Categorie archief: voetbal en sport

Keurig gedaan, kerel

Natuurlijk vond ik vroeger, als voetballer van VV Utrecht, tennis een ballensport. (Net als hockey, vanzelfsprekend; geen vreselijker voetballertjes dan die van Kampong, beïnvloed door hun hockeycollega’s. Oei, nu weet ik al dat ik enkele van mijn vaste lezers diep beledig… sorry.) Tennis is nogal in populariteit gegroeid, sindsdien, en in bondsleden de tweede sport van Nederland geworden, na het voetbal. Plus al die mensen die een balletje slaan als recreant. Ongelooflijk dus, met zo’n oneindige hoeveelheid tennisbeoefenaars, -banen en zelfs overdekte -complexen, dat het aan de top, wat Nederland betreft, al heel lang heel erg stil is.

Snel dus naar de tennisbanen van de Real Club de Tenis de Barcelona getogen, gisteren, want er stond waarachtig een Nederlander in de halve finale van een ATP-toernooi, en dat is nieuws voor zowel de NOS als het AD. Want met de in Barcelona behaalde punten zal Thiemo de Bakker de eerste Nederlander sinds vijf of zes jaar zijn die zich in de top-50 van de wereld nestelt. Hij werd uiteindelijk uitgschakeld, door de Zweed Söderling, achtste van de wereld, maar er schijnt een beetje hoop aan de horizon, want de +1.90 meter lange Hagenaar is nog pas 21 jaar.

Was er lang niet geweest, op de banen van de RCT Barcelona, een sjieke club midden tussen de grote flats (allemaal ruim 200 vierkante meter groot, al zie je dat er van buiten niet aan af) van Pedralbes. En ook hier toch weer de bevestiging, gezien het publiek dat zich bij zo’n toernooi op de zonnige tribunes meldt: ook in Spanje is het tennis een ballensport, ondanks de grote populariteit door de ongelooflijke reeks toppers (Spanje heeft er nu negen in de top-50 staan), die zelf overigens allemaal keurige jongens van goede huize zijn. Maar zij hebben wél, en dat lijkt het verschil met Nederland, als tiener al de wil om zich dagelijks te pijnigen, in de hoop ooit een topper te worden en niet altijd op de centen van un bemiddelde ouders te teren. En ‘gravelbijters’, zoals we ze in Nederland altijd iets neerbuigend hebben genoemd, zijn ze allang niet meer, ze zijn goed op alle soorten ondergrond.

Kijken wat die Thiemo de Bakker vanaf nu gaat doen, want daar zijn we ook zo goed in: als we eindelijk weer eens een goede tennisser of wielrenner hebben, dan knuffelen we hem al dood voordat hij zich werkelijk aan de top heeft genesteld.

Weerzien met Indurain

Een begrafenis, in dit geval die van Juan Antonio Samaranch, is goed om oude bekenden weer eens te ontmoeten. Niet de man hierboven op de foto, kroonprins Felipe, die had ik pas één keer eerder gesproken.  Hij kwam enkele jaren terug op de redactie van El Periódico langs, op een 12e december, dus zei ik tegen hem dat ik het verdomd aardig vond dat hij me op mijn verjaardag was komen opzoeken; weet niet of hij het helemaal begreep, maar dat verschil in humor tussen ons en de Spanjaarden hebben enkele commentatoren bij de vorige post al aangestipt.

Terug naar de begrafenis van Samaranch, of de ceremonie van belangrijke mensen die vanochtend plaatsvond. Bekende gezichten kwamen voorbij en ik verheugde me bijzonder toen ineens de enige (oud-)sporter naar buiten kwam, Miguel Indurain. Dezelfde karakteristieke kop als vroeger, met die neus van een Griekse god en de diepe ogen waarin bijna nooit enige emotie te bespeuren was. Bijna elke zomer tussen 1990 en 1996 maakte ik hem dagelijks mee, tijdens onze gezamenlijke Tour de France. Hij op de fiets, ik in de auto. Ik weet het, mijn Nederlandse collega’s vonden ze doodsaai, die vijf Tours die Indurain op rij won, maar voor een verslaggever van een Spaanse krant was het de hemel op aarde: elke dag volgden we de grote favoriet van dichtbij, elke dag was er wel wat te schrijven. Oké, Indurain praat nu veel meer en losser dan hij toen deed, maar zouden we in Nederland ook klagen als een saaie en stille als Joop Zoetemelk elke keer weer vanaf de proloog de Tour naar zijn hand zou zetten? Genieten was het, de bazen gaven ons drie, vier pagina’s per dag, want de lezers vraten het. Én Indurain stelde bijna nooit teleur.

