Tagarchief: rambla

Rottend vlees in de Boqueria

boqueria1

Wij, journalisten, kunnen natuurlijk schrijven wat we willen, maar vaak zijn het de foto’s die het doen. Barcelona is vandaag opgeschrikt door foto’s, van Edu Bayer, een jonge en aardige collega van El País, één van de vele freelancefotografen die probeert te overleven in een tijd dat ze soms nog maar 50 of 60 euro per plaatje krijgen. En wij, bloggers, nemen dat soort foto’s massaal ongestraft over, velen zonder vaak de bron te vermelden.

Edu trok ‘ s nachts naar de achter- en zijkanten van Barcelona’s populairste markt, de Boqueria aan de Rambla. Dat kan gevaarlijk zijn, zeker als je er met een grote, dure camera loopt. Maar die had hij nodig, met een beetje telelens, om de teloorgang van het oude centrum van de stad vast te leggen. Het afgelopen jaar is de agressieve prostitutie van piepjonge Afrikaanse meisjes aan de Rambla sterk gegroeid. Wil je niet met ze mee, dan doen ze hun best in ieder geval je portemonnee te rollen: de één pakt de man, vooral de toerist, bij zijn ballen, de ander rolt zijn kont- of borstzak. Sinds kort gebruiken ze ook een soort pepperspray om de onwillige toerist even blind te maken en hem van zijn geld en creditcards te ontdoen.

boqueria2De meisjes worden, net als hun ‘collega’s’ uit Oost-Europa, door internationale maffia’s in de stad gestald. Daar moeten ze elke nacht een bepaald bedrag verdienen. Sommigen nemen de klant mee naar een goor pension, anderen hebben daar het geld niet voor en gebruiken de bij nacht gesloten Boqueria als afwerkplaats. Gesloten? Om vier, vijf uur ’s nachts komen al de eerste leveranciers van verse vis en groenten en die treffen regelmatig dit soort rottend vlees aan. Dat rottend slaat natuurlijk op de mannen, toeristen die ook ’s nachts nog in hun kleurige korte broek lopen en die broek, na het betalen van 20 tot 40 euro, even laten zakken en in een door maffiosi geëxploiteerd meisje stoppen. Ik hoop dat als één van de jongens op de foto een Nederlander is, dat zijn moeder of vriendin hem op dit blog of bij El País ziet, en dat zijn straf vreselijk zal zijn. Misschien dat fotograaf Edu Bayer daarmee een beetje een goede daad heeft verricht.

De ontdekking van een oude ‘fonda’

P1010631

Zo ontdek je nog eens dingen. In de eerste plaats dat er in (en rond) Barcelona Nederlanders zijn die de 50 of 60 zijn gepasseerd en elkaar maandelijks ontmoeten in wat zijzelf een seniorenlunch noemen. Ze bestaan uit (oud-)ondernemers, expats die al 45 jaar in Spanje wonen, een vroegere consul-generaal in Barcelona plus de huidige consul die de laatste weetjes uitwisselen. (Eén is buurman aan de Costa Daurada van Joop Wildbret, een naam die velen niets zal zeggen, maar voor een vroegere FC Utrecht-supporter als ik gelijkstaat aan de roemruchte periode eind jaren tachtig in de oude Galgenwaard waarin wij op de Bunnikzijde helden als Leo van Veen, Joop van Maurik, Ton du Chatinier en vele, vele anderen toejuichten; ook Wildbret speelde in dat team.) Om de boel op te leuken nodigen ze een spreker uit, en dat kan dus ook een journalist zijn die over zijn Barcelona-gevoel komt praten.

