Tagarchief: edwin winkels

De Vlo die speelt als een Engel

Het WK voetbal is begonnen, niemand kan of wil er omheen. Zeker in Nederland niet, waar ik de afgelopen dagen vooral in saaie vinex- en slaapwijken een explosie aan oranje vlaggetjes heb mogen zien. Nog net vóór de verkiezingen deed vorige week ook een opinieweekblad als Vrij Nederland er aan mee; voetbal is al lang geleden een serieuze bedoening geworden, óók onder intellectuelen. Op de VN-website staat het verhaal onder de verzamelnaam ‘samenleving’ gerangschikt.

Ik had nog nooit voor VN geschreven; eens moest de eerste keer zijn. Bij deze: een (lang) portret van Lionel Messi. Voor de liefhebbers.

Advertenties

Op bezoek bij God

En koud terug in Barcelona even op bezoek bij God, zoals de spelers hem bij Barça vroeger noemden. Niet zijn generatiegenoten, die noemden hem in de jaren zeventig El Flaco, zoals Asensi vanmiddag zei. Maar zijn discipelen, de Koemans, Laudrups, Bakero’s en Guardiola’s, die noemden hem gekscherend God omdat hij altijd alles zag en beter wist. Vandaag werd Cruijff beëdigd tot erevoorzitter van FC Barcelona. ‘Hoe noem je deze pin?’ vroeg hij aan voorzitter en vriend Laporta, want hij kende het Spaanse woord voor insigne niet. Een andere mooie Cruijffiaanse zin in het Spaans, die nauwelijks te vertalen is omdat saber zowel weten als kunnen betekent: “Tienes que saber lo que no sabes.” Heerlijk.

Iets van twee jaar geleden schreef ik voor Hard Gras een door collega’s geprezen allegorie over een bezoek aan Cruijff op zijn berg; was naar aanleiding van zijn weigering Ajax verder te helpen. ‘Cruijff gaat terug zijn berg op,’ heette het toen. Hieronder het verhaal van toen, althans een voorlopige versie van toen; kan de definitieve tekst niet meer vinden. Eén tipje van de sluier: botigues betekent winkels in het Catalaans.

Op bezoek bij God / Edwin Winkels

Ergens aan het einde van de derde maand, in bus 22 op weg naar de Paseo de la Bonanova, beseft Moisés Botigues ineens dat hij dezelfde route aflegt als Daniel Sempere, de hoofdpersoon van De schaduw van de wind, wanneer deze op zoek gaat naar het geheim van een spookachtig herenhuis op de flanken van de Tibidabo. Daniel ging met de trein van de Ferrocarrils de la Generalitat, de Catalaanse spoorwegen, en daarna met de later toeristische blauwe tram. Moisés heeft voor de bus gekozen, want hij kan dan 26 minuten lang kijken naar de mensen en gebouwen die voorbijgaan en allemaal langzaam veranderen in de klim vanuit het oude centrum naar de sjiekste wijk van de stad. Barcelona heeft een uitstekend metronetwerk dat de catacomben van de stad van noord naar zuid en van zee naar de berg met buizen doorklieft, maar in de buurt van Bonanova is er geen enkel station. Is ook niet nodig. Rijke mensen gaan niet met de metro, want ze vinden dat die stinkt en dat er te veel bedelaars zijn, al hebben ze er nooit een stap in durven zetten.

            Moisés is op zoek naar God. Naar waar die andere God woont. Niet die van de Nederlandse Portugees Rentes de Carvalho, die een boek zo noemde, maar de God van het voetbalveld. Of van de kleedkamer. Althans, dat was hij. Al weer lang geleden.

            Eerst was er nog het eeuwige misverstand geweest. Vanuit Nederland hadden ze Moisés, voor de zoveelste keer, naar De Verlosser gevraagd. Weer teruggetrokken op zijn berg in Barcelona, na even heel kort over het water in het Amsterdamse IJ te hebben gelopen. Hij had het daar te koud gevonden, zijn tenen waren verkrampt en hij was spoedig weer vertrokken, in mysterieuze rook opgegaan, net zo onverwacht als hij was gekomen, zijn oude en nieuwe volgelingen in verbijstering achterlatend. Lees verder

Herinneringen aan David Bisbal

“We sluiten de eerste les af met een persconferentie. David, kom even naar voren.”

“Ik? Doe een ander alsjeblieft.”

“Waarom?”

“Ik weet niet wat ik zeggen moet.”

“Ja, daarom juist. Dat gaan we je leren. Je medeleerlingen stellen je vragen, en jij antwoordt.”

