Categorie archief: mijn Barcelona

De onbedorven Rambla, 1969

rambla1969

Kan aan de hand van deze foto natuurlijk niet zeggen dat vroeger alles beter was. Vroeger was, in dit geval, 1969. Een zomer precies 40 jaar geleden. Met mama en broertje Jelle (sorry, broer) op de Rambla, zonder enig idee wat de toekomst ooit zou brengen, dat ik er uieindelijk nog honderden, duizenden keren overheen zo fietsen of lopen. Kan me van dit eerste bezoek als zesjarige aan Barcelona helemaal niets meer herinneren. Waarschijnlijk hebben we toen niet eens de Sagrada Familia bezocht, want die was nauwelijks beroemd; we hebben er ook geen foto’s van.

Kan dus ook niet uit eigen ervaring zeggen dat de Rambla toen mooier en leuker en oorspronkelijker was dan nu. Maar dat leidt geen enkele twijfel, als je ziet tot wat de boulevard nu verworden is. De bloemenstalletjes zijn gebleven, net als de krantenkiosken en de kooitjes met opgesloten dieren. Het plaveisel is ook nog hetzelfde. Wat veranderd is, is alles eromheen, de menselijke fauna, af en toe letterlijk een beestenboel. Ik ga het er niet nóg eens uitgebreid over hebben, maar zo’n foto doet terugdenken aan een onbedorven Rambla, met authentieke hoermadams én kruimeldieven, want dat hoort er altijd bij. En als je ons zo ziet, arbeidersgezin dat in de tijden van Franco (foei!) voor één keer de caravan thuisliet en naar Spanje vloog, gingen de toeristen toen ook nog redelijk netjes gekleed.

Een plezierig terras op een onbestaand plein

latertulia

Omdat ik me, met het afstaan van mijn Otxoa-drama aan de door de ambassade uitgegeven bundel met wielerverhalen (Mi querida bicicleta, Mijn geliefde fiets) zo ‘voor het Koninkrijk’ had ingezet kreeg ik een uitnodiging, in naam van dat Koninkrijk, dus Beatrix, voor een diner. Ik mocht de plaats uitkiezen en kwam, bijna per toeval, na twee jaar weer eens terecht bij La Tertulia, één van de leukste en minst bekende terrasjes van de stad. (Een tertulia is een soort rondetafel-gesprek over van alles en nog wat, populair op de Spaanse radio’s.)

Ik ontdekte het enkele jaren geleden, toen ik voor El Periódico een zomerse serie over de geschiedenis van de terrasjes in de stad maakte. De meeste die ik beschreef, van kleine café’s tot luxe restaurants, kende ik vooraf niet, dus was ’t ook voor mij een plezante ontdekkingstocht. En iedereen heeft een verhaal, ook de eigenaars van een terras. Dit is van een dame die één van de beroemdste arrocerías van de stad heeft, Xátiva, naar een paella-dorp onder Valencia. La Tertulia ligt op een pleintje, plaça del Carmen, dat eigenlijk geen pleintje is, maar een stokoude kruising bij de Colonia Castells, een tot verdwijnen gedoemde textielkolonie met arbeidershuisjes in de wijk Les Corts.

Alles is hier authentiek, de rust is aangenaam, de afwezigheid van toeristen een voordeel en het eten voortreffelijk. De diplomatieke disgenoot ging voor zeeëgels en een solomillo die er mals uitzag, ik voor een tempura van groenten met romesco– saus en een overheerlijke rodaballo a la sal, een tarbot die in een dikke laag van twee kilo grof zout de oven in ging. Zachter kun je witte vis niet bereiden. De rode wijn was een Mas Perinet uit de Priorat (hij is er ook van de Montsant), een bodega van, onder anderen, zanger Joan Manuel Serrat.

TV-ploegen en agenten in plaats van hoertjes

(c) Cesc Giralt

Zelfde plaats, bijna dezelfde tijd, andere hoofdrolspelers. Eén avond nadat El País met de onthullende foto’s van hoertjes en klanten in de portalen van de Boqueria-markt kwam (zie post hieronder), kwamen héél veel TV-ploegen naar de plek des onheils en waagden vanzelfsprekend ook de politie-agenten zich weer in obscure stegen die zij de laatste tijd leken te vermijden. Geen hoertjes meer, geen klanten in kleurige korte broeken op de enkels. Nou zijn er donkere en gure straatjes genoeg in de Raval voor zo’n goedkoop vluggertje en op de Rambla zijn ze niet weggejaagd, de ongeveer 90 Nigeriaanse prostituees die er werken en (onwillige) klanten belagen. De politie belooft nu dat dit een ‘langdurige offensief’ zal zijn. Maar erkent tegelijk dat het grote probleem, de exploitatie van de meisjes, nauwelijks te bestrijden is. Tja.

