Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Het verboden strand van Barcelona

Burgerlijke ongehoorzaamheid aan de Mediterranee. Het strandbeeld van Barcelona is nogal veranderd, aan de uiterste zuidkant van de Barceloneta, sinds daar het fabuleuze W-hotel (geleid door de Nederlandse directeur Richard Brekelmans) zijn luxe deuren opende. Vroeger hield het strand er een stuk eerder op, vlak voor de beroemde, historische zwem- en sportclubs Barceloneta en Catalunya, met hun prachtige zwembaden aan de rand van het strand. De uithoek daar werd een klein nudistenstrandje en tegelijk een populaire ontmoetingsplek van zonnende homo’s. Nu loopt er een brede boulevard richting hotel W en verbiedt de politie er het nudisme, omdat er zoveel gezinnen lopen én de gasten van hotel W er weleens aanstoot aan zouden kunnen nemen.

Maar er is nóg een nieuw verbod gekomen in deze nieuwe omgeving: de golfbreker waarop het hotel is gebouwd (officieel mogen er volgens de Kustwet geen bebouwingen dichtbij het water zijn, maar omdat dit gebied eigendom is van het havenbedrijf mocht het hier wel…) is niet meer toegankelijk voor vissers noch badgasten. Er is een groot hek neergezet en een verbodsbord, maar de meeste mensen blijken daar gewoon lak aan te hebben. De verleiding om de handdoek te spreiden over die enorme basaltblokken, waar je geen zand tussen je natte tenen krijgt, is veel te groot. Bovendien is de ‘hindernis’ eenvoudig te nemen. Om de haverklap zie je er mensen door het water waden of, zonder de schoenen uit te willen doen, om het hek heen klauteren naar de andere, verboden kant. Officieel zou de veiligheid de reden voor dat verbod zijn -de zee kan hier flink tekeer gaan-, maar het algemene vermoeden is dat het hotel er geen ongewenste badgasten wil. Nu komt om de zoveel tijd de havenpolitie even langs om mensen weg te sturen; net zo nutteloos als water naar de zee dragen.

Daar waar ’s avonds nooit toeristen kwamen

 

Als er vroeger al toeristen kwamen op het nooit geslaagde Plaça de les Glòries, een verkeersknooppunt dat voor voetgangers en fietsers té onherbergzaam is, dan was dat alleen overdag, bij Les Encants, de historische rommelmarkt aan één van de zijkanten van het plein; een markt die in de nabije toekomst moet verdwijnen, maar de plannen voor een definitieve verbouwing van Glòries zijn al zo vaak uitgesteld dat niemand durft te zeggen wanneer die nou eens begint.

Maar deze steeds drukkere toeristenmaanden (het eerste halfjaar zijn er 20% méér passagiers op vliegveld El Prat geweest) komt er een soort avondlijke toeristenstroom op gang richting Glòries. De Bus Turístic rijdt er langs op zijn speciaal voor de zomer geprogrammeerde avondroute langs verlichte monumenten, maar ook veel toeristen vinden het plein (met eigen metrostation) op eigen houtje. Allemaal komen ze voor de Torre Agbar, het kantoorgebouw van het waterleidingbedrijf van de stad, Aigües de Barcelona. Daar gaan om negen uur de 4.500 LED-lampjes aan, meestal in rood-blauwe tonen, en worden er tientallen camera’s tegelijk tevoorschijn gehaald. Het gebouw is van de Franse architect Jean Nouvel, lijkt verdacht veel op eenzelfde toren in Londen (van Norman Foster) en was één van de ‘hoogtepunten’ van de politiek in Barcelona om beroemde architecten opvallende gebouwen te laten maken; veel projecten zijn door de crisis echter niet doorgegaan, en de soms eveneens beroemde Catalaanse architecten vonden het maar overdreven dat er zoveel aan die buitenlandse sterren moest worden uitbesteed.

’s Avonds is er verder rond de Torre Agbar en het Plaça de les Glòries nauwelijks iets te doen, maar als je de ‘nieuwe’ Diagonal richting het noorden (en de zee) afloopt sla je op een gegeven moment rechtsaf en kun je een zeer plezierige zomeravond hebben op de Rambla del Poblenou met zijn terrasjes.

