Categorie archief: eten en drinken

Zeven deuren, nooit één dag gesloten

Vroeger had restaurant Set Portes een terras buiten, onder de bogen aan de brede straat (Passeig Isabel II) die de stad van de Barceloneta scheidt, zo zie ik op de oude foto. Nu staat er op die plaats bijna altijd een rij mensen die er willen eten. Set Portes is groot, van binnen, maar had wat klandizie betreft nog veel groter kunnen zijn. Zo’n terras, ik weet niet of dat nu nog zou werken op die plaats: te winderig vaak, te veel auto’s, te veel herrie.

Set Portes is een klassieker onder de klassiekers in Barcelona. Géén Michelin-ster of zo, maar gewoon goed puur Catalaans eten, traditioneel. Het vierde feest, deze week: het restaurant bestaat liefst 175 jaar. Een zaak die in 1836 die ‘zeven deuren’ opende en nog altijd bestaat; je ziet het bijna niet meer. Het restaurant is wel enkele malen van eigenaar veranderd, maar van de huidige familie Solé Parellada is het inmiddels al de vierde generatie die er werkt. De huidige eigenaar werd op de verdieping boven het restaurant geboren.

Vroeger lag de beurs er tegenover, en de visafslag. In 1929 opende even verderop het Estació de França, en veel reizigers belandden na een lange treinreis voor een hapje in de stijlvolle zaak. Beroemdheden hebben er gegeten: Orson Welles, Maria Callas, Ava Gardner, Che Guevara, John Wayne… Ik bezegelde er met Matthijs van Nieuwkerk en Henk Spaan mijn debuut voor Hard Gras, een volledig aan Louis van Gaal gewijd exemplaar in 1998: De eenzame kampioenSiempre negativo!

Het bijzonder aan Set Portes is dat het nooit sluit. Dat zal niet die 175 jaar zo geweest zijn, maar nu is de zaak beroemd omdat hij alle 365 dagen van het jaar open is. En omdat toeristen op de meest gekke tijden eten, draait de keuken vanaf het vroege middaguur bijna continu door. Het beroemdste gerecht: de paella parellada, genoemd naar een klant die er helemaal gek van was, omdat de garnalen gepeld zijn en het vlees geen botjes bevat.

Tijd voor de calçotada

Had ‘m dit jaar gedaan, maar vandaag was het een mooie dag voor de calçotada: ouders over uit Nederland, een prachtige zon en bijna 20º in de tuin, de bouelvard vol met wandelaars, en de barbecue met mooie brandende kolen. Dus, calçots vooraf, en daarna lamskoteletjes met allioli, groenten van de grill, salade, butifarra, Argentijnse churrasco, en een lang etcetera. Maar het gaat om die calçots, natuurlijk. Ik won er ooit een journalistieke prijs mee, een vier pagina’s lange reportage over calçots in Valls, het stadje bij Tarragona waar deze net zo heerlijke als eenvoudige culinaire vondst vandaan komt. 

