Categorie archief: intussen, buiten Spanje

Zweep en cactus voor de chefs

De wereld is een zakdoek, zoals ze/we in het Spaans (El mundo es un pañuelo) zeggen. ‘ s Morgens om zes uur (drie uur Nederlands/Spaanse tijd) een droge muffin als ontbijt op het kitsch-moderne vliegveld van Dubai…

… ’s middags om half één (half twaalf Nederlands/Spaanse tijd) smakelijke fajita’s met een doodgeslagen Efes-pilsje op het vliegveld van Istanboel…

… en ’s avonds om half elf (terug naar de foto boven) de jaarlijkse traditie in Barcelona, het Kerstdiner met de collega’s van de (deel)redactie die in de krant bekend staat als Cosas de la vida en wij de Macro noemen, omdat hij verreweg de grootste en meest complete (maatschappij & Groot Barcelona) is. Zo’n 25 man rond twee tafels, kadootjes van de amigo invisible (voor de ene chef een cactus, voor de andere een zweep; dat krijg je van die anomieme presentjes-met-een-boodschap en onder Spanjaarden/Catalanen die elkaar nooit de waarheid in het gezicht durven te zeggen), een kort optreden van altijd dezelfde grappemaker, een biertje hier, een cubata daar en dan wordt het voor sommigen toch ineens half zes in de vroege ochtend voordat ze het bed weer opzoeken.

Restaurants zitten deze dagen vol met bedrijven, kantoren, redacties etcetera die, in de weken voor de kerstdagen, voor één keer in het hele jaar met z’n állen willen gaan eten, ook mensen die elkaar op het werk niet liggen of elkaar nooit aanspreken. Een goede traditie, al vinden er wel eens kleine drama’s plaats (alcohol maakt de tongen los) of bloeit ineens een romance op. Het lijkt me in ieder geval gezelliger dan de in Spanje volledig ongebruikelijke staande Nieuwjaarsreceptie, wanneer je allemaal al vól zit van de festijnen van de voorgaande dagen. Proost!

Weekendje in de woestijnduinen

Eén van de Catalanen bekende het uiteindelijk wel. Fantastisch leven in Dubai, zei hij zoals iedereen. Je kunt er de sleutels in de auto laten, de huisdeur ‘s nachts open laten, de kinderen kunnen er veilig op straat spelen (tussen oktober en april, wanneer het nog  niet boven de 40 graden is) en ze leren e rook nog accentloos Engels, wat straks in Spanje een enorm voordeel is. Je hebt er een aardig huis, een tuin op woestijnzand, mooie stranden, betaalt als bedrijf noch als werknemer belasting, gaat er met Catalaanse vrienden wedstrijden van Barça via de satelliet bekijken, etcetera. Maar toch, zei Oriol, een jonge makelaar in een Audi Q7, het weekeinde, hè? “Ik kan me voorstellen dat Britten, Russen en Iraniërs het helemáál geweldig vinden in Dubai, maar wij hebben thuis toch de baaitjes aan de Costa Brava en de bergen en het groen in de Cerdanya. Wij zijn wel heel erg verwend.”

Daarom zal voor de meesten een emigratie naar Dubai wel tijdelijk zijn. Maar nu, zeggen ze allemaal, is het nog geen tijd om terug te gaan. De verhalen over de crisis zijn in het buitenland opgeblazen. Jaloezie jegens Dubai, het succes van de laatste jaren. Nog werk en toekomst genoeg.

Jaloers? Nee. De zandstorm was gaan liggen, de strakke wind kwam uit zee, de lucht was zeldzaam helder, het uitzicht vanaf het dak boven een ikweetniethoeveelste verdieping van de gloednieuwe Arenco Tower weids en indrukwekkend, maar het kloppende hart van Dubai blijkt moeilijk te vinden. Misschien in Deira, de ‘oude’ stad, met zijn specerijenmarkt waar niet eens zoveel specerijen meer te vinden zijn. Smalle straatjes, mooie verlichting, Arabische mannen. Dát is de stad, maar Dubai heeft daar maar weinig van. Want vraag je de taxichauffeur je naar het City Centre van Deira te rijden, dan zet hij je af bij zo’n enorme shopping mall.

