Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Experts in slechte tunnels graven

carmel metro (c) marta jordi

Trots laten de politici en de ingenieurs de immense tunnel zien. Hij is klaar. Nu moeten de rails nog worden gelegd en over 10 maanden is de Carmel eindelijk ook ondergronds bereikbaar. De Carmel is een volkswijk gelegen op en tussen twee van de zeven heuvels van Barcelona (echt, ook Barcelona ligt op zeven heuvels, al zijn ze niet zo beroemd als die van Rome – misschien iets voor een toekomstige post) en is een labyrinth van smalle en soms steile straatjes waar de stadsbussen onmogelijke draaien moeten maken. Jaren geleden werd er begonnen met het verlangen van de blauwe lijn 5 van de metro, maar technische fouten zorgden in januari 2005 voor een kleine ramp: Hundimiento_Carmelde tunnel slokte een heel huizenblok op. Er vielen, miraculeus, gewonden noch doden. Vijf andere woonblokken moesten ook worden afgebroken, 34 gezinnen verloren hun woning, 1.276 mensen uit 84 gebouwen moesten tijdelijk (sommigen twee jaar) ergens anders worden ondergebracht.

Dat ongeluk heeft sindsdien voor een tunnelpsychose in Barcelona gezorgd, terwijl de ingewanden van de stad al bijna een eeuw lang door tientallen verschillende tunnels worden doorkliefd. Het nu, bijna vijf jaar later, goed afronden van de tunnel onder de Carmel door is goed nieuws voor de politici, nu de lange tunnel van de AVE, de hogesnelheidslijn, onder de straten Provença en Mallorca en rakelings langs de fundamenten van de Sagrada Familia, op zoveel verzet stuit.

noord-zuidlijnOm iedereen een beetje gerust te stellen werd twee jaar terug ook een congres georganiseerd met tunnelexperts uit de hele wereld. Zeer overtuigend klonken de verhalen van de ingenieurs die verantwoordelijk waren voor een tunnel onder het historisch centrum van Köln en voor de Noord-Zuidlijn in Amsterdam. Beide mannen, de laatste een aardige ingenieur van de TU Delft, werden direct door Barcelona als onafhankelijke experts en adviseurs aangetrokken. Maar een goed verhaal blijkt één ding, de werkelijkheid kan totaal anders zijn. De tunnel in Köln verwoestte dit jaar de prachtige, monumentale bibliotheek van de stad, en de Noord-Zuidlijn is een miljardenramp die ongetwijfeld nog tien jaar lang delen van Amsterdam onbegaanbaar zal maken en meer huizen zal doen kraken dan die op de gehavende Vijzelgracht.

Miles Davis en de dief van het Palau de la Música

kind of blue

Het is een zooitje in het Palau de la Música; althans, ze zijn bezig het op te ruimen. Jarenlang heerste er een gerespecteerde vertegenwoordiger van de typische Catalaanse bourgeoisie, Félix Millet. Maar die blijkt nu al ruim tien jaar miljoenen aan euro’s die het cultureel muziekpaleis ontving en omzette in eigen zak te hebben gestoken. Een zaak die de kranten, samen met de PP-corruptie in Valencia en Madrid, al wekenlang bijna dagelijks bezighoudt, want het is het grote bedrog van iemand waarvan nu velen zeggen dat ze al wisten dat hij een dief was. Een verhaal over de omertà binnen de Catalaanse burgerij, waar niemand Millet erbij wilde lappen. Vanuit de politiek gebeurde ook al niets, want jarenlang doneerde hij via-via geld aan de tot enkele jaren terug regerende nationalisten van CiU. En wij gingen allemaal naar concerten in het Palau zonder te weten dat die Millet van de opbrengsten bijvoorbeeld zijn immense huis liet renoveren.

