Tagarchief: restaurant

Luxe eten voor 25 euro

Officieel is het restaurant van Mey Hofmann een Escuela de Hosteleria, wat je als Hotelschool zou kunnen vertalen. Jonge koks leren er koken. Kun je daar lekker eten? Nederlandse voetballers als Patrick Kluivert en Phillip Cocu vonden van wel; ze waren er vaste gast. En ze waren/zijn niet de enigen. Hofmann, midden in El Born, heeft een dikverdiende Michelin-ster, maar zit dus wel aan de prijs. Dat verandert echter, even, vanaf morgen.

Van 20 tot 28 februari viert Barcelona zijn Restaurant Week: bij tientallen anders toch wat duurdere restaurants kun je deze acht dagen een ongetwijfeld uitstekend menu van 25 euro krijgen. De prijs is eigenlijk 24 euro, en die ene extra euro gaat naar een stichting voor blindegeleidehonden. Welk restaurant? Keus genoeg op de lange lijst; de meeste ken ik niet persoonlijk, dus iedereen moet maar op zijn eigen smaak afgaan. Qua kwaliteit is Hoffman een aanrader, net als Saüc en Petit Comité, het Xalet de Montjuïc doe je om het uitzicht op het enorme terras (moet het wel even wat beter weer worden), naar Icho ga je voor een sjieke Japanner, voor vis naar Cal Pintxo en El Cangrejo Loco, Blanc en East47 zitten in luxe hotels (het gloednieuwe Mandarin op de Passeig de Gràcie en Claris), heel modieus schijnen Libentia, Gresca en Hisop te zijn, maar mijn favoriet, zeker op zwoele avonden, blijft Els Pescadors, om het eten, het terras op het goed verstopte Plaça Prim en de omgeving, de oude resten van het Poble Nou.

De gehate sushi van Figo

kinsushibar

Dit is de Kin Sushi Bar, een eenvoudige en moderne Japanner in de Eixample. Nou zijn er wel meer Japanners in Barcelona (straks enkele tips), maar achter deze zit een klein verhaaltje. Hij opende in maart 2000, er werd een rode loper uitgelegd en de straat (Provença) moest twee uur tevoren worden afgesloten, want de halve selectie van FC Barcelona (met o.a. Pep Guardiola en Rivaldo) kwam naar de feestelijke inauguratie. Binnen wachtte het beroemde echtpaar dat de zaak had opgezet, voetballer Luis Figo en zijn vrouw, het Zweedse Model Helen Swedin. Gedurende enkele maanden was de Kin Sushi Bar the place to be in de stad, vooral omdat er een grote kans bestond dat je er één van de Barça-spelers zou aantreffen.

Toen ging, in de zomer van datzelfde jaar, Luis Figo ineens naar Real Madrid. Hoogverraad, natuurlijk. De populairste speler van Barça op dat moment, de Portugees die groot was geworden in het Camp Nou, had een contract ondertekend met kandidaat-voorzitter Florentino Pérez. Als die de verkiezingen zou winnen, zou Figo zich in het wit hullen. De Portugees moet gedacht hebben dat die gekke Pérez nooit kon winnen; en hij zou sowieso een miljoen aan tekengeld ontvangen, ook al zou de transfer niet doorgaan. figo varkenskopMaar Florentino won en bijna tegen zijn zin moest Figo uiteindelijk wel naar Madrid. In Barcelona werd hij intussen uitgekotst; nooit is een voetballer er zo vijandig ontvangen toen hij later eens met Real terugkeerde. Er werd zelfs een varkenskop op het veld gegooid toen hij een hoekschop moest nemen. Maar ook de Kin Sushi Bar leed eronder. Eén van de grote ramen werd ingegooid en de rest beklad door woedende Barça-gekken. Figo en zijn vrouw besloten het restaurant maar te verkopen. Nu wordt het gerund door een traditionele Japanse familie met, onder anderen, een bloedmooie Japanse dochter in de bediening. Het middagmenu is er 10€ en de rest van de kaart meer dan acceptabel.

De Kin Sushi Bar opende toen er eigenlijk bijna geen Japanners waren in Barcelona, behalve enkele klassieke restaurants; van sushi hadden nog weinig Catalanen gehoord. Een andere leuke uit die tijd was El Japonés van de gerenommeerde Tragaluz-groep die ook nog altijd bestaat en een uitstekende tempura serveert in de Passatge de la Concepció, een zijstraatje van de Passeig de Gràcia. Maar de beste Japanner van Barcelona, en daar is echt iedereen het over eens (vandaar ook de enorme drukte; reserveren is noodzakelijk) is Koy Shunka in de Carrer Copons in de oude Gothische wijk, een groter broertje van de Shunka, eerder opgezet door Japanner Hideki en Chinees Xu. De vader van Hideki was in Tokio 40 jaar lang sushi-meester.