 

 

Augustus, en geen trein naar strand noch vliegveld…

Als er in Spanje iets ingrijpends moet worden gedaan, iets wat de dagelijkse gang van zaken behoorlijk dwarsboomt, dan doen ze dat vooral in augustus. Al zullen er met deze diepe crisis steeds minder mensen op vakantie gaan, augustus blijft de maand waarin het in en rond Barcelona ineens een stuk stiller is. Niet zo stil als 20 jaar geleden, toen echt álles dichtging en de metropool bijna plat lag en er nog niet zoveel toeristen kwamen, maar wél stiller dan de andere maanden van het jaar. Wij, degenen die in augustus meestal doorwerken, krijgen dus de grootste onderhoudswerkzaamheden aan weg en spoor voor onze kiezen.

Informatie voor degenen die komende maand met de trein naar het vliegveld of (het strand van) mijn Sitges of andere dorpen aan de zuidkant van Barcelona willen: dat kan niet. Nou, het kan wél, maar niet zo eenvoudig en rechtstreeks als het normaal kan. Vanaf 4 augustus wordt net ten zuiden van het station van Sants eindelijk het spoor overdekt, over een kilometer lang. En dus kunnen de treinen (behalve de AVE naar Madrid, die al overdekt de stad uit rijdt) bijna een maand lang niet rijden.

Gisteren probeerde ik al even het alternatief uit dat spoorwegmaatschappij Renfe ons aanbiedt. In tijd kostte het me niet heel veel meer (zo’n 15 minuten extra), maar in beslommeringen en obstakels wel. Om nu met Rodalíes/Cercanías naar het zuiden te reizen moet je niet naar Passeig de Gràcia of Sants, maar naar Plaça Espanya. Daar beginnen verschillende lijnen van de Ferrocarrils de la Generalitat (FFGG). Uitstappen bij het derde station (Gornal), waar op 100 meter het Renfe-station van Bellvitge ligt. Alle treinen starten of eindigen in augustus in Bellvitge.

Alle? Nee, de regionale treinen doen het weer anders. Dat zijn de treinen die, bijvoorbeeld, uit Salou en Tarragona komen. Hun traject loopt door het binnenland (via Vilafranca del Penedès) en eindigt in Hospitalet Centre. daar voor de deur is het station van de rode metrolijn (L1), Rambla Just Oliveras – zo’n 20 minuten later sta je op de Plaça de Catalunya.

Om van en naar het vliegveld van El Prat te reizen kun je de trein beter helemaal niet nemen. Gewoon de Aerobus die vanaf Plaça de Catalunya, Sants en Plaça Espanya naar het vliegveld gaat. Dat scheelt een hoop gedoe in overstappen.

En ik? Misschien toch maar de auto pakken, in augustus, wanneer Barcelona een beetje stiller wordt: 

Tarantino in de open lucht

Maandagavond en stampvol. Tweeduizend kaartjes hebben ze, en een half uur voor het begin van de voorstelling waren ze al uitverkocht. Gek, voor Spanjaarden, die altijd te laat komen en een film binnenstormen als die al vijf minuten onderweg is. Maar naar de bioscoop in Sala Montjuïc is anders. In de open lucht, om te beginnen, bij uiterst aangename temperaturen – al koelt het boven op de berg altijd af, ’s nachts. Naar de openluchtbios op Montjuïc (alle maan-, woens- en vrijdagen tot begin augustus naast het Castillo, hélemaal bovenaan) is meer dan en film alleen kijken. Die begint om tien uur, als de ‘zaal’ donker is geworden, maar om negen uur is er al een liefkozend concert. Plus die honderden mensen in een picknick-sfeer op het gras. Iedereen neemt z’n eten, drinken en dekens mee, je kunt er halve ligstoeltjes huren en koel bier kopen (ook eten, en niet slecht), en er ontstaat een vrolijke sfeer van vooral twintigers en dertigers en heel veel Europese immigranten – de film is in VO, originele versie, ondertiteld, en niet de vreselijke nasynchronisatie. Al kan dat bij een film als maandag een beetje problemen opleveren, voor de slechts Engelstaligen: Inglorious basterds van Tarantino is niet alleen in het Engels, maar ook in het Frans en Duits. Plus Spaans ondertiteld. Een heerlijke mengelmoes. Honderden liefhebbers moesten buiten blijven, en bouwden op de flanken van de berg, met prachtig zicht op de lichtjes van Barcelona, hun eigen feestje, want de drank en het eten moesten toch op.