Gedurende één Tour schreef ik bovendien dagelijks een column over de Grote Zwijger in De Volkskrant: Heimwee naar Navarra, omdat Miguel altijd de indruk wekte zo snel mogelijk weer terug naar huis te willen. Een prachtige uitdaging natuurlijk, vanaf de eerste dag filosoferen over de gedoodverfde winnaar. Een uitgever vond de columns zelfs de moeite waard om te bundelen tot een dun boekje. Er werden, geloof ik, 867 exemplaren van verkocht; voldoende om bescheiden te blijven.

“Hoe is ‘t?” We wisselden vanochtend kort wat woorden uit, hoe het gaat in het leven. Waarom hij op de begrafenis was…. “Ja, dat hoort erbij, maar op een begrafenis ben je altijd te laat,” zei Indurain. Niets bijzonders verder. Gewoon de bescheiden sympathie van één van de grootste sporters die Spanje ooit heeft voortgebracht. Sterker nog, de eerste grote, sterke Spanjaard die het land van heel veel minderwaardigheidscomplexen afhielp.

Waarom

Eentje tegen 75.000

Nog eentje dan, de laatste over het wonderkind voorlopig. Messi. Natuurlijk hadden wij het hier al een jaar geleden al over hem, ver vóór de hype van afgelopen week. Toen ook een prachtfoto, Messi in het Bernabéu. Sportkrant Marca doet er vandaag nog een schepje bovenop: de kleine Messi, bijgenaamd De Vlo, helemaal alleen voor de steilste tribunes ter wereld, die zo hoog reiken dat de voetballer op het veld (noch de fotograaf) de hemel bijna niet ziet.

Op bezoek bij God

En koud terug in Barcelona even op bezoek bij God, zoals de spelers hem bij Barça vroeger noemden. Niet zijn generatiegenoten, die noemden hem in de jaren zeventig El Flaco, zoals Asensi vanmiddag zei. Maar zijn discipelen, de Koemans, Laudrups, Bakero’s en Guardiola’s, die noemden hem gekscherend God omdat hij altijd alles zag en beter wist. Vandaag werd Cruijff beëdigd tot erevoorzitter van FC Barcelona. ‘Hoe noem je deze pin?’ vroeg hij aan voorzitter en vriend Laporta, want hij kende het Spaanse woord voor insigne niet. Een andere mooie Cruijffiaanse zin in het Spaans, die nauwelijks te vertalen is omdat saber zowel weten als kunnen betekent: “Tienes que saber lo que no sabes.” Heerlijk.

Iets van twee jaar geleden schreef ik voor Hard Gras een door collega’s geprezen allegorie over een bezoek aan Cruijff op zijn berg; was naar aanleiding van zijn weigering Ajax verder te helpen. ‘Cruijff gaat terug zijn berg op,’ heette het toen. Hieronder het verhaal van toen, althans een voorlopige versie van toen; kan de definitieve tekst niet meer vinden. Eén tipje van de sluier: botigues betekent winkels in het Catalaans.

Op bezoek bij God / Edwin Winkels

Ergens aan het einde van de derde maand, in bus 22 op weg naar de Paseo de la Bonanova, beseft Moisés Botigues ineens dat hij dezelfde route aflegt als Daniel Sempere, de hoofdpersoon van De schaduw van de wind, wanneer deze op zoek gaat naar het geheim van een spookachtig herenhuis op de flanken van de Tibidabo. Daniel ging met de trein van de Ferrocarrils de la Generalitat, de Catalaanse spoorwegen, en daarna met de later toeristische blauwe tram. Moisés heeft voor de bus gekozen, want hij kan dan 26 minuten lang kijken naar de mensen en gebouwen die voorbijgaan en allemaal langzaam veranderen in de klim vanuit het oude centrum naar de sjiekste wijk van de stad. Barcelona heeft een uitstekend metronetwerk dat de catacomben van de stad van noord naar zuid en van zee naar de berg met buizen doorklieft, maar in de buurt van Bonanova is er geen enkel station. Is ook niet nodig. Rijke mensen gaan niet met de metro, want ze vinden dat die stinkt en dat er te veel bedelaars zijn, al hebben ze er nooit een stap in durven zetten.

