Categorie archief: wij, journalisten

Weerzien met Indurain

Een begrafenis, in dit geval die van Juan Antonio Samaranch, is goed om oude bekenden weer eens te ontmoeten. Niet de man hierboven op de foto, kroonprins Felipe, die had ik pas één keer eerder gesproken.  Hij kwam enkele jaren terug op de redactie van El Periódico langs, op een 12e december, dus zei ik tegen hem dat ik het verdomd aardig vond dat hij me op mijn verjaardag was komen opzoeken; weet niet of hij het helemaal begreep, maar dat verschil in humor tussen ons en de Spanjaarden hebben enkele commentatoren bij de vorige post al aangestipt.

Terug naar de begrafenis van Samaranch, of de ceremonie van belangrijke mensen die vanochtend plaatsvond. Bekende gezichten kwamen voorbij en ik verheugde me bijzonder toen ineens de enige (oud-)sporter naar buiten kwam, Miguel Indurain. Dezelfde karakteristieke kop als vroeger, met die neus van een Griekse god en de diepe ogen waarin bijna nooit enige emotie te bespeuren was. Bijna elke zomer tussen 1990 en 1996 maakte ik hem dagelijks mee, tijdens onze gezamenlijke Tour de France. Hij op de fiets, ik in de auto. Ik weet het, mijn Nederlandse collega’s vonden ze doodsaai, die vijf Tours die Indurain op rij won, maar voor een verslaggever van een Spaanse krant was het de hemel op aarde: elke dag volgden we de grote favoriet van dichtbij, elke dag was er wel wat te schrijven. Oké, Indurain praat nu veel meer en losser dan hij toen deed, maar zouden we in Nederland ook klagen als een saaie en stille als Joop Zoetemelk elke keer weer vanaf de proloog de Tour naar zijn hand zou zetten? Genieten was het, de bazen gaven ons drie, vier pagina’s per dag, want de lezers vraten het. Én Indurain stelde bijna nooit teleur.

Gedurende één Tour schreef ik bovendien dagelijks een column over de Grote Zwijger in De Volkskrant: Heimwee naar Navarra, omdat Miguel altijd de indruk wekte zo snel mogelijk weer terug naar huis te willen. Een prachtige uitdaging natuurlijk, vanaf de eerste dag filosoferen over de gedoodverfde winnaar. Een uitgever vond de columns zelfs de moeite waard om te bundelen tot een dun boekje. Er werden, geloof ik, 867 exemplaren van verkocht; voldoende om bescheiden te blijven.

“Hoe is ‘t?” We wisselden vanochtend kort wat woorden uit, hoe het gaat in het leven. Waarom hij op de begrafenis was…. “Ja, dat hoort erbij, maar op een begrafenis ben je altijd te laat,” zei Indurain. Niets bijzonders verder. Gewoon de bescheiden sympathie van één van de grootste sporters die Spanje ooit heeft voortgebracht. Sterker nog, de eerste grote, sterke Spanjaard die het land van heel veel minderwaardigheidscomplexen afhielp.

Waarom

DWDD achter de schermen

Een goedkope uitzending, zeiden redacteuren Jan en Jacco van De Wereld Draait Door. Ze hadden het over de prijs, trouwens, niet de kwaliteit hoop ik. Mijn vliegticket, 70 euro heen, 100 euro terug, was goedkoper dan menige taxi waarmee een DWDD-gast vanuit Den Haag, Rotterdam of nog verder gehaald en gebracht moet worden. (Weet niet of Jan Mulder ook met taxi helemaal naar Groningen terugging, gisteravond…) Gekkenwerk, natuurlijk, zo’n reis, even heen en weer uit Barcelona voor 9 minuten TV. Maar soms moet je het doen, is het wel eens goed dat anderhalf miljoen mensen (inclusief de nachtelijke herhalingen) je steeds ouder wordende kop eens op TV zien, net kort genoeg om de volgende dag niet herkend te worden, en zeker niet om half zes ’s morgens op Schiphol of in een slapend vliegtuig.