Terug naar huis.

Skieën in Dubai

Op bezoek bij Spanjaarden en Catalanen in Dubai, kunstmatig emiraat dat in het nieuws is gekomen door de problemen om hoge schulden af te lossen. Heel veel Spaanse ondernemers zijn er niet, minder dan bijvoorbeeld Nederlanders. Spanje keek lang naar Zuid-Amerika en te laat naar het Midden-Oosten, met Dubai als dé zakelijke hub om in een groot gebied tot in Azië en Afrika toe contacten op te bouwen en spullen of raad te verkopen.

Je moet het ook maar leuk vinden, in Dubai wonen. Degenen die dat doen, zeggen van wel. Ze hebben hier alles, van mooie stranden zoals je die in de Cariben ook hebt tot een heuse skipiste in één van de gigantische shopping malls van de absurde stad. Maar ze hebben er vooral veel stof, al had ik vandaag pech: de hele dag blies een storm vanuit de woestijn een deken van zand over Dubai. Geen blauwe luchten of zee, geen mooie foto’s, geen zicht op de 818 meter hoge Burj Dubai die op 4 januari officieel open gaat en op de foto hieronder maar net tussen de Emirates Towers te zien is.

Zo’n zandstorm herinnert er even aan wat Dubai ooit was, niet eens zo lang geleden, begin vorige eeuw: enkele tenten van de familie Mouktar met kamelen en geiten en alleen maar woestijn. Knap hoe ze er in nog geen tien jaar een klein soort Manhattan uit de grond hebben gestampt, met de hulp van honderdduizenden slechtbetaalde en -gehuisveste Indische en Pakistaanse gastarbeiders. Even knap hoe ze West-Europa naar het golfstaatje hebben gelokt om er massaal zaken komen te doen. Knap hoe die Europeanen – en de onvermijdelijke Russen, trouwens – hier in prachtige kantoren en mooie huizen verblijven, hun kinderen er laten opgroeien, prijzen dat het een enorm veilig land is… Genieten? Ik denk dat het vooral enkele jaren hard werken is, maar dat Dubai voor de meesten toch geen definitieve emigratie is. Maar ik kan me vergissen, subjectief negatief geworden door een dag met zand in de ogen, de oren en het haar.

Slapen als god in Nederland

Is ook leuk als je ‘ver weg’ woont en af en toe terugkomt in Nederland: ga je (soms) slapen in hotels waar je anders, als inwoner van het kleine Nederland, nooit zou zijn verbleven. Je kunt natuurlijk bij je ouders, broer of andere familie gaan logeren, wat natuurlijk altijd de beste en goedkoopste optie is, met de ouderwetse gezelligheid, het ontbijt aan de keukentafel, en waarbij je dan maar even moet vergeten dat de meeste mensen in Nederland in dit soort slaapsteden wonen waar je na zes uur ’s avonds zelfs geen eenzame hond meer over straat ziet lopen, maar waar het ook overdag heel erg stil kan zijn.

Maar soms gaat de (werk)dag en de gastronomische avond in Amsterdam of Rotterdam nog heel lang door en is het handig dáár te kunnen blijven in plaats van een gore nachttrein te nemen en van uitzichten te gaan genieten waar normaal gesproken alleen de toeristen zich nog maar voor interesseren.