PS. Weekje weg, naar de Tour, zes avonden in de Avondetappe met Mart Smeets. Doe misschien op mijn woensdagse debuutavond als bruggetje van Barcelona naar Toulouse een Tarantino-shirt aan…

Hollandse iep aan de drukste straat

Ben er ongetwijfeld al tientallen keren langsgelopen, maar het was me nooit opgevallen. Ineens, op de grond, een klein signaal, zoals ze dat in Barcelona wel vaker doen om bomen te identificeren; toch aardig voor iemand als ik die totaal geen botanisch verstand heeft. En ineens, op de hoek van Aragó met Bailén, niet ver van Bar Amsterdam vandaan, zag ik deze liggen: Olmo holandés. Nou moet ik een online-woordenboek raadplegen om te weten wat olmo in het Nederlands is, en dat blijkt dus een iep te zijn. Een Hollandse iep, midden in Barcelona. Daar weerstaat dit exemplaar het drukke verkeer op de zeven rijbanen van Aragó, en dat mag een wonder heten. Want ik kom er, bij het zoeken van de naam, achter dat de ‘Hollandse-iepziekte’ één van de meest dodelijke voor bomen is.

Let er dus op, als je door Barcelona wandelt, op deze groene bordjes voor sommige bomen op de grond. Onderstaande boom krijgt ook een naamplaatje, maar dan wat groter, omdat het zo’n bijzonder exemplaar is. Weggestopt in een klein hoekje in het hart van de wijk Sant Gervasi, in de straat Arimón, staat deze azufaifo, beter bekend onder de Catalaanse naam ginjoler. Een wat? In het Nederlands (nou ja, Nederlands) heet deze boom een jujube, al is de botanische naam het mooist: ziziphus zizyphus, of zizyphus jujube. Van deze grote bestaan er maar twee exemplaren in heel Barcelona, de ander staat in één van de prachtige tuinen (die van Joan Maragall) op de Montjuïc. En in heel Catalonië is er ook nog maar één, ergens aan de Costa Brava. Verder schijnt-ie vooral in zuidelijker Spanje wat vaker voor te komen. Buren protesteren nu vanwege de werkzaamheden op de brakke grond ernaast, omdat de wortels van de monumentale boom (tussen de 150 en 200 jaar) door midden worden gesneden om er een kelder aan te leggen..

Voor zover ik weet heeft Anne Frank nooit op deze boom uitgekeken, dus zal de boom uiteindelijk redelijk anoniem sterven.

 

Barcelona is niet socialistisch meer

Barcelona was één van de laatste ‘rode’ bolwerken in heel Spanje. Ging Madrid al eind jaren tachtig over naar een conservatieve gemeenteraad en burgemeester (die wordt hier via de stembus gekozen) kort nadat de immens populaire socialistische burgemeester Tierno Galván in 1986 was overleden, nu heeft de hoofdstad van Catalonië een kleine ruk naar rechts gemaakt. Liefst 32 jaar – sinds de eerste verkiezingen na Franco (die natuurlijk zelf de burgemeesters benoemde) – was de PSC aan de macht in Barcelona, met als populairste burgemeester Pasqual Maragall, die voor zijn stad de Olympische Spelen van 1992 binnenhaalde,  later president van de Generalitat werd en nu vooral bekedn is als Alzheimer-patiënt.

Vandaag moest de synpathieke, maar weinig charismatische veertiger Jordi Hereu het stokje overgeven aan de goedige opa Xavier Trias van de Catalaanse nationalisten van CiU: liefst zes voorgangers van de 65-jarige Trias hadden zich in de verkiezingsstrijd stukgebeten op de socialistische rivaal, dus was de dag van vandaag een ongelooflijke triomf voor de nationalisten, die net als de Partido Popular in de rest van Spanje vooral profiteerden van de diepe economische malaise waarin het land verkeert en waar de socialisten van premier Zapatero voor verantwoordelijk worden gehouden.

