Categorie archief: eten en drinken

Terrassen met uitzicht

claris1

Een inwoner van de stad zelf komt er niet zo snel, de toegangsdeur plus de receptie van het vier- of vijfsterrenhotel blijkt meestal een te grote psychologische barriëre. Maar ze zijn meer dan welkom, de Barcelonezen, op de luxe terrassen met fantastisch uitzicht op de hoogste daken van de stad, zeker nu de (buitenlandse) toeristen het laten afweten.

Toevallig, of niet, maar de twee grootste kranten van de stad, El Periódico en La Vanguardia, openden vandaag beide hun stadspagina’s met een reportage over die hotelterrassen, waarvan de meesten overigens pas in juni werkelijk opengaan. Jaren geleden is Hotel Claris, in Pau Claris achter de Passeig de Gràcia, er als eerste mee begonnen en nog altijd is de jaarlijkse opening van zijn terras een sociale gebeurtenis waar alle (semi-)beroemdheden op afkomen. De hotels die daarna werden gebouwd zorgden er allemaal voor een groot terras, meestal met zwembad, op hun bovenste verdieping te hebben en die open te stellen voor meer mensen dan alleen de hotelgasten.

hotelmeNu zijn ze bijna niet te tellen, de hotelterrassen in vooral het centrum van de stad, bovenop, onder anderen, Hotel Pulitzer naast het Plaça de Catalunya, Hotel 1898 aan de Rambla, het prachtig gerestaureerde maar peperdure Hotel Casa Fuster helemaal aan de bovenkant van de Passeig de Gràcia of het gloednieuwe Hotel Me, hier rechts op de foto, aan het saaie nieuwe stuk van de Diagonal.

Dat laatste hotel heeft eveneens een club geopend op één van zijn verdiepingen, ook iets wat mode is sinds het hypermoderne Hotel Omm in de Carrer Roselló, vlak achter de Pedrera van Gaudí, zijn receptie-lounge transformeerde tot een bedevaartsoord voor de mooiste en hipste mensen van Barcelona. Je kunt er genieten, als je er van houdt, van de nieuwste modetrends, om mooie lijven gewikkeld. En als er per ongeluk een grote man met een schreeuwerig roze polo en witte broek doorheen loopt weet je gelijk dat er ook andere Nederlanders aanwezig zijn.

Danone werd geboren in de Raval

FRANCE-RETAIL-FOOD-DANONE

De koperen herdenkingsplaat naast de de voordeur van nummer 16 van de Carrer dels Angels, in de wijk Raval schuin tegenover de verblindend witte gevel van het Macba, is verdwenen. In 1994 kwam Daniel Carasso naar Barcelona om de plaat samen met de burgemeester te onthullen: “In dit gebouw fabriceerde Isaac Carasso de eerste Danone-yoghurt van de wereld.” Daniel was erbij, vertelde hij. Hij was toen 14 jaar, herinnerde zich een laboratorium vol grote flessen melk en veel rook. Daniel overleed deze week in Parijs. Hij werd 103 jaar.

danoneDanone is officieel een Franse gigant in de voedingsmiddelenindustrie. Nummer één van de wereld in verse melkproducten. Maar zijn wortels liggen op de benedenverdieping van dat oude Barcelonese huis uit 1878. De Carasso’s waren joden die in de vijftiende eeuw door de Reyes Católicos uit Spanje waren verdreven. Isaac Carasso keerde vier eeuwen later vanuit Thessaloniki in Barcelona terug en ging daar de yoghurt produceren die hij op een reis in Bulgarije had ontdekt. In West-Europa bestond het goedje nog niet.

Nobelprijs-winnaar Ilia Metchnikoff van het Pasteur Instituut uit Parijs hielp hem te bewijzen dat twee bacterieën uit gefermenteerde melk een heilzame werking in maag en darmen hadden. Toen Carasso in 1919 het eerste potje yoghurt produceerde werd het door artsen aanbevolen en slechts in apotheken in Barcelona verkocht. De merknaam die hij ervoor verzon kwam van het verkleinwoord van de naam van zijn zoon: Danon.

