar Führer past in dit opzicht wat beter). Enkele jaren geleden stemden de 700 bewoners van dit laatste gat, ergens in de provincie Ciudad Real op de weg van Madrid naar het zuiden, tegen een naamswijziging van het oord, dat in 1956 met financiële steun van de dictator werd gesticht.

Overigens bestond het ‘photoshoppen’ ook al eind jaren dertig, een uitvinding die vanzelfsprekend door de dictaturen het best en meest is toegepast. Het persbureau Efe vond in zijn archieven twee dezelfde foto’s van dat bezoek van Hitler aan Franco, op het Frans-Baskische treinstation van Hendaye. Op de originele foto staat Franco met zijn ogen dicht; dat schoonheidsfoutje werd later met een ander hoofd van hem, geplakt op de eerste foto, hersteld.

franco photoshop

Het Las Vegas van Europa

monegros

Kort tripje naar Los Monegros, zonder twijfel één van de meest verlaten plaatsen van Spanje. Een deel van de streek, tussen Lleida en Zaragoza, is een heuse woestijn. Dit, op de foto van vanochtend, is een waterloos landbouwgebied dat nauwelijks nog iets oplevert.  Er is net geoogst, een beetje tarwe. Vandaag, 25 juni, was het er 34 graden. Ik reed er twee uur lang over landweggetjes, kwam niet één levend persoon tegen, niemand, nul. Slechts een blaffende hond. Huizen staan er niet, niemand kan of wil er nog wonen.

gran scalaHet gebied hoort bij de gemeente Ontiñena, die hoopt een ongelooflijk lot uit de loterij te hebben getrokken. Want op bijna 3.000 hectare moet hier de komende 15 jaar het Europese Las Vegas verrijzen, een gigantische gokstad.

De regionale regering van SPAIN-CONSTRUCTION-CASINOAragón keurde vandaag een speciale wet goed die deze kunstmatige oasis in de woestijn mogelijk moet maken. Totale investering: 17 miljard euro. De 15 aandeelhouders hebben al 1.010 hectare gekocht voor 8.000 euro per hectare, het bouwen kan binnenkort beginnen, maar de bevolking gelooft het pas als het park er staat, met zijn 32 hotel-casino’s, 70.000 hotelbedden, 400 restaurants en bars en talloze kunstmatige parken en meertjes. Een fata morgana?

Boeddha op de berg

P1010897

Laatst in Nederland kwam ik veel verhalen over de opkomst van het boeddhisme tegen. Wij journalisten zijn ongelooflijk origineel altijd, dus als een keer de Dalai Lama op bezoek komt, dan pas gaan we massaal verhalen over de Nederlandse aanhangers van deze religie schrijven. Het waren verhalen over huiskamers, achterkamers en garages waar mensen mediteren, samenkomen, hun gevoel delen voor het erfgoed van Siddharta Gautama en ontdekken dat een godsdienst de ándere kan accepteren en dus niet altijd tot een oorlog hoeft te leiden. Siddharta ontdekte in het zuiden van Nepal de waarden van het leven in de bossen en onder een boom, tussen de armen en buiten de luxueze paleismuren.

P1010908Bij het lezen van die reportages ontdekte ik dat het een luxe is om op een half uur rijden van  huis, over een stoffig bergweggetje, een heuse stupa en een boeddhistisch klooster te vinden. Ik ben geen boeddhist, vind hun gedachtengoed wel bewonderenswaardig en erken dat deze stupa middenin het natuurpark van Garraf het middelpunt van een ongelooflijk rustgevende plaats is. Je bent er, in gedachten, ineens wel heel erg ver verwijderd van het lawaai van het dagelijkse leven. Alleen al de drie rondjes rond de stupa lopen is een vorm van rustgevende meditatie.

Tien jaar terug werd deze gemeenschap, de Sakya Tashi Ling, nog als een sekte beschouwd; westerlingen die het boeddhisme volgden en hun eigen huis verlieten om in een mooi klooster, het negentiende-eeuwse Palau Novella, te gaan wonen, dat was niet normaal. Nu is de groep volledig geaccecpeteerd en gerespecteerd, zelfs door de communistische burgemeester van het plaatsje Olivella die hen, als ware hij Mao, tien jaar terug nog uit zijn gemeente wilde verdrijven.

Vrijdagavond was er het jaarlijkse diner, met inmiddels meer dan 400 genodigden, waaronder politici, ondernemers, journalisten, advocaten, docenten en heel veel vertegenwoordigers van de andere religies. Soms vraag je je af of zo’n massaal diner wel bij het boeddhisme hoort, maar aan de andere kant is het wel het bewijs dat de westerse maatschappij steeds meer belangstelling voor zo’n filosofie heeft. Trouwens, aanvankelijk waren die diners volledig vegetarisch. Nu komt er ook vlees en vis op tafel, maar alcohol blijft uit den boze. Wel stonden er flessen wijn: een merlot en chardonnay uit Frankrijk die van de alcohol waren ontdaan. Niet te drinken. Of je moet van druivensap houden.