kind_of_blueHet verhindert me niet naar optredens in het Palau te gaan. Sterker nog, ik verheug me nú al op mijn volgende bezoek. Net de kaartjes gekocht; nog genoeg plaats, weer bijna vooraan, bij Jimmy Cobb. Wie? Cobb is drummer en de enige ‘overlevende’ van een historisch sextet, de mannen die precies 50 jaar geleden met Miles Davis één van de beste, meest invloedrijke én vernieuwende platen uit de muziekgeschiedenis opnamen. En als eerbetoon en herinnering aan mooie tijden doet Cobb het nog een keertje over. Tuurlijk, geen Miles Davis op de trompet, maar Wallace Roney schijnt er ook wat van te kunnen en voor weinig geoefende oren als de mijne zal ook deze versie ongetwijfeld betoverend klinken. Op Kind of Blue trouwens een nummer met een opvallende naam, en daarmee de band met Spanje: Flamenco Sketches. Davis was nooit in Spanje geweest, maar had een flamenco-LP bij een vriend thuis gehoord en raakte er door geïnspireerd.

Aan de sjieke dief Felix Millet zal ik die avond in het Palau waarschijnlijk niet denken…

Een literatuurprijs van 600.000 euro

premio planeta1

De winnaar van de AKO-literatuurprijs – we wedden op Erwin Mortier met zijn Godenslaap – krijgt straks 50.000 euro mee. Die van de Libris-literatuurprijs hetzelfde bedrag, plus 2.500 euro extra voor de nominatie. De prestigieuze Booker Prize geeft 54.000 euro weg. Vanavond wordt tijdens een gala waar iedereen is die er bij wil horen de grootste (lees: best gehonoreerde) Spaanse literatuurprijs vergeven, de Premio Planeta. De winnaar krijgt… 600.000 euro (de verliezende finalist krijgt ook nog € 150.000). Die hoeft een groot deel van zijn of haar leven niet meer te schrijven, als hij of zij niet wil. Slechts de Nobel-prijs, net voor 1 miljoen weer toegewezen, doet het voor meer.

Zeshonderdduizend euro. Wat is de truc? Er mogen slechts ongepubliceerde manuscripten meedingen, dit jaar zijn er 492 ingestuurd. Dus een schrijver, voordat hij zijn manuscript bij een uitgever aanbiedt, stuurt het eerst op naar de Premio Planeta. Planeta is tegelijk de grootste uitgeverij van Spanje en brengt het winnende boek in een recordoplage op de markt. Mensen kopen graag prijswinnende boeken, dus dat geld van die prijs wordt waarschijnlijk snel weer terugverdiend; alleen dit keer blijft er dankzij die prijs meer voor de schrijver hangen dan de gebruikelijke 10 tot 15% per verkocht exemplaar.

pomboBen je een (redelijk) onbekende schrijver, dan heeft het eigenlijk geen zin een manuscript in te zenden. De winnaars zijn, zeker de laatste jaren, óf grote mensen uit de Spaanse literatuur óf in de media zeer aanwezige personen geweest; sommige TV-presentatoren wonnen zo met hun romandebuut de Planeta. Van de recente winnaars (Fernando Savater – op de foto boven -, Juan José Millas, Maria de la Pau Janer en Lucia Etxebarria) zijn andere boeken in het Nederlands vertaald, maar slechts van de winnaar van 2006, Alvaro Pombo, is ook het prijswinnende boek, Het fortuin van Matilda Turpin, in het Nederlands te krijgen. Heb ’t niet gelezen, dus kan ’t ook niet aanbevelen.

UPDATE: De prijs werd vannacht gewonnen door Ángeles Caso, een vroegere tv-presentatrice die dat vak ‘te opppervlakkig’ vond en ging schrijven. Het boek Contra el viento (Tegen de wind in) gaat over een Kaapverdiaanse immigrante die in Spanje door haar man mishandeld wordt. Terwijl zij het dankwoord uitsprak, viel één van de juryleden flauw…

Entree betalen voor het Park Güell

park guell

Vroeger kwam ik er regelmatig. Vroeger was toen Barcelona iets minder druk was en architect Antoni Gaudí nog niet wereldberoemd. Vroeger (ik heb het al vaker geschreven) is pas zo’n 15 jaar geleden. Kwamen er mensen uit Nederland op bezoek en het eerste (en soms het enige) wat ik hen van Barcelona liet zien was het Park Güell, dat ik altijd een soort Efteling zonder electronica heb gevonden, een sprookjespark met talloze prachtige plekjes.

