
De werkelijkheid is nooit zo mooi als het boek; althans, als de schrijver een verhaal mooi weet te vertellen, een plaats fantastisch kan beschrijven. Dit is, in het echt, het nummer 32 van de Avenida Tibidabo in Barcelona. Het is het afschrikwekkende huis waar het mysterie van de bestseller De Schaduw van de Wind wordt onthuld. Wat grijs, grauw en somber is in de roman, is in werkelijkheid een buitenlandse consultancy, die het rijtje paleisjes op deze sjieke laan van de stad deelt met onder anderen het Chinese consulaat en een religieuze school.
Ongelooflijk trouwens hoe het boek van Carlos Ruiz-Zafón in Nederland blijft verkopen. Volgens de Besteller 60-lijst van de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) staat de Schaduw van de Wind al 182 (!) weken in die lijst; en niet op plaatsjes onderin: hij is bijna nooit uit de top-20 geweest. Nog even en de Barcelonese schrijver die hiermee miljonair is geworden viert zijn vierde verjaardag in de Nederlandse boekenlijst.

Die hele Avenida Tibidabo is trouwens een bezoekje waard, vooral als de historische blauwe tram er in de zomermaanden rijdt. Vanaf het plein van J.F. Kennedy rijdt het antieke ding omhoog, onder anderen langs (links) een typisch restaurant uit centraal-Spanje, de Asador de Aranda: het gebouw alleen is al de moeite waard, maar de cochinillo, het speenvarken, mag er ook zijn, niet na bij de voorgerechten onder anderen de onovertroffen morcilla de Burgos te hebben geprobeerd: bloedworst met rijstkorrels erin. De trein rijdt tot voor het restaurant La Venta (de favoriet van Johan Cruijff) en het barretje Mirablau (wat een uitzicht vanaf de barkruk!) op het plein van Doctor Andreu, een arts die steenrijk werd door het verkopen van hoestpilletjes die, begin vorige eeuw, alle Spanjaarden slikten.
Van hem en zijn familie waren bijna alle monumentale panden aan de Avenida Tibidabo, onder anderen het nu verwaarloosde La Rotonda (1906) helemaal onderaan. In 1999 verkochten zijn kleinkinderen het pand voor 15 miljoen euro aan bouwbedrijf Núñez y Navarro, die er kantoren van ging maken maar nog altijd niets aan de bouwval heeft gedaan. Bovendien is La Rotonda een beschermd monument, iets wat de renovatie altijd een stuk duurder maakt.

waaronder de peperdure kleine rode garnalen, die op de markt niet minder dan 30 euro de kilo doen. Hier in Spanje noemen ze het ook wel een ‘Hollandse veiling’: je koopt per afslag en niet per opbod (dat is hoe je bijvoorbeeld voor miljoenen een schilderij bij Christie’s koopt). De verkoop begint ergens op een hogere prijs die razendsnel daalt en de eerste visboer of kok die de knop van zijn speciale apparaatje indrukt koopt de bak met vis voor de prijs die dan op het scherm staat.
Laatst tussen de middag wat gegeten (‘gelunched/geluncht’ vind ik nog altijd vreemd klinken voor een stevige middagmaaltijd in Spanje) met collega’s en we hadden het niet over vrouwen of auto’s of voetbal maar over koken. Eentje zocht een olie om te wokken en ik vertelde hem dat twee straten verderop één van de vele Chinese supermarkten arachide-olie verkocht; ideaal voor wokken, ook al omdat de olijfolie zo’n overheersende smaak aan je net gewokte groente kan geven.

Beide zijn van Carles Abellán, een leerling van meester Ferran Adrià. Tevreden met het succes van Comerç24 vond Abellán het tijd de authentieke tapa opnieuw uit te vinden. Geen moderne hapjes, maar veel klassiekers op de best mogelijke manier bereid. De netten hangen er vol met de meest verse en grote scharreleieren. Zoals de kenners zeggen: het belangrijkste in de goede keuken is het basisproduct.