“Ja, maar daar ben ik veel te verlegen voor. Ik ben niet zo goed in praten.”

Tijd voor een beetje autobombo, zoals ze dat hier noemen, iets wat tussen opscheppen en zelfverheerlijking in zit. Dit was, ongeveer, mijn eerste ontmoeting met David Bisbal. David wie? vragen de lezers in Nederland. Bisbal was niet de winnaar, maar wel in populariteit de grote triomfator van de eerste editie van Operación Triunfo, het Spaanse Idols, zeg maar, bedacht door Gestmusic-Endemol. Het is alweer acht jaar geleden, en van alle deelnemers – ook van de acht edities die daarna nog volgden – is Bisbal degene die het meeste succes heeft behaald.

Gisteren presenteerde Bisbal zijn dochtertje tegenover een peloton van fotografen in Miami, waar hij woont. Een beroemdheid dus. En dat verlegen jochie dat toen geen woord uit durfde te brengen tegenover zijn ‘klasgenoten’ van de Academia is al jaren een enorme ouwehoer, een Andalusische waterval van woorden, die altijd een woordje klaar heeft voor pers en fans.

Ik ga niet zeggen dat ik hem dat toen in vier maanden heb geleerd, als profesor de actualidad van Operación Triunfo. Maar het was de grote charme van die eerste editie: ze waren met z’n allen zo bedeesd, naïef ook, puur nog. Terwijl de groep al maanden letterlijk opgesloten zat zonder TV te mogen kijken of kranten te mogen lezen (ik kwam er om hen o.a. op de ‘nieuwe buitenwereld’ voor te bereiden), hadden de jongens en meiden geen idee wat een ongekend fenomeen zij aan het worden waren. Ze leerden hard en overtuigd en dachten geen moment aan de overstelpende faam die buiten op hen wachtte.

Het slotgala, de finaleavond waar een ander verlegen meisje, Rosa, de hoofdprijs won, werd bekeken door 12,87 miljoen mensen, 68% van iedereen die op dat moment voor de TV zat. Wij leraren mochten op de achtergrond meedansen en -zingen bij een liedje van al ‘onze’ leerlingen samen. Het was mijn enige jaargang op de beroemdste Academia van Spanje, maar niet alleen daarom zijn de volgende edities nooit meer zo’n succes geworden. De charmantische naïviteit was weg, omdat elke leerling nu wist hoe beroemd hij of zij wel niet kon worden. Maar niemand zoals die kleine David Bisbal.

Herinneringen aan Nepal

Een dagje geen Barcelona, Catalonië of Spanje. Bijna een jaar geleden vertrok ik naar Nepal, zaterdag stond het verhaal erover in de Reiswereld-bijlage van het AD. Bij deze, voor degenen die erover denken zo’n trek te maken, de reproductie ervan; vanaf deze maand is het weer een mooie periode om te gaan.

POKHARA – De lucht is helder en blauw, de toppen van de Himalaya eeuwig wit. Tijd voor een onvergetelijke tocht langs de voet van de Annapurna. Soms hevig hijgend, maar meestal met een tevreden glimlach op de lippen.

// Drukte in de terminal van de binnenlandse vluchten in Nepal. Veel rugzakken, groepen meer tot minder ervaren bergbeklimmers en -wandelaars. Het populairst is de vlucht naar Lukla, vertrekpunt voor trektochten van twee weken naar het basiskamp van de Mount Everest. Pokhara is precies de andere kant op, naar het westen. Het is een vroeger hippie-paradijs aan een meer aan de voet van het Annapurna-massief, met de Dhaulagiri (8167 meter), de Annapurna I (8091) en  de betoverende Machapuchare (6993), ofwel ‘vissenstaart’.
De een na de andere vlucht wordt geannuleerd. Vervuiling, in combinatie met een grote grauwe zandwolk vanuit India die boven het halve land hangt. Het gevolg van maanden zonder regen. Snel regelt het agentschap een auto met bestuurder om naar Pokhara te rijden, want een dag later moet de Poon Hill-tocht beginnen.
Lees verder

100.000 b…ezoekers

 

edwin bij de expo van dali

Bloggen is geen wedstrijd, maar een bescheiden poging wat interessante dingen op te schrijven. Je begint met misschien 24 toevallig passerende lezers in de eerste maand. Je mailt vrienden en kennissen. Je zet het weblogadres onderaan je mails. Anderen linken je. En dan gaat het groeien, als een teder plantje dat elke dag water, liefde en zon nodig heeft. Maar dan nog: de blogwereld staat bomvol van deze plantjes, iets wat P. F. Thomese een beetje boos maakt, en wat het nóg moeilijker maakte door bomen het bos te vinden.