Rottend vlees in de Boqueria

boqueria1

Wij, journalisten, kunnen natuurlijk schrijven wat we willen, maar vaak zijn het de foto’s die het doen. Barcelona is vandaag opgeschrikt door foto’s, van Edu Bayer, een jonge en aardige collega van El País, één van de vele freelancefotografen die probeert te overleven in een tijd dat ze soms nog maar 50 of 60 euro per plaatje krijgen. En wij, bloggers, nemen dat soort foto’s massaal ongestraft over, velen zonder vaak de bron te vermelden.

Edu trok ‘ s nachts naar de achter- en zijkanten van Barcelona’s populairste markt, de Boqueria aan de Rambla. Dat kan gevaarlijk zijn, zeker als je er met een grote, dure camera loopt. Maar die had hij nodig, met een beetje telelens, om de teloorgang van het oude centrum van de stad vast te leggen. Het afgelopen jaar is de agressieve prostitutie van piepjonge Afrikaanse meisjes aan de Rambla sterk gegroeid. Wil je niet met ze mee, dan doen ze hun best in ieder geval je portemonnee te rollen: de één pakt de man, vooral de toerist, bij zijn ballen, de ander rolt zijn kont- of borstzak. Sinds kort gebruiken ze ook een soort pepperspray om de onwillige toerist even blind te maken en hem van zijn geld en creditcards te ontdoen.

boqueria2De meisjes worden, net als hun ‘collega’s’ uit Oost-Europa, door internationale maffia’s in de stad gestald. Daar moeten ze elke nacht een bepaald bedrag verdienen. Sommigen nemen de klant mee naar een goor pension, anderen hebben daar het geld niet voor en gebruiken de bij nacht gesloten Boqueria als afwerkplaats. Gesloten? Om vier, vijf uur ’s nachts komen al de eerste leveranciers van verse vis en groenten en die treffen regelmatig dit soort rottend vlees aan. Dat rottend slaat natuurlijk op de mannen, toeristen die ook ’s nachts nog in hun kleurige korte broek lopen en die broek, na het betalen van 20 tot 40 euro, even laten zakken en in een door maffiosi geëxploiteerd meisje stoppen. Ik hoop dat als één van de jongens op de foto een Nederlander is, dat zijn moeder of vriendin hem op dit blog of bij El País ziet, en dat zijn straf vreselijk zal zijn. Misschien dat fotograaf Edu Bayer daarmee een beetje een goede daad heeft verricht.

Het échte hart van de Barceloneta

jai-ca

Moet, om te beginnen, eerlijk zeggen dat de scheermessen, de sterk naar zee geurende navajas, een stuk minder smaakten dan die van Can Flores in Blanes, enkele maanden geleden. En dat het binnen snikheet was en er buiten maar drie, natuurlijk altijd bezette, tafeltjes stonden. (Het is ook de reden dat in de zomer één van mijn favoriete stekjes in en rond de Barceloneta het moderne Sal Café onder aan de boulevard, met terrasje óp het strand, is.) Maar deze week toch maar weer een keer naar de Jai-Ca geweest, die van de foto hierboven. Een klassieker in de visserswijk. Natuurlijk ook al ontdekt door de toeristen, maar het blijft er een leuke, gezellige chaos en de pimientos de Padrón (die kleine groene paprikaatjes waarvan er per bord ongeveer twee je tong in brand zetten) en de chocos (gefrituurde stukjes inktvis) waren voortreffelijk.