            Moisés is op zoek naar God. Naar waar die andere God woont. Niet die van de Nederlandse Portugees Rentes de Carvalho, die een boek zo noemde, maar de God van het voetbalveld. Of van de kleedkamer. Althans, dat was hij. Al weer lang geleden.

            Eerst was er nog het eeuwige misverstand geweest. Vanuit Nederland hadden ze Moisés, voor de zoveelste keer, naar De Verlosser gevraagd. Weer teruggetrokken op zijn berg in Barcelona, na even heel kort over het water in het Amsterdamse IJ te hebben gelopen. Hij had het daar te koud gevonden, zijn tenen waren verkrampt en hij was spoedig weer vertrokken, in mysterieuze rook opgegaan, net zo onverwacht als hij was gekomen, zijn oude en nieuwe volgelingen in verbijstering achterlatend. Lees verder

Messi, Messi, Messi, Messi

Zag ‘m dik een uurtje voor de wedstrijd voorbij komen, één van de mannen van Barça die uit de bus naar de kleedkamer gingen. Een kort knikje als groet. Hij wist nog niet wat hij even later ging doen. Of wel. Zich vermaken, zoals hij als klein jochie altijd heeft gedaan. De straat, het trapveldje, de grasmat van het Camp Nou. Het maakt Lionel Messi allemaal niet uit. Voetbal is gewoon leuk, en tegenstanders, ook die van Arsenal, zijn er om uit te spelen, voorbij te dribbelen. Een memorabele avond. En iedereen heeft het erover. De VARA-radio belde al om 7.10 uur vanochtend, de Belgische Radio 1 volgde wat later. En vanavond eventjes bij De Wereld Draait Door, met de heren Spaan en Mulder. Een vliegreisje voor five minutes of fame.  Voor Messi.

Lekke band voor Contador

Een lekke band overkomt iedere wielrenner. Maar zo één? Alberto Contador is allesbehalve een wereldster in Spanje: de tweevoudige Tour-winnaar wisselt ‘m zelf maar even, gisteren na de training, met hulp van een trainingsmaatje van Astana… En zet de foto daarna zelf op Twitter.

Guardiola en zijn kritische clowns

Presentatie in het hotel W. (Zo ben je er nog nooit geweest, zo kom je er twee keer in vijf dagen.) Een aardig boekje, Relats del Mundial, verhalen over het wereldkampioenschap. Maar vooral menselijke verhalen. Te koop bij El Corte Inglés, voor 10 euro, en de opbrengst gaat volledig naar een goed doel. Een mooi initiatief, al voor het zesde opeenvolgende jaar. Afkomstig van een groepje sportjournalisten uit Barcelona, inmiddels uitgegroeid tot 36 man/4 vrouw . Elk jaar kiezen zij een goed doel uit, schrijven zij verhalen en vragen ze een speler of trainer van FC  Barcelona het voorwoord te schrijven.

Na o.a. Eto’o, Rijkaard, Messi en Xavi was nu Pep Guardiola de uitverkorene. En al die clownsneuzen dan? Het goede doel is dit jaar Pallassos sense Fronteres, een Catalaans initiatief van clown Tortell Potrona, ook op de cover: deze ‘clowns zender grenzen’ reizen de hele wereld af om kinderen in vooral noodsituaties of heel arme landen nog enkele momenten van plezier te bezorgen, om de lach terug te brengen op gezichtjes die de dood hebben gezien. Congo, Haití na de aardbeving, Rwanda en Pakistan waren de laatste tijd enkele van hun reisdoelen.

Guardiola zette vandaag de clownsneus niet meer op, maar de sportjournalisten die hem normaal met (kritische) vragen bestoken deden dat wel. Clown zijn is ongetwijfeld veel leuker dan journalist.

Een voetbalgek in de Barceloneta (2)

Nog geen half jaar geleden, in de maand oktober, gedraaid, in mei in première, nu de trailer: Johan I, ofwel Johan Primero, over een voetbalgek in de Barceloneta. Schrik trouwens niet als je het Camp Nou achter zo’n straatje in die visserswijk ziet; filmisch was dit voor regisseur Johan Kramer natuurlijk veel mooier dan in Les Corts.