Vandaag heeft Het Barcelona-gevoel de grens van 100.000 bezoekers doorbroken (niet per dag, hè, maar in totaal…). Daar moet ik dus vooral jullie, de lezers, blijvers en passanten, commentaristen en anonieme geïnteresseerden, voor bedanken. Moet ik wel eerlijk bekennen dat de cijfers niet geheel reëel zijn. Begin september had ik een post over de hoertjes die toeristen afwerken in de Boquería. En omdat gore foto’s het altijd goed doen, kwam er een bescheiden link op GeenStijl terecht; in een halve dag knalde de meter naar 40.000 extra bezoekers… 100.000Je moet erkennen dat dat blog een fenomeen is, al zijn er niet veel van die incidentele bezoekers van die ene dag bij Het Barcelona-gevoel blijven hangen. Niettemin: die 100.000 staan er, eind oktober.

Zo’n wordpress-blog geeft ook aan met wat voor een zoekopdrachten de mensen op je blog terecht komen. De populairste? Picasso en Guernica, waarschijnlijk van scholieren die met een werkstuk bezig zijn, of zo. Plus fotograaf Robert Capa. En schrijf je over het huis van Dirk Scheringa, dan blijkt dat ook een aardig lokkertje.

Dank. Nogmaals. Geeft moed om nog even door te gaan.

Een paradijs in Lloret de Mar, echt waar

lloret1

Geheime plekjes die je op onverwachte plaatsen vindt moet je eigenlijk nooit verraden aan het grote publiek, maar zoveel lezers heeft dit blog ook niet dat er nu ineens duizenden vanuit Nederland naar dit kleine baaitje zullen trekken. Vanzelfsprekend ligt het aan de Costa Brava, die dit jaar officieel 100 jaar bestaat; de kust is al veel ouder, natuurlijk, maar in 1909 was er een plaatselijke journalist die deze ruige streek de Woeste Kust noemde. (Om de Costa Brava dit jaar te promoten liet het regionale toeristenbureau foto’s van mooie stranden afdrukken, maar al snel werd ontdekt dat dat prachtige zandstranden uit de Caribe en Australië waren; beetje dom, de Costa Brava kan het best met zijn eigen foto’s af.)

lloret2Dit hierboven en hiernaast is Cala Banys, dat middenin één van de ergste oorden, zoniet het ergste, van de kust ligt. Lloret de Mar is vooral bekend als het paradijs van de dronken jeugd, en ach, we zijn allemaal 17 en 18 geweest en hebben de straten in dit soort vakantieplaatsjes met ons gelal onveilig gemaakt. Wat heel weinig bezoekers in Lloret echter weten (ze kijken meestal niet verder dan het strand en de bodem van een glas) is dat je vanaf het grote strand voor het dorp maar een paar trapjes hoeft op te lopen en een grote rotspartij omzeilen om dit tegen te komen. Cala Banys is eigendom van een Catalaanse familie en is beschermd gebied; er mag niet méér gebouwd worden dan de fabuleuze bar die er al staat en van die familie is. Vroeger was het een restaurant, nu wordt er slechts drank geschonken, met een opvallend verbod: na 10 uur ’s avonds is het verboden gebied voor jongeren onder 16 jaar.

Overdag heerst er vooral rust. Het blauwe water is in deze tijd van het jaar nog te koud, behalve voor de Britten, maar het genot van een biertje of rode Martini in een bamboe-stoel midden tussen de twee grootste stranden van Lloret is er niet minder om. Je kunt er ook met de auto komen, maar omdat er maar parkeerruimte voor zes wagens is, ga ik dié route niet verklappen.

De foto hierboven

somorrostro23

Even een uitleg over de foto in de header. Ook dit was Barcelona, en niet eens zo lang geleden. Kijk naar de kleren van de twee mannen in het midden, lijkt op de jaren zestig. Op deze plaats komen nu elk jaar zo’n zes miljoen mensen zonnen en zich baden. Het is het strand van Barcelona. Althans, nu ligt er opgespoten zand, voorheen dus niet. Tot eind jaren zestig lag aan zee één van de grootste krottenwijken van de stad, het historische Somorrostro, aan de grens van de visserswijk Barceloneta. Voor wie de stad een beetje kent: op de plaats van deze foto ligt nu ongeveer de Olympische haven met zijn twee torenflats. Het was trouwens niet de enige krottenwijk. Op de Montjuïc was er een beruchte en ook bijna midden in de stad, La Perona, aan de spoorlijn. Ja. Barcelona is een beetje veranderd.