Categorie archief: mijn Barcelona

De laatste dagen voor de beste foto’s

Een dag in 1955 besloot een aantal Nederlandse fotografen om de nationale prijs voor de persfotografie, de Zilveren Camera, voor één keer ook een internationaal tintje te geven. Beroepsfotografen uit de hele wereld mochten meedoen en de verrassende winnaar was de Deen Mogens von Haven met een actiefoto van een valpartij tijdens een motorcross.

Zó groot was de deelname en het succes van die editie, dat direkt de World Press Photo werd geboren en, naast de Zilveren Camera, een jaarlijks terugkerende editie kreeg. Ik ben er mee opgegroeid, al die jaarboeken van WPP die je enkele jaren na uitgave voor een paar euro bij De Slegte kon kopen, en als je erin terugkijkt beleef je elk jaar weer van begin tot einde mee.

Voor wie deze dagen in Barcelona is (het is hier komende week een héél lang weekeinde, 6 en 8 december zijn feestdagen): nog gedurende een week (tot en met die achtste december) is de expositie van de World Press Photo-winnaars nog te bekijken in het CCCB, dichtbij het Plaça de Catalunya in de Raval, naast het Macba. Vroeger was het gratis, maar er zijn helaas nauwelijks nog sponsors te vinden, zodat het entreekaartje nu €4,50 kost. Behalve op zondagmiddag, dan is het nog steeds gratis.

Ben er vanochtend even langs geweest, en al is het één van de beste bezochte exposities van het CCCB, het is er meestal lekker rustig. Stilte en duisternis om de platen op je te laten inwerken. Wie niet met een vervelend gevoel wil weggaan doet de harde nieuwsfoto’s -keihard, soms, zoals het moet- het eerst en eindigt met de plezante plaatjes van de sport en vooral de natuur. In totaal deden er in 2010 5.847 fotografen uit 128 landen mee met meer dan 101.000 foto’s. Zou veel ervan wel willen zien, maar ben toch blij dat de jury een selectie heeft gemaakt…

Een kleine regen van Michelin-sterren

Terwijl ik zat te lunchen (de eerste artisjokken van het seizoen en daarna cazón, een soort kleine haai) in een aardig restaurant dat ik nog niet kende, La Vaquería in de buurt van winkelcentrum l’Illa aan de Diagonal, daalde een kleine regen van nieuwe Michelin-sterren op andere restaurants in Barcelona neer. Maar eerst over die Vaquería, geen aspirant voor zo’n ster, maar dat hoeft ook niet. Een iets duurder dan gebruikelijk middagmenu (€20, de ambassade betaalde), maar vooral een typisch Catalaanse familiezaak in een oude koeienstal (één van de laatste stallen die er in een verstedelijkend Barcelona nog bestond, vandaar de naam) waar oude mannen nog domino spelen onder een schemerlamp en veel zakenmensen hun lunch komen nuttigen.

Ik kom er liever dan in enkele van de restaurants die hun eerste Michelin-ster hebben gekregen. Ze zullen wel goed zijn, maar drie van de vier die bekroond zijn zitten in een hotel: Dos Cielos op de 24ste verdieping van het vrij nieuwe hotel Me aan de noordkant van de Diagonal, Moments in het nóg nieuwere en nog veel meer luxueuze hotel Mandarin aan de Passeig de Gràcia en Caelis in het heropende hotel Palace, het vroegere Ritz. Heb er toch altijd wat tegen gehad, eten in ‘hotelrestaurants’, al mag je deze en anderen (Drolma in het Majestic, Evo in Hesperia Tower, Enoteca in het Arts, Moo in het Omm, allemaal één ster; Lasarte in het Condes de Barcelona, twee sterren) eigenlijk niet meer zo noemen, want juist die hotels contracteren de bekendste en beste chefs van het land om een mogelijk Michelin-restaurant te herbergen. De vierde nieuwkomer is Hisop, waardoor Barcelona nu een inmiddels aardige lijst van restaurants met één ster heeft: Abac (die er één heeft verloren), Alkimia, Cinc Sentits, Comerç24, Gaig, Hofmann, Lluçanés, Manairó, Neichel, Saüc, Via Veneto, plus die vier nieuwelingen en nog eentje op een onverwachte plek, voorstad Terrassa, Capritx waar Arthur Martínez net zoals veel jonge Catalaanse koks probeert zoveel mogelijk producten uit de omgeving te gebruiken.