De laatste keer dat ik er was, was toen ik de foto hierboven maakte. Ik schrik zelf van de datum, december 2004. Al weer zo lang geleden. Dat bezoek bleek echter overtuigend genoeg om me er sindsdien niet meer te vertonen. Eén mierenhoop van toeristen, het was een lang weekeinde, zo’n puente, eentje met zelfs twee feestdagen, 6 en 8 december; Spanje is na Litouwen het land met de meeste losse feestdagen, zo’n 15 per jaar. maar ook níet-feestdagen is het er nu stervens druk.

Ook de gemeente is de drukte in het Park Güell een beetje zat. Of beter gezegd: de buren worden er kriebelig van. Zo’n 14.000 dagelijkse bezoekers trekken er meestal lopend vanaf een bus- of metrostation naar toe. En ze vervuilen het park, vernielen plantjes en laten zich ook hier beroven. De wethouder van het district Gràcia, waaronder het park valt, wil daarom entree gaan vragen om het park in te mogen (buurtbewoners krijgen een speciaal pasje, die mogen gratis). Binnenkort zal de gemeenteraad het idee bespreken, maar de heibel is natuurlijk al losgebarsten. Betalen voor een park? Barcelonezen vinden het belachelijk. “We moeten door die toeristen ook al betalen om de kathedraal in te mogen,” schreef een lezer vandaag in de krant.

Toeristen zouden het zo doen, betalen, denk ik, want ze geven ook massaal een belachelijk hoge €17,50 uit voor het Casa Batlló van Gaudí. Misschien vallen ze voor één van de redenen van de gemeente: als er entree moet worden betaald, houden we de zakkenrollers buiten. Onzin, natuurlijk. De Bus Turístic, die meer dan 20 euro kost, zit vol met vrouwelijke zakkenrolsters die tasjes meenemen als de passagier voor of naast hen met open mond de Sagrada Familia aanschouwt. De investering van een ticket is snel terugverdiend. 

Er is trouwens ook een andere manier om de drukte van het Park Güell te ontvluchten: redelijk vroeg gaan, bij het eerste zonlicht, dan ben je zelfs de eerste Japanners misschien voor.

UPDATE: De gemeente heeft besloten geen entree te heffen, maar komt met een andere, salomonische oplossing: er komen van die draaipoortjes die het aantal bezoekers tellen. Er komt een maximum-aantal tegelijk binnen. Dus: vol = vol, en als je naar binnen wilt zal je soms moeten wachten…

park guell2 (c) marti fradera

Apotheek, barretje en pinautomaat

kruispunt (c) Xavier Gonzalez

Kom net bij het postkantoor vandaan. Op de hoek zat het oplichtende groene kruis van een apotheek. Ernaast drie mannen die natafelden op het terrasje van een bar. En aan de overkant een spaarbankfiliaal. Deed me weer eens denken aan een héél oude column die ik eens schreef voor De Gelderlander en De Limburger, de VNU-kranten waren dat, en die ik, geactualiseerd en uitgebreid, in mijn boek opnam. Bij deze, drie alinea’s uit Het Barcelona-gevoel. Misschien ook het lezen waard voor Dick Scheringa; in Spanje zou hij zo zijn verdriet kunnen wegdrinken of in pilletjes kunnen doen oplossen.

