Categorie archief: mijn Barcelona

Het enige oorspronkelijke huis van de Barceloneta

Je zou het niet zeggen, maar dit huis is uniek in Barcelona. Niet zozeer om zijn naam, de Casa del Porrón of Porró, wat zo’n typisch Spaanse drinktuit is en wat ook de naam was van het restaurant dat hier jarenlang was gevestigd. Het huis is uniek omdat het een beetje oud is, eind 18e eeuw, en vooral omdat het nog één van de weinige bestaande bewijzen is van hoe de wijk Barceloneta er in den begginne uitzag. De Casa del Porró is het enige huis in de hele wijk dat op de ‘kop’ van een blok ligt en nog de oorpsronkelijke begane grond met één verdieping heeft. In de rest van de wijk gaf een vroegere Franco-burgemeester ooit toestemming om er nog eens twee of drie verdiepingen bovenop te bouwen, en zo zijn die straatjes ontstaan waar de drogende was aan het rek van overburen op vier hoog elkaar lijkt te raken.

Barceloneta werd vanaf 1753 op aan zee veroverde grond gebouwd – onder leiding van een Vlaamse militaire architect, Joris Prosper van Verboom – nadat honderden huizen in de nabijliggende wijk Ribera waren gesloopt om daar de Ciutadella-burcht neer te zetten. Maar die blokken in de Barceloneta mochten niet meer dan die ene verdieping hoog zijn om zo het ‘zicht’ van de kanonnen op de haven en de zee niet te ontnemen. Kanonnen zijn er niet meer in de Ciutadella, na een wereldexpositie eind 19e eeuw omgetoverd tot een heerlijk park, dus kon Barceloneta in de hoogte groeien.

Ook dit Casa del Porrón stond op de lijst om een nieuw woningblok van vier verdiepingen te worden. De bouwval, aan de straat Sant Carles, was al door een aannemer gekocht en de toestemming voor de bouw was al verleend toen de gemeente besloot het unieke huis te ‘redden’. De aannemer kreeg ter compensatie een stuk grond met bouwval ergens verderop in de wijk en het gemeentebestuur plande een cultureel centrum in het Casa del Porrón, dat nu wordt verbouwd. Slechts de gevel is blijven staan, de rest is allemaal nieuw, en de officiële bouwplannen tonen nog eens hoe klein de mensen in de Barceloneta altijd (en nog steeds) hebben gewoond: de bar op de begane grond was 70,73 vierkante meter, net zo groot/klein als het oppervlakte voor de twee woningen op de eerste verdieping, dus 35 m2 per woning, en die bestond echt niet uit één kamer.

Natte Pasen

Ja, iedereen uit Nederland mag sms’jes, tweets en mails blijven sturen over de prachtige Paasdagen daar. We gunnen het iedereen van harte; kun je ook eens ontdekken waarom je door het mooie weer vrolijker mensen krijgt, al heb ik al een enkeling horen klagen dat het eigenlijk te warm is om te fietsen… Tja. En zoals dan meestal gebeurt, met een hogedrukgebied boven Noord-Europa, dan dalen hier de milibars of hoe ze ook mogen heten en breekt er om vijf uur ’s nachts de hemel boven je open, met donder en bliksem en bakken water, waardoor je direct weer nuchter bent. Miraculeus genoeg trouwens ontsnapte Sant Jordi gisteren aan dat slechte Paasweer in heel Spanje. Een zonnige dag, al die vrouwen met een roos -en mannen met een roos op weg naar hun geliefde-; ik blijf het de mooiste feestdag van het jaar vinden, en dat zal ik elk jaar blijven herhalen.  Voor mezelf duurde de vrolijkheid vandaag nog een beetje door. Mijn opdracht was gisteren voor de krant een Japanner te vinden en te kijken hoe hij Sant Jordi beleeft (in de Sagrada Familia werd een herdenking voor Japan en zijn aardbeving- en tsunamislachtoffers gehouden, vandaar). In de buurt van de Pedrera van Gaudí kun je altijd Japanse toeristen vinden, en ik trof drie vrolijke 21-jarige meisjes aan die, nadat ze zeker wisten dat deze onbekende hen niet ging beroven, graag wilden meewerken. Ik kocht voor alledrie een roos op voorwaarde dat ik foto’s van hen mocht maken en zij zagen zich vandaag, waarschijnlijk verbijsterd, terug op de voorpagina van El Periódico… Een foto, al zeg ik het zelf, om vrolijk van te worden.