Weinigen kennen het, buiten Catalonië. De calçotada, fantastische maaltijd die je eigenlijk alleen tussen januari en eind maart kunt nuttigen. Want dan zijn de calçots vers en dik genoeg. Calçots? Het lijkt op een kruising tussen een prei en een lente-ui, maar is het geen van beide. Althans, het is wel een ui, eigenlijk, maar een vreemde, unieke. Het verhaal gaat dat een boer uit het stadje Valls het een eeuw geleden bij toeval ontdekte: zijn witte uien waren in de zomer uitgelopen, maar die uitlopers bleken een heerlijke, beetje zoete smaak te hebben als je ze op stevig vuur in de buitenlucht klaarmaakte.
Nu worden dus de uien gerooid en in speciale kurkdroge opslagplaatsen bewaard totdat er uitlopers komen. Die worden kort na de zomer geplant en hartje winter zijn het prachtige lange uien geworden: het witte en eetbare gedeelte zit onder de aarde, zoals bij al dit soort groenten.
Onmisbaar bij dit maal is wel de romesco-saus. Hierbij een snel recept voor flinke hoeveelheid: een hele bol knoflook en vijf rode tomaten in de oven; pellen en in een kom, samen met 100 gram kort geroosterderde amandelen en 30 gr gepelde hazelnoten. Alles samen, met één teentje verse knoflook, goed fijnmalen. 800 cl olijfolie (van de arbequina olijf, maar anderen mogen ook) langzaam toevoegen. Op het einde een half glas azijn en een lepel rode paprikapoeder toevoegen. (Nog natuurlijker en lekkerder dan die paprikapoeder is de ñora, een gedroogde paprika waar je na een tijdje weken in lauw water het ‘vlees’ van de binnenkant eruitschraapt.)
Daarin de gepelde calçots dippen en de vingers erbij aflikken.
Die calçots zijn het best van de barbecue. En nóg beter is het – maar dat is in Nederland bijna onmogelijk – als ze niet op houtskool maar op het vuur van de wijnranken worden klaargemaakt. Vlak voor de winter worden de wijnranken gekortwiekt en dat geeft een prachtig vuur voor de calçots, die van buiten lekker zwart en aangebrand moeten zijn. Je eet ze door de punt in één hand vast te houden en met de andere hand het centrale, gare deel eruit te trekken…

Konijn in gember, om te beginnen

Het jaar van de tijger, míjn jaar, is bijna voorbij, dat van het konijn gaat beginnen. De tijger, zo voorspelden de Chinese astrologen, zou voor onrust zorgen, een nog diepere crisis, rampspoed en een heleboel meer. Chinese stellen voorkomen liever dat hun kinderen in het teken van de tijger worden geboren, wachten liever op het jaar van het konijn. Want het konijn is het sterrenbeeld van de gefortuneerden, van de goedboerende ondernemers. Het konijn moet dus iets meer rust brengen, na de tijgerstorm, maar het konijn is ook een oplettend beest, kijkt altijd goed om zich heen om niet het slachtoffer van een roofdier te worden.

Gisteravond al liep Lam Chuen Ping een beetje op de Chinese Oudejaarsnacht vooruit en nodigde, zoals elk jaar, vrienden, bekenden en enkele beroemdheden uit in zijn restaurant, Memorias de China. Met vooraf de gebruikelijke dans van de draak en de leeuw in de Carrer Lincoln, een straatje achter de Via Augusta die ik tot nu toe alleen kende van enkele bezoeken, in een ver verleden tijd, aan de toen absolute discotempel van de stad, Otto Zutz.

Memorias de China staat bekend als één van de beste Chinezen van de stad, want heeft niets te maken met de standaardchinees en zijn flauwe Arroz Tres Delicias. Een andere topper, in dat opzicht, is iets verder buiten het centrum Rio Dragon, waar eigenaar en kok Chang ook nog een beroemde goochelaar is en zijn kunstjes graag aan tafel vertoont. Net als Chang is Lam Chuen Ping een bekende Chinees in Barcelona. Hij woont hier al sinds 1972, was filmacteur, was de eerste accupuncturist in de stad, opende de eerste vechtsportschool, is de voorzitter van de vereniging van Chinese ondernemers en heeft dus dat restaurant, waar we gisteravond aan het nieuwe jaar mochten proeven.

Vooraf een mix van ‘zee- en bergvruchten’, dus van kreeft tot paddestoelen, daarna turbot in een beetje pikant sausje (de Cantonese keuken houdt niet zo van pikant of gekruid), vervolgens konijn in gember en als dessert een opvallend op een konijn gelijkend zoet broodje met chocolade in deeg. Opvallend vond ik wel dat er aan geen enkele tafel Chinese genodigden zaten, slechts de Catalaanse (zogenaamde) chique. Dat is, zo werd mij verteld door een collega, wel anders bij l’Olla de Si Chuan, op Aragó bij het Plaça Letamendi, waar het vol met Chinezen zit aan de grote pannen, de hotpots, die samen met de beroemde peper de keuken uit Szechuan zo pittig en bijzonder maken.