De Spanjaard, man of vrouw, staat er niet eens meer bij stil, het dagelijkse straatbeeld in zijn of haar dorp of stad. Althans, de ruim veertig miljoen inwoners van het land, inclusief de zeven miljoen in Catalonië, staan er niet figúúrlijk bij stil. Letterlijk is het meest typische punt van de Spaanse straat, het kruispunt, iets waar het meest wordt stilgestaan, al is het niet om voor het stoplicht te wachten. Voetgangers steken altijd met rood licht over. Zo’n kruispunt heeft over het algemeen vier hoeken, die vrijwel altijd zijn bebouwd, al zijn het in de Eixample van Barcelona acht hoeken, door dat stadsplan van Ildefons Cerdà. Maakt niet uit, de verdedling blijft vrijwel dezelfde. apotheekUitgaande van de traditionele vier hoeken zit er op één hoek een barretje of klein restaurant, op een tweede hoek een apotheek en op de twee resterende hoeken bankfilialen. Geen Europeaan die zoveel tijd als de Spanjaard doorpbrengt in de bar, de apotheek en de bank, hoewel de volgorde meestal bank, bar, apotheek zal zijn. In de Gouden Gids van Barcelona is een paginalange wandeling nodig om een schatting van het aantal banken, barretjes en apotheken te maken. De officiële cijfers van de overkoepelende verenigingen spreken van1.200 apotheken, ruim 4.900 kantoren van banken en spaarbanken en zo’n 11.000 bars en restaurants, net zoveel als er taxi’s zijn. Dat op de kruispunten toch meer banken dan bars zitten, heeft alles met prestige te maken. Een bareigenaar neemt vaker genoegen met een bescheiden en goedkopere gevel op een recht stuk straat, iets waartoe bijna geen bankdirecteur zich zal verlagen, want hij wil zichtbaar zijn vanuit allebei de straten die op het kruispunt samenkomen. caixa (c) Agustin Catalan

De rekeninghouder van de alom aanwezige Caixa de Pensions kan drie hoeken verderop een ander filiaal vinden als er in de ander een lange rij staat. Een netwerk van ruim 5.000 kantoren zorgt ervoor dat het door schilder Miró ontworpen sterretje het meest voorkomende ‘Catalaanse’ symbool in Spanje is, met in totaal bijna 10 miljoen rekeninghouders die er waarschijnlijk op vertrouwen dat hun geld bij die gierige Catalanen in goede handen is, een argument dat ook het recente succes van het Nederlandse ING in heel Spanje zou kunnen verklaren. Met het nog warme geld op zak is het maar een kleine stap over het zebrapad naar de overkant, als je tenminste niet door een rood licht negerende automobilist wordt geschept. De Spaanse volksbar, en dat zijn de meeste, wordt gekenmerkt door behangloze, schilferende muren, een bar met op de grond vijf centimeter hoog gestapeld vuil van servetjes, lege suikerzakjes, peuken en tandenstokers en formicatafeltjes waarvan het oppervlak door het jarenlang spelen van domino is weggesleten. barDe Spaanse bar is een mannenwereld. Het is het favoriete ontmoetingspunt, zeker daar waar de werkloosheid en het aantal gepensioneerden hoog ligt. Een caña, een klein tapbiertje, kost er niet meer dan een euro, dus de uitkering – mocht die er zijn – lijdt er niet te veel onder. Vaak wordt ‘s avonds al, te vroeg, het avondeten in de bar genuttigd, zijn de biertjes overgegaan in drankjes met gin en whisky, waarop de volgende ochtend voor een aspierientje of paracetamolletje de oversteek naar de volgende hoek moet worden gemaakt, de apotheek, die in Spanje meer een kruising is tussen een Nederlandse apotheek en drogisterij, want je kunt er ook zonder recept van alles krijgen, zelfs een beetje doping. Niet voor niets is de Spanjaard de grootste medicijnenslikker van Europa, wat dus ook nog een reden zou kunnen zijn voor die langere levensverwachting: de dozen met pilletjes die de dood een beetje uitstellen.

