Tagarchief: spanje

De coup van 23-F, alsof het gisteren was

Vandaag gaat de film in première; goed moment, natuurlijk, precies dertig jaar later. 23-F. De Spanjaarden hebben de goede gewoonte bijzondere dagen zo af te korten. 23-F, iedereen weet dan waar je het over hebt, 23 februari 1981. Mijn herinnering aan die dag is nog vers; de zomer daarvóór had ik als 17-jarige een Spaans meisje ontmoet, Mari, mijn latere vrouw. We schreven elkaar brieven -internet bestond niet – en heel af en toe mocht er van de ouders gebeld worden, maar  bellen naar het buitenland was duur, natuurlijk, iets van twee gulden per minuut, of zo. Nadat ik op de Nederlandse journaals die besnorde gek van een Tejero had gezien mocht ik natuurlijk wél bellen: het hele gezin zat thuis, in l’Hospitalet, in de flat, een interior zonder ramen naar de straat, en wachtte in spanning af. Latere schoonpapa Paco had zijn vader, zoals zo velen, in de Burgeroorlog verloren – hij streed aan de republikeinse, rode kant – en vreesde alweer voor een herhaling van vroeger, of de terugkeer van een dictatuur. De familie Carmona zou, zoals half Spanje, de hele nacht niet slapen.

Vandaag dus eindelijk een film over die ongelooflijk spannende 24 uur van toen. Boeken zijn er al genoeg, al heeft de laatste, van auteur Javier Cercas, veel lof gekregen. Anatomie van een moment is zojuist in het Nederlands verschenen. Hieronder de recensie van Paul van der Steen in dagblad Trouw:

De Spaanse democratie was nog jong en kwetsbaar, toen militairen in februari 1981 een staatsgreep pleegden. Romancier Javier Cercas wilde de coup achter de beroemde televisiebeelden vandaan krabben.

// <![CDATA[Weinig journaalbeelden hebben als kind meer indruk op me gemaakt dan die van de poging tot staatsgreep in Spanje op 23 februari 1981. Het is lastig te analyseren wat ervoor zorgde dat ze zo intens bij me ’binnenkwamen’. De immense brutaliteit van de daad was zelfs voor een schooljongen duidelijk. De kwetsbaarheid van de democratie misschien ook.

De belangrijkste hoofdrolspelers deden de rest. Luitenant-kolonel Antonio Tejero met zijn borstelsnor en lachwekkende Guardia Civil-hoofddeksel, een operettefiguur die zo leek te zijn weggelopen uit het stripalbum ’Kuifje en de Picaro’s’. Daarnaast premier Alfonso Suárez, die overeind bleef in zijn bankje toen de meeste afgevaardigden wegdoken voor de kogelregen waarmee de coupplegers kort na hun binnenkomst gezag probeerden af te dwingen.

Op de beelden die zich op mijn netvlies brandden, ontbraken op de een of andere manier Manuel Gutiérrez Mellado en Santiago Carillo. Ook zij lieten zich nauwelijks imponeren door de binnendringers. Generaal Gutiérrez Mellado, vice-premier onder Suárez, liep zelfs onverschrokken op Tejero en zijn mannen af. Carillo, leider van de Spaanse communisten, zat tegenover Suárez in de arena, maar een stukje hoger dan de minister-president. Dat hij bleef zitten tijdens het schieten liep wat minder in het oog.

Wat wel in de herinnering bleef hangen was de televisietoespraak van koning Juan Carlos. Gestoken in zijn uniform van kapitein-generaal sprak hij de natie toe. In ondubbelzinnige bewoordingen nam hij afstand van de gebeurtenissen in het Congres en betuigde hij steun aan de Grondwet en de democratie.

De romancier Cercas wilde eigenlijk fictie schrijven over 23 februari. Daar kwam hij van terug. Na verloop van tijd begreep hij dat de gebeurtenissen tijdens en rond de coup „alle dramatiek en al het symbolisch potentieel bevatten dat we van literatuur eisen”. Anatomie van een moment werd een non-fictieboek. Niets dat hij zelf verzon, raakte Cercas zo hevig, bracht hem zo in vervoering, was zo complex en meeslepend als de werkelijkheid van die historische dag in 1981.

