Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Patagonië, de grote leegte

Even op de fiets door Patagonië. Dat klinkt veel stoerder dan het was, trouwens. Op de fiets door Patagonië; ik zou wel willen. Moet denken aan het reisverhaal van een Nederlandse motorrijder die van Alaska tot Patagonië reed; er schijnen er dat wel meer hebben gedaan. Maar het lopen door Buenos Aires zat besloot ik bij aankomst aan de voet van de Andes, ergens op de 41ste breedtegraad, dieper dan Sydney en Kaapstad, een mountainbike te huren en de natuur op die manier te ontdekken, de zon in te kijken en stof te happen in wat nog het meest groene deel van het verder totaal onherbergzame Patagonië is. (Ook Buenos Aires probeert steeds meer de fiets te promoten als vervoermiddel; er zijn fietspaden aangelegd en overal hangen posters om dankzij die fiets ‘goede luchten’ te creëren (voor de niet-Spaanstaligen: de letterlijk betekenis van Buenos Aires).)

Een zuivere lucht heb je daar wel, op de grens van Argentinië en Chili, ver weg van alle drukte. Plaatsen waar je ontdekt dat onze Europese afstanden, en laat staan de Nederlandse, helemaal niets voorstellen. Waar je twee uur over land kan vliegen zonder ook maar één stadje of dorp te zien. Geen leven, nergens. Er wonen in Argentinië slechts 40 miljoen mensen; het is in oppervlakte het achtste land van de wereld, bijna 66 keer zo groot als Nederland. Dat is leegte, échte leegte.

De Spaanse sporen in Buenos Aires

Niet alleen de taal is dezelfde – met lichte variaties die grappig én verwarrend zijn, daarover zo meer -, maar Buenos Aires zit natuurlijk ook vol met sporen uit Spanje, en niet eens van de eerste ‘ontdekkers’, eeuwen geleden, maar van de talloze Spanjaarden die er heen zijn getrokken sindsdien. Het is trouwens sowieso een land van Europese emigranten; naast de Spaanse en Baskische achternamen (Zorreguieta), zijn er ook heel veel Italiaanse (Ferrari) en Duitse (Schroeder) namen te vinden.

Buenos Aires wilde zelf vooral Frans zijn, en de stad doet me vaak toch aan Parijs denken. De Avenida de Mayo, in 1894 aangelegd tussen het Casa Rosada van, nu, presidente Kirchner en het Congreso van het parlement, werd omgeven door in verschillende Franse stijlen (belle époque, art nouveau) gebouwde huizen en paleizen, maar het waren de Spanjaarden die de boulevard de afgelopen eeuw in bezit namen. Talloze restaurants waren en zijn van Spanjaarden en ik belandde er deze week in één, La Clac, dat die Spaanse kleuren overal op de muur had, al blijken de uitbaters van het volgepropte theater-restaurant twee Argentijnse acteurs te zijn.

En over dat verschil in taal: iedereen die Argentijnen kent of hier wel eens is geweest weet dat hij één doodgewoon Spaans woord nooit moet gebruiken: als je in Spanje de bus neemt, of een taxi, of een bepaald gerecht, of wat dan ook, dan gebruik je het werkwoord coger. In Argentinië is dat gewoon neuken. Maar je moet er wel aan wennen het te vermijden… Enkele straten verderop is geen calles maar cuadras, een coche is een auto en een caña bier is een chop. Recién, bárbaro en boludo en pelotudo zijn typisch Argentijnse woorden, dan ook nog zo mooi zangerig uitgesproken, maar mijn favoriet is quilombo, hun woord voor chaos, en dat is het altijd, volgens de Argentijnen zelf.

De magie van een mooie begraafplaats (2)

Na een tip van lezer Gerbie vandaag direkt naar het Cementerio La Chacarita getogen, immens groot, een stuk verder uit het centrum van Buenos Aires en veel minder toeristisch dan het hieronder beschreven La Recoleta, op zoek naar het graf van de meest populaire Argentijn aller tijden, en dat terwijl hij maar 12 jaar een heuse Argentijn was. Carlos Gardel, de grootste tango-stem aller tijden, wordt op de begraafplaats geëerd met honderden door bewonderaars aangelegde metalen opschriften. Hij staat er mooi, op een hoek, met vrij uitzicht op de rest van de doden. Overal waar je in Buenos Aires oude tijdschriften kunt kopen, of CD’s, daar kom je Gardel tegen. Hij werd rond 1890 geboren in Frankrijk of Uruguay (daar bestaat nog altijd strijd over), kwam als peuter in Argentinië terecht, nationaliseerde zich in 1923 tot Argentijn en overleed in 1935 bij een ongeluk op de landingsbaan van het vliegveld van Medellín in Colombia. Héél Latijns Amerika huilde, en als je al die bordjes met bewonderende opschriften leest, kun je die emotie goed begrijpen.