En dan zie ik het lijstje en ontdek ik dat ik er ooit maar bij twee heb gegeten, waarschijnlijk vooral omdat je op zo ongelooflijk veel plaatsen in en rond Barcelona goed kunt eten zonder dat die Franse bandenmakers er een ster voor hoeven te geven en de prijs omhoogdrijven.

Aanslagen die je nooit vergeet

Het zal Amsterdammers nog wel overkomen wanneer ze langs de bewuste plaats op de Linneausstraat lopen, fietsen of rijden: je ziet, in een herinnering die zich nooit lijkt te wissen, Theo van Gogh daar nog steeds liggen, ook al is het alweer zes jaar geleden. Mij overkomt het op twee plaatsen in Barcelona: op de Avinguda Meridiana, in de bocht waar de grote supermarkt Hipercor ligt, eentje die van buiten nooit zijn jaren zeventig-aspect heeft gewijzigd, zodat je nog altijd eenvoudig wordt teruggebracht in de tijd, naar de foto’s en TV-beelden uit 1987, toen de ETA er een bom in de parkeergarage liet ontploffen en 21 mensen die er hun boodschappen deden of kaas en groenten verkochten om het leven kwamen. Dat was ruim een jaar voordat ik in Barcelona kwam wonen en staat iets minder scherp in mijn geheugen gegrift dan de ETA-aanslag die nu precies tien jaar geleden in de wijk Les Corts het leven kostte aan de aimabele socialistische oud-minister Ernest Lluch.

Ik parkeerde er vaak mijn auto, op de Avinguda de Xile, aan de rand van de stad, om daarvandaan verder op de fiets te gaan die op de achterbank lag. Plaats genoeg toen, maar inmiddels moet je bijna overal in Barcelona betalen om je auto ergens neer te zetten. Lluch werd ’s avonds om tien uur met twee schoten vermoord in de parkeergarage onder het grote flatgebouw waar hij woonde. Even verderop bliezen de terroristen de auto op die zij gebruikten om te vluchten. Sindsdien moet ik altijd weer aan Lluch denken als ik de deur van die garage zie, vanwege het totaal onopvallende van de plaats ook, gewoon een keurige buitenwijk waar nooit iets gebeurde. ,,Hij wandelde gewoon elke dag naar de universiteit en soms dachten we, kan dat wel? Want toen waren we allemaal doelwit, en iemand als hij vooral…” zei een buurvrouw me deze week.

Ik ben er even gaan buurten, vanwege die 10 jaar (wat vliegt de tijd, trouwens), en het wordt je er ook moeilijk gemaakt om Lluch te vergeten: de tramhalte heeft zijn naam gekregen, net als het parkje dat tussen de flats ligt. Even verderop, in l’Hospitalet, liggen de Carrer en Plaça Ernest Lluch, en is er ook een standbeeld van hem. In totaal zijn er in heel Spanje inmiddels zo’n 50 straten en pleinen naar hem vernoemd, en bijna dertig bibliotheken, sociale centra, scholen etcetera. Een mooi eerbetoon. Jammer alleen, dat dat nodig is. Anders zou Ernest Lluch geen straten en pleinen hebben gehad maar nu wel gewoon 72 jaar oud zijn.

Het mooiste straatje van Barcelona

Het ligt aan het moment van de dag en de periode in het jaar, maar de dagen en uren waarop de zon de smalle, hoge daken van de huizen in de wijk La Ribera overwint, dichtbij de Arc de Triomf, en de groene blaadjes (en gele bloemen) van de hoge bomen verlicht en de klinkers op straat laat schitteren, verwonder ik me altijd over de intense schoonheid van één van de bij toeristen en Barcelonezen minst bekende plekjes in het oude centrum van de stad. Natuurlijk zijn er meer straten als deze, maar de Basses de Sant Pere brengen me altijd eeuwen terug in de tijd, naar hoe Barcelona ooit geweest moet zijn. Een te nostalgisch beeld waarschijnlijk, want in de Middeleeuwen was de misère groot, maar dat doet nooit iets aan het gevoel af langs één van de mooiste plekjes van de stad de fietsen.