De schrijver reconstrueert tot in detail de gebeurtenissen tijdens de bange uren van toen. In de volksvertegenwoordiging, maar ook in de rest van Madrid. En in Valencia, waar opstandige troepen de stad onder controle hadden. Hij laat het niet bij de actie, maar kijkt ook nadrukkelijk naar de reactie, of liever het gebrek daaraan.

Dat velen in de eerste uren na de coup verzuimden om partij te kiezen en zoveel mogelijk opties openhielden, had te maken met de onduidelijkheid van het moment. Die houding afdoen als lafheid is te gemakkelijk. Een zeker opportunisme kwam er zeker bij te kijken. De invloed van het nationale trauma van de bloedige Burgeroorlog uit de jaren dertig valt ook niet uit te vlakken. Alles beter dan de orgie van bloed van destijds.

Cercas plaatst de coup in zijn tijd. De Spaanse democratie stond nog in de kinderschoenen, terwijl de problemen zich opstapelden: de economische situatie was deplorabel, het terrorisme (voornamelijk van de Baskische afscheidingsbeweging Eta) nam toe, instellingen en bestuurders boetten aan gezag in. Een staatsgreep hing in de lucht. Wie daar niets van moest hebben, deed op zijn minst mee aan het speculeren over meer bemoeienis van de militairen, het aanstellen van een sterke man of het aantreden van een eenheidsregering.

De auteur toont overtuigend aan dat de mannen die niet doken voor de kogels alle drie ’helden van de terugtocht’ waren. Zoals later Michael Gorbatsjov deed, loodsten zij hun land door een overgangstijd heen en waren daarom min of meer voorbestemd om tussen het raderwerk van de geschiedenis vermalen te worden.

Het uit de provincie afkomstige lefgozertje Suárez werd groot onder het Franco-regime. Na de dood van de dictator verwezenlijkte de politicus het schijnbaar onmogelijke. Binnen een jaar legde de nieuwe premier de basis voor de Spaanse democratie. Misschien wel de allerknapste prestatie: de franquisten tekenden zelf mee voor de liquidatie van het franquisme. Maar begin 1981 was de houdbaarheidsdatum van Suárez verstreken. Spanje was hem zat. Juist op het moment van de staatsgreep werd zijn opvolger gekozen.

Bij het vestigen van het burgerlijk gezag waren militairen onontbeerlijk. Generaal Gutiérrez Mellado gebruikte zijn gezag om de hervormingen te ondersteunen. Hij ging onder Suarez dienen als vice-premier. Door de lotsverbondenheid met de minister-president liepen hun opkomst en ondergang vrijwel parallel.

Gutiérrez Mellado verspeelde met zijn politieke optreden veel van het krediet dat hij had bij zijn oude wapenbroeders. Vooral het rabiate deel daarvan verweet hem zijn instemming met het voor hen ondenkbare: de legalisering van de communistische partij, de gehate tegenstander uit de tijd van de Burgeroorlog.

Aan de andere kant van het politieke spectrum verweten de communisten hun secretaris-generaal Carillo dat hij te veel concessies deed. Hij verkoos eendracht en vrijheid boven zijn oude idealen, revolutie en gerechtigheid. Onvergeeflijk, vonden de kameraden van weleer.

Met hun wat minder flexibele geest weigerden de tegenstanders van Suárez, Gutiérrez Mellado en Carillo te geloven dat de drie gedreven werden door authentieke overtuiging. Ze zouden zich puur laten leiden door eigenbelang en politieke overlevingsdrift.

Cercas maakt van alle betrokkenen mensen van vlees en bloed. Hij stapt niet in de valkuil waartoe de televisiebeelden van toen uitnodigden. De staatsgreep was geen western, waarin de wereld uiteenviel in heldhaftige cowboys met witte, en kwaadaardige cowboys met zwarte hoeden. De werkelijkheid was veel te complex om zich in zulke simplistische schema’s te laten vatten.

