Tagarchief: barcelona

Bedacht in Barcelona

“Be water, my friend.” De oude tekst van een filosofische Bruce Lee keerde enkele jaren geleden terug uit de vergetelheid en werd enorm populair, zeker in Spanje, toen BMW triomfeerde met een eenvoudig reclamespotje voor zijn X3 dar geïnspireerd was op die wijze woorden van de karateheld, uitgesproken in een interview. Woorden die deze week ook weer terugkwamen, toen een wethouder van Barcelona in Londen de tweede editie van het boek Pensado en Barcelona presenteerde, Bedacht in Barcelona, dat hier volledig te bekijken is.

Het boek is een opeensomming van de ‘goede ideeën’ die in Barcelona zijn bedacht en daarna een groot succes zijn geworden, in Spanje, in Europa of zelfs de rest van de wereld. Niet al die dingen zijn bij het grote publiek bekend, want er staan speciale projecten van ziekenhuizen of andere gespecialiseerde instellingen in die slechts in die wereld navolging hebben gekregen of bewondering hebben geoogst.

Maar er zijn natuurlijk ook meer ‘populaire’ zaken die in Barcelona zijn geboren, zoals de Munich-gympen, de vroegere zaalvoetbalschoentjes die een modieus streetwear-merk zijn geworden, of de met een Oscar bekroonde creaties in de prachtige film Pan’s Labyrinth. Er staat een ‘snoepjesrestaurant’ in, het Candy Restaurant dat door barcelonees Martí Guizé werd bedacht en in Tokio is geopend. Er staan enkele festivals in, of mijn vroegere collega’s, ontwerpers bij El Periódico die voor zichzelf begonnen bij Cases i Associats en inmiddels kranten over de hele wereld hebben (her)ontworpen, zoals De Pers in Nederland of The Independent in Londen. Nog een paar om af te sluiten, want het zijn er te veel om op te noemen: boven de elektrisch gemotoriseerde E-Bike van Monty, links een beroemde stoel, de Silla Bonamusa, van Figueres, één van de grootste fabrikanten van Europa van stoelen voor bijvoorbeeld congresgebouwen. Of, rechts (voor degenen die niet een stoel van een flesje bier kunnen onderscheiden) het populaire Moritz, een oude stadsbrouwerij die enkele jaren geleden nieuw leven in werd geblazen en nu een cool  biertje in het nachtleven van Barcelona is geworden. En nog prima te drinken ook.

Wandelen met de dochter van Picasso

De kop hierboven kan sommige heren misschien het hoofd op hol brengen, maar, met alle respect, Maya Ruiz Picasso, hier rechts op de foto, is bijna 30 jaar ouder dan ik en al was ze lovend over mijn glimlach en mijn krullen -tja, ze is een echte Parijse dame-, het betrof hier slechts een puur professionele wandeling door de Barri Gòtic van Barcelona. Sinds gisteren is de dochter van Pablo Picasso voorzitster van een nieuwe vereniging in Barcelona die zich inzet voor het behoud van de (stok)oude en vaak prachtige winkels, bars en andere ondernemingen die er nog in de stad bestaan. Want, zei Maya me, elke keer als ze even op bezoek is in Barcelona, stad die zij in de jaren vijftig leerde kennen, is er wéér één van die klassieke zaken uit het straatbeeld verdwenen.

In de laatste drie jaar sloten definitief schoenenwinkel La Ampurdanesa, sinds 1845 in Nou de la Rambla, boekwinkel Almirall, sinds 1853 in Princesa (en nu een ecologische bakkerszaak) en overhemdenwinkel Flotats, sinds 1909 in Ferran, om er maar een paar te noemen. Er is een heus boek en route van de gemeente over die mooie oude zaken, Guapos per sempre (Voor eeuwig mooi), en dat zou helaas voortdurend geactualiseerd moeten worden.

Heel veel van die winkels stammen uit de negentiende eeuw en kampen vaak met hetzelfde probleem: de kinderen willen de familietraditie niet voortzetten, en nieuwe eigenaren maken er vaak iets heel anders en lucratievers van. Bovendien betalen veel van hen nog heel oude, spotgoedkope huren die eind 2014 definitief omhoog zullen gaan, iets wat bij wet is bepaald. Dat zal, zeggen de eigenaren, het defintieve einde betekenen, want ze hebben nu al moeite de zaak rendabel te houden.

