Tagarchief: barcelona

De heetste dag ooit in Barcelona

Iedereen zucht, steunt, blaast en heeft het erover: het is heet, het lijkt heter dan ooit, dit hebben ze nog nooit meegemaakt. En ze hebben gelijk, de inwoners van Barcelona. Vanmiddag is het warmterecord in de straten van de stad gebroken. De officiële thermometer van Meteocat (de Catalaanse KNMI, zeg maar) in de wijk Raval bereikte even voor half vijf vanmiddag de 39,3 graden. In de stad zelf was het nooit heter geweest dan 38,5º, in augustus van 2003, toen een lange hittegolf voor talloze doden in half Europa zorgde.

De ‘schuld’ van die hitte van vandaag is een stevige bries die afkomstig is uit Noord-Afrika en in zijn vlucht over oost-Spanje steeds verder verhit is. Aan de Costa Blanca kwamen ze boven de 40º vandaag, wat aan zee niet normaal is, omdat het water de luchttemperatuur meestal iets lager houdt dan in het binnenland.

Het absolute record in Barcelona is trouwens een 39,8º van juli 1982, maar dat werd gemeten in het Observatorio Fabra, dat op de Tibidabo ligt en meestal andere waarden registreert dan beneden in de stad zelf gelden. Dus de 39,3 van vandaag is het warmste ooit in het centrum van Barcelona, waar de conciërge van het hotel Majestic ondanks die temperatuur tóch bleef lachen in zijn belachelijk warme en lange jas met stropdas…

De N-340: de langste weg van Spanje

Voor de mensen die graag een leidraad voor hun reis hebben. Én voor degenen die vooral van de costa’s en minder van het diepe binnenland houden, al kom je op deze route alle mogelijke landschappen tegen en kun je ook op 20 kilometer van de kust al rustige dorpjes of verlaten natuurgebieden aantreffen. Ik deed de reis in 2002, mede als project voor de zomerbijlage van El Periódico én om twee kleine kinderen (met 3 maanden vakantie) in ieder geval een maand te vermaken en een soort vakantie te bieden terwijl papa zijn (aangename) werk deed. We trokken ruim 30 dagen met een gehuurde camper langs de N-340, van kilometer nul bij Cádiz/Chiclana de la Frontera tot kilometer 1254 op de grens van l’Hospitalet de Llobregat en Barcelona; daarna verdwijnt de weg op de Carrer de Sants. Het is de langste weg van Spanje en, ideaal voor zo’n zomerreportage, eentje die bijna volledig langs de kust loopt. Campings genoeg ook, om de camper te parkeren en, tussen het schrijven door – één paginagroot verhaal per dag – van het zomerse leven te genieten. Zo ontdekten we mooie en minder mooie campings in Chiclana, Tarifa, Nerja, Almería, Torrevieja, Benicàssim en een lang etcetera, met één heel bijzondere: Els Alfacs in Alcanar, de camping aan de zuidrand van Catalonië waarover in 1978 een tankwagen zijn brandende lading uitstortte, een ramp die ana meer dan 200 kampeerders het leven kostte. Mooie camping, trouwens.

Op zo’n reis ontdek je de volledige diversiteit van Spanje, hoor je ook mooie verhalen (althans, daar ben je als journalist naar op zoek), zoals die van de vier vriendjes die bij toeval in de jaren vijftig de grotten van Nerja ontdekten; nu zijn zij een mooie toeristische trekpleister (de grotten, niet die jongens van toen. Eén van hen leidde me rond, heeft voor eeuwig gratis toegang). Spaanse taallessen in Vejer de la Frontera, de man van het barretje op de weg bij Tarifa waarvandaan je Marokko ziet liggen, een zwerver met rolstoel in Marbella, een oud-stierenvechter met een imposante cortijo bij Algeciras, de kassen van El Ejido, de woestijn van Tabernas, een Nederlandse vrouw met reuma die in de droogte van Murcia was gaan wonen, de historische stuwdambreuk van Tous in 1982, de restaurants voor vrachtwagenchauffeurs bij Castellón, de grote bordelen ook… En zou je nog een keer gaan, dan zou je weer andere, nieuwe, bijzondere verhalen opdoen. Hieronder een kort overizchtje van de N-340 in foto’s…

Spaanse lessen voor buitenlanders in Vejer de la Frontera.

Zicht op Marokko vanaf de Mirador del Estrecho bij Tarifa.