LA BARCELONETAJe hebt in de Barceloneta enkele van die nog ongelooflijk oorspronkelijke zaakjes waar de mensen uit de wijk zich vermengen met de toeristen, maar verder alles bij het oude is gebleven. Jai-Ca (carrer Ginebra) zit dicht in de buurt van El Vaso de Oro, één lange bar en daarvoor een héél krappe ruimte. Vervolgens sla je de straat Baluard in, waar je eerst op nummer 12 het vrij onbekende Can Maño tegenkomt; spotgoedkoop eten, het meest copieuze diner kost er nog geen 20 euro. cova fumada2Althans, ik hoop dat-ie nog bestaat, ben er een tijd niet geweest. En loop je door dezelfde straat nog iets verder, net de markt voorbij, dan kom je bij één zonder naam. Hij moet ook een beetje geheim blijven, dus we houden ‘m onder ons; het is de meest charmante eettent van de Barceloneta, La Cova Fumada, het ‘rookhol’. Vroeg open en ook vroeg dicht, trouwens. Vol is vol en na een uur of drie ’s middags kom je er niet binnen. ’s Avonds gaat-ie niet eens open, dan vindt de familie Solé het wel weer genoeg geweest. Hard gewerkt, die ochtend en middag, in de rook en hitte van de open keuken en het lawaai van de gasten.

Het is in La Cova Fumada dat, zo is de overlevering, oma Maria Pla de bomba uitvond, een met gehakt gevulde en gefrituurde aardappelbol, overgoten met een scherpe saus én alioli. (Dus niet in het restaurant La Bomba in de carrer Maquinista die zich erop voorstaat de uitvinder van de ‘bom’ te zijn.) Let trouwens niet op de prijzen op het bord; die zijn van 2003. Maar goedkoop blijft het ook daar.

Boze buren in Gràcia

gracia3

Zeg niet dat ze in een wijk, een leuke wijk, van de grote stad wonen. Gràcia is geen wijk. Officieel heet het ook Vila de Gràcia, het dorp of het stadje Gràcia, tot 1897 en met toen 60.000 inwoners onafhankelijk van Barcelona. Als je in Gràcia geboren bent, blijf je altijd een gracienc, zoiets als de mensen die uit de Amsterdamse Jordaan komen.

Deze week zijn, zoals altijd half augustus, de ‘stadsfeesten’ van Gràcia begonnen, vooral beroemd om de wedstrijd tussen straten met de beste versiering. Leuke feesten trouwens, met lange tafels midden op straat, buren die met elkaar eten en drinken en buitenstaanders die welkom zijn bij welk straatbarretje dan ook. Overal live muziek, op één van de vele pleintjes in de wijk, en vertier voor jong en oud.

gracia2Maar niet alles is meer zo leuk als het vroeger was, zeggen de échte mensen uit Gràcia. Veel van hen verdwijnen gewoon, deze dagen, omdat ze het zat zijn ’s nachts niet meer te kunnen slapen van de herrie. De laatste vijf, zes jaar zijn de feesten populair geworden bij grote groepen jongeren – en niet zo jongeren – die vooral nooit naar bed willen en wakker blijven door tot het ochtendgloren op trommels te rommelen. Drank krijgen ze van de Pakistaanse en Afrikaanse verkopers op straat. Een paar jaar terug begon de politie met een ontruiming om een bepaalde tijd, en dat liep altijd uit op grote rellen. Dit jaar schijnt het wat dat betreft een stuk rustiger te zijn, de ontruimingen lopen redelijk pacifistisch; maar dan is het al wel vijf uur.

Veel mensen uit Gràcia vinden dat zij door de populariteit van hun wijk er zijn verdreven. Althans, door de geëxplodeerde huizenprijzen konden hun kinderen niet meer in Gràcia blijven wonen. Buitenlandse yuppen – die heetten toen nog zo, in de jaren negentig – kochten de dure appartementen en deden, bijvoorbeeld, nauwelijks mee aan het versieren van de straat, iets wat geld kost en waar de buren aan moeten bijdragen.

gracia1 Het neemt voor de buitenstaander de charme van Gràcia niet weg, met zijn talloze barretjes en restaurants, de eerste bioscoop (Verdi) die in Barcelona films in originele versie ondertiteld liet zien, de gekraakte huizen door de okupa’s en daardoor het wat anarchistische sfeertje dat er altijd heeft geheerst. En ook al verandert er heel veel (sommige restaurants slagen er niet in langer dan een jaar open te blijven), er zijn dingen die altijd zullen blijven bestaan, zoals La Llesca, het eerste restaurantje dat ik in 1981 in Barcelona ontdekte en dat nog altijd in de Carrer Terol zijn pa amb tomàquet met lamskarbonaadjes aanbiedt.

