Tagarchief: barcelona

Een tapa en een biertje voor €2,40

Ik ben ervan overtuigd dat de tapa met groot verschil het populairste exportprodukt van Spanje is. Een export, trouwens, waar het BNP van het nog altijd ploeterende land geen eurocent beter van wordt, want iedereen overal ter wereld denkt maar zomaar tapa’s te kunnen opdienen zonder copyright te betalen. Hoeft ook niet, natuurlijk, maar ze zouden wel eens aan minimum kwaliteitseisen mogen voldoen, al die tenten die je van Tokio tot San Francisco een ‘echte tapa’ serveren. Hoewel, ook in Spanje zelf houdt de kwaliteit natuurlijk niet altijd over.

En om dat te stimuleren houdt Barcelona voor de tweede keer in een jaar een soort tapa-wedstrijd. In bijna 50 barretjes en restaurants, door de hele stad verspreid, kun je vanaf morgen (en tot en met komende zondag) een biertje en een tapaatje bestellen voor 2,40 euro en mag je die hap ook nog beoordelen. (Onder de ‘recensenten worden gastronomische uitstapjes en notebooks verloot.) Uiteindelijk zal er één tapa als de beste worden gekozen; in mei was dat een tempura van garnaal met romescosaus die ze bij El Reloj hadden bedacht, een populaire tent aan de bovenkant van de Via Laietana, dichtbij het Palau de la Música.

Hier een foto van groot formaat (erop klikken voor de maximale versie), om te zien wie deze week wat precies hoe en waar serveert:

Het zo serveren, een vaste tapa bij een biertje, is trouwens de authentieke oorsprong van het nu wereldberoemde hapje. En op sommige plaatsen in Barcelona doen ze dat nog steeds (al is het meer een gewoonte in plaatsen als sevilla en Madrid); laatst, op 20 meter van de krant, een eenvoudig barretje dat wij ‘el gallego’ noemen, zette bij onze cañas van het lekkere bier Estrella Galicia een bordje vlees en één met vijf calamares-ringen neer. We moesten 4,30 betalen…

De laatste dagen voor de beste foto’s

Een dag in 1955 besloot een aantal Nederlandse fotografen om de nationale prijs voor de persfotografie, de Zilveren Camera, voor één keer ook een internationaal tintje te geven. Beroepsfotografen uit de hele wereld mochten meedoen en de verrassende winnaar was de Deen Mogens von Haven met een actiefoto van een valpartij tijdens een motorcross.

Zó groot was de deelname en het succes van die editie, dat direkt de World Press Photo werd geboren en, naast de Zilveren Camera, een jaarlijks terugkerende editie kreeg. Ik ben er mee opgegroeid, al die jaarboeken van WPP die je enkele jaren na uitgave voor een paar euro bij De Slegte kon kopen, en als je erin terugkijkt beleef je elk jaar weer van begin tot einde mee.

Voor wie deze dagen in Barcelona is (het is hier komende week een héél lang weekeinde, 6 en 8 december zijn feestdagen): nog gedurende een week (tot en met die achtste december) is de expositie van de World Press Photo-winnaars nog te bekijken in het CCCB, dichtbij het Plaça de Catalunya in de Raval, naast het Macba. Vroeger was het gratis, maar er zijn helaas nauwelijks nog sponsors te vinden, zodat het entreekaartje nu €4,50 kost. Behalve op zondagmiddag, dan is het nog steeds gratis.

Ben er vanochtend even langs geweest, en al is het één van de beste bezochte exposities van het CCCB, het is er meestal lekker rustig. Stilte en duisternis om de platen op je te laten inwerken. Wie niet met een vervelend gevoel wil weggaan doet de harde nieuwsfoto’s -keihard, soms, zoals het moet- het eerst en eindigt met de plezante plaatjes van de sport en vooral de natuur. In totaal deden er in 2010 5.847 fotografen uit 128 landen mee met meer dan 101.000 foto’s. Zou veel ervan wel willen zien, maar ben toch blij dat de jury een selectie heeft gemaakt…

Barça-Real, 5-0… Opnieuw

De 4-0 was mooi, maar die vijfde móest komen. Una manita, noemen ze dat hier. Een handvol doelpunten. Piqué – Piquenbauer voor de Catalanen – stak die hand op, in de 92ste minuut. Het publiek volgde zijn gebaar.