Miguel Muñoz bij het gaat waar hij de grotten van Nerja spelenderwijs ontdekte.

Het strand bij het nudistencomplex van Vera.

En, tot slot, het dorpje Tous bij Valencia. De witte tegel tussen beide balkons geeft aan tot wáár het water kwam te staan toen in oktober 1982 de enorme stuwdam brak, echt zo’n beeld van een nachtmerrie die de bewoners nog goed kunnen navertellen – behalve de 12 die om het leven kwamen. Er was tussen de 450 en 1.000 mm regen in 15 uur gevallen, door een fout waren de sluizen van de dam niet opengezet om water van de Jucar-rivier te laten wegstromen en het beton kon de druk uiteindelijk niet meer aan. Een gigantische tsunami stortte zich over de vallei en het was nog een wonder dat er maar 12 doden vielen; de meeste mensen waren al geëvacueerd.

Barcelona raakt niet leeg meer

1 augustus. Vroeger de grote leegloop, alles dicht in de stad, een hete woestijn van asfalt zonder mensen, nauwelijks een oasis te vinden, restaurants en barretjes gesloten, lange file’s op de wegen. Alles is anders, nu. Vandaag, een hete zondag, was Barcelona buiten het toeristische centrum wel helemaal leeg, maar da’s normaal. Morgen wordt het maandagse ritme weer opgepikt. Er is wat meer vakantiespreiding dan vroeger, niet iederéén hoeft of moet meer de hele maand augustus op vakantie. Maar er is een andere, belangrijkere reden: ruim 4,5 miljoen werklozen, dat merk je ook aan de vakanties. Geen reis meer (nog geen 10% van de Spanjaarden placht in het buitenland vakantie te vieren, dus dat zullen ze niet missen), voor een Barcelonees wordt het nu het strand of het zwembad in de wijk (op de foto dat van Carmel en Vall d’Hebron, aan het Plaça de la Clota, met grote grasvelden om te zonnen) in plaats van een mooi baaitje aan de Costa Brava. Velen zullen, zoals elke zomer weer, naar het dorp van herkomst in Andalusië, Extremadura of Galicië gaan; ook goedkoop, bij familie logeren. Maar de stad is al jaren niet meer die grote leegte van vroeger. Komt deels door de toeristen (wat zijn er weer veel, heel veel! Crisis? Geen crisis!), deels door de mensen die thuis blijven.

En dus is er ook meer te doen dan vroeger, gaat niet alles dicht, doen bars en restaurants goede zaken, moet je de blauwe parkeerzone in en rond het centrum gewoon blijven betalen (in de rest van de stad niet!) en wennen de kinderen eraan verkoeling te zoeken bij de fonteintjes op de pleinen van Grácia, waar ze nu de hele zomer met andere thuisblijvers moeten spelen. 

Voor degenen die wél reizen (Nederlanders kunnen er maar geen genoeg van krijgen), vanaf morgen wat vakantietips in/uit Spanje, met foto’s uit de (oude) doos, al zijn ze bijna nooit van augustus: juist de maand om níet hier op vakantie te gaan. Tips die te laat zijn voor de zomer van dit jaar, maar misschien voor volgend jaar bewaard kunnen worden. En goed zijn om in deze zomerse sfeer te blijven…

Nederland-Spanje; we vinden elkaar wel leuk

De Tachtigjarige Oorlog kennen we alleen maar uit de geschiedenisboeken, veel Nederlanders weten niet eens meer wie die Alva nou was en na Frankrijk is het ook nog het populairste vakantieland voor de Nederlanders. Onze enige traumatische ervaring met Spanje is dat je als klein kind vreesde dat Zwarte Piet je wel eens in een zak naar dat verre land kon meenemen. Dat wordt dus puur genieten, zondag, over en weer, van voetballers en teams waaraan we, wederzijds, geen enkele hekel aan hebben.