’Anatomie van een moment’ is niet vrij van manco’s. Cercas stelt meestal exact de juiste vragen, maar blijkt wat slordiger met het geven van de antwoorden. Een aantal keren valt hij in herhaling. En de manier waarop hij de wederwaardigheden van de jonge Spaanse democratie aan het einde van het boek naar zijn persoonlijke leven trekt, is mooi, maar het gebeurt te haastig, als een soort toegift die de tijd eigenlijk niet meer toestaat. Dit gegeven had meer uitwerking verdiend.

Cercas’ boek heeft behalve historische relevantie ook een zekere actualiteitswaarde. ’Anatomie van een moment’ laat zien dat democratie nooit volmaakt kan zijn, uiterst kwetsbaar is en dat gekanker op het systeem de funderingen daarvan gevaarlijk kan aantasten.

var id2 = ‘0.42728016720548223’;
// ]]>

Dubbel zoveel bossen als vroeger

En ik altijd maar denken dat Nederland zo’n bosrijk land is/was, vooral in de buurt van Utrecht waar ik opgroeide en ooit demonstreerde tegen het aanleggen van een snelweg door ons Amelisweerd. Talloze boswandelingen maakten we, en we gingen nog niet eens naar de Veluwe. Plus de camping waar we altijd kwamen, in Driebergen, die natuurlijk Het Grote Bos heette. Allemaal een mythe, blijkt nu. De Spaanse afdeling van het FAO (een organisatie van de Verenigde Naties) maakte gisteren het rapport ‘De stand van de bossen’ bekend en wat blijkt: Nederland is het Europese land met het minste oppervlak aan bosgebied, slechts 11%, kort achter Groot Britannië (12%)  en ver verwijderd van Duitsland (32%), Frankrijk (29%) en natuurlijk Zweden (69%) en Finland (73%). Per 1.000 inwoners hebben we in het dichtbevolkte landje maar 22 hectare bos beschikbaar.  Bijna geen land komt onder de 100 ha pero 1.000 inwoners en de meesten zitten boven de 200 ha…

Nu Spanje dus, want daar gaat dit blog toch ene beetje over: 36% van het land is bos, er is 409 hectare per 1.000 inwoners beschikbaar. Het rapport werd mede gepresenteerd omdat Spanje niet ontbost is maar, in tegendeel, in de laatste eeuw zijn oppervlakte aan bosgebieden juist heeft verdubbeld. Na China en de Verenigde Staten is Spanje in het laatste decennium het land op de wereld dat het meeste bosgebied herwint, zo’n 170.000 hectare per jaar.

Dat komt onder anderen omdat het platteland blijft leeglopen, maar ook omdat er steeds meer bos-plantages worden aangelegd. Toeristen die soms door het achterland van de Costa Brava toeren zal het wel eens zijn opgevallen, de kilometerslange rijen torenhoge populieren die strak achter elkaar staan, allemaal bestemd voor de houtindustrie. Om niet te spreken van de kurkeiken die een groot deel van datzelfde achterland bevolken – Spanje is na Portugal de grootste Europese producent van kurk.

Voor degenen die in Barcelona zijn en een boswandeling willen maken: ik heb het al vaker over de Collserola gehad, het beschermde natuurpark net achter de Tibidabo waar je dagenlang kunt rondlopen of -fietsen en heerlijk kunt eten. De Nederlandse Vereniging deed dat zaterdag geloof ik bij Can Borrell in Sant Cugat, waar het net als overal in Catalonië tijd is voor de calçots (zal er binnenkort maar eens een uitgebreide post over schrijven, die prachtige uien). Al was vroeger mijn favoriete trip uit de stad naar de Montseny, vlak aan de snelweg richting Girona, afslag Sant Celoni, beloond met lamskoteletjes bij het restaurant Costa de Montseny, dat nog altijd lijkt te bestaan.

