
Was een plaats waar ik bij mijn vorige bezoeken an Kathamndu nog niet was geweest: Pashupatinath, de hindoestaanse tempel gewijd aan Shiva. Je mag er als niet-Hindoestaan niet naar binnen (wat dat betreft zijn de boeddhisten gastvrijer, je kunt elk klooster zo binnenlopen), maar je kunt er wel omheenlopen. Een student vergezelde me, vertelde tig verhalen, en nam me mee naar plekjes vanaf waar je het meest bijzondere van deze plek kunt gadeslaan: de crematies aan de lopende band van overleden Hindoestanen. Het is een streng ritueel, met allerlei voorschriften (de oudste zoon steekt de brandstapel aan als de vader is overleden, de jongste zoon doet het als de dode de moeder is), maar daarna mag de familie er niet meer bij zijn. Terwijl op de foto net iemand is aangestoken (op speciaal hout), wordt links een familielid getroost. Op het moment van de foto waren er drie lijkverbrandingen tegelijk; en zo gaat het 24 uur per dag door.

’s Avonds blijft het donker, want de stad heeft nauwelijks stroom. Al het geld is de laatste jaren in wapens ge”investeerd om de maoisten te bestrijden. Die oorlog is voorbij, maar aan infrastructur ontbreekt het in het armste land van Azi”e. Dus zit de hoofdstad 16 uur per dag zonder stroom; bedrijven als hotels en restaurants die willen blijven functioneren hebben hun egen generatoren, maar op straat is zelfs de drukke toeristenwijk Thamel ’s avonds om een uur of acht spookachtig.