Isaac stuurde Daniel vervolgens naar Marseille en Parijs om te studeren. In de Franse hoofdstad richtte Daniel op 25-jarige leeftijd de Société Parisienne du Yoghourt Danone op, wat later het moederbedrijf zou worden.

De top-10 van de Spaanse gastronomie

jamoniberico

gambaroja

Leuke ranglijst die vandaag de krant El Mundo publiceert naar aanleiding van een boek, Las estrellas de la gastronomía española anchoacantabricovan voedingsdeskundige Ismael Días Yubero over aceite-olivade grote sterren van de Spaanse gastronomie. Het werd een ranking van de 10 producten die je ooit eens geproefd móet hebben.guisante lagrima 

Nummer 1 is natuurlijk de jamón ibérico de bellota,esparrago2 onze favoriete eikeltjesham, nergens anders ter wereld op deze manier gemaakt. De koploper wordt gevolgd door andere lekkernijen waar sommigevino jerez van mijn vrienden verslaafd aan raken als ze een paar dagen hier zijn: op 2 staat de rode garnaal uit de Middellandse Zee (vooral die van Palamós is beroemdpercebesatunrojo), op 3 de ansjovis uit de Cantabrische Zee, die wij eigenlijk kennen als Golf van Biskaje, op 4 de olijfolie virgen extra (de kenner prijst vooral die van de Picual-olijf aan, ook míjn lechazo churrofavoriet), op 5 de piepkleine ‘traanerwten’ uit Guipuzkoa (ze zijn net niet rond, vandaar die naam), op 6 de witte asperges uit Navarra, op 7 de wijnen uit Jerez, die wij natuurlijk als sherry kennen, op 8 de ongelooflijke percebes, die in de woordenboeken vertaald worden als eendemosselen en groeien aan de rotsen langs de kust van Galicië, op 9 de rode tonijn die bij de almadraba, de artesanale tonijnjacht bij Cádiz (NRC-correspondent Steven Adolf beschrijft die in zijn net verschenen boek Reuzentonijn), wordt gevangen en bijna massaal door de Japanners wordt opgekocht en op 10 de lechazo churro, het lamsvlees van een bepaald ras uit Castilla y León; de rug uit de oven of de ribbetjes zijn voortreffelijk (uit goede bron heb ik vernomen dat je daarbij een Merlot van Merlust moet drinken), al moet je bij dit soort gerechten eigenlijk niet denken waar ze vandaan komen: één foto dan van dat churro-lam… Eet smakelijk.

Lechazo_churro

De schaduw van een boek

P1010591

De werkelijkheid is nooit zo mooi als het boek; althans, als de schrijver een verhaal mooi weet te vertellen, een plaats fantastisch kan beschrijven. Dit is, in het echt, het nummer 32 van de Avenida Tibidabo in Barcelona. Het is het afschrikwekkende huis waar het mysterie van de bestseller De Schaduw van de Wind wordt onthuld. Wat grijs, grauw en somber is in de roman, is in werkelijkheid een buitenlandse consultancy, die het rijtje paleisjes op deze sjieke laan van de stad deelt met onder anderen het Chinese consulaat en een religieuze school.

Ongelooflijk trouwens hoe het boek van Carlos Ruiz-Zafón in Nederland blijft verkopen. Volgens de Besteller 60-lijst van de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) staat de Schaduw van de Wind al 182 (!) weken in die lijst; en niet op plaatsjes onderin: hij is bijna nooit uit de top-20 geweest. Nog even en de Barcelonese schrijver die hiermee miljonair is geworden viert zijn vierde verjaardag in de Nederlandse boekenlijst.