Geen idee wat het nieuwe stadsbestuur ons gaat brengen. Hereu, die gisteren zijn laatste spullen inpakte, heeft het niet slecht gedaan. Vreemd echter dat je als burgemeester van een stad als Barcelona zo redelijk anoniem kunt blijven. Lijkt mij een heerlijke stad om te besturen, om faam in de hele wereld op te bouwen, maar dat was aan Hereu niet besteed. Aan opvolger Trias lijkt me trouwens ook niet.

 

120 euro boete voor een blote bast

 

Kwestie van smaak, natuurlijk, en vaak ook van leeftijd. Als ik als toerist naar Rome ga, naar Venetië, of zelfs naar Amsterdam, en het is in die plaatsen bloedheet, dan komt het geen moment in mijn hoofd op mijn t-shirt uit te trekken en lekker halfbloot over de Foro Romano, de Piazza San Marco of de Kalverstraat te gaan lopen. Bah! Maar niet iedereen denkt zo, natuurlijk. Barcelona heeft er nogal last van, van die mensen die denken dat het strand tien kilometer breed is en je dus overal door de stad, tot in de winkels en musea aan toe, met een ontbloot bovenlijf kunt gaan lopen (de mannen) of in een klein bikinitopje. Winkels en musea kunnen die mensen natuurlijk zelf corrigeren of weigeren, maar op straat is dat moeilijker.

Dus is Barcelona met een verordening gekomen die op 1 juni is ingegaan: buiten het strand is het officieel verboden dat bovenlijf te ontbloten, maar deze bloedhete week in de stad bewijst dat zo’n verbod nauwelijks effect heeft, ook al omdat geen toerist er iets van weet. Agenten hebben meestal andere dingen te doen: in totaal hebben ze in deze eerste maand 116 mensen gevraagd een shirtje aan te trekken. Slechts negen kregen een boete, omdat ze dat weigerden of het misschien wel erg bont maakten. De laagste boete voor dit vergrijp is 120 euro, de hoogste 500, en die is voor mensen die helemáál bloot gaan, een ‘straatnudisme’ dat tot voor kort in de stad was toegestaan.

Overigens komt het mooiste woord voor het lopen in een blote bast – wat volgens mij weer een mooie oude nederlandse uitdrukking is, blote bast – uit Italië: daar noemen ze het torsonudisme.

De achterkant van het kerkhof

De magie van de Montjuïc, een berg die steeds completer wordt, met aan de zeekant sinds kort het hotel Miramar (vroegere TV-studio’s van TVE) en het park (Jardines de Mossén Costa i Llobera) waar de mooiste cactussen van de stad zijn te bewonderen, heb ik al vaker beschreven hier. En vooral de voor velen toch onbekende begraafplaats. Was er deze week op een plek waar ik tot nu toe nog nooit was geweest: helemaal aan de zuidwestkant, waar er aan de straat Mare del Deu del Port een half verstopte ingang is die je net als de anderen óók met de auto kunt binnenrijden (blijft uniek, dit cementerio, omdat je het met de auto kunt bezoeken). Dichtbij die ‘achteringang’ (je hebt ook een ingang helemaal aan de bovenkant, dichtbij het Olympisch stadion en de botanische tuin, maar die is slechts voor voetgangers) ligt de Fossar de la Pedrera, het grote massagraf van Barcelona. Naar schatting liggen er zo’n 4.000 mensen begraven, de meeste van hen slachtoffers van het Franco-regime, mannen en vrouwen die door de troepen van de generaal werden gefusilleerd en anoniem hier werden ‘gedumpt’.

Pas na de komst van de democratie in 1975 werd er hard aan gewerkt om deze historische plaats een waardiger aanzien te geven, want lange tijd was het een braakliggend terrein met wat witte kruisen erop, en een datum (maar geen naam) van de dag van overlijden. Ook liggen er mensen begraven waarvan de familie vroeger geen geld had om hen een persoonlijk graf in één van de 200.000 nissen op de Montjuïc te geven.