Een plek met geschiedenis, trouwens. Aan het einde van de tiende eeuw werd een toen hypermoderne ‘waterleiding’ aangelegd van een bron in Montcada i Reixach naar de ommuurde stad, een soort kanaal van liefst 12 kilometer lang die de naam Rec Comtal meekreeg. Rec is Catalaans voor het Spaanse riego,  en dat betekent in het Nederlands irrigatie. Want het water was niet alleen voor de stad zelf, maar ook voor de landerijen onderweg.

Aan de Basses de Sant Pere lagen eeuwenlang de molens waar meel werd gemaakt, molens die het bezit waren van het klooster van Sant Pere de les Puel.les, waarvan alleen de kerk nog over is op het al even mooie pleintje van Sant Pere. Veel straatnamen in dit gebied hebben betrekking op die waterleiding van toen: Rec, Rec Comtal, la Sèquia (een ander woord voor kanaaltje of sloot) en Basses betekent poelen. Er zijn plannen om een deel van het Rec Comtal, waarvan de bovengrondse delen nog te zien zijn bij Montcada en in de wijk Sant Martí, dichtbij wat het nieuwe grote treinstation van La Sagrera moet worden, weer in volle glorie te herstellen.

Hier, in La Ribera, zal het water niet meer komen stromen, maar dit deel van de wijk lijkt wel op het dorp dat het vroeger was. “Een eiland,” zei een bewoonster me. Te rustig eiland, volgens haar, want omdat de auto’s er nauwelijks kunnen komen zijn bijna alle bedrijven weggetrokken. Boven dat van haar, van bouwmateriaal, staat trouwens een herstelde oude muurschildering van materiaal dat vroeger werd gebruikt. Ook andere dingen zijn opgeknapt hier, in de laatste 15 jaar: er zijn wat oude woningen gesloopt zodat een soort pleintje is ontstaan, de klinkers zijn vervangen en de prachtige bomen zijn geplant. De officiële naam van de boom is Tipuana Tipo, een acacia met gele bloemen uit Zuid-Amerika die in Nederland niet te vinden is, omdat hij er de winter niet zou overleven.

En het mooiste, dus: weinig toeristen. Of slechts degenen die écht belangstelling in de stad hebben en uiteindelijk op de heerlijke terrasjes van La Candela op het plaça Sant Pere en die van Joanet en Econòmic op het plaça Sant Agustí Vell, beide aan een uiteinde van Basses de Sant Pere, die trouwens op de hoek met Rec Comtal ook nog het mooiste kruispuntje van de stad heeft, compleet met ouderwetse apotheek.

De Paus reed ‘geneukt’ door de stad

Dit zijn Jeon en Lee uit Changwon, een stad uit Zuid-Korea. Oh, zei ik, ik ben nog in Seoul geweest (niet elke westerling is zomaar even in Seoul geweest), in 1988, bij de Olympische Spelen. Tja, toen waren zij drie jaar, zeiden ze; weten ze niks van. Jeon en Lee kwamen gisteravond in Barcelona aan en gingen vandaag de Sagrada Familia bezoeken, net als de meeste toeristen, maar dichterbij dan op deze foto kwamen ze niet. Ik had het al gezegd: het was vandaag geen dag om Barcelona te bezoeken, met talloze afgesloten straten en de gebieden rond de gothische kathedraal in het centrum en de Sagrada Familia 2,5 kilometer verderop volledige no go areas. Ik hou er niet zo van, wanneer je stad in een soort politiestaat wordt getransformeerd, wanneer je voortdurend door drie helicopters en een vliegtuigje uit de lucht wordt gecontroleerd en wanneer je je op straat nauwelijks kunt bewegen omdat de Catalaanse politie zo’n 3.500 agenten uit de hoed heeft moeten toveren – waaronder veel agenten in opleiding – om om de drie meter de volledige veiligheid van de Paus te waarborgen.