We gaan Spanje toch weer leuk vinden…

Een rij bij 7 (Set) Portes, een gebruikelijk dagelijks beeld voor dit klassieke, monumentale Catalaanse restaurant aan de haven van Barcelona. Locals, maar vooral toch toeristen ook. Een teken dat het weer wat beter gaat met het toerisme in Spanje? Na twee jaar van voortdurende dalingen is er in 2010 weer een kleine winst geboekt, wat aantal buitenlandse bezoekers betreft, al zal het nog enige tijd duren om de klap van 2009 te boven te komen. Na een record van 58,7 miljoen toeristen in 2007, daalde dat naar 57,2 miljoen in 2008 en volgde een jaar later de hecatombe: Spanje raakte nog eens vijf miljoen toeristen kwijt: 52,2 miljoen. De definitieve cijfers over vorig jaar zijn nog niet bekend, maar het aantal zal net boven de 53 miljoen komen te liggen.

En wie blijken het in 2010 het beste te hebben gedaan? Na Russen (bijna +20%) en Italianen (+11,7%) steeg het aantal Nederlanders het meest, met ruim 10%. Bijna 2,5 miljoen landgenoten zochten Spanje op, waarschijnlijk goed nieuws ook voor de talloze Nederlandse ondernemers, vooral in de toeristische wereld, die door het hele land in hun boerderijen, masías, hotelletjes en bars en restaurants keihard aan het werk zijn. Er zitten onder hen nogal wat lezers van dit blog, vandaar de opbeurende en lovende woorden; maar misschien zeggen zij wel dat 2010 toch óók weer een rampjaar was, want volgens mij is een ondernemer in de horeca of het toerisme nooit tevreden.

Nederlanders drinken meer wijn dan Spanjaarden

Het zal wel aan mijn opvoeding gelegen hebben, of aan de andere tijden die het toen waren, of aan een vader die altijd veel meer van bier dan van wijn heeft gehouden, maar ik kan me niet herinneren dat er vroeger ooit om kwart voor zes bij de gekookte aardappelen met draadjesvlees en bloemkool een fles wijn op tafel kwam. Ik bedoel: dertig, veertig jaar terug dronken we in Nederland nauwelijks wijn. Anders was het in Spanje: in de jaren zeventig dronken ze hier zeventig liter per persoon per jaar. Niet altijd even goede wijn -pas de laatste 15 jaar zijn er veel prestigieuze DO’s (denominación de origen) bijgekomen-, maar dat wijntje (met gazeuse er doorheen als de tafelwijn wel een erg stevig bocht was) hoorde er gewoon altijd bij.

Schrikbarend zijn dan ook de allerlaatste statistieken: dronk Spanje in 2000 nog slechts 35 liter wijn per persoon per jaar, afgelopen jaar is dat nóg eens met de helft gedaald en zitten ze op slechts 16 à 17 liter. In Europa drinken slechts de Noren minder, waarschijnlijk omdat het daar zo peperduur is (de wijn schenken ze er trouwens meestal uit vijf liter-pakken, en daar zitten goede bodega’s bij). Ter vergelijking: in 2009 dronk de Nederlander gemiddeld 21,7 liter. Weg dus met de mythe van nog geen tien jaar geleden: toen vertelden de Nederlandse Barça-voetballers Frank de Boer, Cocu en Koeman me dat zij in Spanje wijn hadden leren drinken, dat ze dat thuis in Nederland nooit hadden gedaan.

 De cijfers zijn extra zuur voor Spanje omdat het na Frankrijk en Italië het derde wijn producerende land van Europa is. En als je landgenoten al niet eens die wijn meer drinken, hoe raak je al die flessen dan kwijt op een steeds meer versplinterde internationale markt? Eén van de verklaringen voor die enorme teruggang is het gegroeide aantal alcoholcontroles in het verkeer. Vroeger bestonden die niet eens en toen reden, mede door die alcohol, meer dan 6.000 Spanjaarden per jaar zich dood. Nu is iedereen doodsbang voor die controles, is het aantal verkeersdoden naar minder dan 1.900 gedaald (in 2010) en komt er bij de lunch en het diner in restaurants en bij vrienden steeds minder wijn op tafel.