Tapas van Adrià aan de Paral·lel

De Avinguda Paral·lel (die letter, die ze hier de elle germinada noemen, een dubbele l met een puntje op halve hoogte ertussen, is een typische Catalaanse vondst; daarmee spreek je de dubbele l níet uit als j) heeft altijd iets van vergane glorie gehad. De lange en brede straat van de Plaça de Espanya naar de haven was één van de laatsten waar de klinkers uit het straatbeeld van Barcelona verdwenen en is altijd beroemd geweest om zijn theaters en cabarets aan de ‘onderkant’ (hoe dichter bij de zee, hoe lager de straat, dus de beneden- of onderkant). Sommige zijn verdwenen, anderen net opgeknapt en uit de as herrezen (El Molino), en een deel is gewoon een disco annex concertzaal geworden (Apolo). Omdat het een tijd niet goed ging met die theaters, leek de Paral·lel verwaarloosd de raken en was het alsof iedereen haar links liet liggen, ook de gemeente.

Nog altijd is het niet de mooiste avenue van de stad. Het is er vooral druk met auto’s en voor de leuke straatjes moet je even afslaan, zoals de wijk Poble Sec in, tegen de flanken van de Montjuïc aan. Daar kun je bijvoorbeeld, in de straat Vila i Vila, nog de resten vinden van de ooit intense band met de haven. De straat komt net als de Paral·lel uit op de grote rotonde die Drassanes heet, maar in de volksmond de Plaza de la Carbonera is, het kolenplein. Alle kolenboeren gingen met paard en wagen vanuit de haven de stad in en in de straat Vila i Vila bonden ze hun paarden vast voor de talloze eethuisjes die allemaal een trog voor de beesten op straat hadden staan, als die bars in dorpjes uit het wilde westen. Eén restaurant heet nog altijd zo, de trog: El Abrevadero.

Nou ja, lange omweg om te komen bij het feit waaróm de Paral·l deze maand in het nieuws is: twee beroemde broers, Ferran en Albert Adrià, hebben er, aan de ‘bovenkant’ (dus dichtbij de Plaça de Espanya) hun nieuwste tapas-restaurant geopend, de Tickets Bar, die er ook nog een cocktailbar bij krijgt, 41º. Het is eigenlijk een voortzetting van Inopia, de tapasbar die Albert Adrià jaren terug enkele straathoeken verderop startte maar eigenlijk te klein was om het enorme succes te kunnen verwerken. Inopia ging dicht, Tickets komt ervoor in de plaats. Het plan werd overigens uitgevoerd samen met de broers Iglesias van het nabijgelegen Rias de Galicia, samen met de Botafumeiro in Gràcia en Casa Dario in de Eixample één van de klassieke, beroemde Galicische (vis)restaurants in de stad. Tickets zit in een vroegere showroom van een autoverkoper en de naam is een eerbetoon aan de entreekaartjes van die theaters aan de Paral·lel.

Volle zaal voor Nederlandse comedy

Toen ik schreef dat ik ‘m niet kende, stuurde een vriend van Endemol me deze video en zei me dat ik er toch echt moest naar gaan kijken. Henry van Loon heet de stand-up comedian die morgen (vrijdag) in Barcelona optreedt en straks, bij terugkomst in Nederland, kan bluffen dat-ie in de wereldstad toch mooi voor een volle zaal heeft opgetreden. Nou ja, zaaltje, in het Teatre Llantiol, in het hart van de Raval, waar de bezoekers daarna in de leuke Bar Raval nog een biertje kunnen doen. Anderen kenden die Van Loon blijkbaar wel en de Nederlandse kolonie in en rond Barcelona heeft alle beschikbare kaarten al gekocht, lees ik op Facebook van Comedy Lounge, die de komende maanden trouwens nog meer van die Nederlandse grappenmakers naar Barcelona gaat halen. Spanjaarden zullen er wel niet in de zaal zitten; onmogelijke taal, natuurlijk, dat Nederlands, en een voor Catalanen niet altijd begrijpelijke humor, zo ontdekken wij allemaal bijna dagelijks. Opvallend trouwens, dat steeds meer mannen van die toch Amsterdamse Comedy Train een Brabants accent hebben… Nóg moeilijker te verstaan voor de Spaanse partners die wél “un betje Neddelans” hebben geleerd.