Het échte hart van de Barceloneta

jai-ca

Moet, om te beginnen, eerlijk zeggen dat de scheermessen, de sterk naar zee geurende navajas, een stuk minder smaakten dan die van Can Flores in Blanes, enkele maanden geleden. En dat het binnen snikheet was en er buiten maar drie, natuurlijk altijd bezette, tafeltjes stonden. (Het is ook de reden dat in de zomer één van mijn favoriete stekjes in en rond de Barceloneta het moderne Sal Café onder aan de boulevard, met terrasje óp het strand, is.) Maar deze week toch maar weer een keer naar de Jai-Ca geweest, die van de foto hierboven. Een klassieker in de visserswijk. Natuurlijk ook al ontdekt door de toeristen, maar het blijft er een leuke, gezellige chaos en de pimientos de Padrón (die kleine groene paprikaatjes waarvan er per bord ongeveer twee je tong in brand zetten) en de chocos (gefrituurde stukjes inktvis) waren voortreffelijk.

LA BARCELONETAJe hebt in de Barceloneta enkele van die nog ongelooflijk oorspronkelijke zaakjes waar de mensen uit de wijk zich vermengen met de toeristen, maar verder alles bij het oude is gebleven. Jai-Ca (carrer Ginebra) zit dicht in de buurt van El Vaso de Oro, één lange bar en daarvoor een héél krappe ruimte. Vervolgens sla je de straat Baluard in, waar je eerst op nummer 12 het vrij onbekende Can Maño tegenkomt; spotgoedkoop eten, het meest copieuze diner kost er nog geen 20 euro. cova fumada2Althans, ik hoop dat-ie nog bestaat, ben er een tijd niet geweest. En loop je door dezelfde straat nog iets verder, net de markt voorbij, dan kom je bij één zonder naam. Hij moet ook een beetje geheim blijven, dus we houden ‘m onder ons; het is de meest charmante eettent van de Barceloneta, La Cova Fumada, het ‘rookhol’. Vroeg open en ook vroeg dicht, trouwens. Vol is vol en na een uur of drie ’s middags kom je er niet binnen. ’s Avonds gaat-ie niet eens open, dan vindt de familie Solé het wel weer genoeg geweest. Hard gewerkt, die ochtend en middag, in de rook en hitte van de open keuken en het lawaai van de gasten.

Het is in La Cova Fumada dat, zo is de overlevering, oma Maria Pla de bomba uitvond, een met gehakt gevulde en gefrituurde aardappelbol, overgoten met een scherpe saus én alioli. (Dus niet in het restaurant La Bomba in de carrer Maquinista die zich erop voorstaat de uitvinder van de ‘bom’ te zijn.) Let trouwens niet op de prijzen op het bord; die zijn van 2003. Maar goedkoop blijft het ook daar.

De schaduw van een boek

P1010591

De werkelijkheid is nooit zo mooi als het boek; althans, als de schrijver een verhaal mooi weet te vertellen, een plaats fantastisch kan beschrijven. Dit is, in het echt, het nummer 32 van de Avenida Tibidabo in Barcelona. Het is het afschrikwekkende huis waar het mysterie van de bestseller De Schaduw van de Wind wordt onthuld. Wat grijs, grauw en somber is in de roman, is in werkelijkheid een buitenlandse consultancy, die het rijtje paleisjes op deze sjieke laan van de stad deelt met onder anderen het Chinese consulaat en een religieuze school.

Ongelooflijk trouwens hoe het boek van Carlos Ruiz-Zafón in Nederland blijft verkopen. Volgens de Besteller 60-lijst van de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) staat de Schaduw van de Wind al 182 (!) weken in die lijst; en niet op plaatsjes onderin: hij is bijna nooit uit de top-20 geweest. Nog even en de Barcelonese schrijver die hiermee miljonair is geworden viert zijn vierde verjaardag in de Nederlandse boekenlijst.