Ja, de Paus op bezoek in Barcelona. Beter beveiligd dan Obama. De laatste keer was in 1982, toen brak de hel boven Catalonië los, in de vorm van een ongelooflijk noodweer dat aan verschillende mensen het leven kostte. De mis van Johannes Paulus II werd toen in het Camp Nou gehouden, niet om te benadrukken dat ook voetbal religie is, maar om zo’n 120.000 mensen ervan getuige te kunnen laten zijn. Barcelona maakte hem socio nummer 100.000. Opvolger Benedictus XVI hield de mis in de Sagrada Familia, om 128 jaar na het begin van de bouw de tempel in te zegenen en er een officiële basiliek van te maken.

Het enthousiasme was nou niet erg groot op straat, misschien omdat de Paus zelf Spanje nogal om zijn ongelovigheid had bekritiseerd. Op de zeer regenachtige dag vorig jaar dat de Tour de France in Barcelona arriveerde stonden er vier keer meer mensen langs de kant van de weg. Het is één van de redenen geweest – niet de Tour, maar dat weinige publiek vandaag – dat de chauffeur van de Pausmobiel besloot zowel op de heen- als de terugweg naar en van de Sagrada Familia met een rotvaart door de stad te rijden: niet de beloofde 9 km/u, maar zo’n 50 km/u, zodat mensen die uren hadden staan wachten nauwelijks een glimp van hun religieuze idool konden opvangen. Dit, op deze foto, is het moment dat de Paus vanochtend om 9.10 uur het bisschoppelijk paleis verliet (ja, we waren er vroeg bij) en nog rustig reed. Maar daarná moest je wel heel scherp zijn om hem op beeld vast te leggen. “Iba follado”, zeiden heel veel kinderen tegen hun ouders, wat niet wil zeggen dat de Paus ‘geneukt ging’ (da’s de letterlijke vertaling), maar dat hij bijna een wegpiraat was.

En Jeon en Lee? Die besloten vandaag maar hun route te wijzigen en naar het Park Güell te gaan, om morgen bij de Sagrada Familia terug te keren.

De slaapplaats van de Paus

Het is voor protestantse, agnostische of atheïstische Nederlanders en Vlamingen een weekeinde om maar beter níet in Barcelona te zijn: 6 november komt ’s avonds de Paus aan, de ochtend van zondag 7 november maakt hij in zijn pausmobiel een tocht door een deel van de stad, een 2,5 kilometer lange route van de oude gothische kathedraal naar de Sagrada Familia, die door de Duitser ingewijd zal worden. Alles afgezet, natuurlijk, en het praktiserende katholieke deel van de natie met honderdduizenden tegelijk de straat op om een glimp van de man op te vangen. Vooral rond de Sagrada Familia zal het drie, vier dagen lang een gekkenhuis zijn, ook al omdat de straten in de buurt worden afgesloten om er tienduizenden stoeltjes en enorme videoschermen te kunnen neerzetten.

Maar ook op één van de bekendste en meest gefotografieerde straatjes van de stad zal een stevig slot zitten: aan de Carrer del Bisbe (foto boven), die van de kathedraal naar het plein van het gemeentehuis loopt, zal de tijdelijke slaapplaats van de illustere bezoeker uit Vaticaanstad liggen. Bisbe betekent bisschop, en aan die straat ligt ook het Palau del Bisbe, of Palacio Episcopal: het stokoude paleis waar altijd de (aarts)bisschoppen van Barcelona hebben gezeteld.

Niet alleen de duizenden toeristen die er elke dag doorheen lopen, ook ikzelf ben altijd zonder nadenken of het zelfs te zien voorbijgelopen aan dit beeld, in een nis van dat bisschoppenpaleis. Geen naamkaartje, niets staat er bij; slechts de eeuwig poepende duiven vergezellen de man. Het blijkt bisschop Manuel Irurita te zijn en het beeld is lang niet zo oud als het Middeleeuwse paleis: het werd er pas kort na de Burgeroorlog neergezet. Sindsdien wacht deze bisschop Irurita op de zaligverklaring door de Paus, maar daar zal het ook tijdens dit bezoek niet van komen.