Een geheime oasis in Montjuïc

De berg Montjuïc, waar 30 jaar geleden nog enkele grote krottenwijken de flanken vervuilden, ligt vol met enkele van de mooiste parken en tuinen van de stad. Onlangs zijn de Jardins Costa i Llobera heropend, na jaren werkzaamheden: vlak boven de Ronda Litoral, op de slingerweg naar Miramar, is deze tuin beroemd om de vele soorten cactussen die er staan, sommige van ongekend groot formaat. Maar dit stukje gaat over een andere kleine oase, vlak achter het paleis dat het MNAC (Museu Nacional d’Art de Catalunya) herbergt: vlak naast de roltrappen richting het Olympisch stadion kun je de vrij kleine en anonieme toegang zien tot de Jardi Botànic Històric, de oude botanische tuin (de nieuwe ligt precies aan de andere kant van het stadion, hoger op de berg).

Deze historische tuin, al in 1930 rond de Wereldtentoonstelling aangelegd, is een soort kleine vallei waar het gemiddeld vier graden kouder is dan in de rest van de stad. De zon dringt er maar moeilijk door, onder drie van de hoogste bomen die er in de stad Barcelona staan, waaronder een immense es uit Pennsylvania. Straks, als het weer bloedheet wordt in de stad, een heerlijk plaatsje om te vluchten, ook van het lawaai van het verkeer en van de toeristische drukte, want bijna niemand die er naar binnen gaat.

UPDATE: Ik krijg inmiddels veel vragen hoe je er komt; slordig van me. Hieronder een kaartje: vanaf de Plaça d’Espanya de roltrappen op tot het oude paleis, nu het MNAC (dat ook, gratis, van binnen te bewonderen is; prachtig!). Rechts achter het MNAC, bij de parkeerplaats, waar de roltrappen verder gaan naar het Olympisch stadion, is de ingang van de tuin.

Consulaat-generaal in Barcelona moet (niet) dicht

Wij, die in en rond Barcelona wonen, vinden deze stad natuurlijk belangrijker en leuker dan Madrid. Wij vinden dat Barcelona net zo goed een hoofdstad is (van Catalonië) als Madrid (van Spanje). Wij vinden het ook wel logisch dat de Nederlandse ambassade in Madrid is gevestigd, maar hebben het ook altijd meer dan normaal gevonden dat Barcelona ook een belangrijke dipomatieke post van het Koninkrijk der Nederlanden heeft, een consulaat-generaal. Zoals alle grote ‘tweede’ steden als New York, Los Angeles, Istanboel, Milaan en Shanghai dat moeten hebben, zeker als ze zo ver van de hoofdstad liggen.

Zelf kom ik er niet zoveel, op het consulaat; eens in de vijf jaar om mijn paspoort te verlengen. Maar ik ken de mensen die er vaak al meer dan 10 of 20 jaar werken, en weet wat voor een bindende en ondersteunende factor zo’n consulaat soms is, vooral voor de Nederlandse ondernemers hier. Het Wilhelmus op Koninginnedag mogen ze mij besparen, maar de honderden Nederlanders die elk jaar weer in en rond Barcelona worden beroofd zou ik toch niet hun consulaire steun willen ontzeggen. Maar die gaat dus verdwijnen.

Bij het consulaat, in een zijstraat van de Diagonal, roken ze al langer onraad. Maandag kwam het bericht dat Buitenlandse Zaken negen  ambassade’s  (Ecuador, Uruguay, Bolivia, Nicaragua, Guatemala, Kameroen, Burkina Faso, Eritrea en Zambia) wil sluiten en één consulaat, dat in Barcelona. Er gaan 200 banen in het buitenland verloren. Je kunt je ook wel afvragen waarom een klein land in Nederland nog werkelijk óveral een ambassade moet hebben; sommige diplomatieke diensten en aangelegenheden zijn van een ouderwetse, feodale periode en doen me denken aan prachtige films over Indochina of Afrika waar diplomaten in woelige tijden onder een whisky bleven  samenzweren. Maar wij, hier in Barcelona, betreuren natuurlijk de sluiting van dit consulaat, en worden graag vrienden van de facebook-pagina waarop je tegen die sluiting kunt ageren. Over twee weken is er een afgeslankte Koninginnedag-receptie van wat de oudste Nederlandse diplomatieke post op de hele wereld schijnt te zijn; ik vrees dat het een soort begrafenis wordt.