Het was weer een memorabele avond in het Camp Nou. Elke gouden ploeg van Barcelona moet eens zo’n 5-0 tegen Real meemaken. Johan Cruijff en zijn kompanen deden dat in februari 1974, ín Madrid zelfs. Cruijff als trainer deed het 20 jaar later nog eens over, in eigen stadion, met een magistrale Romário in dat dream team. En nu heeft Guardiola ook zijn 5-0, al had hij al de ultieme 2-6 van anderhalf jaar terug in het Bernabéu. “We koesteren de erfenis van Cruijff,” zei Guardiola na afloop.

We waren erbij, natuurlijk, in het Camp Nou, want sommige wedstrijden wil je nooit missen. Bovendien moest er gewerkt worden: een verslag voor het AD, dat 20 minuten voor het einde van de wedstrijd naar de redactie gemaild moest worden, om de deadline te halen en de lezers enkele uren later te informeren. Bij een 4-0 stand, gelukkig, dus eenvoudiger te schrijven dan bij 1-1. Hierbij het originele stuk, dus zónder de 5-0 van Jeffren en de rode kaart voor Ramos wegens een schandalige tackle op Messi… (En om de lezers een idee te geven hoe knap het toch is van al die voetbalverslaggevers van ochtendkranten, om onder een enorme tijdsdruk een stukje te produceren waarin niet al te veel grote fouten staan.) Hoop dat ze op de krant die laatste details keurig hebben toegevoegd, maar dat zal wel.

BARCELONA – Hard, vernederend hard viel Real Madrid gisteren van de troon die het zich al aan de kop van de Primera División had geschapen. Een wonderschone exhibitie in het Camp Nou bracht Barcelona in extase, om een nieuwe historische uitslag aan zijn clásicos toe te voegen: 4-0.

 EDWIN WINKELS

 Wonderdokter José Mourinho heeft wat meer tijd nodig om zijn Real Madrid op het duizelingwekkend hoge niveau van FC Barcelona te krijgen. Op een regenachtige avond stond er gisteren geen maat op de balkunstenaars uit het Camp Nou. In een wervelende voetbalshow maakten de blaugranas van Pep Guardiola duidelijk dat in het duel tussen de twee beste ploegen te wereld er één nog altijd veel beter dan de ander is.

De socio’s geloofden hun ogen niet. Zij hadden gevreesd voor een herboren Real, de trucs van Mourinho, het einde van een reeks van vier overwinningen op de aartsrivaal. Maar na de 2-6 in het Bernabéu van anderhalf jaar geleden mochten de blancos een nieuwe vernedering ondergaan.

Elk seizoen weer wordt de clásico door de hysterische sportkranten en steeds voetbalgekkere TV-journaals in Spanje als ‘de wedstrijd van de eeuw’ bestempeld, maar gisteren had iedereen vooraf het idee dat dit werkelijk een heel bijzondere editie was, met de twee, op dit moment, best voetballende ploegen vol wereldkampioenen en Gouden Bal-kandidaten.

Twee wereldploegen met een eigen stijl. Barça met, in de basis, acht spelers uit de eigen jeugd, Real met een, op Casillas na, bijeengekochte ploeg. Pep Guardiola voorzag een voorspelbare wedstrijd. Niet wat het scoreverloop betreft, wel het spelbeeld. ,,Wij vallen aan, Real speelt op de counter. Er is geen ploeg in de wereld die beter op de counter speelt als Madrid,” zei de Barça-coach vooraf, ongetwijfeld terugdenkend hoe Mourinho hem, via die tegenaanval, vorig seizoen met Inter Milaan te grazen nam.

En zo ging het, maar zonder dat dit Real op Inter leek. De opening gaf precies het beeld dat Guardiola had voorspeld, echter met een veel groter verschil in de krachtsverhoudingen dan verwacht. Zijn ingespeelde Barça stond mijlenver voor op een Real in opbouw. Waar zijn eigen ploeg het eigen spel om een onwaarschijnlijk hoog niveau uitvoerde, kon Real maar sporadisch uit het blauwpaarse web ontsnappen. Het benutte alleen niet de twee kansjes die het via zo’n gevreesde counter kreeg.