De dag van het Spaanse ras

hispanidad1

’t Is weer eens puente vandaag. Letterlijk betekent het ‘brug’ en in het Nederlands zouden we het, in dit geval, vertalen als lang weekeinde. Daar zijn de Spanjaarden goed in, in het maken van lange weekeinden. Heeft altijd met een feestdag te maken, en daar zijn er veel van. Was 11 september het nationale feest van Catalonië, vandaag is het de nationale feestdag van heel Spanje (en Catalonië en Baskenland zijn dat, tegen hun zin, verplicht mee te vieren). En net als die diada catalana blinkt ook deze Día de la Hispanidad niet uit door een uitbundig volksfeest. geit legioenTotaal anders dan de Franse 14 juillet of onze Koninginnedag. Er is het onvermijdelijke militair défilé, inclusief de even onvermijdelijke geit, de mascotte van het Vreemdelingenlegioen, er zijn wat bijeenkomsten van extreem-rechts (in Barcelona 150 man vanochtend bij het kasteel van Montjuïc; Geert Wilders niet gezien) en tegendemonstraties van extreem links. De rest van het land gaat naar het strand, het park, de familie of waar dan ook. Dat vooral dat steeds verder krimpende extreem-rechts dit als zíjn feestdag beschouwt komt misschien ook door de vroegere benaming van de 12e oktober: Día de la Raza, de dag van het ras. Welk ras? Het Spaanse, als je dat een ras mag noemen; of het Latijnse ras, dat in 1492 Amerika ontdekte en veroverde.

Want dat is wat er op 12 oktober wordt gevierd: de aankomst van Christoffel Columbus (Cristobal Colón in het Spaans) op een kust waarvan hij dacht dat het Indië was maar later het onbekende Amerika bleek te zijn. Daarom wordt het feest niet alleen in Spanje gevierd: zag foto’s van een kleurrijke optocht gisteren in New York, waar de Zuidamerikaanse volken in klederdracht de ontdekking van Amerika herdachten, al zou er voor veel van hun voorvaderen, gekweld door het geweld van de Spaanse kolonisten, geen enkele reden tot feest zijn geweest.

hispanidad NY

Voetbal zonder venijn

derby sitges

Derby’s zijn beladen wedstrijden. Helemaal in Spanje. En het meest in Sevilla. Je bent er voor Betis, of je bent er voor Sevilla. Tot de dood. De clubs zijn even groot, dus is ’t anders dan Real-Atlético, Barça-Espanyol of Feyenoord-Sparta. Sevilla heeft ook humor. Ze slaan elkaar de hersens in, soms, in het stadion, maar in de kroeg doden ze elkaar met moppen. Maradona speelde ooit bij Sevilla, in zijn drugsrijke nadagen. Waarom hij altijd aan de zijlijn speelde, vroegen de béticos. Kon hij nog een lijntje snuiven.

Vanmiddag was de derby hier. Blanca Subur tegen UE Sitges, de junioren. Jongens van 16, 17 en 18, waaronder mijn Ferran, waar de hormonen door het lijf gieren. Overvolle tribunes, vooral heel veel mooie tienermeisjes. Tientallen. En de ouders. En de besturen van de clubs. Er werd gedronken onder de ouderen, de meesten een cubata (rumcola) van vlak na het eten, anderen een carajillo (koffie met cognacje erdoor) of een koffie met Bailey’s. Geen van de jongeren dronk alcohol. Mag niet op de club, en dat weten ze. Het was gezellig en het bleef gezellig. Ook op het veld. Alle jongens kennen elkaar, zitten bij elkaar in de klas, hebben soms bij beide clubs gespeeld. Het werd 4-1. Het voetbal hield niet over, maar het was leuk. Zoals jeugdvoetbal moet zijn.

derby sitges2

’t Is herfst in Sitges…

10 oktober1

Even wat zeezout in de herfstachtige Nederlandse wonden strooien. De foto is van zojuist, vijf uur ’s middags. Graadje of 25. En het zeewater, helderder dan in de zomer, rond de 22 of 23. Uiterst aangenaam, en dat is eigenlijk nog een understatement. Ik zeg het wel vaker tegen mensen: het plezier van het wonen aan de Middellandse Zee moet je niet direct in de zomer zoeken. Prachtig weer hoor, daar niet van, en mij zul je nooit over de hitte horen klagen (deze zomer uiteindelijk 40 dagen achtereen meer dan 33 graden in Barcelona), maar de zomer is tegenwoordig overal in Europa redelijk mooi. Opwarming van de aarde en zo; ben blij voor iedereen in Nederland die van de mooie maanden heeft genoten. Jammer alleen dat je dat na een tijdje hondeweer zo snel vergeten bent.