Zeven deuren, nooit één dag gesloten

Vroeger had restaurant Set Portes een terras buiten, onder de bogen aan de brede straat (Passeig Isabel II) die de stad van de Barceloneta scheidt, zo zie ik op de oude foto. Nu staat er op die plaats bijna altijd een rij mensen die er willen eten. Set Portes is groot, van binnen, maar had wat klandizie betreft nog veel groter kunnen zijn. Zo’n terras, ik weet niet of dat nu nog zou werken op die plaats: te winderig vaak, te veel auto’s, te veel herrie.

Set Portes is een klassieker onder de klassiekers in Barcelona. Géén Michelin-ster of zo, maar gewoon goed puur Catalaans eten, traditioneel. Het vierde feest, deze week: het restaurant bestaat liefst 175 jaar. Een zaak die in 1836 die ‘zeven deuren’ opende en nog altijd bestaat; je ziet het bijna niet meer. Het restaurant is wel enkele malen van eigenaar veranderd, maar van de huidige familie Solé Parellada is het inmiddels al de vierde generatie die er werkt. De huidige eigenaar werd op de verdieping boven het restaurant geboren.

Vroeger lag de beurs er tegenover, en de visafslag. In 1929 opende even verderop het Estació de França, en veel reizigers belandden na een lange treinreis voor een hapje in de stijlvolle zaak. Beroemdheden hebben er gegeten: Orson Welles, Maria Callas, Ava Gardner, Che Guevara, John Wayne… Ik bezegelde er met Matthijs van Nieuwkerk en Henk Spaan mijn debuut voor Hard Gras, een volledig aan Louis van Gaal gewijd exemplaar in 1998: De eenzame kampioenSiempre negativo!

Het bijzonder aan Set Portes is dat het nooit sluit. Dat zal niet die 175 jaar zo geweest zijn, maar nu is de zaak beroemd omdat hij alle 365 dagen van het jaar open is. En omdat toeristen op de meest gekke tijden eten, draait de keuken vanaf het vroege middaguur bijna continu door. Het beroemdste gerecht: de paella parellada, genoemd naar een klant die er helemaal gek van was, omdat de garnalen gepeld zijn en het vlees geen botjes bevat.

Mooi museum aan de einder van de stad

Barcelona heeft er sinds zondag een museum bij. Althans, het museum was er al, maar bijna niemand kwam er ooit, vanwege onbekend en ouderwets. Bovendien trok de er naastgelegen dierentuin in het Ciutadella-park al het publiek weg van de ‘dode’ dieren in het Museum van Natuurlijke Wetenschappen. Dat is nu verhuisd, en een stuk groter en moderner geworden, in afwachting ook nog van nóg meer uitbreidingen. Je moet er trouwens wel voor naar één van de uithoeken van de stad, op het mislukte en desolate Fòrum-complex, dat overigens wel goed bereikbaar is met de gele metrolijn 4 (uitstappen El Maresme-Forum).

Het Museu Blau, zoals het nu afgekort heet, is juist daar ondergebracht, in het blauwe driehoekige gebouw van de architecten Herzog & De Meuron, om die zone van de stad wat meer leven in te blazen. Er ligt een groot congresgebouw en er worden bij warm weer massaal bezochte concerten georganiseerd, maar verder is het Forum (een erfenis van een redelijk mislukt evenement uit 2004 dat de hele zomer duurde en de wereld bij elkaar wilde brengen, om maar iets vaags te zeggen) een woestijn van cement plus een slachtoffer van een gebrek aan onderhoud.

Het museum opende met een eerste deel (De aarde vandaag) van wat de vaste expositie zal worden, Planeta Vida, over het leven op aarde. Ongetwijfeld een museum dat veel succes bij ouders met kinderen zal hebben, zo bewees zondag de lange rij van 6.300 eerste bezoekers.

Van arena tot winkelcentrum

Barcelona was ooit de enige stad ter wereld met drie stierenvechtarena’s, al werden niet overal tegelijk corridas gehouden. De eerste was El Torín, de historische arena die in 1834 aan de rand van de Barceloneta werd gebouwd, dichtbij het Estació de França. Het kritische publiek was echter al snel niet tevreden met de kwaliteit van de stieren en toen na een jaar de zoveelste corrida op een teleurstelling was uitgelopen en de stieren te tam zouden zijn geweest braken er hevige onlusten uit, waarbij enkele kloosters uit de omgeving werden verbrand. Het stadsbestuur besloot El Torín liefst 15 jaar op slot te doen. Na de heropening werden er nog tot 1923 gevechten georganiseerd; in 1946 werd de arena gesloopt.