Barcelona deed dat wel. Het had aanvankelijk niet eens Messi, die al na vijf minuten de bal uit een onmogelijke hoek op de paal lobde, nodig om de wedstrijd al binnen 18 minuten te beslissen, of in ieder geval een levensgrote stap in de richting van de zege te zetten. De vlijmscherpe passes, prachtige eentweetjes en onwaarschijnlijke driehoeken die op het licht natte veld werden geweven eindigden in twee verdiende doelpunten.

Eerst was het na negen minuten Iniesta die zijn voetballende tweelingbroer Xavi haarscherp en keihard in het strafschopgebied aanspeelde. Na de verbijsterde verdediging had ook Casillas het nakijken. Nog eens negen minuten later ging Villa eenvoudig Ramos aan de achterlijn voorbij en kon Pedro zijn harde voorzet intikken. Zelfs die 2-0 leidde niet onmiddelijk tot een reactie van Real, dat verzoop in de zeeën van ruimte die Barça voor zichzelf creëerde.

Pas toen de bezoekers na een half uur het conflict gingen opzoeken, met een duw van Ronaldo tegen coach Guardiola en een halve elleboog van Carvalho op Messi leken zij Barcelona even van slag te kunnen brengen. Er vielen viif gele kaarten in vijf minuten, maar in de rust kon Guardiola zijn spelers er oogenschijnlijk van overtuigen vooral weer te gaan doen wat zij zo onwaarschijnlijk goed kunnen, voetballen. Dat leidde binnen elf minuten tot de 3-0 en 4-0 van een Villa, die op twee splijtende passes van Messi op het nippertje aan buitenspel ontsnapte en de Real-defensie voor de zoveelste maal belachelijk maakte.

Een kleine regen van Michelin-sterren

Terwijl ik zat te lunchen (de eerste artisjokken van het seizoen en daarna cazón, een soort kleine haai) in een aardig restaurant dat ik nog niet kende, La Vaquería in de buurt van winkelcentrum l’Illa aan de Diagonal, daalde een kleine regen van nieuwe Michelin-sterren op andere restaurants in Barcelona neer. Maar eerst over die Vaquería, geen aspirant voor zo’n ster, maar dat hoeft ook niet. Een iets duurder dan gebruikelijk middagmenu (€20, de ambassade betaalde), maar vooral een typisch Catalaanse familiezaak in een oude koeienstal (één van de laatste stallen die er in een verstedelijkend Barcelona nog bestond, vandaar de naam) waar oude mannen nog domino spelen onder een schemerlamp en veel zakenmensen hun lunch komen nuttigen.

Ik kom er liever dan in enkele van de restaurants die hun eerste Michelin-ster hebben gekregen. Ze zullen wel goed zijn, maar drie van de vier die bekroond zijn zitten in een hotel: Dos Cielos op de 24ste verdieping van het vrij nieuwe hotel Me aan de noordkant van de Diagonal, Moments in het nóg nieuwere en nog veel meer luxueuze hotel Mandarin aan de Passeig de Gràcia en Caelis in het heropende hotel Palace, het vroegere Ritz. Heb er toch altijd wat tegen gehad, eten in ‘hotelrestaurants’, al mag je deze en anderen (Drolma in het Majestic, Evo in Hesperia Tower, Enoteca in het Arts, Moo in het Omm, allemaal één ster; Lasarte in het Condes de Barcelona, twee sterren) eigenlijk niet meer zo noemen, want juist die hotels contracteren de bekendste en beste chefs van het land om een mogelijk Michelin-restaurant te herbergen. De vierde nieuwkomer is Hisop, waardoor Barcelona nu een inmiddels aardige lijst van restaurants met één ster heeft: Abac (die er één heeft verloren), Alkimia, Cinc Sentits, Comerç24, Gaig, Hofmann, Lluçanés, Manairó, Neichel, Saüc, Via Veneto, plus die vier nieuwelingen en nog eentje op een onverwachte plek, voorstad Terrassa, Capritx waar Arthur Martínez net zoals veel jonge Catalaanse koks probeert zoveel mogelijk producten uit de omgeving te gebruiken.

En dan zie ik het lijstje en ontdek ik dat ik er ooit maar bij twee heb gegeten, waarschijnlijk vooral omdat je op zo ongelooflijk veel plaatsen in en rond Barcelona goed kunt eten zonder dat die Franse bandenmakers er een ster voor hoeven te geven en de prijs omhoogdrijven.