Maar intussen zijn ze nog een bezoekje waard, die modernistische of neo-klassieke zaken als modewinkel Xancó (uit 1820, midden op de Rambla tussen de souvenirshops), chocolatería Fargas (1827) op de hoek van het plein Cucurulla, bar Casa Almirall (1860) en El Indio (1860) in de Raval of, tegenover elkaar bij de metro Sant Jaume, banketbakkerij La Colmena (1864) en kaarsenmaker Subirà, die op de etalageramen zegt al 250 jaar te bestaan: 1761-2011. Plus wat historische aptoheken, zoals La Estrella (1842) in Ferran.

En, natuurlijk, de plek waar de vader van Maya Picasso het liefste kwam met zijn kunstzinnige vrienden: restaurant Els Quatre Gats (1897) in de carrer Montsiò.

Gezocht: Nederlandse schooldirecteur in Barcelona

Het is voor mij, en mijn kinderen, al weer lang geleden, maar ooit bracht ik ze elke zaterdagochtend naar een klein lokaaltje in Sant Pere de Ribes om drie, vier uur lang een beetje Nederlandse taalvaardigheden op te doen. Het is het typische probleem van een gemengd huwelijk in het buitenland, Spanje in dit geval: de kinderen krijgen elke dag op school onderwijs in Spaans en Catalaans, thuis is vader of moeder ook Spaans en/of Catalaans en het Nederlands van de andere partner, die óók nog eens Spaans en/of Catalaans spreekt, komt in het verdomhoekje terecht. Al sprak ik met hen in het Nederlands, mijn kinderen antwoordden me altijd in het Spaans, want dat begreep ik toch wel.

Die lessen in Ribes hielden op te bestaan, we moesten vanaf dan naar Castelldefels. Inmiddels blijkt die Nederlandse school enorm gegroeid te zijn, met tegenwoordig ook nog een dependance in Sant Cugat én een heuse eigen naam, Oranje dijk-school. De beheerder, de Stichting Nederlandse Taal- en Cultuur Barcelona, is nu op zoek naar een nieuwe bevoegde directeur-leerkracht.

Uit de vacature-advertentie: De Stichting Nederlandse Taal en Cultuur Barcelona ‘de Oranje-dijkschool’ zoekt een nieuwe directeur / leerkracht. De stichting is opgericht in 1992. De school is aangesloten bij NOB.
De school biedt Nederlands taal en-cultuuronderwijs aan ruim 135 leerlingen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar die Nederlands als eerste of tweede taal hebben. De meerderheid van de leerlingen woont permanent in of rond Barcelona en heeft  één ouder met de Spaanse nationaliteit.
Op zaterdag geven we in Castelldefels (op 15 minuten van Barcelona) les aan ruim 85 kinderen verdeeld over 6 groepen (PO en VO), van 9.30 tot 12.30 uur.
Op maandag geven we in Sant Cugat (ook op 15 minuten van Barcelona) les aan ruim 35 leerlingen verdeeld over drie groepen (enkel PO) van 17.15 tot 19.15 uur.
Op woensdag geven we in Castelldefels les aan zo´n 15 kinderen (2 groepen) die Nederlands als eerste taal hebben. Van 16.30-18.30 uur.
Er worden gedurende het schooljaar extra cultuurlessen gegeven en activiteiten georganiseerd n.a.v de Nederlandse feestdagen.
De stichting heeft momenteel 6 vaste leerkrachten en 1 invalkracht in dienst. Het Bestuur van de stichting bestaat uit 7 leden en komt maandelijks bijeen op het Nederlands Consulaat in Barcelona.

De rest van de advertentie, met alle vereisten, is hier te vinden.

Droog weer in Barcelona? In november!