Er staan verschillende monumenten op de Fossar de la Pedrera, zoals pilaren met meer dan 2.000 namen van Franco-slachtoffers, plus een herdenkhoek van de doden van de Tweede Wereldoorlog, plus een apart graf voor de oud-president van de Catalaanse regering, Lluís Companys, die ook werd gefusilleerd. Sinds zaterdag staat er bovendien een nieuw monument, voor de vele politieke doden van de anrchistische vakbond CNT, die zijn 100-jarig bestaan viert.

 

 

 

Barcelona, een eeuw geleden

Heerlijk, oude foto’s van Barcelona, zoals deze, de tram naar Collblanc-Sants Estació op de Gran Vía, net voor het Golferichs-huis op de hoek met Viladomat. Kan er nooit genoeg van krijgen, dus zal het een genot zijn vanaf morgen de expositie in het CCCB te bezoeken waar er 300 foto’s worden tentoongesteld van Josep Brangulí, een fotograaf die de stad tussen 1909 en 1945 uitgebreid op beeld vastlegde. In totaal moesten de conservatoren een selectie maken uit liefst 500.000 negatieven. De expo is in verschillende thema’s onderverdeeld, zoals belangrijke gebeurtenissen of bbouwprojecten, maar ook het dagelijks leven op het strand, het vervoer op straat of bokswedstrijden.

Naar aanleiding van de expositie, die tot eind oktober te zien is, wordt er ook een fotowedstrijd georganiseerd waaraan iedereen met een Flickr-account mag meedoen; Brangulí va ser aquí is Catalaans voor Brangulí was here en nodigt mensen uit de stad te portretteren zoals die fotograaf dat een eeuw geleden deed. Alle foto’s die ná 2000 zijn gemaakt mogen meedingen voor één van de tien plaatsen op de expositie. Het leukste is natuurlijk naar dezelfde plaatsen te gaan die Brangulí afbeeldde…

 

Een onherkenbare Plaça de Catalunya

Ergens in de loop van deze week zal het tentenkamp verdwijnen. Tot dan is het centrale Plaça de Catalunya in Barcelona een dorp binnen de stad, een terrein dat voor de meeste toeristen die er langs komen totaal onherkenbaar is. De beweging van 15-M (15 mei), voortzetting op een betoging van Democracia Real Ya! (werkelijke democratie, nu!), heeft nu al drie weken dit plein en het nog belangrijker Puerta del Sol in Madrid in bezit. Vooral ’s avonds is het er meestal stervensdruk, wanneer de ellenlange assamblé’s plaatsvinden waarin besluiten wel of niet worden genomen – volledige democratie vergt enig geduld. Gisteren werd uiteindelijk besloten het tentenkamp in Barcelona in de loop van de week af te breken. Zelfs vooral jonge demonstranten worden moe van het slapen in tentjes, maar dat komt ook omdat er de laatste tijd steeds meer ongewenste elementen in het kamp overnachten. De idylle van het begin, de charme van die Spaanse lente en de Spaanse Tahrir-pleinen begint een beetje te verdwijnen, maar de beweging doet zijn best het vuur levend te houden.

Dus zijn ze ook, als het goed is, nog de hele zomer op het Plaça de Catalunya te zien, maar dan alleen overdag en met wat minder tenten. Ik zag de laatste dagen dat veel toeristen een beetje schrokken en liever een rondje om liepen; hoeft niet, het protest is tot nu toe volledig geweldloos verlopen en de grote meerderheid zijn jonge, moderne Spanjaarden die de huidige politiek helemaal zat zijn. Het enige geweld van de laatste weken kwam van de Catalaanse politie, die wel erg onnodig en hard op de demonstranten insloeg en zich voor de camera’s van talloze fotografen voor schut zette. De Catalaanse ‘minister’ van Binnenlandse Zaken, Felip Puig, zei maar dat de media het beeld hadden vertekend en slechts enkele foto’s afdrukten. El Periódico antwoordde door alle 140 gemaakte foto’s door zes van onze vaste fotografen op internet te zetten. Op geen daravan is te zien hoe, behalve 120 demonstranten, ook 34 agenten verwondingen zouden hebben opgelopen.