Het verhaal van deze ‘martelaarsbisschop’ brengt ons weer terug naar de Burgeroorlog. Toen generaal Franco in 1936 met zijn verovering van Spanje begon, keerde de woede van de republikeinen en anarchisten zich onder anderen tegen de conservatieve katholieke wereld. Een groot aantal priesters werd gevangen genomen en gefusilleerd en kerken werden verwoest.

Zo ook bisschop Irurita. Hij zou in december 1936 met zeven andere religieuzen op het kerkhof van het voorstadje Motncada zijn vermoord door anarchistische strijders. Maar in (geheime) papieren van het Vaticaan zou staan dat hij een jaar later kon worden gebruikt in een mogelijke ruil tussen gevangenen van de strijdende partijen; leefde de bisschop dus nog? In 1938, drie dagen nadat de troepen van Franco Barcelona waren binnengevallen, zagen enkele mensen Irurita uit het Palau del Bisbe komen; hij vroeg hen niet verder te vertellen dat ze hem hadden gezien. Vermoord of dus niet? Daarna verdween hij in ieder geval voorgoed en kreeg hij dit beeldje in één van de oudste en meest centrale delen van Barcelona. Maar vanwege de twijfels rond zijn dood wil het Vaticaan hem naar niet zalig verklaren.

De Nederlandse gitarist van Park Güell

Hij zit er al zo’n vijftien jaar, zegt hij. Twee, drie uurtjes per dag, ergens temidden van de 86 zuilen van de Sala Hipóstila, de enorme ruimte onder het grote plein van het Park Güell. Christiaan de Jong is er niet elke dag, verblijft ook regelmatig in Nederland, maar als hij in Barcelona is, is dit zijn gebruikelijke standplaats. Subsidies heb je niet of nauwelijks in Spanje, en met die drie uurtjes per dag van mooie gitaarmuziek in een akoestisch prachtig open ruimte verdient hij voldoende om zich de rest van de dag op zijn andere muzikale projecten te richten. Ooit componeerde Christiaan de Gaudi-suite, muziek voor de fluit speciaal voor deze bijzondere plaats in het Park Güell geschreven.

Nu speelt hij gitaar, vooral werk van de Catalaanse componist Francesc Tàrrega. Onder zijn stoeltje zit een kleine versterker verborgen, want de snaren alleen zouden het geluid niet ver genoeg brengen. Probleem is dat het verboden is in Barcelona, muziek op straat maken met een versterker. Dus komt er af en toe een agent langs die even niet de zakkenrollers en illegale straatverkopers wil achtervolgen en dan de versterker van Christiaan in beslag neemt. Boete van 90 euro en nog eens 190 extra om de versterker weer terug te krijgen.

En dat terwijl hij nog zo netjes en voorzichtig doet, zegt hij. Hij heeft de nabijgelegen school gevraagd of ze last van hem hebben. Nee, dus. En de vaste gidsen van de groepen toeristen kent hij allemaal. Sommigen willen dat hij even stopt te spelen als zij hun verhaal houden, anderen vragen of het een klein beetje stiller mag. Geen probleem.

 

De muzikale klanken van zijn gitaar zijn een verademing bij de rest van de herrie die zich van het Park Güell meester heeft gemaakt. Niet alleen door de dagelijkse, ongelooflijke drukte – als om 10 uur de poorten opengaan is het al direct behoorlijk vol met vroege toeristen -, maar ook door zogenaamde muzikanten die er helemaal niets van kunnen en verkopers van fluitjes die vogels nadoen en er zelf de hele tijd op blazen; de echte vogels zijn allang uit Park Güell weggevlucht.

Ik sprak gisteren een groep blinden in het park. Nee, echt genieten met het gehoor konden ze hier niet meer. Bleef over het gevoel, de tact, de vingers en handen die langs de bijzondere door Gaudí bedachte vormen glijden. Ook Christiaan de Jong heeft het in die 15 jaar steeds drukker zien worden. Goed voor de inkomsten, minder voor de schoonheid van het park. Toch heeft de gemeente maar afgezien van het plan om entree te gaan heffen voor een bezoek aan wat toch nog altijd één van de mooiste plekjes van de stad blijft.