Terug in Barcelona ontvangen door de regen, gisteren (vandaag is het weer mooi zonnig). En dus vroeg ik me af of het de laatste tijd wat natter is, hier, want da gevoel heb ik een beetje. Ja, dus; althans vorig jaar in ieder geval, zo leren de  meteorlogische samenvattingen van het observatorium van Fabra, halverwege de Tibidabo. Vroeger had ik altijd het idee dat ik hooguit een week per jaar in de regen door Barcelona moest fietsen, maar perceptie en realiteit liggen nogal eens ver uit elkaar. Barcelona heeft gemiddeld rond de 100 dagen per jaar met (een beetje) neerslag, maar 2010 werd met 128 regen- (en een klein beetje sneeuw-)dagen het natste sinds lange tijd, liefst een maand meer regen, bij elkaar, dan bijvoorbeeld in 2006 en 2007, toen er ‘slechts’ op 95 respectievelijk 97 dagen druppels vielen. In totaal was 2010 goed voor 720 mm neerslag, wat niet ver onder de 801 mm ligt die er gemiddeld over heel Nederland viel, al heeft ons ‘kikkerlandje’ ook jaren gekend met meer dan 900 mm. Opvallend, het aantal dagen dat er in 2009 in Nederland neerslag viel was 132, niet zo veel méér dus dan in Barcelona, maar die statistiek blijkt een beetje verraderlijk: dat zijn alleen dagen dat er in NL méér dan 1 mm valt, terwijl in BCN élke druppel wordt gemeten. Het aantal dróge dagen in en rond De Bilt was 133, dus bleven er nog eens 130 over waarop het miezerde.

Maar het verschil tussen Barcelona en Nederland blijken we dus vooral in de temperatuur en de zonneschijn te moeten zoeken: moet Nederland het gemiddeld met bijna 1.600 uren zon per jaar doen, in Barcelona hadden we hem vorig jaar 2.596 uur aan de hemel staan, en duizend uur extra zon is veel, heel veel.

Wie trouwens vrijwel zeker wil zijn van een droog uitstapje naar Barcelona (vandaar de kop boven deze post) moet trouwens behalve in redelijk droge maanden als juni of juli vooral in november komen: in het overzicht van de laatste tien jaar ontdekte ik dat het hier in november gemiddeld nog geen vijf dagen regent. Vorig jaar was de maximale temperatuur in die maand bovendien nog 23º, en dát allemaal maakt het verschil juist in zo’n herfstperiode met Nederland het grootst. November dus…

UPDATE: De herfst is dit jaar (2011) héél laat ingetreden in en rond Barcelona; pas op 20 oktober is het een beetje begonnen met regenen. Deze maand november zou dus wel eens heel wat natter dan het gemiddelde kunnen zijn. En dit blog, natuurlijk, is niet aansprakelijk voor in het water gevallen vakantietjes…

 

 

 

 

 

Konijn in gember, om te beginnen

Het jaar van de tijger, míjn jaar, is bijna voorbij, dat van het konijn gaat beginnen. De tijger, zo voorspelden de Chinese astrologen, zou voor onrust zorgen, een nog diepere crisis, rampspoed en een heleboel meer. Chinese stellen voorkomen liever dat hun kinderen in het teken van de tijger worden geboren, wachten liever op het jaar van het konijn. Want het konijn is het sterrenbeeld van de gefortuneerden, van de goedboerende ondernemers. Het konijn moet dus iets meer rust brengen, na de tijgerstorm, maar het konijn is ook een oplettend beest, kijkt altijd goed om zich heen om niet het slachtoffer van een roofdier te worden.

Gisteravond al liep Lam Chuen Ping een beetje op de Chinese Oudejaarsnacht vooruit en nodigde, zoals elk jaar, vrienden, bekenden en enkele beroemdheden uit in zijn restaurant, Memorias de China. Met vooraf de gebruikelijke dans van de draak en de leeuw in de Carrer Lincoln, een straatje achter de Via Augusta die ik tot nu toe alleen kende van enkele bezoeken, in een ver verleden tijd, aan de toen absolute discotempel van de stad, Otto Zutz.

Memorias de China staat bekend als één van de beste Chinezen van de stad, want heeft niets te maken met de standaardchinees en zijn flauwe Arroz Tres Delicias. Een andere topper, in dat opzicht, is iets verder buiten het centrum Rio Dragon, waar eigenaar en kok Chang ook nog een beroemde goochelaar is en zijn kunstjes graag aan tafel vertoont. Net als Chang is Lam Chuen Ping een bekende Chinees in Barcelona. Hij woont hier al sinds 1972, was filmacteur, was de eerste accupuncturist in de stad, opende de eerste vechtsportschool, is de voorzitter van de vereniging van Chinese ondernemers en heeft dus dat restaurant, waar we gisteravond aan het nieuwe jaar mochten proeven.