De magie van een mooie begraafplaats

Ik heb wat met die mooie, klassieke begraafplaatsen over de hele wereld. Ik heb er al eerder over geschreven, over Montjuïc en Père Lachaise, over Brompton en Cárdenas en Saint Louis, en mag nu een nieuwe aan mijn collectie toevoegen: Recoleta in Buenos Aires. Een toeristische trekpleister, gezien het soort bezoekers op een zondagmiddag, onder anderen omdat in het familiegraf van de Duartes Evita Perón begraven ligt.

En daar gaat het om, op dit soort begraafplaatsen, om die familiegraven, de pantheons die soms prachtig zijn, heel vaak erg kitsch en waar, laten we wel wezen, al die doden verder niets aan hebben. Maar het maakt een rondje begraafplaats wel leuk. Sommige zijn er bang voor, tussen de doden lopen; ik woonde op de Crooswijkse Rusthoflaan schuin tegenover een begraafplaats en heb er nooit vreemde dingen gezien. Veel militairen, trouwens, op Recoleta, maar de meesten waren al dood vóór generaal Videla er aan de macht kwam.

Het voordeel van Spaans praten

Met Engels kom je natuurlijk heel ver, en Chinees en Arabisch wordt ook door veel mensen gesproken, maar het Spaans heeft een enorm voordeel boven de twee andere talen (behalve dat Engels) die we vroeger op het gymnasium kregen onderwezen, het Frans en het Duits: een heel continent ligt taalkundig aan je voeten als je als buitenlander het Spaans machtig bent. Kom net aan in Buenos Aires, waarvan ik met een busrit om vijf uur ’s nachts vanaf het vliegveld nog niet veel heb gezien, behalve een doodstille zondagnacht, natuurlijk, en merk dat het een genot is na 13,5 uur vliegen nog altijd dezelfde taal te kunnen spreken. Met het bijkomende voordeel dat Argentijnen een stuk sympathieker zijn dan de meeste Spanjaarden, vooral de Catalanen – met excuus voor de ook Catalaanse lezers van dit blog, maar wij vinden veel Catalanen toch wel erg stuurs.

Maar zelfs om die tijd ontving het hotel – van de ook in Spanje redelijke nieuwe keten Room Mate – me met deze lichten en kleuren. Een weekje weg dus, zonder berichten uit Barcelona. Opnieuw: excuses. Eén iemand vroeg laatst of Buenos Aires nou meer op Madrid of op Buenos Aires lijkt. Mij zei iemand me vroeger dat het veel weg had van Lissabon. Ik ken het niet, zal het de komende week ontdekken, al wacht er veel werk voor een bijzondere reportage.

Maar wat je in Barcelona kunt zien, zoals op de bovenste foto, zal je op weinig plaatsen in de wereld zien: vliegtuigen die met een cruisseschip om voorrang vechten.

Zeven deuren, nooit één dag gesloten

Vroeger had restaurant Set Portes een terras buiten, onder de bogen aan de brede straat (Passeig Isabel II) die de stad van de Barceloneta scheidt, zo zie ik op de oude foto. Nu staat er op die plaats bijna altijd een rij mensen die er willen eten. Set Portes is groot, van binnen, maar had wat klandizie betreft nog veel groter kunnen zijn. Zo’n terras, ik weet niet of dat nu nog zou werken op die plaats: te winderig vaak, te veel auto’s, te veel herrie.