Nu is het herfst, volgens de kalender én de wind en regen van de laatste dagen in Nederland. Geen leedvermaak of zo. 10 oktober2Er zijn mensen die zeggen dat ze niet zonder de seizoenen zouden kunnen, dat ze het nodig hebben, het gure herfstweer dat over vlakke akkers raast, zo mooi bezongen door Jacques Brel.

Ik heb er niets mee, wekenlang wurgende wolkendekens. Dát maakt het wonen aan de Mediterranee dan ook zo prettig: de herfst, de winter, het voorjaar. Soms een bui, want die heeft de aarde hier ook nodig, nooit echt koud, héél erg veel zon. Aanvankelijk miste ik het prachtig winterse schaatsen wel eens, na nog net de Elfstedenwinters van ’85 en ’86 te hebben meegemaakt; maar hoe vaak heeft Nederland sinds mijn vertrek in 1988 nog écht mooi natuurijs gehad?

Prachtzomer in Nederland? Laat het vooral zo blijven. Het maakt het land er ineens een stuk vrolijker op, de terrasjes zitten vol, de mensen zijn aardiger, al is er altijd wel één die na twee weken zomer zegt dat het ook wat minder kan. Zeikerds zul je blijven houden. Van oktober tot maart zeur je hier in Sitges nauwelijks over het weer. (Wilde iemand een bewijs van ons geprezen microklimaat: kijk de wolken op de achtergrond van de bovenste foto; die hangen boven Barcelona.)

Even de voorspelling voor komende week gekeken. Rustig herfstweer, zullen we maar zeggen.

voorspelling

Nederlands dagje in Barcelona

salo de cronicas

Als je emigreert, écht emigreert, wil je meestal helemaal niets meer te maken hebben met Nederland. Misschien in een poging bij voorbaat alle mogelijke heimwee uit te bannen, maar toch ook een oprechte intentie om volledig in je nieuwe land te integreren. Bovendien was dat vrij eenvoudig, in 1988. Er bestond geen internet, je kon geen Nederlandse TV via de satelliet ontvangen… Slechts de telefoon of een duur vliegticket brachten je af en toe terug naar Nederland. Tien jaar moest ik niets van Nederland en hebben; hooguit in verband met het werk, meer niet. Toen kwam de televisie in huis, opdat de kinderen ook in hun vaders taal programma’s konden zien; ze hebben er nooit naar gekeken. Dus kijkt pa nu, als hij ’s avonds laat thuis is, naar Pauw&Witteman en de herhaling van DWDD van een Matthijs die nog niet zo beroemd en mediageniek was toen we eind jaren negentig lange en vooral goede diners in Barcelona vierden; hij is al lang niet meer geweest.

Vervolgens kwamen de goedkope vliegtickets, en kon je wat vaker naar Nederland. Toen kwam het Nederlandse vriendinnetje op nota bene een Koninginnedagviering in Barcelona aanwaaien. En nu zijn er ook wat aardige Nederlandse kennissen, mannen en vrouwen die bovendien allemaal zeker weten dat hun verblijf in en rond Barcelona definitief zal zijn.

tijgermugBarcelona zit vol met Nederlanders. Gisteren was hún dag, al kon je niet overal tegelijk zijn. De Kring van het Nederlands Bedrijfsleven in Barcelona sloot de viering van het 40-jarige jubileum af met een ontvangst door burgemeester Jordi Hereu. Dat had eigenlijk in de oude Philips-fabriek in de Zona Franca moeten gebeuren; dat is inmiddels een bibliotheek geworden, maar in de botanische tuinen erachter, in 1960 ontworpen door mevrouw Van der Harst, de echtgenote van de toenmalige Philips-directeur, heerst een plaag van tijgermuggen. Je wordt er gek gestoken, er zijn er zelfs tientallen in het medisch centrum gevlogen (op de foto, eentje die ik op een folder aantrof), dus werd de ontmoeting naar het gemeentehuis verplaatst, naar de historische maar slecht verlichte Saló de Cróniques (foto boven), met een vloer van zwart marmer en een gouden achtergrond gemaakte schilderingen van Josep Maria Sert uit 1928 die de Catalaanse reizen naar het Oosten in de 15e eeuw voorstellen. De Consul-Generaal liet, tussen de lofuitingen door, Hereu fijntjes weten dat het verdomd druk is op het consulaat nu zo’n 10% van alle Nederlanders die Barcelona bezoekt beroofd wordt; het is deze zómer hét thema in Barcelona, het zakkenrollersparadijs van Europa.