P1010592

Die hele Avenida Tibidabo is trouwens een bezoekje waard, vooral als de historische blauwe tram er in de zomermaanden rijdt. Vanaf het plein van J.F. Kennedy rijdt het antieke ding omhoog, onder anderen langs (links) een typisch restaurant uit centraal-Spanje, de Asador de Aranda: het gebouw alleen is al de moeite waard, maar de cochinillo, het speenvarken, mag er ook zijn, niet na bij de voorgerechten onder anderen de onovertroffen morcilla de Burgos te hebben geprobeerd: bloedworst met rijstkorrels erin. De trein rijdt tot voor het restaurant La Venta (de favoriet van Johan Cruijff) en het barretje Mirablau (wat een uitzicht vanaf de barkruk!)  op het plein van Doctor Andreu, een arts die steenrijk werd door het verkopen van hoestpilletjes die, begin vorige eeuw, alle Spanjaarden slikten. P1010594Van hem en zijn familie waren bijna alle monumentale panden aan de Avenida Tibidabo, onder anderen het nu verwaarloosde La Rotonda (1906) helemaal onderaan. In 1999 verkochten zijn kleinkinderen het pand voor 15 miljoen euro aan bouwbedrijf Núñez y Navarro, die er kantoren van ging maken maar nog altijd niets aan de bouwval heeft gedaan. Bovendien is La Rotonda een beschermd monument, iets wat de renovatie altijd een stuk duurder maakt.

Kampioen patatas bravas

bravas-2

Voor de kenners is de uitslag geen verrassing. Een populaire website van studenten met meer dan 160.000 gebruikers, www.patatabrava.com, maakte een ranglijst op van de lekkerste patatas bravas in Barcelona en Catalonië. Al jaren was bekend dat je in Barcelona voor de beste versie van deze eerst licht gekookte, daarna snel gefrituurde aardappels bij Bar Tomás in de Major de Sarrià moest zijn. In de weekeinden staat er altijd een lange rij mensen, waarvan sommigen de portie bravas (meer hoef je niet te zeggen tegen de ober, waar dan ook, dan “una de bravas!”) gewoon mee naar huis willen nemen. Al sinds begin de jaren zeventig heeft Tomás de faam van de lekkerste bravas van de stad, puur door de mond-op-mond reclame.

Tweede is La Esquinica (het Hoekje), maar die zit een roteind weg uit het centrum (Bar Tomás is trouwens ook niet bepaald in de buurt van de Rambla). Voor degenen die niet te veel willen lopen of de metro niet willen nemen, die kunnen terecht bij de nummer 4 in deze klassering, Bar Ski aan de Via Laietana, dichtbij het politiebureau dat vroeger zo berucht was omdat de tegenstanders van het Franco-regime er in de kelders werden opgesloten.

bravasGevraagd aan de eigenaar van Bar Tomás (op de foto één van de obers) wat nou het geheim van zijn bravas is, was het antwoord ontnuchterend: er is geen geheim. Gewoon zorgen dat ze zo snel mogelijk vanuit de keuken op de tafel terechtkomen, dat is alles, zei hij. Maar de soort aardappel, de olijfolie en het kwakje saus erover: de smid gaat zijn geheim natuurlijk niet verklappen.

Een asperge van 4,5 meter

asperge1

Ik heb ‘m altijd smakelijker gevonden dan zijn witte neef: de groene asperge, of espárrago triguero zoals we ‘m hier noemen. Het grote verschil is, natuurlijk, dat deze boven de grond groeit en dankzij de zon lekker groen wordt, terwijl zijn witte neef pas het daglicht ziet als hij gegeten gaat worden.

Maar waarom nou een stukje over asperges?esparrago2 Om de foto hiernaast: drie broers uit Sant Sadurní d’Anoia (stadje vooral bekend om de tientallen cava-bodega’s die er huizen) vonden vandaag  in de bossen in de buurt een groene asperge van liefst 4,5 meter lang. Ik weet niet of hij van begin tot eind te eten is, maar hij was in ieder geval in goed gezelschap: de laatste maanden had hij zich gemoedelijk om een eenzame olijfboom gestrengeld. Het vorige record van Spanje’s langste asperge zou 4,20 meter geweest zijn. Ook Nederland heeft zo’n record trouwens: de langs gestoken witte asperge ooit mat 3,11 meter en is te bewonderen in het Nationaal Asperge en Champignon Museum (ja, dat schijnt écht te bestaan) in Melderslo, waar dat ook moge liggen.