Ik weet dat veel mensen het overdaad vinden/vonden, nóg eens Messi bij DWDD. Ik weet ook dat veel van mijn bloglezers helemaal niet van voetbal houden. De belangrijkste bijzaak van het leven, wie zei het ook alweer? Maar altijd goed voor vermaak, en mooie beelden. Plus de uitdaging binnen 9 minuutjes wat leuks te vertellen en sympathiek brommende stoorzender Jan Mulder te omzeilen…

En zo’n dagelijkse hit als DWDD weer eens, na tweeëneenhalf jaar, van binnenuit zien, een dagje meemaken, blijft een ervaring. Hoe ze het elke keer weer flikken. Matthijs van Nieuwkerk, natuurlijk, altijd snel en scherp – en ongelooflijk slank! word je van witte wijn niet dik? – maar ook die hele ploeg redacteuren en producenten die we nooit op TV zien, maar vanochtend om zeven uur alweer aan het werk gingen om een nieuwe uitzending voor te bereiden.

Wij van de ‘dodebomenjournalistiek’, de ouderwetse kranten, hebben het maar makkelijk. Ben ík toch blij dat ik voor mijn vak nog altijd slechts een blocnote, pen, camera en laptop nodig heb – meer niet.

Guardiola en zijn kritische clowns

Presentatie in het hotel W. (Zo ben je er nog nooit geweest, zo kom je er twee keer in vijf dagen.) Een aardig boekje, Relats del Mundial, verhalen over het wereldkampioenschap. Maar vooral menselijke verhalen. Te koop bij El Corte Inglés, voor 10 euro, en de opbrengst gaat volledig naar een goed doel. Een mooi initiatief, al voor het zesde opeenvolgende jaar. Afkomstig van een groepje sportjournalisten uit Barcelona, inmiddels uitgegroeid tot 36 man/4 vrouw . Elk jaar kiezen zij een goed doel uit, schrijven zij verhalen en vragen ze een speler of trainer van FC  Barcelona het voorwoord te schrijven.

Na o.a. Eto’o, Rijkaard, Messi en Xavi was nu Pep Guardiola de uitverkorene. En al die clownsneuzen dan? Het goede doel is dit jaar Pallassos sense Fronteres, een Catalaans initiatief van clown Tortell Potrona, ook op de cover: deze ‘clowns zender grenzen’ reizen de hele wereld af om kinderen in vooral noodsituaties of heel arme landen nog enkele momenten van plezier te bezorgen, om de lach terug te brengen op gezichtjes die de dood hebben gezien. Congo, Haití na de aardbeving, Rwanda en Pakistan waren de laatste tijd enkele van hun reisdoelen.

Guardiola zette vandaag de clownsneus niet meer op, maar de sportjournalisten die hem normaal met (kritische) vragen bestoken deden dat wel. Clown zijn is ongetwijfeld veel leuker dan journalist.

Pep Guardiola, of hoe je een goede manager wordt

Vanaf deze week in de winkel. ’t Is niet alleen een voetbalverhaal trouwens. Mijn meissie heeft de ‘methode Guardiola’ vorig week al gebruikt bij een MBA-cursus voor toekomstige topmanagers uit het bedrijfsleven. Hoe je met je werknemers en ondergeschikten omgaat, hoe je een hecht team organiseert, hoe je de beste resultaten behaalt zonder je eigen geloof af te vallen. Het staat er allemaal in, in de 7.000 woorden die mijn (tot nu toe) laatste bijdrage zijn aan de 2,5 miljoen in totaal. Hieronder de korte beschrijving van dit nummer door de heren Henk Spaan, Matthijs van Nieuwskerk en Hugo Borst van de Hard Gras-hoofdredactie:

“In de afgelopen vijftien jaar zijn er in Hard gras ruwweg tweeënhalf miljoen woorden over voetbal gepubliceerd. Niet te lang bij stilstaan/moedig voorwaarts blijven gaan.

