
Een inwoner van de stad zelf komt er niet zo snel, de toegangsdeur plus de receptie van het vier- of vijfsterrenhotel blijkt meestal een te grote psychologische barriëre. Maar ze zijn meer dan welkom, de Barcelonezen, op de luxe terrassen met fantastisch uitzicht op de hoogste daken van de stad, zeker nu de (buitenlandse) toeristen het laten afweten.
Toevallig, of niet, maar de twee grootste kranten van de stad, El Periódico en La Vanguardia, openden vandaag beide hun stadspagina’s met een reportage over die hotelterrassen, waarvan de meesten overigens pas in juni werkelijk opengaan. Jaren geleden is Hotel Claris, in Pau Claris achter de Passeig de Gràcia, er als eerste mee begonnen en nog altijd is de jaarlijkse opening van zijn terras een sociale gebeurtenis waar alle (semi-)beroemdheden op afkomen. De hotels die daarna werden gebouwd zorgden er allemaal voor een groot terras, meestal met zwembad, op hun bovenste verdieping te hebben en die open te stellen voor meer mensen dan alleen de hotelgasten.
Nu zijn ze bijna niet te tellen, de hotelterrassen in vooral het centrum van de stad, bovenop, onder anderen, Hotel Pulitzer naast het Plaça de Catalunya, Hotel 1898 aan de Rambla, het prachtig gerestaureerde maar peperdure Hotel Casa Fuster helemaal aan de bovenkant van de Passeig de Gràcia of het gloednieuwe Hotel Me, hier rechts op de foto, aan het saaie nieuwe stuk van de Diagonal.
Dat laatste hotel heeft eveneens een club geopend op één van zijn verdiepingen, ook iets wat mode is sinds het hypermoderne Hotel Omm in de Carrer Roselló, vlak achter de Pedrera van Gaudí, zijn receptie-lounge transformeerde tot een bedevaartsoord voor de mooiste en hipste mensen van Barcelona. Je kunt er genieten, als je er van houdt, van de nieuwste modetrends, om mooie lijven gewikkeld. En als er per ongeluk een grote man met een schreeuwerig roze polo en witte broek doorheen loopt weet je gelijk dat er ook andere Nederlanders aanwezig zijn.

Danone is officieel een Franse gigant in de voedingsmiddelenindustrie. Nummer één van de wereld in verse melkproducten. Maar zijn wortels liggen op de benedenverdieping van dat oude Barcelonese huis uit 1878. De Carasso’s waren joden die in de vijftiende eeuw door de Reyes Católicos uit Spanje waren verdreven. Isaac Carasso keerde vier eeuwen later vanuit Thessaloniki in Barcelona terug en ging daar de yoghurt produceren die hij op een reis in Bulgarije had ontdekt. In West-Europa bestond het goedje nog niet.

van voedingsdeskundige Ismael Días Yubero over
de grote sterren van de Spaanse gastronomie. Het werd een ranking van de 10 producten die je ooit eens geproefd móet hebben.
onze favoriete eikeltjesham, nergens anders ter wereld op deze manier gemaakt. De koploper wordt gevolgd door andere lekkernijen waar sommige
van mijn vrienden verslaafd aan raken als ze een paar dagen hier zijn: op 2 staat de rode garnaal uit de Middellandse Zee (vooral die van Palamós is beroemd
), op 3 de ansjovis uit de Cantabrische Zee, die wij eigenlijk kennen als Golf van Biskaje, op 4 de olijfolie virgen extra (de kenner prijst vooral die van de Picual-olijf aan, ook míjn
favoriet), op 5 de piepkleine ‘traanerwten’ uit Guipuzkoa (ze zijn net niet rond, vandaar die naam), op 6 de witte asperges uit Navarra, op 7 de wijnen uit Jerez, die wij natuurlijk als sherry kennen, op 8 de ongelooflijke percebes, die in de woordenboeken vertaald worden als eendemosselen en groeien aan de rotsen langs de kust van Galicië, op 9 de rode tonijn die bij de almadraba, de artesanale tonijnjacht bij Cádiz (NRC-correspondent Steven Adolf beschrijft die in zijn net verschenen boek Reuzentonijn), wordt gevangen en bijna massaal door de Japanners wordt opgekocht en op 10 de lechazo churro, het lamsvlees van een bepaald ras uit Castilla y León; de rug uit de oven of de ribbetjes zijn voortreffelijk (uit goede 