Set Portes is een klassieker onder de klassiekers in Barcelona. Géén Michelin-ster of zo, maar gewoon goed puur Catalaans eten, traditioneel. Het vierde feest, deze week: het restaurant bestaat liefst 175 jaar. Een zaak die in 1836 die ‘zeven deuren’ opende en nog altijd bestaat; je ziet het bijna niet meer. Het restaurant is wel enkele malen van eigenaar veranderd, maar van de huidige familie Solé Parellada is het inmiddels al de vierde generatie die er werkt. De huidige eigenaar werd op de verdieping boven het restaurant geboren.

Vroeger lag de beurs er tegenover, en de visafslag. In 1929 opende even verderop het Estació de França, en veel reizigers belandden na een lange treinreis voor een hapje in de stijlvolle zaak. Beroemdheden hebben er gegeten: Orson Welles, Maria Callas, Ava Gardner, Che Guevara, John Wayne… Ik bezegelde er met Matthijs van Nieuwkerk en Henk Spaan mijn debuut voor Hard Gras, een volledig aan Louis van Gaal gewijd exemplaar in 1998: De eenzame kampioenSiempre negativo!

Het bijzonder aan Set Portes is dat het nooit sluit. Dat zal niet die 175 jaar zo geweest zijn, maar nu is de zaak beroemd omdat hij alle 365 dagen van het jaar open is. En omdat toeristen op de meest gekke tijden eten, draait de keuken vanaf het vroege middaguur bijna continu door. Het beroemdste gerecht: de paella parellada, genoemd naar een klant die er helemaal gek van was, omdat de garnalen gepeld zijn en het vlees geen botjes bevat.

Een imposante muur afbreken

Voor het eerst niet erg gevonden een beetje veraf te zitten bij een concert. Is de enige manier om The Wall van Roger Waters, gisteren en ook nog vanavond in het Palau Sant Jordi, in al zijn megalomane grootsheid te kunnen aanschouwen. De golf van geluid rolt toch wel over je heen, waar je ook zit, en bij dit ongelooflijke spektakel is het niet nodig de muzikanten te zien, noch Waters zelf, onopvallend in een zwart t-shirt gekleed. Hier gaat het om de langzame opbouw van de witte muur van Pink Floyd waar wij, die van mijn generatie, in 1979 betoverd naar luisterden, 10 jaar voordat de échte muur zou vallen. En de prachtige projecties op die muur, soms lekker idealistisch en demagogisch, maar vind ’t wel mooi als een zestigplusser zijn idealen van vroeger nog bewaart en uitspreekt. En heel veel is er toch niet veranderd, in 30 jaar.

Jeroen, een trouwe lezer van dit blog, was gisteravond tegen twaalf uur overdonderd, zo sms’te hij. Hij was niet de enige. Natuurlijk genoten we van Another brick in the wall en Comfortably Numb (dat laatste was onze gemoedstoestand, ongeveer, toen we na middernacht wegreden), maar de opmars naar de finale mocht er ook zijn; en toen waren we met 20.000 dertig-plussers die tien minuten gefascineerd naar een ‘tekenfilm’ zaten te kijken. Bij deze een mooie opname uit Chicago, voor wie 10 minuten van zijn tijd er voor over heeft. Maar beleven zoals wij kun je het alleen live: er schijnen nog kaarten voor vanavond te zijn. En binnenkort is hij in Nederland, natuurlijk.

Mooi museum aan de einder van de stad

Barcelona heeft er sinds zondag een museum bij. Althans, het museum was er al, maar bijna niemand kwam er ooit, vanwege onbekend en ouderwets. Bovendien trok de er naastgelegen dierentuin in het Ciutadella-park al het publiek weg van de ‘dode’ dieren in het Museum van Natuurlijke Wetenschappen. Dat is nu verhuisd, en een stuk groter en moderner geworden, in afwachting ook nog van nóg meer uitbreidingen. Je moet er trouwens wel voor naar één van de uithoeken van de stad, op het mislukte en desolate Fòrum-complex, dat overigens wel goed bereikbaar is met de gele metrolijn 4 (uitstappen El Maresme-Forum).

Het Museu Blau, zoals het nu afgekort heet, is juist daar ondergebracht, in het blauwe driehoekige gebouw van de architecten Herzog & De Meuron, om die zone van de stad wat meer leven in te blazen. Er ligt een groot congresgebouw en er worden bij warm weer massaal bezochte concerten georganiseerd, maar verder is het Forum (een erfenis van een redelijk mislukt evenement uit 2004 dat de hele zomer duurde en de wereld bij elkaar wilde brengen, om maar iets vaags te zeggen) een woestijn van cement plus een slachtoffer van een gebrek aan onderhoud.