Vooraf een mix van ‘zee- en bergvruchten’, dus van kreeft tot paddestoelen, daarna turbot in een beetje pikant sausje (de Cantonese keuken houdt niet zo van pikant of gekruid), vervolgens konijn in gember en als dessert een opvallend op een konijn gelijkend zoet broodje met chocolade in deeg. Opvallend vond ik wel dat er aan geen enkele tafel Chinese genodigden zaten, slechts de Catalaanse (zogenaamde) chique. Dat is, zo werd mij verteld door een collega, wel anders bij l’Olla de Si Chuan, op Aragó bij het Plaça Letamendi, waar het vol met Chinezen zit aan de grote pannen, de hotpots, die samen met de beroemde peper de keuken uit Szechuan zo pittig en bijzonder maken.

Tapas van Adrià aan de Paral·lel

De Avinguda Paral·lel (die letter, die ze hier de elle germinada noemen, een dubbele l met een puntje op halve hoogte ertussen, is een typische Catalaanse vondst; daarmee spreek je de dubbele l níet uit als j) heeft altijd iets van vergane glorie gehad. De lange en brede straat van de Plaça de Espanya naar de haven was één van de laatsten waar de klinkers uit het straatbeeld van Barcelona verdwenen en is altijd beroemd geweest om zijn theaters en cabarets aan de ‘onderkant’ (hoe dichter bij de zee, hoe lager de straat, dus de beneden- of onderkant). Sommige zijn verdwenen, anderen net opgeknapt en uit de as herrezen (El Molino), en een deel is gewoon een disco annex concertzaal geworden (Apolo). Omdat het een tijd niet goed ging met die theaters, leek de Paral·lel verwaarloosd de raken en was het alsof iedereen haar links liet liggen, ook de gemeente.

Nog altijd is het niet de mooiste avenue van de stad. Het is er vooral druk met auto’s en voor de leuke straatjes moet je even afslaan, zoals de wijk Poble Sec in, tegen de flanken van de Montjuïc aan. Daar kun je bijvoorbeeld, in de straat Vila i Vila, nog de resten vinden van de ooit intense band met de haven. De straat komt net als de Paral·lel uit op de grote rotonde die Drassanes heet, maar in de volksmond de Plaza de la Carbonera is, het kolenplein. Alle kolenboeren gingen met paard en wagen vanuit de haven de stad in en in de straat Vila i Vila bonden ze hun paarden vast voor de talloze eethuisjes die allemaal een trog voor de beesten op straat hadden staan, als die bars in dorpjes uit het wilde westen. Eén restaurant heet nog altijd zo, de trog: El Abrevadero.

Nou ja, lange omweg om te komen bij het feit waaróm de Paral·l deze maand in het nieuws is: twee beroemde broers, Ferran en Albert Adrià, hebben er, aan de ‘bovenkant’ (dus dichtbij de Plaça de Espanya) hun nieuwste tapas-restaurant geopend, de Tickets Bar, die er ook nog een cocktailbar bij krijgt, 41º. Het is eigenlijk een voortzetting van Inopia, de tapasbar die Albert Adrià jaren terug enkele straathoeken verderop startte maar eigenlijk te klein was om het enorme succes te kunnen verwerken. Inopia ging dicht, Tickets komt ervoor in de plaats. Het plan werd overigens uitgevoerd samen met de broers Iglesias van het nabijgelegen Rias de Galicia, samen met de Botafumeiro in Gràcia en Casa Dario in de Eixample één van de klassieke, beroemde Galicische (vis)restaurants in de stad. Tickets zit in een vroegere showroom van een autoverkoper en de naam is een eerbetoon aan de entreekaartjes van die theaters aan de Paral·lel.