Ik zit trouwens, vrees ik, dik boven het gemiddelde van de jaarlijkse wijnconsumptie, zowel voor Spanjaarden als voor Nederlanders…

Vanachter de bar verdeelde hij 180 miljoen…

Dit is José, Joselito voor zijn vrienden. 44 jaar. En vandaag verreweg de gelukkigste man van Spanje. De populairste kroegbaas van het land. Zoals elk jaar had José voor flink wat geld ritsen loten met hetzelfde nummer voor de Kerstloterij gekocht. Liefst voor 12.000 euro kocht hij in, 60 series van 10 loten van één nummer, 79.250, om (zonder winst of toeslag) aan zijn vaste klanten door te verkopen. Elk lot van 20 euro bracht de winnaar 300.000 euro op, dus verspreidde José vanachter de bar liefst 180 miljoen euro aan prijzengeld aan minimaal 600 vaste klanten… Het blijft het leukste van deze prijs, de Gordo, dat er niet een miljoenenbedrag naar één iemand gaat, maar drie ton naar belachelijk veel dolgelukkige mensen.

Ik dus, zoals bijna elk jaar, weer op weg naar het dorp van de winnaars, dit keer het voorstadje Pallejà, op zo’n 15 km van Barcelona, waar José al jaren zijn bar, Nuevo Maldonado, heeft. De oude Maldonado bestaat ook, en is van zijn oom. Maldonado is hun achternaam. Wij journalisten schrijven meestal over nieuws, en vaak is dat geen goed nieuws. En al is die Kerstloterij elk jaar weer hetzelfde, met dezelfde taferelen, dezelfde spuitende champagne en dezelfde uitspraken, je wordt er in ieder geval vrolijk van, temidden van nóg vrolijker mensen. Feel good news.

En die van vanochtend was denk ik de vrolijkste viering die ik ooit heb meegemaakt. Alsof alle winnaars waren komen opdagen; veel arbeiders die hun werk even in de steek hadden gelaten om te komen vieren. Veel werklozen ook. Het is geen rijk stadje, Pallejà, ingeklemd tussen snelwegen en treinsporen en industrieën. Iedereen kuste elkaar, omhelsde elkaar, schreeuwde naar elkaar. De champagne was snel op, de voorraad bier ging er anderhalf uur later helemaal doorheen. Mensen die geen WW-uitkering noch bijslag meer ontvangen, sommigen die op het punt stonden hun huis uit te worden gezet omdat ze de hypotheek niet meer konden betalen, jongelui die zojuist op de onmogelijke Spaanse arbeidsmarkt verdwaald waren geraakt… Drie ton doen heel goed.

Pallejà is vandaag in één klap 180 miljoen euro rijker. En José, zo vertelde hij, had nog nooit van zijn leven zo enorm moeten huilen.

Spaanse vliegvelden gesloten!

Een beetje laatste nieuws maar eens: het grootste deel van het Spaanse luchtruim is zojuist om 18 uur vrijdagavond gesloten. De vliegvelden van Madrid, Mallorca en Canarische Eilanden zijn dicht, Barcelona kampt met vertragingen en annuleringen. De verkeersleiders zijn een wilde staking begonnen -ze mogen geen overuren maken, zodat ze niet meer aan de +200.000 euro salaris komen- die in ieder geval tot 1 uur vannacht duurt. En dat op de avond van de grote uittocht, het begin van de Puente de la Constitución, de vakantieweek die veel Spanjaarden benutten. Vanaf Schiphol zijn de avondvluchten naar Spanje officieel ‘vertraagd’, maar ze zullen geschrapt worden. Voorlopig zijn 150.000 reizigers getroffen.

In het water gevallen…

Lang weekeinde in Spanje, één van de zovelen. Deze heet de Puente del Pilar; Pilar is de beschermheilige van Zaragoza, maar de 12e oktober is een feestdag in heel Spanje. Sterker nog, het is de nationale feestdag, al merk je van dat ‘nationale’ in dit eeuwig verdeelde land niet veel. Die 12e oktober is niet gekozen om die heilige dame Pilar, maar omdat rond die dag Columbus Amerika zou hebben ontdekt. De dag wordt ook wel die van de Hispanidad genoemd.