Weer Nederlandse comedy in Barcelona

Een jaar geleden zaten we met tientallen Nederlanderse uit Barcelona en omgeving gul te lachen bij Lebbis in een klein theater in Gràcia. Deze vrijdag, 19 november, gaat een nieuwe editie van het internationale Comedy Festival van Barcelona van start, allemaal buitenlandse cabaretiers en stand up-comedians die een voorstelling geven in hun eigen taal (dus eigenlijk niet voor het lokale publiek bedoeld, of voor de zes Catalanen die Nederlands studeren). Het feest start met een Nederlander, Jeffrey Spalburg, in de zaal Fahrenheit, aan Aribau met Roselló. Het is, opvallend, met klein verschil ook de duurste voorstelling van dit festival; toch iets Nederlands?

Zijn komst blijkt reden geweest om er continuïteit aan te geven, dat van het laten lachen van Nederlanders in Barcelona, die vaak niet veel op hebben met de humor op de Spaanse televisie of in de theaters, en al helemaal niet sinds de grootste van allen, Pepe Rubianes, dit jaar is overleden. Er gaat een Comedy Lounge ontstaan, zeg maar de Barcelonese versie van de Comedy Train die jaren geleden onder in het Amsterdamse Hilton werd geboren, met voorlopig optredens in januari, maart en mei van mannen die Henry van Loon, Roué Verveer en Jandino Asporaat heten. Ik ken/kende ze niet, maar misschien verandert dat…

Het mooiste straatje van Barcelona

Het ligt aan het moment van de dag en de periode in het jaar, maar de dagen en uren waarop de zon de smalle, hoge daken van de huizen in de wijk La Ribera overwint, dichtbij de Arc de Triomf, en de groene blaadjes (en gele bloemen) van de hoge bomen verlicht en de klinkers op straat laat schitteren, verwonder ik me altijd over de intense schoonheid van één van de bij toeristen en Barcelonezen minst bekende plekjes in het oude centrum van de stad. Natuurlijk zijn er meer straten als deze, maar de Basses de Sant Pere brengen me altijd eeuwen terug in de tijd, naar hoe Barcelona ooit geweest moet zijn. Een te nostalgisch beeld waarschijnlijk, want in de Middeleeuwen was de misère groot, maar dat doet nooit iets aan het gevoel af langs één van de mooiste plekjes van de stad de fietsen.

Een plek met geschiedenis, trouwens. Aan het einde van de tiende eeuw werd een toen hypermoderne ‘waterleiding’ aangelegd van een bron in Montcada i Reixach naar de ommuurde stad, een soort kanaal van liefst 12 kilometer lang die de naam Rec Comtal meekreeg. Rec is Catalaans voor het Spaanse riego,  en dat betekent in het Nederlands irrigatie. Want het water was niet alleen voor de stad zelf, maar ook voor de landerijen onderweg.

Aan de Basses de Sant Pere lagen eeuwenlang de molens waar meel werd gemaakt, molens die het bezit waren van het klooster van Sant Pere de les Puel.les, waarvan alleen de kerk nog over is op het al even mooie pleintje van Sant Pere. Veel straatnamen in dit gebied hebben betrekking op die waterleiding van toen: Rec, Rec Comtal, la Sèquia (een ander woord voor kanaaltje of sloot) en Basses betekent poelen. Er zijn plannen om een deel van het Rec Comtal, waarvan de bovengrondse delen nog te zien zijn bij Montcada en in de wijk Sant Martí, dichtbij wat het nieuwe grote treinstation van La Sagrera moet worden, weer in volle glorie te herstellen.

Hier, in La Ribera, zal het water niet meer komen stromen, maar dit deel van de wijk lijkt wel op het dorp dat het vroeger was. “Een eiland,” zei een bewoonster me. Te rustig eiland, volgens haar, want omdat de auto’s er nauwelijks kunnen komen zijn bijna alle bedrijven weggetrokken. Boven dat van haar, van bouwmateriaal, staat trouwens een herstelde oude muurschildering van materiaal dat vroeger werd gebruikt. Ook andere dingen zijn opgeknapt hier, in de laatste 15 jaar: er zijn wat oude woningen gesloopt zodat een soort pleintje is ontstaan, de klinkers zijn vervangen en de prachtige bomen zijn geplant. De officiële naam van de boom is Tipuana Tipo, een acacia met gele bloemen uit Zuid-Amerika die in Nederland niet te vinden is, omdat hij er de winter niet zou overleven.