De meeste doden waren weer motorrijders

Hier rijd ik, rondjes draaiend op een Honda 650, wat niet zo makkelijk is als het lijkt als je al bijna 30 jaar niet meer op de motor hebt gezeten. Maar ook voor de andere deelnemers aan de cursus, mannen die wél regelmatig rijden, waren sommige proeven der bekwaamheid niet eenvoudig te volbrengen. Het bleek het aardige te zijn van de eendaagse cursus ‘veilig rijden’ die we kregen op het terrein van Honda, in Santa Perpètua de Mogoda, een industrieel voorstadje van Barcelona: veel mensen blijken al jaren ‘verkeerd’ te rijden op de motor en werden daarop voortdurend gecorrigeerd. De meest voorkomende fout: motorrijders kijken niet ver genoeg vooruit, dus niet naar het einde van een bocht maar slechts naar het begin ervan… Te veel het hoofd omlaag, in plaats van trots omhoog.

Zo’n bijspijkercursus (85 euro, geloof ik) is hard nodig, voor velen. Misschien óók voor de vele Nederlanders die in Barcelona wonen en hebben ontdekt dat de motor of scooter de gemakkelijkste, snelste en meest comfortabele manier van verplaatsen is in de miljoenenstad (ikzelf hou het bij de fiets). De cijfers van het aantal verkeersslachtoffers in de stad in 2010 zeggen weer genoeg: 39 doden vielen er – de meeste op de kruisingen in de Eixample, waar velen te snel optrekken (met het stoplicht nog op rood) terwijl anderen te laat remmen (oranje of ook al rood) – en 17 daarvan waren motorrijders, terwijl er twee als ‘pakketje’ achterop zaten. Zestien voetgangers werden dodelijk aangereden, slechts vier doden waren automobilisten. Fietsers, niet één.

Terwijl op het wegennet buiten de steden het aantal doden drastisch is gedaald, blijft het in de straten van Barcelona al jaren op ongeveer dezelfde hoogte. Een groot aandeel daarin hebben de ‘nieuwelingen’ op scooters van 125cc, mannen en vrouwen die hun autorijbewijs hadden en, als ze minstens drie jaar auto hebben gereden, sinds 2005 zonder examen of wat dan ook op zo’n motor/scooter tot 125cc mogen gaan rijden, zonder te beseffen dat ze ineens veel kwetsbaarder zijn.

Met hun massale komst – parkeren met de auto is steeds moeilijker, die laten ze dus thuis of verkopen ze – is het aantal motorrijders in Barcelona alleen maar gegroeid. Hoewel in absolute aantallen Rome het Vespa-paradijs is, is Barcelona de Europese stad met relatief gezien de meeste motoren/scooters: 173 per 1.000 inwoners. Tja, en dan gaat er wel eens wat fout. Ik vind het altijd weer hartverscheurend, zo’n gevelde motorrijder op het wegdek van een kruising in de Eixample te zien liggen, in afwachting van een ambulance. De jongen op de foto, één van twee broers op dezelfde motor, overleefde het niet.

Barcelona voor de helft van de prijs

Nog een verzoeknummer: een lezeres vraagt of er een herhaling komt van de Barcelona Restaurant Week, waarbij je een jaar geleden, voor het eerst, in top-restaurants een vast menu voor 25 euro kon bestellen. Antwoord: ja, komende week al, van 28 januari tot 6 februari, maar onder een andere naam, omdat het allemaal veel uitgebreider moet. De vondst heet nu BCNOW!, wat weer een afkorting van Barcelona Opportunity Week is.

Behalve de talloze restaurants die opnieuw menu’s voor 25 euro (excl. BTW en drank) aanbieden (wél vooraf reserveren, niet het héle restaurant willen ze met deze koopjes-zoekers vullen), kun je ook voor de helft van de prijs slapen in 40  van de beroemdste hotels van de stad, waaronder (boven op de foto) het bij internationale beroemdheden immens populaire Hotel W of Hotel Vela. Verder bieden de kraampjes op de overdekte levensmiddelenmarkten goedkopere producten aan, kun je bij sommige winkels een boeket bloemen voor 11 euro kopen (bloemen zijn hier altijd blachelijk veel duurder dan bijvoorbeeld een bos op de Nederlandse markt) en bieden theaters, biocopen, concertzalen etcetera goedkopere avonden aan. Omdat het allemaal te veel is om op te noemen, kun je als geïnteresseerde het best naar de website gaan, die ook in het Engels en Frans is.