Prachtig is het, in goed gezelschap vanzelfsprekend, te gaan slapen in Hotel Pincoffs van mijn oud-collega’s Karen en Edwin aan de Rotterdamse Stieltjesstraat, dichtbij het al sinds mensenheugenis gekraakte Poortgebouw, en vóór het sluiten van de gordijnen nog even een blik te werpen, vanuit comfortabele fauteuils, op de winderige Maas en het Noordereiland. Mensen die veel gereisd hebben weten wat een hotel écht moet hebben om je op je gemak te voelen…

Datzelfde gevoel overvalt me bij mijn vaste, jaarlijkse bezoek aan Ambassade Hotel in Amsterdam, waar ik altijd van de uitgeverij (Nieuw Amsterdam;  ja, sorry, even wat her en der reclame maken) mag overnachten. Heb er na talloze bezoeken nog nooit op dezelfde kamer geslapen en geen kamer is gelijk aan de anderen, in het rijtje herenhuizen waar je vanuit de ene kamer zicht heb op de Herengracht en uit de andere op de Singel. De mooiste? Helemaal bovenin, kamers met een trapje en onder één van de authentieke Amsterdamse daken.

Dan wordt Nederland toch wel een beetje leuk, ook al is het windkracht 9.

Een Italiaans paradijs van Fellini

orosei1

Waarom is een bepaald vakantieoord een klein paradijsje? Ja, om dit soort stranden natuurlijk, in de Golf van Orosei, alleen maar bereikbaar met een boot, waarvan er heel veel varen vanuit Cala Gonone om de mensen enkele uren ver van de bewoonde wereld te brengen. Helemaal alleen op de wereld kun je bijna nergens meer zijn, maar overvol zijn ze ook niet, de kleine baaitjes in Sardinie die bekend staan als de mooiste stranden van heel Italie (sorry, er zitten geen dubbele puntjes op dit Italiaanse toetsenbord…).

Maar het is niet de enige reden waarom iets een klein paradijs is, misschien niet eens de belangrijkste. Het leukste van dit, voor ons tot eergisteren onbekende plekje, is dat het zo puur Italiaans is. Geen hordes buitenlandse toeristen en degenen die er wel komen, handjesvol uit Engeland, Frankrijk, Duitsland en Nederland (we hebben in een week twee keer Nederlands horen praten) lijken op een andere manier te komen, met een andere filosofie, dan landgenoten die luidruchtig en zéér aanwezig andere bestemmingen zoeken.

calagononeCala Gonone, één van de populairste badplaatsjes van het eiland, is vooral klein en authentiek gebleven. Een typische boulevard met typische pizzeria’s natuurlijk, maar zo klein (geen hoogbouw) dat er bijvoorbeeld maar één geldautomaat voor het hele dorp is. Een dorp waar vooral (heel rustige) Italiaanse toeristen komen die de drukte van Rome en Milaan ontvluchten en waar om een uur of tien ’s avonds de bewoners zich verzamelen op het kleine pleintje voor de kerk om er aan de t0mbola mee te doen. Jong en oud. Vrolijk en serieus.

Toch maar eens kijken of Fellini hier ooit een film heeft gedraaid, maar het maakt eigenlijk niet uit. Misschien is Cala Gonone nu nog een beetje zoals Rimini in de tijden van Amarcord was.