En het mooiste, dus: weinig toeristen. Of slechts degenen die écht belangstelling in de stad hebben en uiteindelijk op de heerlijke terrasjes van La Candela op het plaça Sant Pere en die van Joanet en Econòmic op het plaça Sant Agustí Vell, beide aan een uiteinde van Basses de Sant Pere, die trouwens op de hoek met Rec Comtal ook nog het mooiste kruispuntje van de stad heeft, compleet met ouderwetse apotheek.

De Paus reed ‘geneukt’ door de stad

Dit zijn Jeon en Lee uit Changwon, een stad uit Zuid-Korea. Oh, zei ik, ik ben nog in Seoul geweest (niet elke westerling is zomaar even in Seoul geweest), in 1988, bij de Olympische Spelen. Tja, toen waren zij drie jaar, zeiden ze; weten ze niks van. Jeon en Lee kwamen gisteravond in Barcelona aan en gingen vandaag de Sagrada Familia bezoeken, net als de meeste toeristen, maar dichterbij dan op deze foto kwamen ze niet. Ik had het al gezegd: het was vandaag geen dag om Barcelona te bezoeken, met talloze afgesloten straten en de gebieden rond de gothische kathedraal in het centrum en de Sagrada Familia 2,5 kilometer verderop volledige no go areas. Ik hou er niet zo van, wanneer je stad in een soort politiestaat wordt getransformeerd, wanneer je voortdurend door drie helicopters en een vliegtuigje uit de lucht wordt gecontroleerd en wanneer je je op straat nauwelijks kunt bewegen omdat de Catalaanse politie zo’n 3.500 agenten uit de hoed heeft moeten toveren – waaronder veel agenten in opleiding – om om de drie meter de volledige veiligheid van de Paus te waarborgen.

Ja, de Paus op bezoek in Barcelona. Beter beveiligd dan Obama. De laatste keer was in 1982, toen brak de hel boven Catalonië los, in de vorm van een ongelooflijk noodweer dat aan verschillende mensen het leven kostte. De mis van Johannes Paulus II werd toen in het Camp Nou gehouden, niet om te benadrukken dat ook voetbal religie is, maar om zo’n 120.000 mensen ervan getuige te kunnen laten zijn. Barcelona maakte hem socio nummer 100.000. Opvolger Benedictus XVI hield de mis in de Sagrada Familia, om 128 jaar na het begin van de bouw de tempel in te zegenen en er een officiële basiliek van te maken.

Het enthousiasme was nou niet erg groot op straat, misschien omdat de Paus zelf Spanje nogal om zijn ongelovigheid had bekritiseerd. Op de zeer regenachtige dag vorig jaar dat de Tour de France in Barcelona arriveerde stonden er vier keer meer mensen langs de kant van de weg. Het is één van de redenen geweest – niet de Tour, maar dat weinige publiek vandaag – dat de chauffeur van de Pausmobiel besloot zowel op de heen- als de terugweg naar en van de Sagrada Familia met een rotvaart door de stad te rijden: niet de beloofde 9 km/u, maar zo’n 50 km/u, zodat mensen die uren hadden staan wachten nauwelijks een glimp van hun religieuze idool konden opvangen. Dit, op deze foto, is het moment dat de Paus vanochtend om 9.10 uur het bisschoppelijk paleis verliet (ja, we waren er vroeg bij) en nog rustig reed. Maar daarná moest je wel heel scherp zijn om hem op beeld vast te leggen. “Iba follado”, zeiden heel veel kinderen tegen hun ouders, wat niet wil zeggen dat de Paus ‘geneukt ging’ (da’s de letterlijke vertaling), maar dat hij bijna een wegpiraat was.

En Jeon en Lee? Die besloten vandaag maar hun route te wijzigen en naar het Park Güell te gaan, om morgen bij de Sagrada Familia terug te keren.

De slaapplaats van de Paus

Het is voor protestantse, agnostische of atheïstische Nederlanders en Vlamingen een weekeinde om maar beter níet in Barcelona te zijn: 6 november komt ’s avonds de Paus aan, de ochtend van zondag 7 november maakt hij in zijn pausmobiel een tocht door een deel van de stad, een 2,5 kilometer lange route van de oude gothische kathedraal naar de Sagrada Familia, die door de Duitser ingewijd zal worden. Alles afgezet, natuurlijk, en het praktiserende katholieke deel van de natie met honderdduizenden tegelijk de straat op om een glimp van de man op te vangen. Vooral rond de Sagrada Familia zal het drie, vier dagen lang een gekkenhuis zijn, ook al omdat de straten in de buurt worden afgesloten om er tienduizenden stoeltjes en enorme videoschermen te kunnen neerzetten.