Op dat moment bestonden er al twee andere, grotere arena’s. In 1900 opende Las Arenas de poorten aan de Plaça d’Espanya, en in 1916 volgde de Monumental, enkele kilometers verderop aan dezelfde Gran Vía. Toen die laatste de meeste stierengevechten kreeg – de Monumental functioneert tot en met dit jaar, tot het verbod op de corrida’s in Catalonië in 2012 van kracht wordt -, raakte ook Las Arenas een beetje in verval. Er werden ook andere dingen georganiseerd, zoals bokswedstrijden, en in 1977 vond er de allerlaatste corrida met kleine stieren plaats. Sindsdien stond de kolos leeg. Las Arenas mocht echter niet gesloopt worden, de gevel was tot monument verklaard: de arena is gebouwd in de architectonische stijl die hier de neomudejar heet, een revival van de Moorse architectuur die eind 19e, begin 20ste eeuw plaatsvond. Ook de arena Las Ventas in Madrid werd op die manier gebouwd.

Pas enkele jaren terug durfden zakenmensen het aan in Las Arenas een nieuw overdekt winkelcentrum te plannen. De bouw heeft een tijdje stilgelegen, vanwege de crisis, maar vrijdag vindt uiteindelijk de feestelijke opening plaats van één van de meest opvallende shopping malls van de stad, met de Fnac als grootste publiekstrekker. Het meest bijzondere aan de bouw was dat de hele arena meer dan een jaar lang boven de grond ‘zweefde’. De oorspronkelijke steunpilaren werden verwijderd en terwijl er nieuwe fundamenten werden aangelegd steunde de enorme gevel slechts op metalen steigers, zoals op de foto hierboven goed te zien is. Wonderwel stortte het zooitje nooit in en is er vanaf deze week een vijf verdiepingen hoog winkelcentrum, mét een prachtige wandelpromenade met uitzicht net onder het dak en enkele lagen parkeergarage onder de grond.

18 maart, en de zon scheen om de hoek

Een klein eerbetoon aan Mari, hier op de Brooklyn Bridge in 1996, toen ook de Twin Towers er nog stonden (achter de rug van de fotograaf). De tijd gaat snel. Onze kinderen zijn nu allebei officieel volwassen, meerderjarig. Vandaag precies negen jaar geleden verloren ze hun moeder en als het goed is zullen ze er allebei even bij stilstaan, één kort moment op de dag, in Sitges, in Londen, waar dan ook. Meer hoeft ook niet. Geen traan, slechts de mooie herinnering, een nostalgische glimlach. As time goes by. Tijd die vliegt, zal iedereen denken die haar kende  en opeens deze post ziet. “Jezus, negen jaar alweer…” En voor degenen die haar niet hebben gekend: Mari is de ‘schuldige’ van mijn Barcelona-gevoel.

Geen rouw meer, allang niet. Ze had gelijk, bij de keuze van het liedje waarmee ze toen afscheid wilde nemen: I hold your head deep in my arms / my fingertips they close your eyes / off you dream, my little child / there’s a sun around the bend. Pearl Jam heeft nog nooit zo ingetogen gezongen.

Die zon verscheen hier snel weer, om de hoek, maar even stilstaan bij wat was is nooit slecht. Al kun je dat ook een beetje overdrijven. Opvallend is elke maand weer deze rouwadvertentie in El Periódico en La Vanguardia. Manuel Martínez Calderón overleed bijna een jaar eerder dan Mari, had ook dezelfde tweede achternaam, Calderón, maar ze waren geen familie. Sindsdien, al bijna tien jaar lang, staat er élke 14e van de maand – dus níet alleen op zijn sterfdag, 14 mei – deze herinnering aan de eigenaar van het gelijknamige sloopbedrijf uit Barcelona. Siempre seremos cuatro, staat er bij, ‘we zullen altijd met zijn vieren zijn’. Het was de laatste wens van Manuel, die eeuwige rouwadvertentie. Gelukkig had Mari die wens niet.

Wandelen met de dochter van Picasso

De kop hierboven kan sommige heren misschien het hoofd op hol brengen, maar, met alle respect, Maya Ruiz Picasso, hier rechts op de foto, is bijna 30 jaar ouder dan ik en al was ze lovend over mijn glimlach en mijn krullen -tja, ze is een echte Parijse dame-, het betrof hier slechts een puur professionele wandeling door de Barri Gòtic van Barcelona. Sinds gisteren is de dochter van Pablo Picasso voorzitster van een nieuwe vereniging in Barcelona die zich inzet voor het behoud van de (stok)oude en vaak prachtige winkels, bars en andere ondernemingen die er nog in de stad bestaan. Want, zei Maya me, elke keer als ze even op bezoek is in Barcelona, stad die zij in de jaren vijftig leerde kennen, is er wéér één van die klassieke zaken uit het straatbeeld verdwenen.