 P1010899

De doden, 70 jaar later (2)

En de beloofde reportage, van oktober 2008 (met excuses voor de lengte)

Spanje begint deze maand met het openen van 19 massagraven uit de tijd van de Burgeroorlog (1936-’39) en de jaren erna. Behalve de duizenden republikeinse soldaten die tijdens gevechten omkwamen liggen in die graven talloze mensen die door het regime met of zonder rechtszaak werden gefusilleerd. In totaal gaat het om zo’n 150.000 doden.

Tekst: Edwin Winkels

Op de onmenselijke ochtend van 17 april 1938 verloor het kleine dorpje Isavarre, twaalf huizen verstopt in één van de vele valleien van de Pyreneeën, bijna al zijn vaders en echtgenoten. Bij zes huizen stonden ineens de soldaten van de nationalen voor de deur, het leger van de opstandige generaal Francisco Franco dat na wekenlange zware gevechten het ene bergdal na het andere op de republikeinen veroverde. Soldaten van de verslagen vijand waren er niet meer in het dorp, die waren dood of de volgende bergkam over gevlucht. Boeren, een onderwijzer en een pastoor, dat waren de mannen in Isavarre. Zes van hen werden door de overwinnaars van Franco meegenomen. Uit nabijgelegen dorpen moesten er ook nog eens vier mee. Ze waren tussen de 31 en 59 jaar.

            Nadal Paulet was net elf jaar geworden toen zijn vader, vredesrechter Joan Paulet van 51 jaar, de bevelen van de militairen opvolgde. Vader kleedde zich aan, nam afscheid van zijn vrouw en vijf kinderen en ging met hen mee. Zeventig lange jaren hebben de herinnering van dat jochie van toen niet uitgewist. ,,Eerst brachten ze hem met de anderen naar het kerkje van het dorp en vandaar naar een stal in Sorpe, daar aan de overkant, de berg op. De soldaten hadden de namen op een papiertje staan, ze wisten precies voor wie ze kwamen. Omdat er geen soldaten meer waren in de vallei moesten ze zich waarschijnlijk wreken op wie dan ook.”

            Natuurlijk was de vallei zo rood als wat, in het fascistische oog van Franco. Spaans werd er nooit gesproken, slechts Catalaans met een loodzwaar accent uit ver verleden tijden. Nadal Paulet is zo’n oer-Catalaan. Nu, anno 2008, is hij nog de enige inwoner van Isavarre. Hij, zijn hond en de honderd geiten die aan zijn voeten grazen. Met een vriendje was hij die middag in 1938 zijn vader en de anderen nog eten gaan brengen in de stal. Toen ze waren vertrokken volgde er een nacht van martelingen. De ochtend erop werden de tien mannen op een rij tegen een muur gezet, gefusilleerd en op dezelfde plaats begraven in een anoniem gat in de grond.

Spanje ligt vol met dat soort graven. Exacte cijfers zijn er niet, zullen er ook nooit komen. De schattingen lopen uiteen van 120.000 tot 180.000 mensen die tijdens maar ook nog na de Burgeroorlog (1936-’39) aan de rand van een weg, in een boomgaard of in een afgelegen boerderij om het leven werden gebracht. Vaak zonder rechtszaak, of die rechtszaak was een pantomime. Het was de bloedige en wraaklustige hand van Franco. Nu pas, na ruim dertig jaar democratie, is er een massaal proces op gang gekomen om te gaan onderzoeken wat Spanje precies onder de grond verbergt. Rechter Baltasar Garzón heeft de bestanden opgevraagd van de verschillende regionale stichtingen en overheden die zich de laatste jaren intensief met het lokaliseren van Franco-vermisten hebben beziggehouden.

Een commissie van zeven experts zal een zo volledig mogelijke index van graven samenstellen. Historica Queralt Solé is één van hen en als specialist van de Catalaanse regering in Barcelona helpt ze families al jaren met het zoeken van het graf van hun vaders, ooms of opa’s – vrouwelijke slachtoffers waren er veel minder. ,,Er zijn drie soorten graven,” vertelt ze. ,,De mensen die ná de Burgeroorlog zijn omgebracht, en die zijn het eenvoudigst te vinden, omdat er altijd wel dorpsbewoners of familieleden zijn geweest die verteld hebben wáár zij precies werden gefusilleerd en wie het waren. Daarnaast zijn er op de officiële kerkhoven de massagraven van soldaten die in de ziekenhuizen in de achterhoede overleden en met tientallen of zelfs honderden begraven werden. Ook daarvan hebben we veel gegevens. Het moeilijkst zijn die van de soldaten die aan het front stierven en overal verspreid liggen.”