Afijn, veel mensen benutten zo’n lang weekeinde om erop uit te trekken. Degenen die naar Amsterdam, Londen of Parijs zijn getrokken hebben het geloof ik beter gehad dan zij die nog een nazomer aan de Catalaanse costa wilden meepikken.

Stevige buien hebben voor meer dan 150 milimeter regen op veel plaatsen gezorgd en vandaag kwam daar een stevige maritieme storm bij, met golven van meer dan acht meter in de buurt van Roses. Een grauw Barcelona is deze dagen slechts een paradijs voor surfers. Morgen – dinsdag – wordt het de hel op de Balearen, waar volgens de voorspellingen een ‘bijna tropische storm’ de kust en het land zal teisteren.

Ik heb altijd al gevonden dat deze lange weekeinden de beste dagen zijn om gewoon te blijven werken.

Staking: wat ligt er plat, en wat niet?

Geen goeie dag om met het vliegtuig naar Barcelona te komen.  29-S is de dag van de langverwachte algemene staking, de eerste die premier Zapatero in zes jaar voor zijn crisiskauwende kiezen krijgt. Áls het vliegtuig al heeft kunnen vliegen en op El Prat is geland, dan moet je nog in de stad zien te komen, en dat wordt een lange wandeling als je niet iemand hebt die je ophaalt. (Het zijn trouwens vooral  de Spaanse maatschappijen die last van de staking hebben; de eerste Transavia-vlucht is om 8.17 gewoon geland, maar dat is wel één van de slechts 20% van de vluchten die normaal zullen worden uitgevoerd; KLM vliegt vandaag niet op Barcelona…) Vanaf 9.45 rijden er in en rond Barcelona geen bussen en treinen meer (dat zal tot 17 uur en vanaf 20 uur zo blijven/zijn) en de piketten zorgen er bij de terminals voor dat geen taxichauffeur, óók niet degenen die wél zijn gaan werken, passagiers oppikt. In het verleden zorgde dat nog wel eens voor incidenten.

Spanje is vanochtend met de staking tegen de hervormingen van de arbeidsmarkt en -wetten opgestaan zonder te weten hoeveel mensen die oproep van de vakbonden precies zouden volgen. Nergens in Europa zijn de vakbonden (de socialistische UGT en de oud-communistische CCOO) zo machtig als in Spanje en is het, bijvoorbeeld, zó moeilijk om mensen te ontslaan, maar in deze tijden van crisis wil niet iedereen meer naar de bonden luisteren. Mensen kunnen zelfs het salaris van deze ene dag niet missen. “Ik ben het eens met de staking, maar doe zelf niet mee,” was deze dagen het meest gehoorde argument. Niettemin kúnnen zij vandaag gewoon niet werken, zeker niet bij de grote bedrijven uit de industrie, bouw en het transport, omdat de piketten de toegangen tot de bedrijven en bedrijfsterreinen hebben geblokkeerd.

De meeste winkels lijken wel te openen vandaag, al zijn er soms geen verse producten omdat de toegangen tot de grote distributiemarkten, zoals Mercabarna, zijn versperd. Sommige radiostations zenden alleen muziek uit en de voetbalwedstrijd van Valencia wordt vanavond op TV zonder commentaar uitgezonden. Zo zullen in de loop van de dag nog talloze anecdotes opduiken.

Nu dan een tweede huis in Spanje kopen?

Een vorige post hierover, precies een half jaar geleden, leverde nogal wat reacties op. Veel mensen denken er nog altijd aan, het kopen van een huis in de zon (zéker na zo’n waterige augustus in Nederland), én er zijn veel Nederlandse makelaars door heel Spanje actief, zo merkte ik wel aan een oproep via de LinkedIn groepen waar Nederlanders in Spanje zich ophouden. Vandaag kwam de Spaanse regering met de laatste cijfers over de woningmarkt. Optimistische cijfers, maar ik vraag me altijd af hoe serieus je die moet nemen.