In de tweede plaats ontdek je het restaurant waar zoiets gehouden wordt. Op de foto ziet het er misschien iets sinister uit, maar het is een historische plaats waar ik al vaak was langsgefietst maar nooit was binnengegaan. In 1850 richtten de broers Joan en Pau Riba in de Carrer Sant Pau, om de hoek bij de Rambla aan de achterkant van het Liceu-operatheater, de Fonda España op. In die jaren waren de fonda’s pleisterplaatsen voor reizigers waar ze konden slapen maar vooral goed konden eten. (De beroemdste is de Fonda Europa in Granollers, fameus om zijn keuken.) caspunxesTien jaar later toverden de broers hun fonda om tot een heus hotel, dat werd ontworpen door de na Gaudí bekendste modernistische architect, Lluís Domènech i Muntaner, o.a. auteur van het wonderbaarlijke Casa de les Punxes aan de Diagonal (links). Binnenin leefde de architect zich flink uit, al is het restaurantdeel van wat nu Hotel España of Espanya heet het meest sobere van de constructie. Een restaurant dat nog altijd de naam Fonda draagt.

Ik weet niet hoe de kamers zijn, maar dit eenvoudige 2-sterrenhotel is met een schappelijke prijs misschien een goede tip voor reizigers die niet méér dan 100 euro voor een 2-persoonskamer willen uitgeven en tóch om de hoek bij de Rambla willen zitten.

Obama met rugzak op de Rambla(s)

 

rambla2

Alles wat Barack Obama doet en zegt is hot. Dus was de grote vraag van de journalisten zondag in Praag: wát heeft hij gezegd tegen José Luis Rodríguez Zapatero, de premier van Spanje die jarenlang door George Bush werd genegeerd, niet omdat ZP geen woord Engels spreekt, maar omdat hij na zijn verkiezingswinst in 2004 direkt de Spaanse troepen uit Irak terugtrok.

Obama en Zapatero gaven na hun eerste bilaterale ontmoeting geen persconferentie, dus moesten de verslaggevers van ‘regeringsbronnen’ horen wat er ongeveer was besproken. En daar kwam-ie: “Ik zou graag naar Spanje komen en terugkeren in Barcelona.”

Wat heeft de Amerikaanse president met Barcelona? Daarvoor moet je één van zijn boeken, Dreams from my father, lezen. Daarin beschrijft hij, heel kort, hoe hij in 1988 bij een tussenstop op weg naar Kenia als jonge rugzaktoerist een middagje door de stad en over de Rambla slenterde, in gezelschap van een Senegalees die hij zojuist in Barcelona had ontmoet. “Terwijl we richting Ramblas slenterden, had ik de indruk of ik hem al mijn hele leven kende; alsof we allebei dezelfde reis maakten, ook al waren we uit tegenovergestelde plaatsen op de planeet vertrokken.”

De Rambla (hier zeggen we het in enkelvoud, en bijna nooit Ramblas) die Obama 21 jaar geleden zag heeft niets meer te maken met die van nu. Hij zal, waarschijnlijk, flink teleurgesteld zijn te zien hoe de populaire promenade veranderd is in één lange stroom toeristen, die ook nog eens eenvoudige prooien voor de zakkenrollers zijn. (In 2008 werden per dag 2,5 boefjes door de politie op de Rambla in fraganti betrapt en aangehouden; vaak overigens dezelfde jongens en meiden, die dezelfde dag al weer waren vrijgelaten.)

Zelfs de eigenaars van kranten-, bloemen- en dierenstalletjes, die toch van het toerisme moeten leven, zijn de hordes vaak ordinaire buitenlanders een beetje zat. Vorig jaar zomer vroegen zij via spandoeken de 27 miljoen jaarlijkse bezoekers om respect. “Lieve bezoeker. Dit is een stad waar mensen wonen en werken, het is geen pretpark. Er zijn winkels op de Rambla die al 150 jaar oud zijn. Vóórdat u met zijn allen kwam, waren wij héél gelukkig. Alstublieft, toon een beetje respect voor de stad en zijn inwoners. Dank u.”

In een enquete van Virgin twee jaar terug onder zijn Britse reizigers kwam de Rambla eruit als de vierde ‘meest teleurstellende toeristische attractie’ op aarde. De boulevard was trouwens in goed gezelschap: nummer één was de Eiffeltoren, nummer twee de Mona Lisa in het Louvre en nummer drie Times Square. Als verdediging kwan natuurlijk wel worden aangevoerd dat de Engelsen geen smaak hebben.