Zomerkoninkjes?

fresones

Die zomerse bijnaam voor aardbeien moet nog komen uit de tijd dat er geen broeikassen waren in Nederland, want inmiddels kun je bijna het hele jaar door aardbeien krijgen. Hier in Spanje zijn ze deze dagen goedkoper dan ooit. De oogst in Huelva, waar vrijwel alle Spaanse aardbeien vandaan komen, is dit jaar zó groot en goed geweest, dat de veilingen en winkels worden overladen met deze vitamine C-bron. Vorige week kocht ik een bak van twee kilo voor 3,99 en daar kreeg ik dan nog zo’n spuitfles met slagroom bij kado, maar inmiddels doet de kilo al minder dan 1,50. De puriteinen vinden deze grote winteraardbei maar niks, want hij heeft iets minder smaak dan het kleinere zomerkoninkje. Voor wie boodschappen doet: de aardbei die nu te koop is in Spanje (en waarschijnlijk ook in Nederland) noemen we hier fresón (letterlijk: grote aardbei) en is van het Californische geslacht Camarosa. In de zomer is de kleinere fresa te koop. En minder smaak of niet, die fresón is uitstekend als je hem een uurtje in verse sinaasappelsap met een lepeltje suiker laat staan; de kinderen vinden ze heerlijk zo.

Welke Spaanse wijn?

marzo2008-terra-alta1

Een vervolg op de vorige post. Nu geen cijfers, maar smaken, want daar gaat het bij wijn toch om. Al zijn die smaken natuurlijk weer heel persoonlijk. Bij deze dan, die van mij, een kleine selectie van mijn voorkeuren. Ik zal het niet over concrete bodega’s hebben, want dan blijkt het weer onmogelijk die ergens te kopen, noch in een Nederlandse slijterij noch in een Spaanse supermarkt.

Waarom Spaanse wijn? Tja, als je hier woont is de keus enorm, zie je nog altijd weinig flessen uit andere landen voorbij komen en kun je binnen die uitgebreide keus genoeg goed materiaal vinden. Nou blijkt mijn smaak, ontdekte ik veel later, grensoverschreidend. Toen ik voor de krant jarenlang de Tour de France versloeg ging er ’s avonds, na een lange dag werken, natuurlijk altijd een flesje rode wijn open. Maar collega Sergi en ik wilden de krant niet al te veel op kosten jagen, dus een Bourgogne zat er bijna nooit in. Zo ontdekten we, in een heel goede prijs-kwaliteit verhouding, de Crôzes-Hermitage uit de Rhône-streek. Moet ik eerlijk bekennen dat ik toen niet eens naar de druif keek, maar later kwam ik er dus achter dat die van dezelfde druif is gemaakt die ik altijd al lekker heb gevonden, de syrah-shiraz.

poda-penedes-pere-diciembre3Syrah-wijnen in Spanje vinden is overigens niet zo eenvoudig; hij wordt pas sinds enkele jaren geplant. Bij een wijnboer hier in Sitges heb ik nou een paar bodega’s uit de Montsant-streek gevonden die die druif gebruiken en er heerlijke, maar geen goedkope wijnen van brouwen: hun prijs ligt tussen de 9 en 18 euro. En dat terwijl de Montsant eigenlijk iets goedkopere varianten biedt van de D.O. (Denominación de Origen) die ernaast ligt, of eigenlijk overlappen ze elkaar gewoon: de Priorat. De bijzondere wijnen uit deze laatste streek, waar ook beroemdheden als Gerard Depardieu eens een wijngaard zijn begonnen, doen het met hun kleine, exclusieve produkties goed in de meest luxueuze restaurants ter wereld.

Een andere favoriet van me is de D.O. Costers del Segre, aan de oevers van de rivier Segre. Hier in Catalonië is de Raimat de beroemdste wijnboer uit die streek dichtbij Lleida, waar ook een groot deel van de olijfteelt plaatsvindt. Ietsje verder weg was de Toro, bij Valladolid, een grote ontdekking van een jaar of tien geleden. Laatst in het voortreffelijke Vinya-roel, een wijnrestaurant in Barcelona, met enkele Hollandse heren die héél veel van wijn weten – één ervan is, heel dom, weer in Nederland gaan werken om daar de topsport in goede banen te leiden –  een magnum-fles Toro opengetrokken. Wil je je bij de overbekende Rioja houden, dan breng ik de tip van de fotograaf over met wie ik ook die Tour altijd deed: je hebt drie soorten Rioja’s, de Rioja Alta, Rioja Baja en Rioja Alavesa. Die laatste is, naar zijn en ook mijn smaak, meestal de lekkerste. (Staat het op het etiket niet aangegeven, meestal komt de bodega uit de plaats Laguardia.)