P1010592

Die hele Avenida Tibidabo is trouwens een bezoekje waard, vooral als de historische blauwe tram er in de zomermaanden rijdt. Vanaf het plein van J.F. Kennedy rijdt het antieke ding omhoog, onder anderen langs (links) een typisch restaurant uit centraal-Spanje, de Asador de Aranda: het gebouw alleen is al de moeite waard, maar de cochinillo, het speenvarken, mag er ook zijn, niet na bij de voorgerechten onder anderen de onovertroffen morcilla de Burgos te hebben geprobeerd: bloedworst met rijstkorrels erin. De trein rijdt tot voor het restaurant La Venta (de favoriet van Johan Cruijff) en het barretje Mirablau (wat een uitzicht vanaf de barkruk!)  op het plein van Doctor Andreu, een arts die steenrijk werd door het verkopen van hoestpilletjes die, begin vorige eeuw, alle Spanjaarden slikten. P1010594Van hem en zijn familie waren bijna alle monumentale panden aan de Avenida Tibidabo, onder anderen het nu verwaarloosde La Rotonda (1906) helemaal onderaan. In 1999 verkochten zijn kleinkinderen het pand voor 15 miljoen euro aan bouwbedrijf Núñez y Navarro, die er kantoren van ging maken maar nog altijd niets aan de bouwval heeft gedaan. Bovendien is La Rotonda een beschermd monument, iets wat de renovatie altijd een stuk duurder maakt.

Scheermessen bij Can Flores

blanes2

Na het korte verblijf in Lloret de Mar (zie de post hieronder) was het tijd voor een bezoek aan één van mijn favoriete restaurantjes, 10 kilometer zuidelijker in Blanes. Can Flores ligt op hooguit 50 meter van de visafslag in de haven en dat is natuurlijk van de kaart af te zien, maar vooral te proeven. Tussen de talloze koelwagens van vishandels en andere restaurants uit de streek staat er altijd een klein karretje van Can Flores voor de deur van de loods, waar vanaf een uur of vier ’s middags de vangst van de plaatselijke vissersboten wordt binnengebracht. Een goede vangst vandaag, te zien aan de grote hoeveelheid én verscheidenheid aan vissen, schelpen en garnalen,blanes1 waaronder de peperdure kleine rode garnalen, die op de markt niet minder dan 30 euro de kilo doen. Hier in Spanje noemen ze het ook wel een ‘Hollandse veiling’: je koopt per afslag en niet per opbod (dat is hoe  je bijvoorbeeld voor miljoenen een schilderij bij Christie’s koopt). De verkoop begint ergens op een hogere prijs die razendsnel daalt en de eerste visboer of kok die de knop van zijn speciale apparaatje indrukt koopt de bak met vis voor de prijs die dan op het scherm staat.

Bij Can Flores aten we onder anderen voortreffelijke navajas, één van die produkten die met overvloed in Nederland te vinden is, maar die we daar niet op ons bord blieven. (Een ander fenomeen zijn de berberechos, de kleine schelpdieren die in Spanje met miljoenen blikjes over de toonbank gaan en bijna allemaal uit de Zeeuwse wateren afkomstig blijken te zijn.) Navajas kennen we als scheermessen en al zien ze er niet écht appetijtelijk uit, als ze vers zijn (zoals die vandaag in Blanes) en goed ontdaan van het zand, zijn de lekkerste beestjes om de pure zee te proeven. In Nederland schijnt vooral het strand van Noordwijk er mee vol te liggen, zo was al eens op de Nederlandse televisie en in de kranten te zien. De kenners proberen de scheermessen dus al jarenlang te promoten, maar een echt resultaat heeft dat nooit gehad. Bovendien smaken ze ook alleen maar lekker op een zonnig terras met, in de koeler, een onovertroffen albariño, mijn favoriete witte wijn uit Galicië. Is weer eens wat anders dan die massa-chardonnay.

Wokken in het Spaans

p10103801Laatst tussen de middag wat gegeten (‘gelunched/geluncht’ vind ik nog altijd vreemd klinken voor een stevige middagmaaltijd in Spanje) met collega’s en we hadden het niet over vrouwen of auto’s of voetbal maar over koken. Eentje zocht een olie om te wokken en ik vertelde hem dat twee straten verderop één van de vele Chinese supermarkten arachide-olie verkocht; ideaal voor wokken, ook al omdat de olijfolie zo’n overheersende smaak aan je net gewokte groente kan geven.

Wokken? Vroeg één van de andere collega’s. Wat is dat? (Letterlijk hadden we het natuurlijk niet over ‘wokken’, want een werkwoord als woquear bestaat hier nog niet, maar we hadden het over de wok als pan.) Het kan in Nederland mensen verbazen, maar in Spanje weet, schat ik, driekwart van de bevolking (nog) niet wat een wok is. Spanje heeft een goede eigen keuken en veel mensen kijken daarom ook niet verder.