In het najaar van 2009 vroeg Mark van den Heuvel aan de redactie: ‘Weten jullie dat Bobby Haarms is gestorven van verdriet?’ Daar wilde de redactie graag meer over weten, wat een schrijnend en pijnlijk verslag opleverde van een toenemend menselijk tekort in het zicht van de dood.

Op de van hem bekende, verre van gemakzuchtige manier ging Edwin Winkels op zoek naar het geheim van Guardiola. Ondanks een strategisch stilzwijgen van de Barcelona-coach, wist Edwin de kern te benaderen. Leo Messi zou over zijn trainer hebben gezegd: ‘Wij zijn de slaven van zijn geloofwaardigheid.’ Het is een andere uiting van bewondering dan ‘gaaf’ of ‘gruwelijk’. Winkels wijst op de verwantschap tussen Guardiola en Bielsa, de voormalige bondscoach van Argentinië, nu van Chili.

Niet alleen het Nederlandse voetbal heeft school gemaakt in Barcelona. De beste aspecten van het Argentijnse vinden er ook navolging. Het technisch en tactisch meesterschap van het voetbal in Argentinië wordt hier belichaamd door Juan Veron, ‘Seba’, die onlangs op 34-jarige leeftijd werd uitgeroepen tot de beste speler van Zuid-Amerika. Marcela Mora y Araujo praatte urenlang met hem, exclusief voor Hard gras. Als de Argentijnen in Zuid-Afrika goed gaan presteren, zal het meer onder leiding zijn van Verón, dan onder die van de gekwelde Maradona.

Een mooie droom aan het strand van Sitges

De voorpagina, nu al meer dan een jaar geleden, heeft al verschillende prijzen gewonnen. Was natuurlijk een bijzondere, om twee redenen. Een ochtendkrant, mijn Periódico, die om 5 uur ’s morgens nog een extra editie maakt om de lezers, de volgende ochtend, over het laatste nieuws van de verkiezingen in de VS te informeren. (De ándere kranten in Barcelona/Spanje deden dat natuurlijk ook; het is het mooie van de concurrentie en van de verkoop in de kiosk: je kunt niet om 8 uur in de kiosk liggen zonder te melden wie de verkiezingen in de VS heeft gewonnen.)

En wie won? Alle kranten, over de hele wereld, kwamen met een grote foto van Obama (ook al konden veel Europese kranten toen nog niet melden of hij daadwerkelijk de nieuwe president zou zijn). Bij ons vonden we dat er genoeg Obama was geweest, de voorgaande weken, en dat maar één gezicht op die historische cover mocht staan. Mét natuurlijk een mooie zin: ‘Het is geen droom meer’.

Een lange inleiding om te komen tot de expositie die sinds gisteren in Sitges te zien is, rechtstreeks vanuit de VS: de erfenis van Martin Luther King. Allemaal artiesten (72) en intellectuelen (40, hoewel het één het ander natuurlijk niet uitsluit) uit de hele wereld die hun eigen visie op de mooiste dominee/priester/voorganger aller tijden geven. Schilderijen, beeldhouwwerken, tekeningen, foto’s, alles mag en alles kan om Luther King te herinneren. Obama mag sneller dan alle voorgaande presidenten aan populariteit hebben ingeboekt, die ene ochtend van 5 november 2008 gaan we dus nooit meer vergeten. Deze expositie alleen al is daar het bewijs van; soms werd Luther King nog vaag herinnerd, maar steeds minder; nu weten ook de scholieren weer wie dat was. Een zwarte president is voldoende om een dergelijke expositie de hele wereld over te laten trekken. (Kijk trouwens goed naar de schildering links; het is, op de achtergrond, de plastische uitbeelding van love is peace, of omgekeerd.)

Voor wie in de buurt is (dus in Barcelona): pak de trein naar Sitges, 31 minuten vanaf Sants, 37 minuten vanaf Passeig de Gràcia, en loop door de Carrer Major van Sitges naar het gemeentehuis en daarvandaan langs het historische en artistieke gedeelte (Palau Maricel, Cau Ferrat) naar het Edifici Miramar, bijna aan het strand, om, bijna 42 jaar na zijn dood, deze mooie prediker nog eens eer te betonen.