Schaamteloos bloot bij de Boquería

(c) Camila de Maffei

Heb er eigenlijk nooit zo op gelet, maar kan me het niet herinneren noch voorstellen: een drukke straat in Amsterdam, het Damrak bijvoorbeeld (niet de mooiste, ik weet het), overspoeld door horde’s toeristen, een graad of dertig, mooie zomer: lopen die gasten in bikini (de vrouwen) en blote bast (de mannen) door de stad?

In Barcelona wordt al jarenlang geklaagd over het sterk gedaalde (culturele) niveau van de gemiddelde toerist die de stad bezoekt. Dat gaat deze zomer, meer dan ooit, ook nog gepaard met de totale afwezigheid van schaamte of smaak op het moment van zich aan- of ontkleden. Konden we vroeger nog grapjes maken over de schreeuwerige kleurcombinaties van de strandbroeken waarmee mannen door de stad liepen, nu vinden veel toeristen het doodnormaal bijna helemaal niets meer aan te doen, zoals deze meneer van de foto bij de drukke ingang van de Boquería-markt.

De hitte kan toch niet het enige argument zijn om je tussen andere wandelaars op de Rambla te bewegen en hen te storen met je kleverige lijf dat op het strand thuishoort maar niet op een wandelpromenade. En helemaal niet in winkels, bars en restaurants, maar ook daar stappen sommigen gewoon halfbloot binnen, tot ze er door een medewerker op worden geattendeerd dat het zo toch echt niet hoort.

P1020252Barcelona schijnt er, qua regelgeving, niets aan te kunnen doen. In principe is zelfs het volldige blootlopen door de stad geoorloofd en er is één oudere man die er elke dag met genoegen van gebruik maakt, van die toestemming. In Sitges hebben ze wel de gemeentwet aangepast. Er hangen ook affiches om de toeristen erop te attenderen: buiten het strand, t-shirt aan. Degene die halfbloot door het dorp loopt wordt er door agenten op gewezen toch maar iets iets aan te trekken. Degene die dan alsnog weigert, kan een boete van 350 euro tegemoet zien. Is misschien, en helaas, de enige manier om een heel klein beetje beschaving bij te brengen.

Het meest Amsterdamse huis van Barcelona

casa amatller

De steigers van de verbouwing, die bijna twee jaar duurde, zijn deze week weggehaald. Het Casa Amatller is weer in vol ornaat te bewonderen. Soms staat het een beetje in de schaduw van de beroemde buurman, het Casa Batlló van Gaudí, waarop dagelijks duizenden camera’s van toeristen zich richten, maar dit huis is niet minder de moeite waard, ook al omdat het het werk is van Barcelona’s tweede beroemde architect van het modernisme, Josep Puig i Cadafalch.

Amatller, Batlló en de andere buurman, het Casa Lleó, vormen met zijn drieën de manzana de la discordia. Dat behoeft een korte uitleg: letterlijk vertaald is dit de ‘twistappel’ uit de Griekse mythologie, maar manzana (appel) is in het Spaans ook het woord voor een huizenblok. En dit blok was een twistpunt omdat de drie huizen zo enorm van elkaar verschillen en zij samen braken met het uniforme beeld dat stedenbouwkundige Josep Cerdà met de wijk Eixample voor ogen had.

casa amatller3Het Casa Amatller was er als eerste, zoals op deze foto uit 1900 is te zien. Er stonden hier op de majestueuze Passeig de Gràcia al woningen, maar chocoladefabrikant Antoni Amatller wilde in 1898 een huis volledig naar eigen wens gebouwd.

Het meest opvallende, voor Barcelona, is de trapgevel, zo gewoon aan de Amsterdamse grachten. En dáár deed Puig i Cadafalch ook zijn inspiratie op bij de bouw. Amatller wilde per se een mooie fotostudio met schuine daken op de bovenste verdieping, terwijl in Barcelona alle daken plat zijn en er zo een mooi en ruim dakterras ontstaat. Door de wens van de eigenaar moest de architect een andere manier vinden om het regenwater af te voeren én om die schuine daken een mooi frontaal aanzicht te geven en daarvoor hij ging te rade in Noord-Europa. Sindsdien staat er midden op de Passeig de Gràcia een half huis uit de Amsterdamse Gouden Eeuw.

casa amatller2

Een hotel bijna in het water

hotel vela

Veel mensen snappen er niets van. Sinds enkele jaren past Spanje de Kustwet (Ley de Costas) toe, die onder anderen bepaalt dat er tot een bepaalde afstand van de zee geen bouwsels mogen staan. Dat betekent niet alleen dat er niet gebouwd mag worden, maar dat ook al bestaande gebouwen moeten worden afgebroken. De fameuze chiringuitos, een twintigtal restaurantjes vol nostalgie aan zee in de Barceloneta, waren begin jaren negentig de eerste slachtoffers. Inmiddels zijn langs alle costa’s restaurants en appartementen tegen de grond gegaan (laatst het restaurant El Fortí in Tarragona, na 19 jaar van rechtszaken) en worden dorpjes als het ook door veel Nederlanders bewoonde Empuriabrava (Costa Brava) deels bedreigd.