Gisteren ben ik even op pad geweest om zowel de oranje-koorts in Barcelona als die ‘rivaliteit’ te ontdekken. Kwam ik, onder anderen, terecht op de boulevard Joan de Borbó, waar twee totaal verschillende zaken naast elkaar zitten: El Suquet del Almirall van Quim Marqués, heel aardige en uitmuntende kok waarvan ik thuis een boek over La cuina de la Barceloneta heb staan (heerlijk recept van met prei en paddestoelen gevulde inktvissen!) en die net een nieuw boek over klassieke visgerechten aan de Spaanse kust heeft uitgebracht, en naast hem Foc van Marcus de Pijper. Het zijn buren en Marcus huurt zijn tent ook nog van Quim. Quim is Catalaan maar fanatiek voor Spanje, zondag, want het is gewoon Barça dat speelt. Maar hij vindt die Nederlanders wel aardig, en omgekeerd. Hieronder een deel van het verslag dat ik voor het AD schreef:

Het halve dozijn ‘Nederlandse’ kroegen in Barcelona was bij de laatste wedstrijden van Oranje al te klein. Honderden bezwete, allemaal in het oranje uitgedoste landgenoten, over het algemeen een jong publiek, kwamen bijeen in barretjes met de namen Amsterdam, Rembrandt, Foc, Gran Foc en Nakupenda. Al jaren ontmoetingsplaatsen voor velen, deze maand bedevaartsoorden om de wedstrijden van het Nederlands elftal via de NOS en met het commentaar van Frank Snoeks en Jeroen Gruter te zien en te beluisteren.

Hoewel, luisteren. Het kabaal en de drukte waren meestal zo groot, dat het bij kijken bleef, en juichen, zuchten en vloeken. “Een gekkenhuis. Al vanaf de eerste wedstrijd was het vol, maar per ronde kwamen er nóg meer mensen bij,” zegt Vincent Solleveld, één van de eigenaren van de Bar Amsterdam, die op een gegeven moment zelfs mensen moest weigeren. Vol was vol. (Vincent zit nu zelf in Zuid-Afrika, trouwens, met compaan Dirk…)

Na de winst op Brazilië speelden er zich bovendien ongekende taferelen af: de Oranje-supporters vlogen de kleine kroeg uit en liepen de brede achtbaansstraat Aragó op, waar zij uitzinnig de lokale automobilisten begroetten en vrolijk getoeter als antwoord kregen.

In de genoemde barretjes zijn de beste plaatsen al sinds dagen gereserveerd. ,,Aan elk tafeltje hebben we een TV-scherm en die plaatsen zijn toch vooral voor de vaste gasten, die het hele jaar door komen. Zij dineren dan tijdens de wedstrijd,” zegt Marcus de Pijper van Foc en Gran Foc. Boven de eerste bar, aan de haven, hangt een Nederlandse vlag met ‘Holland House’ erop. Binnen zijn er zeven TV-schermen.

“Dit is natuurlijk een droomfinale voor ons, Spanje-Nederland. We wilden nooit alleen maar Nederlands publiek trekken, maar op avonden als dit is het natuurlijk wel leuk,” aldus De Pijper. “De avonden dat Mexico speelde zat het vol met Mexicanen,” zegt Solleveld, die net als de meeste Nederlanders in Barcelona nog wel voor Oranje is. “Maar mijn zoontje Lucas loopt met een Spaans shirt van Pedro rond…”

Naast Foc zit het bekende visrestaurant El Suquet del Almirall, waar kok en eigenaar Quim Marqués zijn liefde voor het Spaanse team uitspreekt. “Eigenlijk is het FC Barcelona dat speelt, met al die jongens van hier. En zó goed, hè? Nederland heeft geen schijn van kans zondag,” lacht Marqués, die de goede verstandhouding met buurman (en huurder) Marcus benadrukt. “Het is goed volk, die Hollanders. Mijn vader had een camping aan de Costa Brava, 30 jaar geleden, en daar hebben we wat Nederlandse vrienden aan overgehouden. En eigenlijk is het voetbal van Spanje het voetbal dat Nederland vroeger speelde.”

Daarom heeft Oranje wel meer fans onder de Catalanen. Sommigen om politieke redenen, omdat zij Spanje niet als hun land beschouwen, en anderen uit bewondering. “Het voetbal is Nederland iets verschuldigd, sinds 1974,” zegt journalist Joan Domènech. “Dus als Oranje van Spanje wint, dan zal me dat iets minder pijn doen dan wanneer het een andere tegenstander was geweest.”

Groot scherm voor Oranje bij Montjuïc

Het gaat door! Zo begint Pascal Jorritsma zijn persbericht van vandaag. Ik neem het maar letterlijk over. Samengevat: zondag een groot scherm voor de Nederlandse kolonie in het Poble Espanyol, metro Espanya en tien minuten lopen… Vanaf 17 uur, entree 20 euro.