Het front van de Ebro, waar de grootste slag plaatsvond en die de definitieve overwinning van Franco inluidde, brengt nog regelmatig nieuwe lugubere ontdekkingen als landbouwers hun grond omspitten en botten aantreffen. (Dat er over gevallen Franco-soldaten nu nauwelijks wordt gerept komt omdat die al na de Burgeroorlog hun eerbetoon hebben gekregen als strijders voor Spanje. Zij hebben hun pompeuze monument in de Valle de los Caídos, waar ook nog het graf van Franco zelf ligt.)

,,Drie, vier dagen later wisten we dat mijn vader en de anderen vermoord waren,” zegt Nadal Paulet nu. ,,We zagen de soldaten over straat lopen met nieuwe broeken die van de boeren waren geweest. De generaal die het offensief had geleid, Sagardia, die had het al gezegd: voor elke dode soldaat zou hij tien Catalanen doden.”

De moeder van Nadal vluchtte ook, naar Frankrijk, waarvan de grens slechts tien kilometer verderop ligt. Ze was bang voor haar leven en liet haar vijf kinderen alleen achter in Casa Miqueu, hun boerenhuis. De oudste was vijftien. Ze werkten op het land en speelden met de soldaten die hun vader hadden gedood en het dorp hadden bezet. Wat konden ze anders, zegt Nadal, ze waren kinderen en probeerden te overleven met het eten dat ze van die soldaten kregen. Eigenlijk sprak niemand meer in de vallei over wat er gebeurd was. Een zwijgen dat 65 jaar zou duren. Pas vijf jaar geleden vertelde Paulet voor het eerst waar de tien mannen begraven lagen en wat er die dag in 1938 precies was gebeurd.

In Sorpe, aan de rand van een weiland, onder een heel grote boom, staat nu een kleine monoliet met daarop de tien namen, de leeftijd en de gezamenlijke sterfdag. ,,Er kwam eens een Duitser die me zei dat met geld van de Europese Unie het graf geopend kon worden en ze allen een waardige plaats op het kerkhof zouden krijgen,” zegt Paulet. ,, Dat hoeft van mij niet. Daar is mijn vader gestorven, daar ligt hij al zeventig jaar, laat hem daar maar met rust.”

Veel nabestaanden denken als Paulet. Het doel van de meesten is slechts om precies te weten wáár hun dierbaren begraven liggen. Vaak zijn het de kleinkinderen, de dertigers en veertigers van nu, die de zoektocht zijn gestart, zoals Antoni Guevara. Zijn opa, Francesc Guevara, was 27 jaar toen hij bij de Ebro streed. ,,Mijn oma kreeg een telegram dat hij erg ziek was. Dat is het laatste dat ze ooit van hem heeft gehoord. ‘Hij zal wel ergens onder een boom begraven liggen,’ heeft ze altijd gezegd. Ze wilde dat liever zo houden.”

Via Memoria Democràtica, de organisatie van historica Queralt Solé, ontdekte de familie een overlijdensacte van 26 december 1938 in een klein dorpje in het binnenland. Daar ligt opa Francesc in één van de twee massagraven van twee bij twintig meter met meer dan 100 lichamen. ,,De emotie was enorm toen we dat te weten kwamen,” zegt Antoni. ,,Alsof van een heel lang verhaal eindelijk het einde geschreven werd. We laten hem liever in dat graf liggen, maar zouden er wel graag een soort monument voor al die mannen hebben.”

Op nog zo’n massagraf, in het stadje Cervera, één waar je gewoon overheen kunt lopen, staat slechts één eenzaam kruis van hout, aangetast door de tijd. De initialen JMF staan erin gekerfd, en de datum 21-7-1938. ,,Er moeten meer dan 400 lijken liggen,” zegt Joaquim Bagué, de opzichter van het kerkhof. ,,Het heeft geen zin het te openen en de meeste mensen die komen zijn al blij dat ze het graf van hun vader of opa hebben gevonden. Hebben ze in ieder geval de plek gevonden om bloemen te leggen.”

Op de begraafplaats van het bisdom van Tarragona liggen zelfs 770 mensen in een massagraf, waarvan er 657 in de vijf jaar na de oorlog, tussen 1939 en 1944, berecht en gefusilleerd werden. Montse Giné weet al sinds ze heel klein dat haar opa Josep daar begraven ligt. Ze heeft een stichting opgericht om er in ieder geval een monument neer te laten zetten. ,,Tot voor kort wilden de gemeente en het bisdom van niets weten. We moeten geen oude wonden openrijten, zeiden ze. Maar het is het tegenovergestelde: met zo’n monument worden de wonden eindelijk definitief gedicht.”