In de laatste drie jaar sloten definitief schoenenwinkel La Ampurdanesa, sinds 1845 in Nou de la Rambla, boekwinkel Almirall, sinds 1853 in Princesa (en nu een ecologische bakkerszaak) en overhemdenwinkel Flotats, sinds 1909 in Ferran, om er maar een paar te noemen. Er is een heus boek en route van de gemeente over die mooie oude zaken, Guapos per sempre (Voor eeuwig mooi), en dat zou helaas voortdurend geactualiseerd moeten worden.

Heel veel van die winkels stammen uit de negentiende eeuw en kampen vaak met hetzelfde probleem: de kinderen willen de familietraditie niet voortzetten, en nieuwe eigenaren maken er vaak iets heel anders en lucratievers van. Bovendien betalen veel van hen nog heel oude, spotgoedkope huren die eind 2014 definitief omhoog zullen gaan, iets wat bij wet is bepaald. Dat zal, zeggen de eigenaren, het defintieve einde betekenen, want ze hebben nu al moeite de zaak rendabel te houden.

Maar intussen zijn ze nog een bezoekje waard, die modernistische of neo-klassieke zaken als modewinkel Xancó (uit 1820, midden op de Rambla tussen de souvenirshops), chocolatería Fargas (1827) op de hoek van het plein Cucurulla, bar Casa Almirall (1860) en El Indio (1860) in de Raval of, tegenover elkaar bij de metro Sant Jaume, banketbakkerij La Colmena (1864) en kaarsenmaker Subirà, die op de etalageramen zegt al 250 jaar te bestaan: 1761-2011. Plus wat historische aptoheken, zoals La Estrella (1842) in Ferran.

En, natuurlijk, de plek waar de vader van Maya Picasso het liefste kwam met zijn kunstzinnige vrienden: restaurant Els Quatre Gats (1897) in de carrer Montsiò.

Zondags uitstapje naar de heilige Ramón

Al 17 jaar lang lokte het licht elke avond weer de blik van mijn ogen de hoogte in: rijdend op de snelweg C-32 van Barcelona naar Sitges, ter hoogte van Sant Boi de Llobregat, lijkt er elke avond weer in het duister een fel licht ver boven de aarde te hangen. Ik wist inmiddels dat het een klein kerkje was, die van Sant Ramón, maar besloot er eindelijk ook maar eens te gaan kijken, overdag. En wat blijkt: de klim naar 289 meter hoogte (een groot deel met de auto, trouwens), naar de top van de berg Montbaig, blijkt in het weekeinde een uiterst populair uitstapje te zijn. Zeker in weekeinden als deze, waarin de zon net als de hele week prachtig zal stralen en de temperatuur bijna de 20 graden bereikt.

De kleine, rechtlijnige ermita werd al bijna 125 jaar geleden op de berg boven Sant Boi gebouwd door ondernemer Josep Estruch, die het kerkje in 1887 de naam meegaf van zijn vader Ramón, een belangrijke bankier uit Barcelona in die tijd. Misschien dat er in die beginperiode veel mensen de zondagse tocht naar de top maakten om dichter bij God te zijn, maar tegenwoordig worden er nauwelijks nog missen in de kerk gehouden, slechts één zaterdag per maand. Sterker nog, het gebouw is niet eens meer van de katholieke kerk of een religieuze groepering, maar in bezit van de gemeente Sant Boi.

Gelovigen komen er nog wel, trouwens, wat te zien is aan de talloze babykleertjes die aan beide zijden van de ingang aan de muur hangen. Dat heeft te maken met Sant Ramon Nonat, de beschermheilige van de kinderen, en talloze mensen vragen op papiertjes gezondheid en geluk voor de pasgeborenen. Om de zoveel tijd moeten de kleertjes worden verwijderd, omdat het er te veel worden.

Maar je hoeft niet gelovig te zijn om de berg op te gaan. Een stichting beheert de bar en het restaurant, dat behalve op maandag alle ochtenden en middagen van de week geopend is en waar Montse en Esteve je typisch Catalaanse gerechten aanbieden. En vóór of na het eten kun je genieten van het uitzicht, niet alleen op Barcelona, maar ook over de hele streek, de Baix Llobregat, en op heel heldere dagen kun je zelfs Mallorca zien liggen.