Even verderop, Via Laietana, dezelfde tijd, vierde Bavaria de 125ste verjaardag van Abdij de Koningshoeven, gecombineerd met de presentatie van een nieuw Trappe-biertje, Isid’Or. Bavaria, van mijn bijna naamgenoten Swinkels, probeert de Spaanse markt te veroveren en doet dat vanuit Barcelona. palau filharmonischEn bijna aan de overkant, in het majestueuze maar door corruptie geplaagde (dat verhaal zal ik nog wel eens vertellen) Palau de la Música, opende het Rotterdams Philharmonisch Orkest officieel het seizoen. Het was de reden dat de burgemeester na zijn lange toespraak niet met de leden van de Kring kon naborrelen: de volledige Catalaanse burgerij wachtte om het Palau een hart onder de riem te steken; dirigent Yannick Nézet-Séguin deed dat, onder anderen, met een mooie Negende van Mahler.

Het tweede trio van de Azoren

(c) miguel lorenzo

Het heeft even geduurd, sinds de vorige post over het corruptieschandaal binnen de PP, maar het is ook een complexe zaak. Gisteren kwamen de eerste 70.000 pagina’s van het uitgebreide onderzoeksrapport vrij, en de kranten komen vandaag ruimte tekort om alle bevindingen zo smeuïig en tegelijk duidelijk mogelijk te brengen. Ik ga maar niet te diep in op de Caso Gürtel, die nog maanden kan duren en waarvan de voor de partijleiding meest gevoelige informatie nog naar buiten moet komen. In het kort: een corrupt netwerk van slimme jongens (leider Correa liet zich graag Don Vito noemen) trommelde geld los bij grote bouwbedrijven in vooral Madrid en Valencia, maar ook Galicië en Castilla-León, vier van de vaste bastions van de Partido Popular. Voor een deel van het geld kochten zij peperdure kadootjes voor de belangrijke mensen binnen de PP die over bouwcontracten beslisten en die projecten dus aan de gulle bouwers schonken.  Het andere deel van dat geld ging naar de partijkas van de PP om de campagnes en meetings voor de (regionale) verkiezingen te bekostigen. En die meetings mochten dan weer door Correa en zijn jongens worden georganiseerd voor veel meer geld dan gebruikelijk was. Maar zij kregen ook andere lucratieve contracten, zoals die rond de America’s Cup en de formule-1 race in Valencia. Een mooie ronde cirkel waar iedereen beter van werd…

trio de azoresNou over de kop en bijgaande foto’s. Die bovenaan wordt al het ‘tweede trio van de Azoren’ genoemd, een uitdrukking die in Spanje gelijk staat aan absoluut foute mensen. Het eerste trio staat hiernaast: op de Azoren besloten George Bush. Tony Blair en José Maria Aznar de aanval op Irak en de nooit gevonden ‘massavernietigingswapens’ van Saddam Hoessein te openen. Fout. Minder erg zijn dus de delicten van het trio bovenaan, gefotografeerd tijdens de formule 1-Grand Prix van Valencia. Flavio Briatore, net voor het leven geschorst, heeft in Italië wel eens voor oplichting in de cel gezeten, maar heeft verder niets met het PP-schandaal te maken. In het midden zit Alejandro Agag, netwerker en schoonzoon van Aznar, die volgens de laatste informatie het corrupte netwerk van Correa de PP binnenloodste. En rechts Francisco Camps, de premier van Valencia, die zelf dure pakken kado kreeg, een zaak die door de opperrechter van Valencia werd geseponeerd; dezelfde opperrechter die verklaarde dat hij en Camps méér dan goede vrienden zijn.

Camps haalde even opgelucht adem, de PP ook. De enquêtes blijven de partij bovendien gunstig behandelen. Desondanks is de zaak alsnog geëxplodeerd. Wordt dus vervolgd.