Tagarchief: dubai

Van moskeeën tot bordelen

Maak me er even gemakkelijk vanaf… Sorry, een blog over Barcelona, en dan foto’s van Dubai plaatsen. Een Madrileense architect die ik sprak in Dubai herinnerde het me nog eens: ik zei hem dat ik Dubai stedebouwkundig gezien een ramp vindt, alle wolkenkrabbers zijn lukraak neergekwakt, maar een goed uitgedacht stratenpatroon om al het verkeer in  goede banen te leiden, bijvoorbeeld, bestaat er niet. Tja, zei hij, dat is zo; maar wat wil je als je in Barcelona woont, de stad die al 150 jaar profiteert van het Plan Cerdà, een stedebouwkundige revolutie die nu nog altijd als voorbeeld voor studenten en leraren geldt… Dan vind je elke andere stad een chaos, ook al is ze heel fotogeniek.

Fotogeniek, ja. Van het immense hotel Atlantis op de kop van het beroemde Palmeiland Jumeirah waar de Catalaanse 3-sterrenkok Santi Santamaria (El Racó de Can Fabes, Sant Celoni) een eigen restaurant (Ossianis) met een enorm aquarium heeft…

…een aquarium met roggen en haaien die ook mensen van buiten het hotel mogen bezoeken (er loopt een monorail van het vasteland naar de punt van het palmeiland).

Sinds september heeft Dubai ook een al 30 km lange metrolijn (hoewel de meeste stations nog niet open zijn), waarmee je je met prachtige uitzichten (er is geen bestuurder in de computer-bestuurde trein, dus kun je gewoon achter de voorruit gaan staan) kunt verblijden, maar ook tegelijk kunt concluderen dat de stad wel heel strak en koud is…

…maar het zijn juist dit soort dingen, de hypermoderne kantoren, de mogelijkheid ongestraft alcohol te drinken of naar de hoeren te gaan, de kapitalistische invloeden, die Dubai heel populair maken bij andere Arabieren en moslims, die thuis (het strenge Saudi-Arabië of Iran) niet de zonden mogen of kunnen begaan (of met gevaar voor eigen leven) die er in dit emiraat van de Al Maktoum-dynastie wel overal bestaan. Een tegenstelling die mooi te zien is op de laatste foto, de traditionele moskee met, op de achtergrond, het 330 meter hoge 7-sterrenhotel Burj Al Arab.

Weekendje in de woestijnduinen

Eén van de Catalanen bekende het uiteindelijk wel. Fantastisch leven in Dubai, zei hij zoals iedereen. Je kunt er de sleutels in de auto laten, de huisdeur ‘s nachts open laten, de kinderen kunnen er veilig op straat spelen (tussen oktober en april, wanneer het nog  niet boven de 40 graden is) en ze leren e rook nog accentloos Engels, wat straks in Spanje een enorm voordeel is. Je hebt er een aardig huis, een tuin op woestijnzand, mooie stranden, betaalt als bedrijf noch als werknemer belasting, gaat er met Catalaanse vrienden wedstrijden van Barça via de satelliet bekijken, etcetera. Maar toch, zei Oriol, een jonge makelaar in een Audi Q7, het weekeinde, hè? “Ik kan me voorstellen dat Britten, Russen en Iraniërs het helemáál geweldig vinden in Dubai, maar wij hebben thuis toch de baaitjes aan de Costa Brava en de bergen en het groen in de Cerdanya. Wij zijn wel heel erg verwend.”

Daarom zal voor de meesten een emigratie naar Dubai wel tijdelijk zijn. Maar nu, zeggen ze allemaal, is het nog geen tijd om terug te gaan. De verhalen over de crisis zijn in het buitenland opgeblazen. Jaloezie jegens Dubai, het succes van de laatste jaren. Nog werk en toekomst genoeg.

Jaloers? Nee. De zandstorm was gaan liggen, de strakke wind kwam uit zee, de lucht was zeldzaam helder, het uitzicht vanaf het dak boven een ikweetniethoeveelste verdieping van de gloednieuwe Arenco Tower weids en indrukwekkend, maar het kloppende hart van Dubai blijkt moeilijk te vinden. Misschien in Deira, de ‘oude’ stad, met zijn specerijenmarkt waar niet eens zoveel specerijen meer te vinden zijn. Smalle straatjes, mooie verlichting, Arabische mannen. Dát is de stad, maar Dubai heeft daar maar weinig van. Want vraag je de taxichauffeur je naar het City Centre van Deira te rijden, dan zet hij je af bij zo’n enorme shopping mall.

Terug naar huis.

Skieën in Dubai

Op bezoek bij Spanjaarden en Catalanen in Dubai, kunstmatig emiraat dat in het nieuws is gekomen door de problemen om hoge schulden af te lossen. Heel veel Spaanse ondernemers zijn er niet, minder dan bijvoorbeeld Nederlanders. Spanje keek lang naar Zuid-Amerika en te laat naar het Midden-Oosten, met Dubai als dé zakelijke hub om in een groot gebied tot in Azië en Afrika toe contacten op te bouwen en spullen of raad te verkopen.

Je moet het ook maar leuk vinden, in Dubai wonen. Degenen die dat doen, zeggen van wel. Ze hebben hier alles, van mooie stranden zoals je die in de Cariben ook hebt tot een heuse skipiste in één van de gigantische shopping malls van de absurde stad. Maar ze hebben er vooral veel stof, al had ik vandaag pech: de hele dag blies een storm vanuit de woestijn een deken van zand over Dubai. Geen blauwe luchten of zee, geen mooie foto’s, geen zicht op de 818 meter hoge Burj Dubai die op 4 januari officieel open gaat en op de foto hieronder maar net tussen de Emirates Towers te zien is.

Zo’n zandstorm herinnert er even aan wat Dubai ooit was, niet eens zo lang geleden, begin vorige eeuw: enkele tenten van de familie Mouktar met kamelen en geiten en alleen maar woestijn. Knap hoe ze er in nog geen tien jaar een klein soort Manhattan uit de grond hebben gestampt, met de hulp van honderdduizenden slechtbetaalde en -gehuisveste Indische en Pakistaanse gastarbeiders. Even knap hoe ze West-Europa naar het golfstaatje hebben gelokt om er massaal zaken komen te doen. Knap hoe die Europeanen – en de onvermijdelijke Russen, trouwens – hier in prachtige kantoren en mooie huizen verblijven, hun kinderen er laten opgroeien, prijzen dat het een enorm veilig land is… Genieten? Ik denk dat het vooral enkele jaren hard werken is, maar dat Dubai voor de meesten toch geen definitieve emigratie is. Maar ik kan me vergissen, subjectief negatief geworden door een dag met zand in de ogen, de oren en het haar.