Barcelona voor de helft van de prijs

Nog een verzoeknummer: een lezeres vraagt of er een herhaling komt van de Barcelona Restaurant Week, waarbij je een jaar geleden, voor het eerst, in top-restaurants een vast menu voor 25 euro kon bestellen. Antwoord: ja, komende week al, van 28 januari tot 6 februari, maar onder een andere naam, omdat het allemaal veel uitgebreider moet. De vondst heet nu BCNOW!, wat weer een afkorting van Barcelona Opportunity Week is.

Behalve de talloze restaurants die opnieuw menu’s voor 25 euro (excl. BTW en drank) aanbieden (wél vooraf reserveren, niet het héle restaurant willen ze met deze koopjes-zoekers vullen), kun je ook voor de helft van de prijs slapen in 40  van de beroemdste hotels van de stad, waaronder (boven op de foto) het bij internationale beroemdheden immens populaire Hotel W of Hotel Vela. Verder bieden de kraampjes op de overdekte levensmiddelenmarkten goedkopere producten aan, kun je bij sommige winkels een boeket bloemen voor 11 euro kopen (bloemen zijn hier altijd blachelijk veel duurder dan bijvoorbeeld een bos op de Nederlandse markt) en bieden theaters, biocopen, concertzalen etcetera goedkopere avonden aan. Omdat het allemaal te veel is om op te noemen, kun je als geïnteresseerde het best naar de website gaan, die ook in het Engels en Frans is.

Ontdekkingen dankzij de tapa’s

Ja, en als er dan een soort tapa-wedstrijd is (zie vorige post), dan moet je ze ook maar eens gaan uitproberen, al is het voor de krant – vreselijk vak toch. Ben vandaag in drie van de 49 tentjes geweest die voor deze week een bijzondere tapa hebben bedacht en die je samen met een biertje in een leuk, speciaal glas (de échte caña-maat – een pilsje dus, en niet de halve liter die je voor 8 euro op de Rambla krijgt voorgezet, óók als je om een caña hebt gevraagd…) voor 2,40 euro tot je neemt. En ze stelden niet teleur, óók niet de twee die ik ver buiten het toeristische centrum opzocht, het redelijk gewone Tres Vilas in de carrer Berlin en het zeer bescheiden Cal Pinxo (niet te verwarren met de beroemde Cal Pinxo’s in de Barceloneta en Sitges) op de hoek van Mallorca met Dos de Maig, waar eigenaresse Laura de tapa live bereidde; kan ook niet anders, met een klein kalfshaasje met bacon en mosterdsaus.

Maar de ontdekking, want redelijk dicht in de buurt en in het centrum, was Bona Sort (Goed Geluk) in wat ik altijd één van de meest authentieke straten van Barcelona heb gevonden, de Carrer de Carders die de wijk La Ribera doorsnijdt. Een kwartelei op kleine frietjes met inktvisjes, groene asperges en paddestoelen… Mar i montanya heet dat hier, zee en bergen in één gerecht.

De Carders (op de foto het smalle deel, later wordt het straatje wat breder en lichter) móet je een keer doorheen zijn gelopen. Vroeger liep hier in de buurt ook het water van het Rec Comtal en in de omgeving daarvan vestigde zich vooral de textielindustrie. Veel straten in de Ribera zijn vernoemd naar de ambachten die er werden bedreven; carders waren zoiets als wevers. De Carrer dels Carders, die trouwens ongemerkt overgaat in die van de Corders (dat heeft iets met dradenmakers te maken, niet met het Spaanse corderos, lammetjes), is nu een afwisseling van Dominicaanse kappers, moderne barretjes, Pakistaanse supers en talloze curieuze winkeltjes.