De Champions League kun je niet kopen

Leedvermaak in Barcelona. Of nog méér dan dat. Vuurwerk op straat, een bar hier om de hoek die bijna wordt afgebroken van vreugde, de hele sportredactie van de krant die elkaar juichend in de armen valt… Real Madrid ligt eruit, voor het zesde achtereenvolgende jaar in de achtste finale, in het eerste duel van de knock out-fase. “Wij hebben de Champions in ons ADN zitten,” zei voorzitter Florentino Pérez vooraf nog. Maar dat DNA is er al acht jaar uit, ondanks de 700 miljoen euro die vooral dezelfde Pérez in die tijd in de ploeg heeft gestoken.

De val is altijd veel harder en pijnlijker als de hoogmoed zo groot is. Pérez keerde vorige zomer terug aan het front en dacht met 254 miljoen euro even de beste ploeg van Europa bij elkaar te kopen. Gelukkig is dit voetbal en kan een bescheiden Olympique Lyon, dat vierde in Frankrijk staat en juist zijn ster, Benzéma, aan de Koninklijke kwijtraakte, van de galácticos winnen. “We zijn geen team,” klaagden enkele Real-spelers achteraf.

De finale van de Champions League is in Madrid, op 22 mei in het Bernabéu. Het ergste wat de Madrilenen nog kan overkomen is dat Barcelona die eindstrijd haalt én wint. Zout in de open wonden. Real mag zich, misschien, troosten met het kampioenschap van Spanje.

Iker Casillas kan op een andere manier troost zoeken. De doelman heeft een nieuw vriendinnetje. De dame hiernaast heet Sara Carbonero en is sport- verslaggeefster. ‘De meest sexy sportreporter ter wereld’, zo kroonde de Amerikaanse versie van het blad FHM haar onlangs. Ze volgde het Spaanse elftal tijdens de Confederatiecup, vorig jaar in Zuid-Afrika en Casillas, net af van zijn fotomodel, zag er wel wat in. Wie niet, trouwens…

Pep Guardiola, of hoe je een goede manager wordt

Vanaf deze week in de winkel. ’t Is niet alleen een voetbalverhaal trouwens. Mijn meissie heeft de ‘methode Guardiola’ vorig week al gebruikt bij een MBA-cursus voor toekomstige topmanagers uit het bedrijfsleven. Hoe je met je werknemers en ondergeschikten omgaat, hoe je een hecht team organiseert, hoe je de beste resultaten behaalt zonder je eigen geloof af te vallen. Het staat er allemaal in, in de 7.000 woorden die mijn (tot nu toe) laatste bijdrage zijn aan de 2,5 miljoen in totaal. Hieronder de korte beschrijving van dit nummer door de heren Henk Spaan, Matthijs van Nieuwskerk en Hugo Borst van de Hard Gras-hoofdredactie:

“In de afgelopen vijftien jaar zijn er in Hard gras ruwweg tweeënhalf miljoen woorden over voetbal gepubliceerd. Niet te lang bij stilstaan/moedig voorwaarts blijven gaan.

In het najaar van 2009 vroeg Mark van den Heuvel aan de redactie: ‘Weten jullie dat Bobby Haarms is gestorven van verdriet?’ Daar wilde de redactie graag meer over weten, wat een schrijnend en pijnlijk verslag opleverde van een toenemend menselijk tekort in het zicht van de dood.

Op de van hem bekende, verre van gemakzuchtige manier ging Edwin Winkels op zoek naar het geheim van Guardiola. Ondanks een strategisch stilzwijgen van de Barcelona-coach, wist Edwin de kern te benaderen. Leo Messi zou over zijn trainer hebben gezegd: ‘Wij zijn de slaven van zijn geloofwaardigheid.’ Het is een andere uiting van bewondering dan ‘gaaf’ of ‘gruwelijk’. Winkels wijst op de verwantschap tussen Guardiola en Bielsa, de voormalige bondscoach van Argentinië, nu van Chili.

Niet alleen het Nederlandse voetbal heeft school gemaakt in Barcelona. De beste aspecten van het Argentijnse vinden er ook navolging. Het technisch en tactisch meesterschap van het voetbal in Argentinië wordt hier belichaamd door Juan Veron, ‘Seba’, die onlangs op 34-jarige leeftijd werd uitgeroepen tot de beste speler van Zuid-Amerika. Marcela Mora y Araujo praatte urenlang met hem, exclusief voor Hard gras. Als de Argentijnen in Zuid-Afrika goed gaan presteren, zal het meer onder leiding zijn van Verón, dan onder die van de gekwelde Maradona.