Daarom lijkt het zo paradoxaal dat juist in Barcelona, op nog geen 100 meter waar die houten chiringuitos stonden, het immense Hotel W is verrezen. Een mastodont van bijna 100 meter hoog die lijkt op eenzelfde soort hotel in Dubai en in de volksmond al de naam hotel Vela (zeil) heeft meegekregen. Op 1 september gaat het open, maar vanaf het strand van Barcelona kun je het al sinds maanden zien liggen, met zijn 27 verdiepingen en 473 kamers. Gelukkig dat het oorspronkelijke project van architect Ricardo Bofill werd afgekeurd: dat voorzag in een hoogte van 160 meter, maar dat zou volgens de gemeente de skyline bederven.

Dat het hotel bijna in de Middellandse Zee gebouwd mocht worden, komt omdat het op het terrein van de autonome haven van Barcelona (Port de Barcelona) ligt, en daarvoor geldt die kustwet niet. Dus mag je er bouwen waar je wilt.

algarrobico1Overigens vraag je je af wat nou wel en wat niet mag. De gemeente Carboneras gaf jaren geleden een bouwlicentie voor een hotel in de baai Algarrobico, aan de rand van het prachtige natuurgebied Cabo de Gata (mijn favoriete vakantieplek in Spanje). De bouwer kwakte de betonnen kolos gewoon óp het strand. Pas nadat Greenpeace in actie kwam, besloot de staat het hotel te onteigenen en af te breken, maar na een jarenlange juridische strijd heeft de overheid nu daarvan afgezien. Dus zal dit hotel, waarvan de bouw nu al jaren stilligt, misschien ooit eens ongestraft opengaan.

Een zwembad verstopt tussen de huizen

piscina1

De Eixample. In een vorige post erover had ik het over de ‘oudste’ kruising in deze zo karakteristieke wijk. Op die kruising stond ooit, meer dan een eeuw geleden, een fonteintje, want precies eronder was een groot natuurlijk waterdepot. torre aiguesDat bestaat nog steeds (dat depot, niet het fonteintje) en achter één van de aangrenzende huizenblokken staat ook nog een heuse watertoren.

Enkele jaren geleden besloot de gemeente de binnenterreinen van die Eixample-blokken te ‘heroveren’: in de loop der decennia zijn ze in bezit genomen, op de begane grond, door garages, winkels, pakhuizen etcetera, terwijl de oorspronkelijke, idealistische bedoeling van stedebouwkundige Ildefons Cerdà was om er gemeenschappelijke tuinen van te maken.

Sommige zijn inmiddels een een grote, voor iedereen toegankelijke tuin geworden, maar deze binnenplaats, bereikbaar door een poort vanaf Roger de Lluria, bijna op de hoek met Consell de Cent, is de meest originele van allemaal: de aanwezigheid van het waterdepot is benut om er een zwembad van te maken. In juli was het overvol, maar nu in augustus, met de thermometer elke dag boven de 30º en met veel stadsbewoners op vakantie, is het prettig toeven voor de (jongste) kinderen en hun ouders. Het is een klein paradijsje middenin de stad waarvoor de toegangsprijs slechts 1,45 euro bedraagt. Voor dat geen-geld kun je er elke dag van 10 tot 20 uur terecht (het weekeinde tot 15 uur) en er is zelfs een heuse badmeester die op de kinderen in het water let.

Er is ook een klein strandje bijgebouwd, waar vooral jonge moeders heel lang met elkaar kunnen keuvelen over baby’s, mannen, echtscheidingen en andere dagelijkse besognes, maar Barcelona heeft zo’n namaakstrandje niet echt nodig (in tegenstelling tot Parijs aan de Seine en Rotterdam aan de Maas); het is één van de weinige wereldsteden met zijn eigen echte strand bijna aan de rand van de binnenstad.

piscina2