Van hem en zijn familie waren bijna alle monumentale panden aan de Avenida Tibidabo, onder anderen het nu verwaarloosde La Rotonda (1906) helemaal onderaan. In 1999 verkochten zijn kleinkinderen het pand voor 15 miljoen euro aan bouwbedrijf Núñez y Navarro, die er kantoren van ging maken maar nog altijd niets aan de bouwval heeft gedaan. Bovendien is La Rotonda een beschermd monument, iets wat de renovatie altijd een stuk duurder maakt.
Gevraagd aan de eigenaar van Bar Tomás (op de foto één van de obers) wat nou het geheim van zijn bravas is, was het antwoord ontnuchterend: er is geen geheim. Gewoon zorgen dat ze zo snel mogelijk vanuit de keuken op de tafel terechtkomen, dat is alles, zei hij. Maar de soort aardappel, de olijfolie en het kwakje saus erover: de smid gaat zijn geheim natuurlijk niet verklappen.
Om de foto hiernaast: drie broers uit Sant Sadurní d’Anoia (stadje vooral bekend om de tientallen cava-bodega’s die er huizen) vonden vandaag in de bossen in de buurt een groene asperge van liefst 4,5 meter lang. Ik weet niet of hij van begin tot eind te eten is, maar hij was in ieder geval in goed gezelschap: de laatste maanden had hij zich gemoedelijk om een eenzame olijfboom gestrengeld. Het vorige record van Spanje’s langste asperge zou 4,20 meter geweest zijn. Ook Nederland heeft zo’n record trouwens: de langs gestoken witte asperge ooit mat 3,11 meter en is te bewonderen in het Nationaal Asperge en Champignon Museum (ja, dat schijnt écht te bestaan) in Melderslo, waar dat ook moge liggen.

Syrah-wijnen in Spanje vinden is overigens niet zo eenvoudig; hij wordt pas sinds enkele jaren geplant. Bij een wijnboer hier in Sitges heb ik nou een paar bodega’s uit de Montsant-streek gevonden die die druif gebruiken en er heerlijke, maar geen goedkope wijnen van brouwen: hun prijs ligt tussen de 9 en 18 euro. En dat terwijl de Montsant eigenlijk iets goedkopere varianten biedt van de D.O. (Denominación de Origen) die ernaast ligt, of eigenlijk overlappen ze elkaar gewoon: de Priorat. De bijzondere wijnen uit deze laatste streek, waar ook beroemdheden als Gerard Depardieu eens een wijngaard zijn begonnen, doen het met hun kleine, exclusieve produkties goed in de meest luxueuze restaurants ter wereld.

andere landen. In de eerste plaats de overige klassieke wijnproducenten, Italië en Spanje. Ondanks een sterke terugval in crisis-2008, bleef Italië vorig jaar met 17,2 miljoen hectoliter de grootste exporteur. Opvallend is dat Spanje, dat wél een lichte vooruitgang boekte, voor het eerst Frankrijk voorbij streefde: met 16,5 miljoen hectoliter tegen 13,6 miljoen. Gezamenlijk hebben de drie landen trouwens nog altijd 53% van de totale exportmarkt in handen.
het land had, net als de Europese buren, wel last van minder goed weer en een, in kwantiteit, veel mindere oogst: met 4,6 miljoen hectoliter minder produceerde Frankrijk het minst sinds 1991.
Ik moet erkennen dat ze er nou niet ongelooflijk smakelijk uitzien op deze foto (de lens besloeg boven de hete pan), maar het is voor mij één van de lekkerste manieren, en in ieder geval de eenvoudigste en snelste, om artisjokken klaar te maken. De boven- en onderkant erafsnijden, pellen tot de eetbare blaadjes uit het hart tevoorschijn komen, in dunne schijfjes snijden even in bloem dompelen en daarna in de hete olie. Een minuutje aan beide kanten, wat zout erover en je hebt heerlijk krokante artisjokkenschijfjes. Deze manier van bereiden is de laatste jaren populair, zelfs in de sjiekere restaurants. Maar schiet op: in oktober begon de oogst van deze wintergroente en hier aan de Middellandse Zee loopt die oogstperiode in het voorjaar af. Nu zijn ze nog lekker, in de zomer niet meer. Ze worden trouwens heel dichtbij de grote stad verbouwd: in de treinvan het vliegveld El Prat naar Barcelona-Sants rijd je door grote velden met alcachofas (Spaans) of carxofes (Catalaans) in El Prat en Sant Boi.