Ze overleeft al 4.000 jaar

P1020146

Sardinie staat in brand, deze dagen, toeristen vluchten de zee in om aan de vlammen te ontkomen, wij zitten te eten in een dorp, Ploaghe, waar een sirene begint te schreeuwen. Als we klaar zijn met de overheerlijke maaltijd is de weg door het vuur afgesloten, waarop we de andere kant uitrijden, de wind vooruit, onder donkere rookpluimen door, en met een recordtemperatuur van 44 graden op de thermometer (dat allemaal drie dagen geleden), maar zij, of hij (ze is zo voluptueus als de Italiaanse actrices, dus liever een zij) , overleeft, en dat al 3.000 tot 4.000 jaar. S’Ozzastru is één van de oudste bomen van Europa, een overweldigende olijfboom van 8 meter hoog en 12 meter breed. Wat was er op aarde, op dit eiland, 4.000 jaar geleden? Deze olijfboom dus, aan het Lago Liscia. Je hoeft haar maar even aan te raken en je voelt de oerkracht in je dalen; dit is geen boom meer, dit is historie, overlevingsdrang, puur natuur. P1020128Even verderop staat een jonger broertje/zusje van slechts 2.000 jaar. De jongen en het meisje die er elke dag de wacht houden en 2 euro entree vragen voor het bezoeken van het erkende natuurmonument hebben deze dagen met spanning naar de lucht gekeken. De gloed van de vlammen was iets verderop te zien, de gloeiendhete zuidwestenwind loeide over het hele eiland, de branden waren bijna niet te stoppen maar uiteindelijk, ver voordat ze vlammen bij s’Ozzestru kwamen, konden zij worden gedoofd.

De olijbomen bleven gespaard, net als ons prachtig hotelletje Valkarana in Sant Antonio di Gallura, net aan de overkant van het meer. Vanaf het terras konden we de olijfbomen zien liggen, majestueus, terwijl de zon zich half verborg achter de van rook zwangere lucht. Sardinie brandde als nooit tevoren in de afgelopen 20 jaar, net zoals delen van Spanje brandden, en Marseille, en Griekenland. Veertig graden, harde wind, kurkdroge vegetatie; het ideale werkterrein voor zieke pyromanen. Maar s’Ozzestru zal altijd overleven. Ik weet het zeker.

Op bezoek bij Berlusconi

villa_certosa2

Vandaag een vlucht naar Alghero. Ryanair vanaf Girona, 0,00 euro, en alleen vliegtax betalen, in het hoogseizoen. De route werd ooit geopend met flinke steun van de Catalaanse regering want in Alghero, de noordwesthoek van Sardinië, spreken ze Catalaans. Resultaat van een vroegere verovering, en daar zijn ze trots op, in Catalonië. (Maar ook uit Eindhoven schijn je er spotgoedkoop naar toe te kunnen vliegen.)

berlusconi_villa_certosaEen weekje weg, geen laptop mee, dus misschien onregelmatige posts. Nou maar hopen dat Silvio Berlusconi in zijn fameuze Villa Certosa wifi heeft. Andere dingen heeft-ie er genoeg, dus een internet-verbinding is misschien geen prioriteit.

Laatste nieuws uit zijn paradijs: hij deed en doet het altijd zonder condoom. ‘En je wilt niet weten hoeveel medische tests hij ondergaat,’ zei zijn persoonlijke pooier om één van de vele dames ervan te overtuigen het toch maar ‘naturel’ te doen. (Komt allemaal uit Italiaanse kranten, althans de kranten die niet door Silvio’s imperium worden gecontroleerd.)

Al die seks overschaduwt trouwens alle bouwkundige schandalen rond Villa Certosa. Zwembaden, extra huizen, een waterval; het werd allemaal aangelegd zonder dat er ook maar één vergunning voor was. Die kwam natuurlijk later wel. We slapen er, de komende dagen, op zo’n 25 kilometer vandaan. Toch maar even buurten bij Berlusconi?

Drie engelen met kanker

charly's angels2Haar dood sneeuwde onder bij die van Michael Jackson, maar nog eerder dan dat de vroegere zwarte zanger ons liet dansen op Thriller (1982), keken wij als tieners jarenlang naar Charlie’s Angels (1976-’81)en probeerde je voor jezelf uit te maken welke van de drie meiden nou eigenlijk het leukste was. Farrah Fawcett, gisteren op 62-jarige leeftijd aan kanker overleden, was voor degenen die van blond hielden. Ik kon me haar trouwens van een serie van nóg eerder herinneren, toen we net 11 waren: The Six Million Dollar Man, waarvan acteur Lee Majors een tijd de echtgenoot van Fawcett was.