Maar ook op één van de bekendste en meest gefotografieerde straatjes van de stad zal een stevig slot zitten: aan de Carrer del Bisbe (foto boven), die van de kathedraal naar het plein van het gemeentehuis loopt, zal de tijdelijke slaapplaats van de illustere bezoeker uit Vaticaanstad liggen. Bisbe betekent bisschop, en aan die straat ligt ook het Palau del Bisbe, of Palacio Episcopal: het stokoude paleis waar altijd de (aarts)bisschoppen van Barcelona hebben gezeteld.

Niet alleen de duizenden toeristen die er elke dag doorheen lopen, ook ikzelf ben altijd zonder nadenken of het zelfs te zien voorbijgelopen aan dit beeld, in een nis van dat bisschoppenpaleis. Geen naamkaartje, niets staat er bij; slechts de eeuwig poepende duiven vergezellen de man. Het blijkt bisschop Manuel Irurita te zijn en het beeld is lang niet zo oud als het Middeleeuwse paleis: het werd er pas kort na de Burgeroorlog neergezet. Sindsdien wacht deze bisschop Irurita op de zaligverklaring door de Paus, maar daar zal het ook tijdens dit bezoek niet van komen.

Het verhaal van deze ‘martelaarsbisschop’ brengt ons weer terug naar de Burgeroorlog. Toen generaal Franco in 1936 met zijn verovering van Spanje begon, keerde de woede van de republikeinen en anarchisten zich onder anderen tegen de conservatieve katholieke wereld. Een groot aantal priesters werd gevangen genomen en gefusilleerd en kerken werden verwoest.

Zo ook bisschop Irurita. Hij zou in december 1936 met zeven andere religieuzen op het kerkhof van het voorstadje Motncada zijn vermoord door anarchistische strijders. Maar in (geheime) papieren van het Vaticaan zou staan dat hij een jaar later kon worden gebruikt in een mogelijke ruil tussen gevangenen van de strijdende partijen; leefde de bisschop dus nog? In 1938, drie dagen nadat de troepen van Franco Barcelona waren binnengevallen, zagen enkele mensen Irurita uit het Palau del Bisbe komen; hij vroeg hen niet verder te vertellen dat ze hem hadden gezien. Vermoord of dus niet? Daarna verdween hij in ieder geval voorgoed en kreeg hij dit beeldje in één van de oudste en meest centrale delen van Barcelona. Maar vanwege de twijfels rond zijn dood wil het Vaticaan hem naar niet zalig verklaren.

Het lelijkste plein van Barcelona

Het heeft de naam van een plein, Plaça de les Glòries, maar eigenlijk verdient het die naam niet eens. Het is vooral een zooitje. Altijd al geweest, eigenlijk. Anderhalve eeuw geleden dacht stedebouwkundige Ildefons Cerdà nog dat dit één van de grote, centrale punten van zijn stadsplan van Barcelona zou zijn, maar de werkelijkheid was anders, vooral omdat aan de noordoostkant van Glòries het grote industriegebied van Poblenou verrees en omdat de majestueuze Diagonal, hier van rechtsonder naar linksboven op de foto, pas tien jaar geleden naar de zee werd ‘doorgetrokken’; vroeger hield die straat hier op, in de puinhoop van Glòries.

Het plein was altijd de belangrijkste toegangsweg voor de auto’s die uit het noorden komen, de forsendorpen aan de kust van de Maresme, maar sinds de bouw van de ronda’s, de ringweg, is het er iets rustiger geworden. Het huidige model van het plein, de auto’s die in een soort rotonde vijf meter boven de grond de stad in en uit rijden, werd vlak voor de Olympische Spelen van 1992 bedacht. In het midden moest een leuk parkje komen te liggen, maar verder bleef de omgeving luguber en onvriendelijk. Het enige leven komt er van de rommelmarkt van Les Encants.