Bij deze de flyer: bavaria-oranje-plaza
En de tekst: “Op 11 juli aanstaande organiseert “Iventions” een grootschalig WK finale feest en heeft daarvoor, met hulp van enkele Nederlandse sponsors, het thema-dorp Poble Espanyol in Barcelona afgehuurd. Een markante openlucht lokatie, in typische Spaanse bouwstijl opgetrokken.
Het centrale plein zal omgedoopt worden tot het “Oranje Bavaria Plaza” en zal circa 2.000 Nederlanders ontvangen die in Barcelona woonachtig zijn of als toerist in Barcelona verblijven. Het zal veruit de grootste concentratie Oranje fans zijn in Spanje gedurende de finale.
Er worden een groot scherm en tribunes opgebouwd en diverse Nederlandse en Spaanse media zullen van de gelegenheid gebruik gaan maken om vanaf het “Oranje Bavaria Plaza” verslag te doen van de WK Oranje-beleving van Nederlanders in Spanje.
Het evenement wordt ondersteund door het Consulaat-Generaal der Nederlanden en diverse sociale Nederlandse verenigingen in Barcelona.
UPDATE: Het wordt druk op de Montjuïc. De gemeente installeert een reuzescherm op de Avda Maria Cristina, bij de fonteinen. Maar Nederlanders dus doorlopen, rechts naar boven…

‘n Biertje na het theater

Veel mooie dingen verdwijnen, zeggen de nostalgische geesten. Ik zal nooit de pizzeria Rivolta in de Raval vergeten, eentje waar ik bij elk bezoek in de jaren tachtig aan Barcelona wel eens kwam. Goedkoop, een soort rovershol, alternatief en bovendien heerlijke pizza’s. Het was, sinds de opening in 1977, één van de ontmoetingsplaatsen van de anarchistische beweging van Barcelona. Hij zat aan de carrer Hospital en als ik geluk had kon ik de auto, een blauwe Renault-9, soms op 30 meter in een klein steegje parkeren. Dat deed ik liever, in die tijd, dan de halve straat door te lopen, een gure buurt als je er om één uur ‘s nachts uit de pizzeria kwam. Veel is er veranderd, sindsdien. Het gebouw bestaat niet eens meer, stond ongeveer op de plek waar nu de Rambla de Raval de straten Carme en Hospital ‘raakt’, een open ruimte nu. Soms mis ik Rivolta een beetje, ook al omdat hij ‘ineens’ was verdwenen, zonder tijd te geven om afscheid te nemen.

Maar er zijn dingen die de vooruitgang wel weerstaan. Bar Raval is er zo één. Niks bijzonders, eigenlijk, behalve de enorme flamenco-pop aan de ingang en het ontspannen sfeertje. Maar zo’n tent die, eenmaal ontdekt in de jaren tachtig, je blijft trekken, al is het maar heel sporadisch. Raval was, en is nog altijd, de plaats om na een avondje theater af te spreken en een biertje of glas wijn te pakken. Ook acteurs en regisseurs zelf komen er graag, als ze ergens in de buurt, of in één van de theaters aan de Parallel, hebben gespeeld. Oh ja, het adres: Doctor Dou, om de hoek bij het Macba…

Oranje-gekte in Barcelona

Kon natuurlijk niet uitblijven: vriend belde vanuit Café Amsterdam, was er net opgestaan uit zijn royal seat voor het grote scherm en rende, net als meer dan honderd anderen, de ongelooflijke hitte van de bar uit om in de iets minder grote hitte van de straat de overwinning op Brazilië te vieren. “Een gekkenhuis,” gilde hij, maar hij kon mij verder niet verstaan. Je ziet hier in Barcelona veel meer shirtjes van Brazilië en, vandaag, Argentinië dan van Nederland, maar nu kreeg het oranje even de overhand. Gekte op de Carrer Aragó, waar de mensen uit ‘Amsterdam’ die uit Dow Jones troffen, nog zo’n tent die enorm oranje kleurt bij voetbalwedstrijden en waar men wanhopig probeert met bier het in zweet verloren gegane vocht weer op peil te brengen. Ander egroepjes trokken naar Foc of Gran Foc… Het zal zich dinsdagavond ongetwijfeld herhalen, die volle bak in de ‘Hollandse’ kroegen, ook al omdat de meeste WK-wedstrijden hier slechts via een decoder zijn te zien.