P.S. Had me er trouwens nooit in verdiept, maar hoorde eindelijk eens waarom Park Güell zo geschreven is, met een k, terwijl het in het Spaans parque is en in het Catalaans parc. De rijke zakenman Eusebi Güell ontdekte in Engeland de door Ebenezer Howard bedachte Garden City, de Tuindorpen en Tuinwijken die we in Nederlandse steden ook kennen; zijn idee was om op deze heuvel in Barcelona, de Muntanya Pelada (de kale berg) zo’n tuindorp te bouwen. Het project bestond uit 60 lappen grond van 1.000 tot 2.000 vierkante meter, maar slechts twee ervan werden verkocht en bebouwd. Dus werd het een park in plaats van een luxe wijk en, ter ere van de Engelse oorpsrong, noemde Güell het Park.   

De ‘geheime’ plek voor minnaars

Van buiten ziet het er niet uit, maar dat is expres zo. Dit gebouw moet volledig onopvallend zijn. Geen uithangbord, geen licht, alle ramen dicht en zelfs de deuren lijken ontoegankelijk, want er is geen bel. Aan één straatkant, de Paseo de Vallcarca, is er slechts een in- en uitgang voor auto’s. Ik reed er vanmiddag naar binnen, op zoek naar een verhaal. Kom je voor een groot gordijn te staan; gaat dat open, mag je doorrijden. Nooit mag en kan je zo de auto voor je zien. En eenmaal binnen zul je ook nimmer andere bezoekers zien, slechts het personeel. Toen de conciërge mijn   achterportier met getinte ramen opendeed, was hij hogelijk verbaasd. “Is er niemand?” Vreemd, een bestuurder alleen, want in La Casita Blanca kom je nooit alleen.

Meublé is de Catalaanse naam voor dit huis. Casa de citas, in het Spaans. Een historisch huis voor stiekeme afspraakjes, vlakbij het plein Lesseps. Sinds 1945 komen mannen er vrouwen uit Barcelona en omgeving er heimelijk de liefde bedrijven. Je kunt er een kamer voor 1 uur huren (50 euro), 2 uur (59€) of 12 uur (68€), 365 dagen per jaar. Alleen tussen 1968 en 1975 was het ‘afsprakenhuis’ gesloten, want generaal Franco vond het verderfelijk.

Nu gaat La Casita Blanca definitief dicht. Het zwaard van Damocles hing al jaren boven het huis, want volgens de stadsplannen moeten er mooie tuinen komen. Daarom is het pand van buiten nooit meer opgeknapt, het was de moeite niet waard er meer geld in te steken.

Van binnen is het een prachtige, kitsche, barokke ruimte waar mannen van in de vijftig de bezoekers volledige anonimiteit waarborgen. De duurste van de 43 kamers zijn op een bijzondere manier gedecoreerd; je moet ze maar leuk vinden, al die spiegels. Ongetwijfeld hebben beroemde mensen er zich in bekeken; naar een hotel konden zij niet, met hun minnares of minnaar, want daar is een receptie waar je door andere klanten gezien kunt worden. Prachtige mythen zijn er ook aan verbonden, zoals die van de Catalaanse politicus die daar werd opgespoord toen op 23 februari 1981 een poging tot een staatsgreep plaatsvond. “Broodje aap”, zei Josep, de personeelsbaas, me vandaag. (Broodje aap is leyenda urbana in het Spaans, geen bocadillo de mono.) Josep werkte die avond, en heeft er geen politicus gezien. Maar al was die daar, hij zou het nooit zeggen. Heeft zelfs in 30 jaar nooit tegen zijn vrouw gezegd welke bekende klanten hij ontving.

Het lelijkste plein van Barcelona

Het heeft de naam van een plein, Plaça de les Glòries, maar eigenlijk verdient het die naam niet eens. Het is vooral een zooitje. Altijd al geweest, eigenlijk. Anderhalve eeuw geleden dacht stedebouwkundige Ildefons Cerdà nog dat dit één van de grote, centrale punten van zijn stadsplan van Barcelona zou zijn, maar de werkelijkheid was anders, vooral omdat aan de noordoostkant van Glòries het grote industriegebied van Poblenou verrees en omdat de majestueuze Diagonal, hier van rechtsonder naar linksboven op de foto, pas tien jaar geleden naar de zee werd ‘doorgetrokken’; vroeger hield die straat hier op, in de puinhoop van Glòries.