Nu ligt er het zoveelste plan om Glòries op de schop te gooien. De omgeving is beetje bij beetje veranderd, de Diagonal is doorgetrokken, in plaats van pakhuizen en industrieën verrijst er nu de ‘technologische’ wijk 22@, de Torre Agbar – die enorme vibrator – staat er al enkele jaren, er ligt een groot winkelcentrum en er wordt druk gebouwd aan de Disseny Hub, wat het grote gemeentelijke centrum ter promotie van het design moet worden . Tijd dus om dat storende en vervuilende verkeer daar uit de lucht te halen en onder de grond te stoppen.

Deze week gingen wat omwonenden de straat op. Begin volgend jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen en omdat de huidige burgemeester, de socialist Jordi Hereu, dik lijkt te gaan verliezen zijn de mensen bang dat het plan weer enkele jaren in een conservatieve ijskast wordt gestopt. Er zijn trouwens wel twijfels bij dat nieuwe plan: die enorme groene vlakte lijkt mooi, maar wat gaat daar mee gebeuren? Misschien kunnen ze hun licht gaan opsteken in Amsterdam en daar vragen hoe je een immense ruimte (het Museumplein) níet moet inrichten.

Orde in de chaos der standbeelden

Het is altijd al druk op de Rambla, het altijd kloppende toeristische hart van de stad, maar soms is er helemaal geen doorkomen aan. Dan blijven groepen toeristen ineens rijen dik staan, maken ze foto’s, lachen en schreeuwen ze en belemmeren ze de doorgang voor de rest van de 78 miljoen mensen die jaarlijks over de Rambla flaneren.

Levende standbeelden van allerlei pluimage blijken een massale aantrekkingskracht op toeristen uit te oefenen, al zitten sommigen er bedroevend stil bij. De concurrentie is er hard, de leuksten verdienen het meeste geld. Ooit begon het met een soort mimespelers die urenlang doodstil konden zitten om de passanten in verwarring te brengen. Echt of niet echt?

Inmiddels is het circus van menselijke standbeelden in Barcelona uitgegroeid tot een soort pretpark waarin alles geoorloofd is. Er kwamen imitatoren van voetballers als Ronaldinho en Messi, schietende cowboys, lachende fruitschalen, huilende baby’s en  aangstaanjagende filmmonsters. Gisteren stonden er vijf van hen op een rij, op een strookje van nog geen vijftien meter, van een droeve Charles Chaplin tot een gouden engel.

“We moeten grenzen stellen aan het aantal standbeelden. Bovendien zullen ze aan enkele minimale artistieke criteria moeten voldoen,” maakte onlangs wethoudster Assumpta Escarp van Barcelona bekend. De gemeente komt in actie op verzoek van groeperingen als de Vrienden van de Rambla, verontruste winkeliers en omwonenden die al jaren protesteren tegen de verloedering van de ruim een kilometer lange promenade.

Volgens hen is het toerisme dat er komt steeds ‘goedkoper’ en slechte en lelijke standbeelden dragen niet bij aan het esthetische herstel, dat dit voorjaar is begonnen door het verwijderen van veel van de dierenkiosken waar beestjes de hele dag lang in kleine kooien te koop werden aangeboden.

De gemeente heeft nu besloten het aantal standbeelden tot 15 te beperken, de helft van het aantal dat zich nu meestal op de boulevard posteert. Bovendien mogen ze er niet te lang staan en worden er twee shifts ingevoerd, van tien uur ‘s morgens tot vier uur ‘s middags en een tweede tot tien uur ‘s avonds. Maatregelen waar de beelden het, natuurlijk, niet mee eens zijn.

We vinden het prima dat er een beetje orde wordt geschept, want de laatste jaren doet iedereen zich maar als standbeeld voor, zonder veel aan zijn of haar creatie te werken,” zeggen de Italianen Elena en Teodoro, die al tien jaar op de Rambla staan. Het echtpaar zit, van top tot teen geverfd, op oude opoefietsen en werkt zo’n tien uur per dag.

“Zes uur is veel te kort, dan verdien je niet genoeg,” zegt Teodoro. “En als je de avonddienst hebt, ben je slecht uit, want als het geen zomer is is er vanaf zeven uur niets meer te verdienen.” Ze moeten nu officieel bij de gemeente om een vergunning vragen, en daarbij ook een curriculum inleveren. “Ze willen dat je ervaring in het theater hebt, bijvoorbeeld. En onze tien jaar ervaring hier dan?”