En die andere vrouwen? Kate Jackson, links, was de sportieve angel; zij is nu 59, heeft borstkanker gehad en een open hartoperatie ondergaan. En Jacklyn Smith, rechts, was de mooie brunette; Smith, die 62 is en nog altijd een eigen TV-show heeft (Shear Genius) heeft óók al borstkanker heeft gehad. Teken des tijds?

De drie ondergingen trouwens meer dan alleen operaties om de ziekte te bestrijden; ze gingen met het mes van de chirurg ook de ouderdom te lijf. De  onderstaande foto is van 2006, 30 jaar na de foto boven.

angels 2006

Voor een meisje uit Teheran

In Nederland houden we niet van dit soort beelden. De TV laat ze niet zien, het zou de kijkers thuis te zeer schokken. De krantenmakers denken goed na voordat ze iets van bloed op de voorpagina zetten. In landen waar ze meer gewend zijn aan geweld, aanslagen, bloed, zoals Spanje, bestaat die discussie nauwelijks. Zo is de werkelijkheid, dus zo laat je hem zien. Ook als het slachtoffer een 16-jarig meisje is. Jouw kind, mijn kind, op straat, in een demonstratie. In Teheran, dit geval. Hieronder de tekst vandaag van Bert Wagendorp in De Volkskrant, die, voor de zekerheid, ook maar (schokkend) in zijn bericht zet. De video is, met muziek, wel wat draaglijker dan met het oorspronkelijke geluid, een wanhopig schreeuwende vader.
Geen Barcelona in deze post, maar Neda Salehi verdient het. 
 
 
Haar naam was Neda Salehi en ze was 16 jaar oud.

Op YouTube staat  een filmpje (schokkend) waarop je haar ziet sterven op een stuk asfalt in Teheran. Zaterdag werd ze in haar borst geschoten tijdens straatprotesten in de hoofdstad van Iran.

Ze draagt een spijkerbroek, sportschoenen en geen hoofddoek – een moderne moslima. De man die bij haar knielt probeert het bloeden te stoppen en haar wanhopig het leven weer in te schreeuwen, maar tevergeefs. Je ziet hoe haar gebroken ogen naar de hemel staren.

Het filmpje duurt 54 seconden en het laat je achter in machteloze woede.
Neda Salehi wordt het gezicht van de Iraanse opstand van 2009, de revolte die de Twitterrevolutie wordt genoemd. Het nieuws over de opstand vindt zijn weg voornamelijk naar buiten via Twitter – een simpel communicatiesysteem van hooguit 140 lettertekens per bericht. Wat trouwens ruim voldoende is om je tranen in je ogen te bezorgen.

Een verwijzing op Twitter naar een foto of video is een klein steentje in de vijver, met ringen zover je kunt kijken.

Zo kennen we de naam en het lot van Neda Salehi. Anders was ze een van de anonieme doden geweest. We weten niet eens hoeveel dat er zijn; macht moordt bij voorkeur in stilte.

Er hangt romantiek om revoluties, maar revoluties zijn gruwelijk, bloederig en smerig.
De machtigste man van Iran, ayatollah Ali Khamenei, verklaarde vrijdag dat wie nu nog de straat op zou gaan om te protesteren tegen de verkiezingsfraude, zelf de gevolgen moest dragen.

Met die woorden gaf hij zichzelf en zijn bloedhonden een license to kill. Het maakt niet uit onder welke dekmantel macht zichzelf legitimeert – communisten in China, islamieten in Iran – cynisch en volkomen gewetenloos is hij altijd. Het doel van macht is het behouden van macht en daartoe is, als het erop aankomt, alles toegestaan.

Ali Khamenei is het gruwelijke, bloederige en smerige gezicht van de macht in Iran. Een oude man, vastgeketend aan de absolute waarheid van zijn middeleeuwse opvattingen en meer nog aan de macht die dat geloof hem verschaft.