Het plein was altijd de belangrijkste toegangsweg voor de auto’s die uit het noorden komen, de forsendorpen aan de kust van de Maresme, maar sinds de bouw van de ronda’s, de ringweg, is het er iets rustiger geworden. Het huidige model van het plein, de auto’s die in een soort rotonde vijf meter boven de grond de stad in en uit rijden, werd vlak voor de Olympische Spelen van 1992 bedacht. In het midden moest een leuk parkje komen te liggen, maar verder bleef de omgeving luguber en onvriendelijk. Het enige leven komt er van de rommelmarkt van Les Encants.

Nu ligt er het zoveelste plan om Glòries op de schop te gooien. De omgeving is beetje bij beetje veranderd, de Diagonal is doorgetrokken, in plaats van pakhuizen en industrieën verrijst er nu de ‘technologische’ wijk 22@, de Torre Agbar – die enorme vibrator – staat er al enkele jaren, er ligt een groot winkelcentrum en er wordt druk gebouwd aan de Disseny Hub, wat het grote gemeentelijke centrum ter promotie van het design moet worden . Tijd dus om dat storende en vervuilende verkeer daar uit de lucht te halen en onder de grond te stoppen.

Deze week gingen wat omwonenden de straat op. Begin volgend jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen en omdat de huidige burgemeester, de socialist Jordi Hereu, dik lijkt te gaan verliezen zijn de mensen bang dat het plan weer enkele jaren in een conservatieve ijskast wordt gestopt. Er zijn trouwens wel twijfels bij dat nieuwe plan: die enorme groene vlakte lijkt mooi, maar wat gaat daar mee gebeuren? Misschien kunnen ze hun licht gaan opsteken in Amsterdam en daar vragen hoe je een immense ruimte (het Museumplein) níet moet inrichten.

De Sagrada Familia is niet ingestort

Natuurlijk, je weet het nooit met zo’n tunnel. Jaren geleden hoorde ik voor een leek vrij overtuigende verhalen van ingenieurs over de tunnels die in Europese steden onder hun leiding werden gebouwd. Eentje van de TU uit Delft had het over de Noord-Zuidlijn in Amsterdam, met prachtige plaatjes op een powerpoint over hoeveel voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen er waren genomen. Een jaar later begonnen de monumentale huizen aan de Vijzelstraat in te zakken. Tja. Een ander, een Duitser, had het over de metrotunnel onder Köln, dwars onder de binnenstad door. Alles was onder controle, de Dom kwam niet in gevaar. Tot ineens het gehele Rijksarchief instortte en een deel van de onschatbare collectie verloren ging.

En die mannen kwamen hier om de mensen gerust te stellen: er worden zóveel tunnels gebouwd in de wereld, en er gebeurt (bijna) nooit wat. Toch heeft de leiding van de Sagrada Familia tot het einde gevochten om de tunnelboor van de hogesnelheidstrein naar Frankrijk, de AVE, ver van de kathedraal te houden in plaats van onder de straat Mallorca door, die precies loopt voor wat de hoofdingang van de kerk moeten worden, de Porta de la Glòria. De kathedraal kon instorten, zo klonk het alarmerend; iets wat sommige Barcelonezen trouwens zouden toejuichen. Uiteindelijk matigde de kerkleiding de toon: er zou wat Gaudiaans mozaïek in de torens kunnen scheuren.

Maar de route werd natuurlijk niet meer verlegd. Wel werden er allerlei extra maatregelen getroffen, zoals op de uitmuntende bijgaande grafiek van de Sagrada Familia te zien is: een ondergrondse wand van 40 meter diep, honderden meetstations die elke beweging op straat en in gevels zouden constateren, etcetera. Uiteindelijk is het asfalt van de straat Mallorca 1 milimeter verzakt; binnen de verwachtingen.

Afgelopen weekeinde liet de tunnelboor de Sagrada Familia achter zich, op weg naar de Pedrera, een ander monument van Gaudí. De Paus kan rustig komen. Hij wijdt op 7 november de kathedraal officieel in, bijna 130 jaar na het begin van de bouw.