Mooie verhalen die gelukkig maken

Toevallig was ik er al enkele malen geweest, in de Colonia Vidal, een triest maar tegelijk boeiend overblijfsel uit de lange periode van Catalonië als grote textielnatie. Nog maar 15 gezinnen wonen er, de meeste gepensioneerden van toen. Vandaag er opnieuw naar toe, door de regen en sneeuw in het binnenland. Een Volkswagenbusje dat tóch met 130 km/u durft in te halen; 500 meter verderop stond hij,van alle kanten stuk, omgekeerd in de vangrail. De vette prijzen uit de kersloterij gingen naar Madrid en Getafe, maar toch, 50 miljoen euro aan winnende loten van een derde prijs is in een gat als Puig-reig niet mis. Alsof iedereen iets gewonnen heeft.

Dat was zeker het geval in bar Juventus, in die textielkolonie Cal Vidal, net onder Puig-reig, op de weg naar de skigebieden. Dolors Moreno had de bar een jaar geleden overgenomen, maar héél veel mensen komen er niet. Maandag had ze een tafel van 45, ze had het hele weekeinde al staan koken. Belden ze die ochtend af, konden niet komen vanwege de sneeuw. ’s Avonds zat ze aan de bar te huilen. Vandaag lachte ze breed, ontkurkte flessen champagne. Ze had voor 15 miljoen euro aan prijzen onder haar klanten verkocht. Zelf had ze, met zoontje Xavi, drie décimos gehouden. Goed voor 150.000 euro. Maar toch stond ze, om drie uur, weer achter het vuur, eten bereiden voor een tafel van twaalf. Patates enmascarades, aardappels met het vlees van de recente varkensslacht.

Daarom is deze loterij zo leuk, om de talloze verhalen die er achter de bescheiden winnaars zitten. Zoals Encarna, een schoonmaakster bij ons op de krant, El Periódico. Ze deed het onmogelijke door twee verschillende nummers op de Rambla te kopen die állebei wonnen; 140.000 euro bij elkaar. Maar morgen, zei ze, gaat de wekker gewoon weer om 4 uur ’s nachts om de redactie schoon te hebben als de slordige journalisten arriveren.

De jaarlijkse jacht op de winnaars

Morgen is het weer de dag, die van de massale gekte, vooral van ons (de media) in een vliegende jacht op de talloze winnaars van de Gordo, de hoofdprijs van de kerstloterij. Stand-by staan voor de krant, soms gedurende de volle vier uur die de trekking kan duren, en dan snel richting de plaatsjes of loterijkantoren waar de hoofdprijs het meest is verkocht. Vorig jaar was een makkie, met bijna alle series die in en rond Barcelona werden verkocht, zoals onderaan de Rambla.

Het is een ook in het buitenland bekende prijs, die Dikke van de Spaanse Kerst, misschien omdat het één van de meest sympathieke prijzen in de wereld, eentje die niet alle miljoenen bij één iemand terecht doet komen, maar de rijkdom onder duizenden dolgelukkige winnaars verdeelt.

Nog even het proces kort uitgelegd: morgenochtend gaan er 85.000 nummers in een grote bol. Van elk nummer zijn er 195 series verkocht. Zo’n serie is weer onderverdeeld in décimos, tiende delen van een lot die 20 euro per stuk kosten; de meest gebruikelijke manier om een lot te kopen. Dus zijn er in totaal 1.950 winnende tiende-loten die, bij de hoofdprijs, 300.000 euro per stuk opleveren; in totaal, 585 miljoen euro voor de hoofdprijs.

Maar nóg leuker dan tiende loten zijn de participaciones die in talloze winkels en bij clubs worden verkocht, zoals in het marktkraampje in Sant Andreu hier op de foto. Miquel verkocht aan zijn klanten 625 participaties van 1,20 euro van het winnende 32.365; voor dat miniscule bedrag kregen alle winnaars 18.000 euro terug. Het is de makkelijkste rekensom die de meeste mensen maken: van El Gordo krijg je 15.000 euro per gespeelde euro…

En ook al komen lang niet alle winnaars opdagen – vaak is het beter je anoniem te houden – die massale vieringen op plaatsen waar winnende nummers zijn verkocht maakt de kerstloterij altijd een stuk leuker dan, bijvoorbeeld, de Staatsloterij.