En bij de witte wijn heb ik het al vaak over mijn favoriet, de albariño uit de Rías Baixas gehad, hoewel in het verre zuiden, aan de Costa del Sol, de eenvoudige Barbadillo uit Cadiz bij gefrituurde tapa’s ook een belevenis is. Rueda is, door een veel steviger smaak, de witte wijn die in het buitenland erg in de mode is, maar mijn vriend Jaap, die nooit rood drinkt, zweert bij de witte wijn uit de Costa Brava (de Empordà), van het kasteel van Perallada.

Meer Spaanse wijn dan Franse

januari

img_2892

Toen nog niet zoveel Nederlanders wijn dronken als nu, kozen zij bijna altijd voor een Franse fles. Dat was de enige, goede wijn die je kon krijgen, was het algemene idee. (Hoewel de meeste tieners wijn leerden drinken op zijn Italiaans, met de prikkelend zoete Lambrusco.) Naarmate wijn steeds meer een volksdrank werd – nou ja, volksdrank is ook overdreven, in vergelijking met de Fransen zelf drinken we nauwelijks wijn -, maar naarmate het dus in ieder geval populairder werd, vroegen de mensen ook om meer variëteit en, heel belangrijk in Nederland, lagere prijzen.

Al jaren ondervindt Frankrijk steeds heftiger concurrentie uit varia-023andere landen. In de eerste plaats de overige klassieke wijnproducenten, Italië en Spanje. Ondanks een sterke terugval in crisis-2008, bleef Italië vorig jaar met 17,2 miljoen hectoliter de grootste exporteur. Opvallend is dat Spanje, dat wél een lichte vooruitgang boekte, voor het eerst Frankrijk voorbij streefde: met 16,5 miljoen hectoliter tegen 13,6 miljoen. Gezamenlijk hebben de drie landen trouwens nog altijd 53% van de totale exportmarkt in handen.

Overigens blijft Frankrijk wel het land dat het meeste aan die export verdient: de duurdere wijnen blijven uit de immense wijngaarden van de Bourgogne, Bordeaux, Côtes du Rhone en Elzas komen. Maar img_4771het land had, net als de Europese buren, wel last van minder goed weer en een, in kwantiteit, veel mindere oogst: met 4,6 miljoen hectoliter minder produceerde Frankrijk het minst sinds 1991.

Niet alleen het weer is daar schuldig aan: de EU probeert het aantal hectares wijnranken te verminderen (0,35% minder vorig jaar) om overproductie te voorkomen. Waarschijnlijk zijn ze nog niet begonnen bij mij om de hoek: op één kilometer van mijn huis kan ik het hele jaar door de vooruitgang van de wijnranken volgen, een perfect kunststukje van de natuur waarvan ik altijd weer versteld sta. En het aantal wijngaarden hier lijkt alleen maar te groeien; stukje land dat vrijkomt, stukje land waar druiven worden geplant.

De laatste artisjokken

p1010447Ik moet erkennen dat ze er nou niet ongelooflijk smakelijk uitzien op deze foto (de lens besloeg boven de hete pan), maar het is voor mij één van de lekkerste manieren, en in ieder geval de eenvoudigste en snelste, om artisjokken klaar te maken. De boven- en onderkant erafsnijden, pellen tot de eetbare blaadjes uit het hart tevoorschijn komen, in dunne schijfjes snijden even in bloem dompelen en daarna in de hete olie. Een minuutje aan beide kanten, wat zout erover en je hebt heerlijk krokante artisjokkenschijfjes. Deze manier van bereiden is de laatste jaren populair, zelfs in de sjiekere restaurants. Maar schiet op: in oktober begon de oogst van deze wintergroente en hier aan de Middellandse Zee loopt die oogstperiode in het voorjaar af. Nu zijn ze nog lekker, in de zomer niet meer. Ze worden trouwens heel dichtbij de grote stad verbouwd: in de treinvan het vliegveld El Prat naar Barcelona-Sants rijd je door grote velden met alcachofas (Spaans) of carxofes (Catalaans) in El Prat en Sant Boi.