Mir Hossein Mousavi is waarschijnlijk niet helemaal de sympathieke hervormer die hier en daar van hem wordt gemaakt. Hij ziet eruit als een begripvolle aardrijkskundeleraar, maar hij is een voormalige premier van Iran onder die andere schurk, ayatollah Khomeini. Een premier met het bloed van vermoedelijk tienduizenden Iraniërs aan zijn handen.

Maar tijdens revoluties is er geen ruimte voor subtiliteiten en worden scherpe grenzen getrokken tussen goed en kwaad. Wie niet bij de kwaden hoort, is goed en wie niet tegen ons is, is voor ons.

De mensen in Iran gaan de straat op omdat ze verandering willen en Mousavi draagt hun hoop. So be it; heel misschien is hij een ander mens geworden, waarschijnlijk is hij de volgende verrader van het volk.

In alle tijden zijn mensen de straat opgegaan, als ze het treiteren van de macht niet langer konden verdragen. Je pakt een steen en smijt hem de macht in het gore gezicht: dat is tenminste iets.

Je weet niet of het zal helpen, want de macht schiet terug en laat je een dure prijs betalen voor je opstandigheid. Maar in elk geval is je woede voor even niet machteloos meer: ze moeten zich verlagen tot moord om te overleven.

Ze schieten een meisje van 16 dood, het gewetenloze schorem; Neda Salehi heette zij.

Bij de dood van een héél goed mens

vicente ferrer 2

Vannacht overleed Vicente Ferrer, 89 jaar oud. In Nederland zal niemand hem kennen. In Spanje is hij een fenomeen. En in Anantapur, één van de armste streken van India, is hij een soort god, zonder dat hij zelf voor god speelde. Een bescheiden man, een goed mens, één die slechts leefde voor de armen. En ongelooflijk veel voor ze heeft gedaan. ‘Over armoede moet je niet praten, je moet het uitroeien.’

vicente ferrer 3En hij deed dat, tussen de allerarmsten, 56 jaar lang. In 1953 vertrok de in Barcelona geboren jezuïet voor het eerst naar India. Hij sloofde zich zo uit voor de armen, dat de plaatselijke autoriteiten hem bedreigend begonnen te vinden en hem in 1968 het land uitzetten. Toen bemoeide Indira Gandhi zich ermee. ‘Meneer Ferrer is slechts op een korte vakantie; hij zal terugkeren,’ was haar bevel.

In 1969 vestigde de Catalaan zich in Anantapur, waar hij zich terugtrok uit de jezuïeten-orde en het project Rural Development Trust opstartte. Hij liet scholen, hospitaals en huizen bouwen voor de mensen uit 300 verschillende dorpen, contracteerde onderwijzers en artsen. Vanaf 1996, toen in Spanje de Stichting Vicente Ferrer werd opgericht, kwam al zijn werk in een enorme stroomversnelling. In 2007 kreeg de stichting 39,8 miljoen van zijn 135.000 leden en het bedrijsleven binnen; vrijwel al dat geld ging direct naar de projecten voor de behoeftigen in Anantapur, waar rond het complex van de oude weldoener een nieuwe wereld ontstond.

vicente ferrer 5

Tot zijn dood had Ferrer er 26.000 woningen, 1.696 scholen, drie ziekenhuizen en 16 gezondheidscentra laten bouwen. Bijna 2,5 miljoen mensen werden door hem geholpen. Zijn vrouw, de Engelse journaliste Anne Perry, en zijn zoon Moncho, geboren in India, zullen het project voortzetten, samen met de Indiase directeuren die zij zelf hebben opgeleid. “Vicente is niet vertrokken, hij zal nu meer aanwezig zijn dan ooit,” schreef zijn weduwe vandaag. Ferrer zelf, die twee maanden geleden door een hersenbloeding werd getroffen, was klaar voor de dood in Anantapur, dat in de lokale taal ‘de oneindige stad’ betekent.

vicente ferrer 4