Zweep en cactus voor de chefs

De wereld is een zakdoek, zoals ze/we in het Spaans (El mundo es un pañuelo) zeggen. ‘ s Morgens om zes uur (drie uur Nederlands/Spaanse tijd) een droge muffin als ontbijt op het kitsch-moderne vliegveld van Dubai…

… ’s middags om half één (half twaalf Nederlands/Spaanse tijd) smakelijke fajita’s met een doodgeslagen Efes-pilsje op het vliegveld van Istanboel…

… en ’s avonds om half elf (terug naar de foto boven) de jaarlijkse traditie in Barcelona, het Kerstdiner met de collega’s van de (deel)redactie die in de krant bekend staat als Cosas de la vida en wij de Macro noemen, omdat hij verreweg de grootste en meest complete (maatschappij & Groot Barcelona) is. Zo’n 25 man rond twee tafels, kadootjes van de amigo invisible (voor de ene chef een cactus, voor de andere een zweep; dat krijg je van die anomieme presentjes-met-een-boodschap en onder Spanjaarden/Catalanen die elkaar nooit de waarheid in het gezicht durven te zeggen), een kort optreden van altijd dezelfde grappemaker, een biertje hier, een cubata daar en dan wordt het voor sommigen toch ineens half zes in de vroege ochtend voordat ze het bed weer opzoeken.

Restaurants zitten deze dagen vol met bedrijven, kantoren, redacties etcetera die, in de weken voor de kerstdagen, voor één keer in het hele jaar met z’n állen willen gaan eten, ook mensen die elkaar op het werk niet liggen of elkaar nooit aanspreken. Een goede traditie, al vinden er wel eens kleine drama’s plaats (alcohol maakt de tongen los) of bloeit ineens een romance op. Het lijkt me in ieder geval gezelliger dan de in Spanje volledig ongebruikelijke staande Nieuwjaarsreceptie, wanneer je allemaal al vól zit van de festijnen van de voorgaande dagen. Proost!

Zondags trommelen voor Afrika

Het is het mooie van een grote stad die altijd leeft, vooral op zondagen die elders garant staan voor de grote stilte en saaiheid. Je kijkt op zondagmorgen in de extra dikke krant (ja, zondagskranten, leve de zondagskrant! De Telegraaf moet er alweer mee stoppen, zoveelste experiment in Nederland mislukt, terwijl wij hier in Spanje 362 van de 365 dagen van het jaar een krant maken) en maakt een keuze uit talloze activiteiten, als je er zin in hebt. Doelgroep, vooral: ouders met (kleine) kinderen.

Mooi ook van Barcelona: het is het voorlaatste weekeinde van november en veel van die activiteiten vinden nog in de open lucht plaats: feest op verjaardag van rechten van de kinderen (Unicef) in het Ciutadella-park of open dag in de botanische tuinen van Montjuïc, met muziek en hapjes. Wij gingen trommelen voor Afrika. Voor 10 euro, die in principe naar een ziekenhuis in Sierra Leone gingen, huurde je een jembe, de typische bongo van de volken uit West-Afrika. En omdat 199 anderen ook zo’n trommel namen, werd het een vrolijke bedoening in de mooie, altijd toegankelijke tuin van het Palau Robert, één van de oudste gebouwen aan de Diagonal, op de hoek met Passeig de Gràcia. De groep heet Unibongo en is erin gespecialiseerd om grote groepen mensen in anderhalf uur samen hetzelfde ritme te leren spelen. Een eenvoudig ritme, natuurlijk, maar het klinkt spectaculair. Kinderen vinden het prachtig en ouders worden voor even weer kinderen. Daarna een biertje op een terrasje van de nabijgelegen Rambla de Catalunya en de dag is weer mooi…