Het museum opende met een eerste deel (De aarde vandaag) van wat de vaste expositie zal worden, Planeta Vida, over het leven op aarde. Ongetwijfeld een museum dat veel succes bij ouders met kinderen zal hebben, zo bewees zondag de lange rij van 6.300 eerste bezoekers.

Oude auto’s over een net iets oudere weg

Opvallend, de aantrekkingskracht die oude auto’s op veel mensen uitoefenen. Niet altijd, zeiden drie vrouwen me die vandaag meedoen aan de ‘rally’ van antieke wagens tussen Barcelona en Sitges. Vandaag gaapt iedereen hen aan, zoals gisteren op de boulevard bij de Arc de Triomf. Maar als ze het op een gewone dag in hun hoofd halen de weg op te gaan met hun Rochet Schneider uit 1919, dan krijgen ze allerlei verwensingen naar hun hoofd, dat ze met dat langzaam rijdende wrak opzij moeten. Maar vandaag is dus een bijzondere dag, mogen 72 auto’s over onze Costas del Garraf, de slingerweg tussen Castelldefels en Sitges die in 1880 werd aangelegd als een soort grindpad. De oudste auto vandaag is een darracq uit 1900, de ‘jongste’ een Ford A uit 1928. Daar tussenin merken die Clement, Brush, Wolseley, Hispano Suiza, Mors, Nash, Packhard en Elizalde heten, maar ook een Renault uit 1908, een Fiat uit 1918, een Citroën 5CV uit 1922, een Peugeot 163BR uit 1923 en natuurlijk Buicks en Chryslers en Ford TT’s. Genieten voor de liefhebbers, dus.

Jij kan de volgende zijn…

De meiden, fotografe Naomi Williams en organisatrice Petra van Poelje, legden vandaag de laatste hand aan hun grote avontuur dat vrijdagavond de werkelijke start beleeft, met een feestelijke opening in de gallerie Cosmo, die ook nog een cafeetje is, op de hoek van Enric Granados met Diputació. Ze lazen ooit in mijn krant, El Periódico, het zoveelste verhaal over een door haar (ex-)man vermoorde vrouw in Spanje. Naomi besloot voor elke in 2010 vermoorde vrouw een foto te maken, een portret van poserende vrienden en bekenden met elk een verschillende vorm, een ander moment van emotie op hun gezicht. Uiteindelijk kwam de teller vorig jaar op 73 vermoorde vrouwen uit.

Niet al die 73 foto’s hangen tot en met zondag (en daarna in verschillende centros cívicos, een soort buurthuizen)  aan de muur bij Cosmo. De selectie van dertig platen heeft óók een reden: het is het aantal mannen dat vorig jaar door hun vrouw of vriendin om het leven werd gebracht of door haar de (zelf)dood in werd gedreven. Dat laatste, zeggen Naomi en Petra, is om aan te geven dat hun ambitieuze project La próxima eres tu (Jij bent de volgende…) over (huiselijk) geweld tussen de seksen in het algemeen gaat, en niet alléén de vrouw als slachtoffer wil presenteren. De foto’s gaan van beelden van woede, wanhoop en kwetsbaarheid via ruzie en conflict langs liefde, vertrouwen en passie naar het slot van kracht, bescherming en moed. Met op het allerlaatst een spiegel waarin we onszelf zien: “En jij, wat ga jij doen?” is daar de vraag, met de bedoeling: waarschuw en help als je sporen van geweld bij vrienden, buren of familie waarneemt, om al die doden en honderdduizenden mishandelden te proberen te voorkomen.

Drukke ‘Nederlandse’ avond, trouwens, die van vrijdag. Comedy Lounge / Open Podium haalt de zoveelste stand up-comedian naar Barcelona, in iets wat een traditie begint te worden. Surinamer Roue Verveer heeft alle kaartjes voor de lounge-bar-theaterclub Fahrenheit trouwens al uitverkocht, maar mensen die naar zijn voorstelling gaan kunnen daarvóór even cultureel en sociaal langslopen bij Cosmo; beide plekken liggen vrij dicht bij elkaar, nog geen tien minuten lopen.