Nou is er de laatste jaren wel veel veranderd. Altijd met zo’n drie, vier jaar vertraging ten opzichte van Nederland komen ook hier nieuwe kook- of eettrends naar boven, dus is er allang een hausse van populaire Japanse restaurants, maar het was wel lang wachten. (Tot voor kort waren de smaakloze Chinese restaurants het enige oriëntaalse hier; nu zijn sommige van die Chinezen zo slim om een ‘Japans restaurant’ te beginnen, want dat is in de mode en wij zien het verschil in de keuken en bediening toch niet; tót ze me in één van die tenten niet in staat waren de soja-mirinsaus bij de tempura te serveren.) Nu zijn er zelfs een paar wok-restaurants in Barcelona, één heel leuke van een verspaanste Thai die al jaren bestaat, Wok & Bol in de calle Diputació, dichtbij de Passeig de Gràcia, en (op bovenstaande foto) een soort self-service (het eten wordt in een wok opgewarmd waar je bij staat) Salta geheten, in Provença, óók naast de Passeig de Gràcia.

En het lijkt vooral dat de jongere, stedelijke Spanjaarden de enige klanten voor die buitenlandse restaurants zijn. Voor een heel groot deel onder de (niet zo) ouderen en op het immense platteland klinken wok en sushi als vreemde besmettelijke ziektes.

Koken vanuit het niets

arguinano

Een salade met ‘olijf-parels’. Dat was vandaag het duizendste gerecht dat Karlos Arguiñano voor de camera’s van de commerciële TV-zender Tele 5 bereidde. Hij is, met voorsprong, de beroemdste TV-kok van Spanje, sinds hij al in 1992 begon bij staatszender TVE met een dagelijks kookprogramma. Hij deed dat voor de ruime ramen met zicht op zee van zijn eigen restaurant-hotel in Zarautz, aan de Baskische kust tussen San Sebastián en Bilbao. Zijn slotakkoord was altijd hetzelfde: enkele blaadjes verse peterselie.

Jolig, vrolijk, altijd goedlachs en een goede kok; ik heb Arguiñano één keer zelf meegemaakt. Als wielerliefhebber vergezelde hij eens de ploeg van TVE in de Tour de France. Nóg, ruim 10 jaar later, kunnen de commentatoren en cameramensen zich precies herinneren wat er op een verder trieste avond in Deux Alpes gebeurde. Ze hadden er zo’n ski-appartementje met twee kookplaten en toen Arguiñano dat zag zei hij dat hij wel zou koken. Hij ging boodschappen doen in een supermarkt waar bijna niets te vinden was en van drie doodeenvoudige produkten – ik weet niet meer welke – maakte hij een overheerlijk avondmaal.

Het is de kunst van de goede ambachtelijke kok. Arguiñano moest het lang niet echt hebben van de hypermoderne Spaanse keuken die met Ferran Adrià vanuit El Bulli de wereld heeft veroverd, maar bij zijn ‘jubileumgerecht’ van vandaag toonde hij de kijkers één van de meest geslaagde uitvindingen van Adrià, uit 2003: de ‘sferificatie’ (sorry, ik weet niet of het te vertalen is: alle mogelijke vruchten, groenten, soepen of wat dan ook in ronde vormen veranderen).

Die olijfparels prepareerde Arguiñano met een moderne techniek die thuis overigens nauwelijks is na te bootsen: de oorspronkelijke olijf wordt uitgeperst en het sap gestold met alginaat (poeder afkomstig van bruine algen), calciumzout en een aftreksel van citroenzuur, die samen een chemische reactie veroorzaken. Met speciale hulpmiddelen worden daar bolletjes van gemaakt waarin de smaak van de olijf is vermenigvuldigd. Een proces dat op allerlei soorten producten kan worden toegepast; ‘kaviaar van komkommer’, ‘gnocchis van granaatappel’, etcetera).

Enkele maanden terug aten we bij Comerç24 een combinatie van ham en meloen – die natuurlijk niet op ham en meloen leek – die op die manier was bereid en in smaak alle andere gerechten overtrof. En in juli, op een ongetwijfeld prachtige zomeravond, hebben we een tafel voor vier bij El Bulli, om het eindelijk eens bij de maestro zelf uit te proberen. Maar thuis heb ik liever één van de vele kookboekjes van Arguiñano; eenvoudig en direct.