Heuse hoedenwinkels

Bijna iedereen blijft er stilstaan, op dit magische voetgangerskruispuntje in de oude stad, waar de straten Boqueria, Banys Nous en Call (el Call is de oude Joodse wijk van Barcelona) elkaar treffen, dichtbij het Plaça de Sant Jaume. Op bijna-winteravonden als deze (hoewel, gisteren om 20 uur, het moment van de foto, was het nog 15 graden) geeft het kunstlicht van Sombrería Obach de hoek én de etalage een onweerstaanbaar panorama. Een heuse hoedenwinkel, deze weken stampvol omdat de kou een beetje gekomen is en omdat een hoed of pet een uitstekend kado-artikel blijkt te zijn. Én omdat, heb ik de indruk, er meer én jongere kale of volledig kaalgeschoren mannen dan vroeger zijn…

Obach zit er al sinds 1924 en was lange tijd één van de drie historische hoedenwinkels van de stad. Nu zijn er nog maar twee, want twee jaar terug sloot El Rey de la Gorra (de koning van de pet) dichtbij het Plaça Espanya. De andere klassieker, ook al vier generaties van dezelfde familie, is Sombrería Mil, sinds 1917 op Fontanella, tussen de pleinen van Catalunya en Urquinaona. Ook heel erg druk, deze dagen.

Lange tijd werden er in Barcelona nauwelijks hoeden gedragen. Volgens mij doe je het ook niet zo makkelijk, zo’n van buiten imponerende winkel binnenstappen, op zoek naar je eerste pet of hoed, waar in het Spaans talloze verschillende woorden voor bestaan: sombrero, gorra, gorro, bombín, boina, txapela… (de laatste woorden zijn Catalaans respectievelijk Baskisch). Maar de jeugd heeft de hoeden en petten ontdekt, en heeft ook winkeltjes zoals de populaire Hatquarters (op de foto, in winkelcentrum l’Illa) die wat toegankelijker zijn. Daar doen vooral de modieuze Goorin-petten het goed (zo’n model dat DJ Giel Beelen altijd op z’n kop had), maar een échte modestijl is er niet, zeiden ze me bij Mil. Soms doen films een mode opleven, zoals de laatste Sherlock Holmes en, een tijd terug, Gangs of New York.

Ontdekkingen dankzij de tapa’s

Ja, en als er dan een soort tapa-wedstrijd is (zie vorige post), dan moet je ze ook maar eens gaan uitproberen, al is het voor de krant – vreselijk vak toch. Ben vandaag in drie van de 49 tentjes geweest die voor deze week een bijzondere tapa hebben bedacht en die je samen met een biertje in een leuk, speciaal glas (de échte caña-maat – een pilsje dus, en niet de halve liter die je voor 8 euro op de Rambla krijgt voorgezet, óók als je om een caña hebt gevraagd…) voor 2,40 euro tot je neemt. En ze stelden niet teleur, óók niet de twee die ik ver buiten het toeristische centrum opzocht, het redelijk gewone Tres Vilas in de carrer Berlin en het zeer bescheiden Cal Pinxo (niet te verwarren met de beroemde Cal Pinxo’s in de Barceloneta en Sitges) op de hoek van Mallorca met Dos de Maig, waar eigenaresse Laura de tapa live bereidde; kan ook niet anders, met een klein kalfshaasje met bacon en mosterdsaus.

Maar de ontdekking, want redelijk dicht in de buurt en in het centrum, was Bona Sort (Goed Geluk) in wat ik altijd één van de meest authentieke straten van Barcelona heb gevonden, de Carrer de Carders die de wijk La Ribera doorsnijdt. Een kwartelei op kleine frietjes met inktvisjes, groene asperges en paddestoelen… Mar i montanya heet dat hier, zee en bergen in één gerecht.

De Carders (op de foto het smalle deel, later wordt het straatje wat breder en lichter) móet je een keer doorheen zijn gelopen. Vroeger liep hier in de buurt ook het water van het Rec Comtal en in de omgeving daarvan vestigde zich vooral de textielindustrie. Veel straten in de Ribera zijn vernoemd naar de ambachten die er werden bedreven; carders waren zoiets als wevers. De Carrer dels Carders, die trouwens ongemerkt overgaat in die van de Corders (dat heeft iets met dradenmakers te maken, niet met het Spaanse corderos, lammetjes), is nu een afwisseling van Dominicaanse kappers, moderne barretjes, Pakistaanse supers en talloze curieuze winkeltjes.