Eén ding lijkt echter wel duidelijk: de negatieve tendens is voorbij, het diepste van de put lijkt bereikt en langzaam, héél langzaam worden er weer meer huizen verkocht. Als vergelijking wordt dezelfde periode van een jaar geleden genomen, en dát is nou een beetje het verneukeratieve eraan; de verkoop lag toen bijna stil, dus alles wat nu wordt verkocht is al snel meer dan in 2009. In getallen: tussen april en juni zijn bijna 25% meer woningen verkocht dan in hetzelfde trimester van 2009, met wel een heel groot verschil tussen de type woningen. De nieuwbouw steeg slechts met 4% en de ‘tweedehandswoningen’ gingen met bijna 50% omhoog.

Misschien dus hét moment om te gaan kopen, nu? Geen idee. Weet dat er nog heel veel leeg staat, dat de prijzen daardoor nog wel lager zullen blijven dan ze drie, vier jaar geleden waren (hoewel, één van de huisjes hierboven, in Barcelona, uit 1837, staat voor 360.000 euro te koop; wel 180 vierkante meter, maar van binnen volledig gesloopt door krakers). Maar ik weet ook dat de hypotheekrente, voor het eerst sinds twee jaar, weer een klein beetje aan het stijgen is, al zijn de verschillen minimaal en staat de Euribor (hier rechts) nog altijd belachelijk laag in vergelijking met de ruim 5% van oktober 2008.

Onder de 149.500 huizenkopers van het genoemde trimester waren trouwens 8.700 buitenlanders die al in Spanje woonden, liefst 46% méér dan in 2009. Emigranten zijn nog wat huiveriger, want er waren slechts 700 kopers van over de grenzen. Misschien dat de mensen deze zomer tijdens de vakantie hun ideale plekje hebben ontdekt en op koopjesjacht gaan. Hoor je daar bij, vergeet dan niet de producenten van het TV-programma Ik vertrek te tippen, vooral als je het idee hebt dat de emigratie één grote ramp gaat worden of als je zo naïef bent dat je denkt je in een vreemd land te kunnen vestigen zonder ook maar één woord van de taal te beheersen en nul kom nul van de lokale gewoontes te kennen. Zielige TV en hoge kijkcijfers gegarandeerd.

In de handen van luchtverkeersleiders

Is vaak het probleem van de Nederlandse  kranten en TV- en radiojournaals: brengen ze een week geleden groot het alarmerende bericht dat de luchtverkeersleiders in Spanje in het drukke augustus dreigen te gaan staken, publiceren reacties van reisorganisaties, mensen beginnen hun vluchten al vooraf te annuleren of uit te stellen, in afwachting van de stakingsdata, en dan brengen die kranten en journaals (bijna) niets als de verkeersleiders uiteindelijk besluiten níet te gaan staken. Het toerisme in Spanje steekt net weer een beetje de kop op en populair zijn mensen die tussen de 2 en 3,5 ton verdienen tóch al niet als ze zich erover beklagen dat ze minder verdienen dan voorheen. Het nieuws dus, van gisteren: er komt géén staking, iedereen kan rustig van en naar Spanje gaan vliegen.

Mysterieus beroep, trouwens. Zoek in het fotoarchief van de krant naar beelden van luchtverkeersleiders en ze zijn er bijna niet. Althans, niet op hun werkplek, een soort heilige der heiligen, hun bijzondere wereld. Laatst hadden we een interview met één van hen, een vrouw. Kan me vooral herinneren dat ze vertelde hóe vaak ze dreigende botsingen in het luchtruim voorkomt… Misschien nog meer dan in handen van de piloten zijn we in handen van deze mensen, op de grond.

Heb ze trouwens eens indrukwekkend aan het werk gezien in de film van Paul Greengrass over de aanslagen van 9/11. United 93 was een prachtfilm, ook al omdat bijna alle acteurs amateurs waren en veel mensen zichzelf speelden, óók die luchtverkeersleiders. Eerst die onzekerheid over vluchten die spoorloos van de groene schermen verdwijnen. En dan het moment dat je hun gezichten en reacties ziet wanneer de tweede Boeing zich in het WTC boort… Nog altijd kippevel, brok in de keel.